Moeten is dwang en huilen is kindergezang.
Mijn Moeder bezigde deze uitspraak nogal eens. De laatste paar dagen probeer ik me te herinneren in welke omstandigheden deze uitspraak tevoorschijn kwam, maar ik weet het niet meer zo goed. Ik zocht de betekenis van deze uitspraak, waarvan ik niet eens zeker wist of het een gezegde was of iets wat mijn Moeder zelf bedacht. Het blijkt inderdaad een bestaande uitdrukking. Het wil zoveel zeggen als: ik wil het wel doen, maar niet als het verplicht is. Dat klinkt inderdaad als iets wat bij ons thuis een nuttig commentaar zou kunnen zijn. Ons werd geleerd zelf na te denken en niet klakkeloos wie dan ook maar te volgen of te geloven. Een anti-autoritaire opvoeding…Niet doen wat een ander zegt omdat een ander het zegt, hoeveel autoriteit diegene ook heeft; doe pas iets als je er zelf van overtuigd bent dat het de juiste actie is. Het staat misschien loodrecht op het gehoorzaamheidsprincipe van de kerk, maar op de een of andere manier zijn die twee doctrines voor mij niet onverenigbaar. Ik wil gehoorzaam zijn aan Zijn Woord en daar kies ik zelf voor.
Toen ik in 2004 werd gedoopt, was dat een heel bewuste keuze. Ik had toen al vraagtekens en bedenkingen bij sommige aspecten van de (RK)kerk, maar ik heb nimmer getwijfeld aan het bestaan van God. Evenmin aan Zijn liefde voor mij. En voor ieder levend wezen. Ik wilde gewoon graag gedoopt worden; het doopsel van begeerte* was voor mij niet genoeg. En ik wilde kunnen zeggen dat ik Christen ben, zonder uit te hoeven leggen dat ik weliswaar niet gedoopt bij geen enkele kerk hoorde maar wel Jezus in mijn hart heb. Nu kan ik gewoon zeggen dat ik Rooms-Katholiek ben en klaar. Ik hoef verder niks uit te leggen en de meeste mensen voelen ook geen behoefte in discussie te gaan. Wat ik dan op zich wel weer jammer vind, want ik praat graag over God en vooral over hoe de verschillende geloven/religies eigenlijk allemaal hetzelfde zijn en gebaseerd op hetzelfde principe, op dezelfde wet: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Wat is het allereerste gebod? Jesus antwoordde hem: Het eerste is: Hoor Israël; de Heer, onze God, is de énige Heer; gij zult den Heer uw God beminnen met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw verstand en met heel uw kracht. Het tweede is dit: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Groter dan deze geboden is er geen. Marc. 12, 28-31

Ik maak me de laatste tijd wel veel zorgen over de wereld. Het lijkt erop dat al Gods geboden met voeten worden getreden. Niet alleen door het gewone volk, maar juist ook door de mensen naar wie we op zouden moeten kijken als naar een voorbeeld; de overheid, de clerus, diegene die de top van de samenleving vormen. Ik wil het niet hebben over alle misstanden en ellende die ik zie gebeuren. Ik sluit me er zo goed mogelijk voor af. Het verontrust me, maakt me onrustig en overprikkelt en af en toe zelfs depressief. De waarheid is in de gewone pers ver te zoeken; er wordt vooral propaganda verspreid. Mocht je iets dichter bij de werkelijke stand van zaken komen, kun je beter deze pagina bezoeken: https://startpagina.mediacollectief.nl/
In de Bijbel staan een aantal verhalen over de slechtheid van de mensheid en hoe God tot een (radicale) oplossing komt. Bijvoorbeeld in het boek Genesis, hoofdstuk 6 waar de mensen talrijk waren geworden en God niet meer volgen. Zo erg tegen God is de mens op dat punt dat Hij spijt zegt te hebben dat Hij ons geschapen heeft. Toen de mensen talrijk begonnen te worden op de oppervlakte der aarde, en hun dochters werden geboren, zagen de zonen Gods, hoe schoon de dochters der mensen waren, en zij namen zich zoveel vrouwen, als zij maar wilden. Toen sprak Jahweh: Mijn geest zal niet voor altijd bij de mensen blijven, omdat ze bedorven zijn, en enkel vlees; hun tijd zal nog maar honderd twintig jaar duren. (…) Toen Jahweh dan zag, hoe groot op aarde het bederf onder de mensen was geworden, en zij enkel maar zonnen op slechte dingen, berouwde het Jahweh, dat Hij den mens op aarde gemaakt had, en kreeg Hij er spijt van. En Jahweh sprak: Ik zal den mens, dien Ik geschapen heb, van de aarde verdelgen; zowel den mens als de viervoetige dieren, de kruipende dieren en de vogels in de lucht; want het spijt Mij, dat Ik ze gemaakt heb. (…) Want Ik ga de zondvloed-wateren over de aarde brengen, om alle schepselen met een levende geest onder de hemel te verdelgen; al wat op aarde is zal sterven. Maar met u zal Ik mijn verbond sluiten: Gij moet de ark binnengaan: gij zelf en uw zonen, uw vrouw en de vrouwen uwer zonen met u. Ook moet ge van alle levende wezens een paar in de ark brengen, om ze met u in het leven te behouden; mannetje en wijfje moeten het zijn. En van alle verschillende soorten van vogels, van alle soorten van beesten, van alle soorten van dieren, die kruipen over de aarde; van alles zal er een paar tot u komen om in het leven te blijven. Ge moet u ook van alle eetbare spijzen voorzien, en die meenemen, om u en hun tot voedsel te dienen. Noë deed het; hij deed al wat God hem gebood. Gen. 6, 1-3, 5-8, 17-28
Natuurlijk: de zondvloed! Wie kent het verhaal niet? Meestal wordt dan verhaald van de ark die Noach bouwde en de dieren die gewillig twee aan twee binnen kwamen en hoe de duif na zoveel dagen regen op pad ging om te kijken of er alweer aarde was en terugkwam met een olijftak (en zo is de olijftak symbool van de vrede geworden) en hoe God een regenboog om de aarde spande als teken van verbond. Een verbond tussen God en de mensen, dat Hij nooit zal verbreken. De mens is niet zo standvastig. Steeds opnieuw blijkt dat we God in de steek laten.
Toen kwam de zondvloed over de aarde, veertig dagen lang. De wateren stegen, en droegen de ark, zodat zij zich van de aarde verhief. Nog bleef het water wassen en stijgen op aarde, en de ark dreef op het water voort. Hoger en hoger klommen de wateren op aarde, zodat zelfs de hoogste bergen, die onder heel de hemel zijn, werden bedekt. Vijftien ellen steeg het water boven de bergen, zodat ze helemaal bedolven werden. Alle schepselen kwamen om, alles wat zich op de aarde beweegt: vogels, tamme en wilde dieren met al wat over de aarde kruipt; en eveneens alle mensen. Alles stierf, wat op het droge leefde met levensadem in zijn neus. Al wat op aarde bestond, werd verzwolgen; mens, viervoetige dieren, kruipende dieren en vogels in de lucht werden van de aarde verdelgd. Noë alleen, en wat met hem in de ark was, bleef over. De wateren hielden de aarde honderd vijftig dagen bedekt. Gen. 7, 17-24

En dan de steden Sodom en Gomorra. Ze zijn nog steeds legendarisch en worden nog steeds gebruikt om een goddeloze, zondige situatie aan te duiden. Ze werden verwoest, ondanks Abrahams pogingen de mensen te redden. Hoeveel rechtvaardige mensen zijn er nodig om Gods toorn te bedaren? Daarom sprak Jahweh: Luid schreit het wraakgeroep over Sodoma en Gomorra, en hun zonde is buitengewoon zwaar. Ik wil er heen, om te zien, of zij zich werkelijk zo gedragen, als het wraakgeroep klinkt, dat tot Mij is doorgedrongen; Ik wil Mij ervan op de hoogte stellen. Gen. 18, 21-22 En Hij stelde zich op de hoogte en wat Hij zag, beviel Hem niet. En hij verwoestte de steden en alle levende wezens die er woonden. Toen de zon over de aarde was opgegaan, en Lot te Sóar was aangekomen, liet Jahweh zwavel en vuur van Jahweh uit de hemel regenen over Sodoma en Gomorra. Hij vernietigde die steden en de hele streek tot de grond toe, met al de bewoners van die steden en al wat op de akkers stond. Gen. 19, 23-25
Ik zou willen dat God nog steeds zo overduidelijk aanwezig was in de wereld. Ik zou wensen dat Hij ging onderhandelen als met Abraham. Dat Hij de wereld zou reinigen van alle slechtheid. Van alle haat en nijd. Van alle onvrede en oorlog. Er zijn profeten (ja, in deze tijd) die denken dat de voleinding der tijden nabij is. Dat Jezus zeer binnenkort terugkeert op aarde. Dat het laatste Bijbelboek, Apocalyps, bewaarheid wordt.
De openbaring van Jesus Christus, die God Hem gaf, om aan zijn dienaars te tonen, wat weldra geschieden moet; en die Hij door het zenden van zijn engel bekend heeft gemaakt aan zijn dienaar Johannes. Deze betuigt het woord van God en de getuigenis van Jesus Christus: al wat hij zag. Zalig hij, die de woorden voorleest der Profetie; ook zij die ze horen, en die bovendien onderhouden, wat daarin geschreven staat. Want de tijd is nabij! (…) Ik ken uw werken, uw zwoegen en uw geduld; en Ik weet, dat ge de bozen niet kunt verdragen. Ge hebt hen, die zich apostelen noemen, —maar ze zijn het niet—op de proef gesteld, en ze leugenaars bevonden. Ook bezit ge geduld, en veel hebt ge uitgestaan terwille van mijn Naam, zonder moede te worden. Maar Ik heb tégen u, dat ge uw eerste liefde verloren hebt. Denk er eens aan, van welke hoogte ge zijt neergestort; bekeer u, en doe de werken van weleer. Zo niet, dan kom Ik op u af; Ik zal uw luchter van zijn plaats verwijderen, zo ge u niet bekeert. Dit echter hebt ge vóór, dat ge de werken der Nikolaieten haat, die ook Ik haat. Wie oren heeft, die hore wat de Geest zegt tot de kerken: Wie overwint, zal Ik doen eten van de boom des levens, die staat in het Paradijs van God. (…) Bekeer u dus! Zo niet, dan kom Ik schielijk op u af; en Ik zal strijd tegen hen voeren met het zwaard van mijn mond. Wie oren heeft, die hore wat de Geest zegt tot de kerken: Wie overwint, zal Ik van het verborgen manna geven; en Ik zal hem schenken een witte steen, en op die steen zal een nieuwe naam staan geschreven, die niemand kent, dan die hem krijgt. Apokalyps 1, 1-3//2, 16-17

Ik ben geen ziener. Ik ben geen profeet. Ik ben slechts een eenvoudig musicus met heel veel stenen in mijn maag en heel veel zorgen in mijn hoofd. Niet voor mezelf of voor mijn naaste omgeving. Tot nu toe lukt het aardig het hoofd boven water te houden. Maar voor de wereld, voor de mensheid. Zolang ik er maar voor zorg dat ik zo min mogelijk hoor of lees over de toestand in de wereld, want die baart me ernstig zorgen. Ik volg mijn eigen weg, zoals ik altijd heb gedaan en bid heel veel. Niet alleen ben ik vrij trouw aan het brevier, mijn hartgebed is hartstochtelijk en tussendoor doe ik nogal wat schietgebedjes. Het contact met God is op dit moment in mijn leven meer tegenwoordig dan contact met mensen. Ook al vanwege de verdeeldheid die er heerst over diverse zware onderwerpen (oorlog, ziekte, regering) vermijd ik gesprekken die over iets anders gaan dan het weer of muziek. Zelfbehoud. Ik zie om me heen veel mensen God ontkennen. Ik zie in de wereld dingen gebeuren waarvan ik me niet kan voorstellen dat ze onderdeel zijn van Gods plan. Ik zie de mensheid als geheel steeds verder en verder afdwalen van hun Schepper en daarmee alle morele en ethische overwinningen overboord gooien. Zoals in Genesis 6 geschreven: De Heer zag dat de mensen op de aarde erg slecht waren. Alles wat ze bedachten en deden was slecht. Daarom had de Heer er spijt van dat Hij de mensen had gemaakt. Hij had veel verdriet over wat ze deden. Daarom besloot Hij: “Ik zal de mensen die Ik heb gemaakt allemaal doden. En niet alleen de mensen, maar ook alle dieren. Want Ik heb er spijt van dat Ik hen heb gemaakt. Gen. 6, 5-7. Ik ben bang dat God op het moment ook niet zo erg blij is met Zijn idee een mens te scheppen naar Zijn Beeld en Gelijkenis. Niet nu er zoveel mensen zijn die zelf voor god willen spelen.

- doopsel van begeerte: Voor de geloofsleerlingen die sterven voordat zij doopsel ontvangen hebben, geldt dat hun uitdrukkelijk verlangen om het doopsel te ontvangen, het berouw over hun zonden en hun liefde, hun het heil verzekert dat zij niet door middel van het sacrament hebben kunnen verkrijgen. Katechismus van de Katholieke kerk 1259
