Ik liep met de dominee mee. Ze vertelde over een skypegesprek dat ze had met vrouwen in Oekraïne en hoe ze al sinds het begin van de oorlog deze vrouwengroep begeleid en geestelijk ondersteunt. Heel bijzonder vind ik dat. Ik denk vaak dat ik wel ongeveer weet wat iemand doet en dan hoor je zoiets bijzonders. Ik vind het tenminste heel bijzonder dat iemand dat doet, een gespreksgroep online. Ik kan er zelf niet zoveel moet ik eerlijk toegeven, dat zal er ook mee te maken hebben, met mijn bewondering. Bewondering lijkt soms veel op verwondering 😉 Ze vertelde dat ze het gesprek op een positieve noot wilde eindigen en vroeg eenieder wat het is dat je op de been houdt. Iedereen had zo een antwoord. Haar antwoord was sisterhood, ja, daar komt het toch altijd weer op neer. Mooi mooi mooi.

Ze bedoelde dat natuurlijk algemeen, maar ik kon er niks aan doen dat ik toch moest denken aan mijn eigen (biologische) zussen en hoe wij met elkaar omgaan de laatste jaren. Zeker sinds ons Moeder overleed.

Het was mijn beurt om voor te gaan bij het Coventrygebed Meestal gebruik ik mijn overweging die ik daarvoor schrijf als onderdeel van dit blog, maar dit keer twijfelde ik daarover. er staat een passage in over mijn zus en die vindt het misschien wel niet leuk als ik dat openbaar maak. Ik bedoel, als ik die voordracht één keer houdt in besloten kring (er waren vandaag vijftien bidders) dan is er geen mens overboord, maar als ik het in dit blog schrijf….niet dat heel veel mensen dit blog lezen, maar toch.
Bij het koffie drinken na het gebed, sprak een medebidder mij aan. Ze was zo blij met mijn verhaal. Ze vond echt dat ik het goede voorbeeld gaf en zij ging zeker haar best doen om mijn raad op te volgen. Ik was natuurlijk gecharmeerd van haar complimenten, maar ook een beetje beschroomd. Ik begreep eerst niet hoe mijn gedeelde kwetsbaarheid haar zou kunnen helpen. Ze vertelde dat ze afgelopen zomer vier weken bij haar zus in het buitenland zou blijven. Maar de eerste week hadden ze al zoveel ruzie gekregen dat ze eigenlijk weer naar huis wilde. Omdat ze met andere mensen mee was gereden en die haar pas over drie weken weer op zouden komen halen, was ze gedoemd te blijven of op een andere manier weer in Nederland terug te komen. Gelukkig, zo ging het verhaal verder, ging haar zus met haar man een weekje weg zodat ze even bij kon komen. De laatste twee weken waren weer zeer tumultueus en ze was blij toen ze opgehaald werd. Haar zus bleek echter min of meer blind voor de geleden spanningen want ze vroeg haar volgende zomer terug te komen. “Ik had haar nog geen antwoord gegeven, maar na jouw verhaal denk ik dat ik het wel kan.”

Op de fiets onderweg naar huis bedacht ik dat het misschien toch wel een goed onderdeel van mijn blog zou kunnen zijn. Het is tenslotte niet aan mij om te bepalen wat iemand anders aan mijn teksten heeft of in mijn teksten leest. Hieronder dus mijn preekje van vandaag:
Afgelopen Zondag was het de opening van de week van het gebed en we vierden dat met een oecumenische viering voor de eenheid van de Christenen. Op Texel waren er twee diensten: één in Oudeschild en één in Den Burg. De bedoeling was dat niemand in zijn eigen kerk zat en dat is min of meer gelukt. Veel mensen die normaal gesproken in die kerk in Den Burg kerken waren met de dominee naar Oudeschild gekomen. Natuurlijk waren er in Oudeschild veel Skillers, maar ik zag toch ook veel mensen uit andere dorpen. Ik speelde als vrije muziek een kleine suite van Jurriaan Andriessen voor blokfluit en piano, samen met een ándere dominee die vrij had omdat we op Texel meer dan twee dominees hebben.
De dominee die voorging was de dominee van de doopsgezinde gemeente. Hij begon de dienst met te vertellen dat hij tegen eenheid van kerken is. Want, zo legde hij uit, het is juist mooi dat iedere denominatie zo zijn eigen eigenaardigheden heeft. Zo is het voor een doopsgezinde een daad van geloof een kaars aan te steken met een lucifer in plaats van een lont, een andere kaars of een aansteker. Omdat de doopsgezinde kerk begonnen is in een kleine keuken in Zürich (het fijne weet ik er niet van, dit is wat hij vertelde) waar iemand gedoopt wilde worden en waar heb je water, een kaars én lucifers om de kaars aan te steken? (Allemaal dingen die je nodig hebt voor een doop.) Juist. In de keuken. In de doopsgezinde traditie steekt men derhalve kaarsen aan met lucifers. Hij was bang dat die kleine verschillen, die kleine extra daden van bevestiging van geloof (die in elke denominatie bestaan) dat die verloren zouden gaan als de kerken één worden.
Ik kan het op zich wel met hem eens zijn, maar hij vergist zich natuurlijk schromelijk want het gaat niet over eenheid van kerken, het gaat over eenheid van Christenen. Met al onze verschillen, in al onze diversiteit kunnen we toch één zijn in Christus? Hij ons hoofd, wij Zijn ledematen. Zoiets. En van al mijn verschillende ledematen vraag ik andere dingen. Mijn voeten hoeven geen piano te spelen en mijn armen hoeven niet te lopen. Er mag dus verschil zitten in hoe je viert of hoe je gelooft, maar we geloven toch allemaal dat Christus onze Heer en Broeder is die voor onze zonden gestorven is aan het kruis, is gestorven en begraven en de derde dag verrezen is uit de dode, die opgestegen is ten hemel en zit aan de rechterhand van God de almachtige Vader.
Zolang wat we gemeen hebben groter en sterker en belangrijker is dan onze verschillen, is er hoop en ruimte voor eenheid.
Mijn zus bijvoorbeeld ziet de wereld heel anders dan ik. Zij noemt romantische films en boeken hetero-propaganda en gelooft absoluut niet in verschillen tussen man en vrouw. Ze is zelf half man half vrouw (noem je dat non-binair? Ik denk het) en heeft dat zelfs officieel laten veranderen in haar paspoort, rijbewijs en burgerregistratie. Waar bij mij een V staat, staat er bij haar een X. Omdat ze niet gelooft dat het belangrijk is of je een man of een vrouw bent, omdat ze vindt dat het niemand iets aangaat hoe zij er onder haar kleren uitziet of wat ze in de slaapkamer doet. Ze ziet de wereld anders dan ik en vindt het waarschijnlijk ook niet leuk dat ik haar zus noem en “ze” en “haar” gebruik. En toch is ze één van mijn favoriete mensen op deze wereld. Gewoon om al die andere dingen die ze is en doet. Omdat we meer gemeen hebben dan verschillend. Omdat de verschillen niet belangrijk genoeg zijn voor mij om haar te laten vallen. We hebben afgesproken dat we het over een aantal dingen niet eens zijn en daar hebben we het niet over. We hebben het over andere, even belangrijke dingen.
Natuurlijk kun je altijd met iemand ruzie maken omdat je het met elkaar oneens bent, maar het loopt meestal uit op een piswedstrijdje en wordt er alleen maar steeds harder geschreeuwd en niemand luistert meer. Zandbakgedrag, noem ik dat. Kinderen in de zandbak maken zich druk over hun gelijk en het ongelijk van de ander, schreeuwen om het hardst dat de ander begon en slaan erop als ze hun zin niet krijgen. Het is niet zo belangrijk wie er begon, belangrijker is wie er een eind aan maakt!
Eenheid van de Christenen, eenheid onder mensen, het kan zo mooi zijn. Het kan de wereld zoveel liever, zachter en mooier maken als we zoeken naar wat ons verenigd en vergeten of voorbij kijken naar wat ons verdeeld.

Tel uw zegeningen, tel ze één voor één. Tel ze allen en vergeet er geen. Tel ze allen, noem ze één voor één en je ziet Gods liefde dan door alles heen!