Onmiddellijk daarna zei Jezus tegen de leerlingen dat ze alvast voor Hem uit naar de overkant moesten varen. Zelf wilde Hij eerst de mensen naar huis sturen. Daarna ging Hij helemaal alleen de berg op om te bidden. Toen het avond werd, was Hij daar alleen. De boot was intussen midden op het meer. Ze hadden veel last van de golven, want ze hadden de wind tegen. Om ongeveer 4 uur ’s morgens kwam Jezus naar hen toe, lopend over het meer. Toen de leerlingen Hem over het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: “Een spook!” en ze schreeuwden van angst. Onmiddellijk zei Jezus tegen hen: “Rustig maar! IK BEN het, wees maar niet bang.” Petrus antwoordde: “Heer, als U het bent, beveel mij dan om over het water naar U toe te komen!” Jezus zei: “Kom!” Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij op de wind ging letten, werd hij bang en hij begon te zinken. Hij schreeuwde: “Heer, red mij!” Onmiddellijk stak Jezus zijn hand uit en greep hem. En Hij zei: “Je hebt niet genoeg geloof! Waarom ging je twijfelen?” Ze klommen in de boot. Toen ging de wind liggen. De leerlingen in de boot vielen voor Hem op hun knieën en zeiden: “U bent werkelijk de Zoon van God!”
Ik ben ook een twijfelaar, een kleingelovige. Ik weet het, ik weet het. Ik kom meestal over als diepgelovig en vroom, maar de waarheid is dat ik altijd aan alles twijfel. Mezelf, mijn medemens, de waarheid, God … Ik heb altijd het gevoel dat ik niks doe en als ik wel iets doe, dat ik het niet goed (genoeg) doe. Dat breekt me menigmaal op. Maar omdat ik mezelf redelijk goed ken, ga ik gewoon door met iets zodra ik dat besloten heb en laat ik me door tegenslag niet gauw van de wijs brengen.

Inmiddels bid ik al acht maanden elke zaterdag (min drie tot nu toe, twee omdat ik muziek te doen had en één wegens ziekte) in de kapel van de Johanneskerk (we noemen die: de kleine Johannes) van half drie tot vier voor vrede in de wereld. Ik heb een periode lang gebeden door te kleuren. Ik heb twee boeken over de Exodus van het volk Israël uit het land van de farao alwaar ze als slaven werden gehouden, gelezen en ik heb lange tijd in stilte gebeden. Tegenwoordig bid ik de rozenkrans; past precies in anderhalf uur, probeer het maar eens 😉 Zodra er mensen de kerk binnenlopen, sta ik op, heet ze van harte welkom en vraag of ze samen met mij willen bidden voor de vrede. Toeristen verschuilen zich dan achter de taalbarrière. Wat niet helpt; ik heb deze uitnodiging in het Nederlands, Engels, Duits én Frans paraat. Evenals de gebeden die ik altijd gebruik. Toch zeggen de meeste mensen nee. Nee, ik wil niet bidden. Nee, ik heb geen vier minuten stilte/luisteren/net-doen-alsof-ik-bid over voor vrede in de wereld, is wat ik hoor. En iedere keer doe ik net alsof het me niet raakt en iedere keer voel ik een speldenprikje door mijn ziel gaan …

Voor elke mens die wel mee wil bidden, komen er drie de kerk binnen die keihard nee zeggen. Ze zeggen nee tegen bidden en zo zeggen ze nee tegen God en het voelt ook alsof ze nee zeggen tegen mij. Wat ze natuurlijk in feite en letterlijk ook doen. Ik word er weleens een beetje wanhopig van . En dan bid ik God om de mensen de waarde van het gebed te leren (h)erkennen. Afgelopen zaterdag was het weer zo een dag. Het was erg mooi weer en ook al woei de wind best krachtig, er waren veel mensen op straat. De meeste mensen liepen langs de kerk, wat ik goed kan horen omdat de grote deur altijd openstaat. Sommige kwamen binnen, keken wat rond of draaide op de drempel alweer om toen ze zagen dat de deur naar de grote kerk dicht zat en ze alleen in de kapel konden komen. Mijn uitnodiging werd steeds afgeslagen. Op één jonge jongen na die op mijn uitnodiging een bedachtzaam gezicht trok, zijn handen uit zijn broekzakken haalde en zo goed als fluisterde: ja, dat kunnen we wel even doen. Het gebed van paus Johannes Paulus II vond hij erg mooi, zei hij na het Amen. Na deze medebidder kwamen er zeker tien mensen de kerk binnen die niet wilde bidden. Ik begon langzamerhand de moed te verliezen. De twijfel sloeg toe. Waarom zit ik elke zaterdag te bidden voor vrede in de wereld terwijl het blijkbaar het gros van de mensheid niet kan boeien, wereldvrede. Of misschien geloven ze er gewoon niet meer in. Ze geloven in ieder geval niet in God. En niet in bidden. En ze geloven ook niet in mij, wat doe ik hier eigenlijk?
Je hebt vast ook wel van dat soort Getsemane momenten. Momenten waarop het logischer lijkt om op te geven dan door te gaan. Momenten waar de wanhoop nabij is. Momenten waarin alles zinloos, hopeloos en troosteloos lijkt.
Er komen een man en een vrouw samen de kerk binnen. Ik denk een jaar of 40, 45. Ik denk geen echtpaar, maar vrienden of broer en zus. Opgeruimd, zongebruind en in zomerse kleding. De vrouw loopt parmantig voorop. De man heeft meer aandacht voor zijn omgeving en de beelden die voorin de kapel staan. Ik richt mijn uitnodiging derhalve tot de vrouw. Wilt u samen met mij bidden voor vrede in de wereld? De vrouw knikt richting de man en hoewel even in verwarring, richt ik me daarop tot de man en vraag opnieuw: wilt u samen met mij bidden voor vrede in de wereld? Hij kijkt me recht in de ogen en zegt monter: dat gaan we doen, want bidden doe je samen! De man komt rechts en de vrouw links van me staan. Ik steek eerst even een kaarsje op, zegt de vrouw en betaalt middels de QR-code die aan het kaarsenrek hangt. Ik heb ondertussen een gesprekje aangeknoopt met de man en mis dat ze al een kaarsje heeft aangestoken dus toen ze betaald had, maande ik haar nu ook een kaarsje te branden. Dat heb ik al gedaan voor ik betaalde, glimlacht ze. Ik begin mijn gebed en het Onze Vader wordt hardop en volmondig meegebeden. Bedankt voor het samen bidden, zeg ik na het Amen zoals ik dat altijd zeg. De man grijpt mijn hand vast en zegt: je laat Gods stem horen en daarvoor wil ik je graag zegenen, als dat mag. Maar hij wacht niet op antwoord, tekent met zijn duim een kruis op mijn voorhoofd en geeft me Gods zegen.

Leer ieder van ons het licht van de berg Tabor te bewaren om trouw te kunnen zijn in Getsemane.
Mat. 17, 1-9 Gedaanteverandering van de Heer op de berg Tabor Zes dagen later nam Jezus alleen Petrus, Jakobus en Johannes (de broer van Jakobus) mee een hoge berg op. En ze zagen Hem plotseling veranderen. Zijn gezicht begon te stralen als de zon en zijn kleren werden zo wit als het licht. Plotseling zagen ze Mozes en Elia met Jezus spreken. Petrus zei tegen Jezus: “Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als U dat wil, zal ik hier drie tenten neerzetten. Eén voor U, één voor Mozes en één voor Elia.” Op datzelfde moment kwam er een stralende wolk om hen heen. En een stem zei vanuit de wolk: “Dit is mijn Zoon, van wie Ik heel veel houd. Ik ben erg blij met Hem. Luister naar Hem.” Toen de leerlingen dit hoorden, lieten ze zich op de grond vallen van angst. Maar Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: “Sta op, wees maar niet bang.” Toen ze opkeken, zagen ze niemand meer. Alleen Jezus was er nog. Terwijl ze de berg afdaalden, zei Jezus tegen hen: “Vertel niemand wat jullie hebben gezien. Jullie mogen het pas vertellen als de Mensenzoon uit de dood is opgestaan.”
Wat een prachtig verhaal. Je bent gezegend door God zelf zo voel ik het. Blijf vooral elke zaterdag in de kerk zitten bidden Rachel, Of iemand nou mee bid of niet, je doet er goed werk mee, en we zijn je er dankbaar voor (ook als we dat niet weten.)
LikeGeliked door 1 persoon