Er was eens een rooms-katholieke man die een moord had gepleegd. Hij ging naar zijn biechtvader om te biechten, penitentie en absolutie te ontvangen. Zijn biechtvader echter had er nogal moeite mee en stuurde hem naar een collega, een Dominicaan. De Dominicaan hoorde zijn verhaal aan en zuchtte onder de verantwoordelijkheid. Hij kon niet tot een besluit komen en stuurde de man naar een pater Jezuïet. In de gedachte dat als een Jezuïet het niet kan, het onmogelijk is. De man deed opnieuw zijn verhaal en de pater leunde achterover, zijn vingertoppen tegen elkaar in een nadenkende houding en sloot een moment zijn ogen. Toen keek hij de man aan en zei: als je het nou nóg een paar keer doet, is het een dagelijkse zonde en die kan ik je wel vergeven.
Het is een oud grapje. Niet erg valide meer omdat het sacrament van de biecht een ondergeschoven kindje is geworden in de kerk. Het is erg moeilijk überhaupt een biechtvader te vinden, laat staan dat je kunt kiezen uit verschillende biechtvaders van verschillende ordes, maar het zegt wel iets over de zonden. Wat is precies een doodzonde?

In de volksmond is iets al vrij snel een doodzonde. Zo vind ik het doodzonde dat ons buurhuis gesloopt is, er een wanstaltige fietsenstalling voor in de plaats is gekomen, terwijl er ook leuke buren hadden kunnen wonen. Maar dat is natuurlijk mijn mening en niet een zonde. Wat zegt het katechismus van de katholieke kerk over doodzonde? In het kort (1874): Het weloverwogen, dat wil zeggen willens en wetens, kiezen voor iets dat ernstig indruist tegen de goddelijke wet en de uiteindelijke bestemming van de mens, dat is doodzonde. Deze vernietigt in ons de liefde, en zonder liefde is de eeuwige zaligheid niet mogelijk. Zonder berouw leidt ze tot de eeuwige dood.
Het is dus van belang dat men wéét dat wat men doet zondig is, een doodzonde is. Om van een doodzonde te kunnen spreken, moeten drie voorwaarden tegelijk vervuld zijn: elke zonde die een zwaarwegende materie tot object heeft en die begaan wordt met volle kennis en weloverwogen toestemming, is een doodzonde. (Katechismus 1857) Onvrijwillige onwetendheid kan de toerekenbaarheid van een zware fout verminderen of zelfs wegnemen. Een zonde uit slechtheid, door een bewuste keuze voor het kwaad, is de zwaarste zonde. (Katechismus 1860)
Toch kunnen ook die doodzonden vergeven worden. Als er maar sprake is van berouw, oprecht berouw. En natuurlijk het vaste voornemen het niet nóg eens te doen. Persoonlijk vind ik dat altijd het lastigst bij een biecht. Ik heb berouw van mijn zonde, maar ik vind het moeilijk me voor te stellen dat ik het nooit meer zal doen. Tenslotte héb ik het gedaan en als ik het een keer gedaan heb, kan ik het vast nog eens doen. Dan kan ik me wel vast voornemen het te laten, maar wie kan dat garanderen? Ik niet. Toch probeer ik Job als voorbeeld te nemen.
Maar hij sprak: Naakt kwam ik uit de schoot van mijn moeder; Naakt keer ik er terug! Het was Jahweh, die gaf; het was Jahweh, die nam: De Naam van Jahweh zij gezegend! Dus ondanks dit alles heeft Job niet gezondigd, en geen onvertogen woord tot God gericht. Maar hij sprak tot haar: Ge praat als een dwaas! Zouden we wel het goede van God willen aannemen, maar het kwade niet? Dus ondanks dit alles heeft Job zelfs niet met zijn lippen gezondigd. Job 1, 21-22; 2, 10

En als dat nog niet voldoende is mij van de zonde af te houden, dan is er altijd nog Jesaja:
Die verre zijt, hoort wat Ik doe, Beseft, die nabij zijt, mijn kracht! En op Sion zullen de zondaars sidderen, De godvergetenen rillen: “Wie onzer kan ‘t houden bij het verslindende vuur, Wie onzer kan ‘t houden bij de eeuwige gloed!” Maar die in gerechtigheid wandelt, niet veinst bij zijn spreken, Afgeperste winsten versmaadt, zijn handen dichtknijpt voor omkoperij; Die zijn oren stopt, om geen moordplan te horen, Zijn ogen sluit, om geen misdaad te zien: Zo een zal op de hoogten wonen, De burcht op de rotsen zijn toevlucht zijn; Brood zal hem worden gereikt, Water hem nimmer ontbreken. Dan zullen uw ogen den Koning in zijn glorie aanschouwen, En een land van onmetelijke omvang zien. Jes. 33, 13-16
Maar eigenlijk zou natuurlijk het woord van Jezus zelf voldoende moeten zijn: Maar Jesus boog Zich voorover, en schreef met de vinger op de grond. En toen ze aanhielden met vragen, richtte Hij Zich op, en sprak tot hen: Wie van u zonder zonde is, werpe de eerste steen op haar! Weer boog Hij Zich voorover, en schreef op de grond. Toen ze dit hoorden, gingen ze heen, de een na den ander, maar de oudsten het eerst; en Jesus bleef alleen, de vrouw nog steeds in de kring. Nu richtte Jesus Zich op, en sprak tot haar: Vrouw, waar zijn ze gebleven? Heeft niemand u veroordeeld? Ze zeide: Niemand, Heer. En Jesus sprak: Ook Ik veroordeel u niet; ga heen, en zondig voortaan niet meer. Joh. 8, 6-11

Hij riep de schare weer naar Zich toe, en sprak tot hen: Hoort allen naar Mij, en verstaat het goed! Niets kan den mens verontreinigen, wat van buitenaf in hem binnenkomt; maar wat er uitgaat van den mens, dat verontreinigt den mens. Zo iemand oren heeft om te horen, hij hore! Toen Hij nu van het volk was weggegaan en thuis was gekomen, vroegen zijn leerlingen Hem naar de zin der parabel. En Hij sprak tot hen: Zijt ook gij nog zonder begrip? Begrijpt gij dan niet, dat niets den mens kan verontreinigen, wat van buitenaf in hem binnenkomt? Want het komt niet in zijn hart, maar in de buik, en het gaat weer uit op zekere plaats. Hij verklaarde dus alle spijzen voor rein. En Hij ging voort: Wat er uitgaat van den mens, dat verontreinigt den mens. Want van binnenaf, uit het hart der mensen, komen de slechte gedachten voort, ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, gierigheid, boosaardigheid, bedrog, wellust, afgunst, godslastering, hoogmoed, lichtzinnigheid. Al die boze dingen komen van binnenaf, en verontreinigen den mens. Marcus 7, 14-23
Het belangrijkste is dus in de liefde te blijven. Alle kwaad komt van binnenuit en komt voort uit het verlies van liefde. Liefde voor God, liefde voor de naaste en ook liefde voor jezelf. Vanuit en in liefde kan alles vergeven worden. Vanuit en in liefde kan alles beter zijn. Het belangrijkste gebod is deze: heb God lief boven alles en je naaste als jezelf. (Mat. 22, 37-39)
