entomologie en broederschap

Ik houd van insecten. Dat is lang niet altijd zo geweest! Vroeger leed ik aan arachnofobie (een extreme angst voor spinnen) en als iets acht poten had, al was het onzichtbaar klein, begon ik te gillen als een keukenmeid. Nou hebben lang niet alle mensen die aan arachnofobie lijden eenzelfde reactie, hoor. 😀 Niet zo lang geleden kwam ik erachter dat niet alleen mijn oudste zus, maar ook mijn oudste broer aan arachnofobie lijden. Zou het toch erfelijk zijn op één of andere manier? Of aangeleerd….dat kan ook. (Nature vs Nurture) Jaren geleden deed ik eens een EMDR-therapiesessie (https://www.emdr.nl/wat-is-emdr/) voor iets heel anders en sindsdien heb ik geen arachnofobie meer. Vroeger voelde ik een enorme adrenalinekick van angst als ik een spin zag, al was het maar een plaatje, maar tegenwoordig pak ik een spin gewoon op om hem buiten te zetten. Niet altijd, een echt grote spin zoals een bruine waterspin of een trechterspin (aka spouwspin), doe ik in een glaasje met een kaartje eronder of ik roep Henk. Ik ga hier geen plaatjes van de bruine waterspin of de spouwspin zetten want mijn zus leest dit blog ook en die vindt dat dus niet leuk, plaatjes van spinnen. Dus als je wilt weten hoe die eruit zien, moet je zelf even een plaatje zoeken. Weet wel dat het vrouwtje van een bruine waterspin zo groot kan worden als je hand (en ja, die wonen gewoon in Nederland!)

Het is toch mooi hoe het menselijk brein werkt. Ik zeg altijd tegen leerlingen: hersens zijn heel dom, maar gelukkig kun je ze alles leren.

HERSENS, wonderbaarlijk

En sinds ik niet meer bang ben voor spinnen, ben ik steeds meer van insecten gaan houden. En omdat ik meer van insecten wilde weten, volgde ik een cursus veldbiologie. Helaas gingen maar twee van de twaalf lessen over insecten, maar ik heb toch een hoop geleerd. En er werden ook meer insectentellers gevraagd. Ik wilde dat wel doen! Dus afgelopen winter is er iemand van de universiteit van Wageningen naar het eiland gekomen om samen met mij routes af te zetten waarlangs ik zou gaan tellen. Ik tel vlinders en dag-actieve nachtvlinders op soort en hommels op aantal. En ik tel libellen. Ook op soort. Dat is écht lastig!!! Alle libellenmeisjes lijken op elkaar en jommetjes moet je echt zoeken. Maar ik vind het ontzettend leuk om te doen. Het telseizoen duurt nog tot 1 oktober. Vlinders tel ik bijna elke dag en libellen één of twee keer in de week (omdat die route verder bij mijn huis vandaan is) Afgelopen seizoen heb ik 37 soorten en 1842 individuen geteld. Best wel iets om even bij stil te staan. Aan het begin van het seizoen wilde ik heel graag een gehakkelde aurelia zien, omdat ik de naam zo mooi vind en gelukkig heb ik er daar ook een paar van geteld.

gehakkelde aurelia

Van de dag-actieve nachtvlinders is natuurlijk de kolibrivlinder zeer bijzonder, maar die heb ik al jaren geleden voor het eerst gespot hier op het eiland en vind ik dus niet zo heel bijzonder meer. Hoewel het altijd een mooi gezicht is als je ze ziet vliegen. Een vriendin van mij wilde eerst zelfs niet geloven dat het een vlinder was! Hij ziet er dan ook een beetje futuristisch uit. Of als een piepklein vogeltje!

kolibrievlinder

Een andere dag-actieve nachtvlinder die mijn aandacht trok is de lieveling. Ook hier viel ik eerst op de naam, maar er zijn ontzettend veel witte vlinders die ik allemaal heb moeten leren kennen. En gelukkig heb ik de meeste ook gezien afgelopen seizoen. Hopelijk herken ik ze volgend jaar nóg makkelijker en hoef ik niet meer zo te zoeken. Komende winter ga ik vooral veel studie doen naar libellen.

Het heeft mijn leven wel enorm verrijkt. Niet alleen omdat ik nu heel bewust naar insecten zoek op mijn telroutes, maar ik zie en herken overal veel meer vlinders, libellen en andere insecten. Familieleden en vrienden sturen me ineens foto’s van vlinders die ze tegenkomen om te vragen wat het voor soort is.

Soms vind ik het jammer dat ik geen entomoloog ben geworden. Dan denk ik aan een studie biologie en dat zo een studie (waarschijnlijk) gepaard gaat met het ontleden van dode dieren en dan ben ik toch wel blij dat ik muziek heb gekozen als studie. Het punt is natuurlijk altijd dat als je van je hobby je werk maakt, je ineens geen hobby meer hebt! Nu is entomologie mijn hobby geworden, anders was muziek misschien wel mijn hobby gebleven. Misschien…

Ik vind het mooi om te herkennen dat mijn oudste broer en ik best veel op elkaar lijken al verschillen onze levens als dag en nacht. Ik heb hem afgelopen jaar eigenlijk pas echt leren kennen; tien jaar verschil is echt best veel. Hij komt zo min mogelijk buiten en ik zo min mogelijk binnen, grappig. Hij heeft muziek als hobby gehouden en speelt niet onverdienstelijk piano. Ik zie hem nog steeds als mijn grote broer en hij mij als zijn kleine zusje. Toch hebben we een goede verstandhouding op kunnen bouwen in de tijd dat hij voor Moeder zorgde. Nu hij weer terug is naar Los Angelos (waar hij al vele jaren woont) ga ik hem vreselijk missen. Maar ik ben dankbaar, niet alleen voor de tijd die hij met Moeder heeft kunnen doorbrengen, maar ook voor de mogelijkheid ons geboden dichter naar elkaar toe te groeien. Ik voel broederschap en een zekere familieliefde, die ik niet vaak ervaren heb.

Plaats een reactie