Nish ging een dagje weg en vroeg of ik op haar hond Vera wilde passen. Dat doe ik graag! Want Vera is een heel leuke hond en Nish woont vlakbij de Waddenzee. Bovendien is Reinier, mijn eigen hond, stokoud en hij kan geen lange wandelingen meer maken. Eén van de belangrijkste redenen waarom ik een hond heb. Dat zowel Nish als mijn oudste zus jonge(re) honden hebben, is voor mij dus een uitkomst. En voor hun ook als ze eens hondenoppas nodig hebben 😀 Anyways, ik ging met Vera wandelen en zij is een zeer dominante teef. Terwijl mijn Reiniertje een onderdanige reu is. Dat is dus al heel anders! Voor alle eerlijkheid moet ik ze vergelijken zoals Reinier een paar jaar geleden was, toen hij nog sterk was en ver kon lopen. Hoewel….Reinier is een terriër en terriërs zijn sprinters, geen marathonlopers.
Vera is heel oplettend, loopt voortdurend op haar teentjes. Ze ziet alles! Grotere dieren zoals schapen, varkens en koeien gaat ze uit de weg maar vogels en dan bij voorkeur grote groepen vogels, dáár gaat ze achteraan. Als ze aan de riem zit, is ze superbraaf maar eenmaal los is het vrij lastig haar weer aangelijnd te krijgen. Ze vindt het ook gewoon een leuk spelletje: ze blijft braaf zitten tot ik met de riem aankom, dan spurt ze weer een paar meter weg en gaat weer braaf op me zitten wachten. Ze heeft een heel mooie gestrekte loop en een hoofd vol kwajongensstreken. ❤
Reinier gaat het liefst achter snelle of grote dieren aan. Niet eens omdat hij ze graag wil vangen, maar vooral omdat het een leuk spelletje is. Als hij aan de riem zit, kan hij supervervelend zijn maar eenmaal los van de lijn luistert hij heel goed! Hij heeft niks met vogels. Bij ons achter op het plaatsje zitten altijd heel veel vogels en als het tijd is om nestjes te bouwen is, plukken de mussen gewoon haren uit zijn vacht. Hij laat ze dat rustig doen. Reinier kan ook heel goed met zijn neus aanwijzen wat hij wil of waar hij heen wil. Als we op straat lopen, doet hij net alsof hij de enige is. Wel wil hij altijd graag spelen met paarden, schapen en varkens. Dat hij van paarden houdt, heeft hem zijn staart gekost! Een paard die niet wilde spelen, beet hem eraf.

Bij ons in de parochie is een mevrouw overleden. Ik las de rouwadvertentie en verbaasde me erover dat één van haar zoons niet bij name genoemd werd. Zijn vrouw en twee kinderen stonden er wel bij. Later hoorde ik dat haar dochters ook niet genoemd werden….ik wist niet eens dat ze dochters had! Zo zie je maar weer….familiegeheimen en familieruzie komen in de beste kringen voor. Deze mevrouw was niet arm en hoogstwaarschijnlijk ging de ruzie over geld. Ik hoorde net de klok van de kerk luiden om haar te begeleiden naar de begraafplaats en ik kan alleen maar hopen dat er wat mensen bij de uitvaart zijn geweest.
Dat je er altijd moet zijn voor familie is een ongeschreven regel. Voor ouders is het een ongeschreven regel dat elk kind evenveel moet krijgen, evenveel aandacht, evenveel liefde, evenveel erfenis. Maar is het niet zo dat niet elk kind evenveel nodig heeft? Waar ik gebrek aan heb gehad, heeft een broer of zus van mij misschien wel in overvloedige mate gekregen. Het probleem is natuurlijk dat je nooit kunt vergelijken omdat je nu eenmaal bent opgegroeid onder die omstandigheden en dat kan je niet over doen. En nooit zal duidelijk worden of dingen die ik mis en gemist heb, van grotere invloed is geweest dan dingen die ik wél gekregen heb maar (soms) geen behoefte aan had. Het is nu eenmaal zo het is en ‘als dit, wat dan’ is geen manier om door het leven te gaan. Wat niet wil zeggen dat niemand dat doet, maar dat zijn meestal onaangename mensen om mee om te gaan. (zeurders, klagers, mopperaars) Natuurlijk is het onmogelijk om nooit te denken wat als? Ik maakte me er vanochtend nog schuldig aan toen ik ineens moest denken aan die keer dat ik een miskraam kreeg. Als ik toen geen miskraam had gekregen, hadden we nu een kind van 13 of 14 jaar oud. Een raar idee. Gelukkig kon ik er met Henk over praten (niet alleen toen maar ook vanochtend) en stomme grapjes maken en kon ik het weer loslaten. Want als je de hele tijd achterom gaat zitten kijken, heb je echt geen leven. Jammer dat een vrouw een houdbaarheidsdatum heeft, want als er ooit tijd in mijn leven was voor een baby dan is dat nu! Enfin, dit was even een zijspoor.

In het gezin van deze mevrouw was veel ruzie. En de meeste ruzie ging over geld. Mensen wilden elkaar niet meer zien of spreken en gingen jarenlang elkaar uit de buurt. Een van haar zoons is altijd bij zijn moeder blijven wonen en ze hebben al die tijd voor elkaar gezorgd. Hoe moet dat nu verder met hem? Zou zijn tweelingbroer, die een paar straten verderop woont en veel zelfstandiger is, hem nu in huis nemen? Ongeschreven regels zeggen dat je voor familie moet zorgen. Ik hoop maar dat degene die nog contact met elkaar hebben een beetje goed voor elkaar zorgen. Nu de moeder is overleden, is de kans dat het ooit nog goed komt tot een minimum gedaald. Soms zorgt een overlijden voor nieuwe moed en nieuwe warmte en nieuw contact tussen de van elkaar vervreemde familieleden. Het lijkt erop dat dat dit keer niet gebeurd is. Ik kan niet anders dan denken aan het gezin waarin ik zelf opgroeide. Met sommige heb ik geen contact en wil ik dat ook niet. Met sommige heb ik wel contact, al is het soms moeizaam. Ik ga graag naar mijn moedertje al weet ze soms niet meer wie ik ben. Soms roept ze meteen mijn naam als ze mij ziet, dus ook dat is de ene keer zus en de andere keer zo.
Uit mezelf ben ik niet zo een zorgend typje. Ik zorg graag voor mezelf en vind dat anderen ook maar voor zichzelf moeten zorgen. Maar als Moeder haar schoenveters niet gestrikt krijgt, ben ik heus niet te beroerd om haar daar even mee te helpen. En dat even helpen gaat best ver, want ik heb ook weleens haar billen moeten vegen. Ach, denk ik dan, hoe vaak heeft ze dat wel niet bij mij gedaan? Voor familie moet je zorgen, ongeschreven regel.
Die ongeschreven regels zijn lang niet altijd duidelijk voor mij. Het schijnt dat het heel normaal is om de waarheid een beetje te verdraaien als je dat beter uitkomt. Dat is iets wat ik niet alleen niet doe, ik zie het ook niet als anderen het doen. Dat is de ellende als je zelf waarheidsgetrouw bent; je denkt dat andere mensen dat ook zijn. Het is echt waar: je kunt mij alles wijsmaken! Ik ben best wel naïef op een bepaalde manier. Ik ga eigenlijk altijd uit van het goede en geloof gemakkelijk wat mensen mij vertellen. Ook in andere opzichten kom ik hierdoor vaak in de problemen. Ik denk dat iedereen het ermee eens is dat voor elk werk dat gedaan moet worden de beste mens moet worden gezocht. Helaas gebeurt het maar al te vaak dat niet de beste mens maar de luidruchtigste mens op die plek terecht komt. Ik heb mijn leven lang ontzettend hard gestudeerd om heel goed piano te kunnen spelen en later heb ik nog een keer het conservatorium doorlopen om ook orgel te leren spelen en te leren dirigeren. Ik kan dat heel goed! Maar ik krijg eigenlijk hoogstzelden gelegenheid deze kennis en kunde te gebruiken. Natuurlijk speel ik weleens in de kerk en dirigeer ik de plaatselijke fanfare, maar een echte (muzikale) uitdaging ontbreekt.
Niet dat ik klaag! Ik word af en toe heel ongelukkig van het gebrek aan uitdaging, dat geef ik volmondig toe, maar het is ook zo dat ik er weinig of eigenlijk niks aan kan veranderen. Ik stop mijn energie dus liever in het accepteren van de situatie zoals die er ligt. En ja, wat ik doe in mijn eigen vakgebied (muziek) voelt momenteel meer als een kunstje dan als volwaardig werk. Maar ook daarmee spreek ik me veel te zwart-wit uit, want ik geniet elke repetitie van de inzet van het korps en het plezier dat de mensen hebben onder mijn muzikale leiding. En morgen geven we een kerstconcert en dan kan het publiek ook meegenieten van het harde werk van “mijn” muzikanten. En hoewel ik in de kerk veel te vaak (naar mijn zin) hetzelfde moet spelen en iedere keer dezelfde vrije orgelspel stukken worden gevraagd, is het toch fijn als de mensen me komen bedanken voor mijn mooie spel. Zij hebben er van genoten, zelfs als het voor mij niet superinteressant is om te doen.

Op zaterdagmiddag ben ik in de kapel van onze eigen parochiekerk om de mensen gelegenheid te geven te bidden voor de wereldvrede. Ze kunnen een kaarsje branden en even in stilte zitten (bidden of mediteren of naar de muziek luisteren) en elk half uur bid ik hardop. Het is mooi (vrijwilligers)werk en ik doe het graag. Ik heb het niet gauw koud dus in deze tijd van het jaar ben ik waarschijnlijk wel de aangewezen persoon om dit te doen, maar ik hoop toch voor de Pasen enkele vrijwilligers te vinden die ook af en toe een middagje willen kerkwachten. Afgelopen zaterdag kwam iemand me bedanken dat ik voor hun in de kou wilde gaan zitten. Zo had ik het nog niet bekeken! Ik vind het zo mooi en interessant om de dingen van diverse kanten te leren kennen en te leren zien. Ik heb, samen met de parochie-assistent, gekozen voor een oecumenische vorm omdat we het belangrijk vinden om de eenheid te zoeken en niet te concentreren op wat ons verschillend maakt. In de hoop dat uiteindelijk de eenheid zó groot wordt dat er vrede komt. Dat we van elkaar begrijpen en accepteren dat de een de ander niet is en dat dat niet erg is. Dat verschil en contrast de wereld mooier maakt. En beter. En diverser. En dat er in die verschillen juist de eenheid zit.

En dan bid ik: God, ik hoop dat U het begrijpt, want ik begrijp er niets van! Leer me te accepteren dat begrip niet altijd het belangrijkste is en leer me begrijpen dat acceptatie de weg is om te gaan.