Ego

Wanneer we moeten berispen of corrigeren, laten we dan met gewetensvolle zorg waakzaam zijn en ons deze vraag stellen: Hebben we niet ooit zelf deze fout gemaakt; zijn we daarvan genezen? Zelfs als we deze fout nooit hebben gemaakt, herinneren we ons dan dat we menselijk zijn en dat we haar hadden kunnen begaan. Als we haar in het verleden hebben begaan, herinneren we ons dan onze kwetsbaarheid opdat de waakzaamheid en niet de haat ons verwijten of beschuldigingen dicteert. Of de schuldige er beter of slechter van wordt – want het resultaat is onzeker- dan zijn we er tenminste van verzekerd dat onze blik zuiver is gebleven. Maar als wij, in ons zelfonderzoek, in ons dezelfde fout ontdekken, die we opnieuw willen begaan, laten we dan huilen met de schuldige in plaats van hem te berispen; laten we hem niet vragen om ons te gehoorzamen, maar om onze inspanningen te delen. Augustinus (354-430 bisschop van Hippo, kerkleraar)

Voor de strijd om de wereldorde losbarstte, vóór maart 2020 dus, had ik een druk en sociaal bestaan. Ik had een grote lespraktijk, diverse koren waar ik scepter zwaaide of waarin ik zong en elk weekend zeker twee en vaak drie keer in het openbaar muziek maken. Ik ging iedere week wel een keer uit eten. Mijn streven was elk veganistisch restaurant in Nederland te bezoeken. En daarover dan een recensie schrijven, een aanbeveling of juist niet. Ik had ook een enorm druk en vol leven op social media en verbeeldde me dat ik toch een klein beetje invloed kon uitoefenen. En ook bezocht ik elke week wel een kroeg. Of twee. Ik had legio mensen om me heen. De een riep nog harder dan de ander dat ze mijn allerbeste vriend in de hele wereld was of wilde zijn. Koorleden, leerlingen, collegae, vrienden, muziek, mijn leven was er vol mee. Als ik thuis bij Henk was, had ik werkelijk geen enkele behoefte aan aandacht van buitenaf.

Toen ik thuis kwam te zitten, werd dat allemaal heel anders. Eerst en vooral moest ik afkicken van het aanmaken van mijn eigen verruimende middelen; als uitvoerend musicus was ik gewend aan dagelijkse hersenladingen vol adrenaline en endorfine. Dat heeft enige tijd geduurd. Ongeveer een jaar. En nu ik daarvan af ben, heb ik ook niet zo erg veel behoefte die spiegel weer terug op te bouwen, merk ik. Ik ben momenteel best lekker bezig. Een paar leerlingen maar, wat voor de leerlingen fijn is, denk ik toch. Dirigent van de plaatselijke fanfare. Ik hoef slechts een half uurtje te fietsen en dan ben ik in het repetitielokaal. Het is een leuke groep mensen en er zit zeker (muzikale) potentie in. Ik heb het er naar mijn zin. Enige nadeel is dat fanfaremuziek vrij ernstig in mijn hoofd blijft zitten 😀 De meeste Zondagen zit ik wel ergens op een orgelbank; hetzij bij onze protestantse broeders en zusters hier op het eiland, hetzij op mijn oude stageplek in Den Helder. En soms heb ik een Zondag vrij, wat voor die tijd nooit (maar dan ook echt nooit) voor is gekomen. En omdat ik vaker op het eiland ben, heb ik kwantitatief én kwalitatief meer tijd, ruimte en aandacht voor Henk, Reinier en ook voor mijn zussen en mijn Moeder.

Het was een heel moeilijk proces om mijn zelf waar ik zo van hield los te laten. Ik vond mezelf leuk toen ik zoveel te doen had. Ik vond het leuk dat ik overal iedereen kende. Ik genoot van de ernstige en diepe gesprekken met de diverse paters, priesters, diakens en dominees die ik onderweg tegenkwam. Ik speelde graag samen met grote musici en even graag met enthousiaste amateurs. Ik vond het heerlijk vele uren in de trein te zitten lezen en ’s avonds meer dan uitgeput in mijn bed te rollen, of dat nu op het eiland of in de stad was. Zonder al die dingen ben ik niks. Dacht ik.

Maar wat bleek? Toen ik afgekickt was van mijn eigen verdovende middelen, was ik nog net zo leuk. 🙂 Ik ga nu eigenlijk nergens meer naar toe, heb social media achter me gelaten (behalve dan dit blogje en mijn soundcloud), ga nooit meer naar de kroeg en kan me niet eens meer herinneren wanneer ik voor het laatst uit eten ben geweest. Hoewel…Henk heeft vorige week Zondag wel patatjes gehaald. En mijn ego lijdt daar niet onder. Misschien zelfs wel integendeel en ben ik nu meer volwassen, meer aandachtig, devoter en vooral aardiger dan eerst.

Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind en redeneerde ik als een kind. Maar nu ik volwassen ben, heb ik het kinderlijke voorgoed achter mij gelaten. 1 Kor. 13, 11

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s