Geloof of Gebrek

Het koninkrijk van God is geen kwestie van spijs en drank, maar is gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest. Wie op deze wijze Christus dient, is door God aanvaard en geacht bij mensen. Wij streven dus naar wat de vrede en de opbouw van onze gemeenschap bevordert. Breekt het werk van God niet af om wat spijs. Zeker, alles is rein; maar het wordt slecht voor de mens, die door zijn eten aanstoot geeft. Het is lofwaardig, geen vlees te eten en geen wijn of iets anders te drinken, wanneer uw broeder zich daaraan ergert. Houd uw overtuiging voor uzelf, en voor God. Gelukkig hij, die zich niets te verwijten heeft bij wat hij zich veroorlooft. Rom. 14, 17-22

Ik schrijf vaak over de Bijbel of over mijn geloof in God en Jezus Christus. Meestal omdat ik ergens over heb lopen tobben en niet alleen wil ik dat dan delen, het opschrijven helpt me ook mijn gedachten te ordenen. Soms raakt een tekst me gewoon diep of ik snap het niet en moet dan heel diep graven voor een antwoord. Vaak is er ook helemaal geen antwoord. Soms is het gewoon fijn te schrijven en te hopen dat iemand het leest en er wellicht iets aan heeft. Het gevoel dat iemand luistert, dat ik er toe doe. Zoiets.

waarom lukt het toch niet???

Ik heb zelf een diep geloof in God en ik houd van lezen in de Bijbel. Ik houd van de verhalen en van de diepere betekenis die vaak niet makkelijk te vinden is. En ik houd ervan dat het er soms bovenop ligt. Ik houd het meeste van de psalmen. En van het boek Job, dat ik al meerdere keren van A tot Z heb gelezen in diverse vertalingen en waarover vele boeken zijn geschreven, waarvan ik er ook een paar gelezen heb. Ik ben gedoopt in de Rooms-Katholieke kerk maar als organist heb ik veel verschillende denominaties van binnenuit meegemaakt en gezien en hoewel ik nog steeds graag een mis bijwoon, zie ik op zich weinig verschil tussen de ene of de andere eredienst. Het verschil zit m, wat mij betreft, vooral in de kwaliteit van de geboden muziek (kan ook beroepsdeformatie zijn, als (kerk)musicus ben ik natuurlijk vrij kritisch op de kerkmuziek) en zeker ook de kwaliteit en lengte van de preek. Heb ik er iets aan? Komt het binnen, ga ik er over nadenken of maakt het dat ik een bepaalde lezing anders ga zien? Dat zijn allemaal belangrijke dingen en ik denk niet alleen voor mij. Sterker nog: ik denk dat de meeste religies eenzelfde fundament hebben. Vrijwel alle wetten en geboden kun je samenvatten in het aloude WAT GIJ NIET WILT DAT U GESCHIEDT, DOE DAT OOK EEN ANDER NIET.

Zo zie je maar weer, er is veel minder verschil dan we graag willen. Als we ons nou eens zouden concentreren op wat we gelijk hebben in plaats van waarin we verschillen. Zou dat helpen? Zou dat de wereld vrediger en vreugdevoller maken?

Vaak als ik een blogje heb geschreven, kom ik in gesprek met mensen die het gelezen hebben en erover door willen praten. Ik ben daar altijd voor want ik houd ervan over God te praten en ik scherp graag mijn kennis aan die van een ander. Het gebeurt dan regelmatig dat het gesprek na een korte tijd verwordt tot een bekering. Ik krijg dan te horen dat wat ik geloof niet het juiste geloof is en dat ik verward ben en teveel waarde aan het Woord hecht. Of te eenzijdig denk. Ik denk toch dat het niet waar is. Ik ben een Christen en ik behoor volgens mijn doop tot de Rooms-Katholieke kerk, maar ik ben vrij kritisch, bijzonder opmerkzaam en heb een goed stel hersens. Ik denk mijn eigen dingen en integreer alles wat mij aanstaat in mijn eigen geloof. Ik ben dan ook een groot fan van Charles Fillmore die in zijn Unity Church leden van elke denominatie aanvaard. Als je bij zijn kerk wilt horen, mag je gewoon in je eigen kerk blijven. Het is een soort naast de kerk kerk. Het belangrijkste voor de Unity is het gebed en dat wordt dan ook enorm gepromoot. Ik ben daar vóór! Ik denk ook dat bidden heel belangrijk is, om contact met God te maken en te houden maar ook om eigen gedachten te ordenen en duidelijkheid te verkrijgen in wat goed is en wat God van mij vraagt. In gebed dichtbij Hem komen, dat is het eigenlijk.

Een goed mens worden die weinig sporen achterlaat. Die door goede daden te doen laat zien wat Christen zijn betekend. Geloof heeft alleen waarde als het door daden gedragen wordt. En dan: wie weet nu zeker wat er gebeurd na de dood? Geloof is precies dat: niet zeker weten waarheen je gaat, en toch gaan!

Geloof is een stok om op te steunen en niet om mee te slaan!

niet te groot en niet bang

In mijn vorige blogje schreef ik over mijn boekenkeuze. Dat die zeer divers is. Met muziek heb ik dat ook. Ik heb, anders dan bij schrijvers, wel drie lievelingscomponisten: Messiaen, Hindemith en Reger, maar dat is nou direct muziek die iedereen aanspreekt. Nou speel ik ook graag Mozart, Bach en Haydn, maar het komt toch meestal neer op veel eenvoudiger muziek. Liederen uit het liedboek, Taizémuziek en eenvoudige meerstemmige missen van Nederlandse componisten als de Klerk, van der Peet, van der Put en aanverwanten in de kerk. Liedjes van The Beatles tot en met Vader Abraham met mijn zanggroep en marsmuziek met de fanfare. (Heus niet alleen marsmuziek, we spelen ook prachtige stukken, van Jacob de Haan bijvoorbeeld, maar even kort door de bocht.) Er komt dus nogal wat muziek langs. En dan deel ik mijn YouTube account met Henk die meestal met jazz bezig is, maar ook vaak voor leerlingen hardrock of kleuterliedjes uit moet zoeken. Het is dus niet vreemd dat de aanbevelingen zeer ver uiteen lopen, die worden immers gerelateerd aan eerdere bezoekjes en die lopen ook nogal uiteen! Zo werd mij onlangs een filmpje aanbevolen gemaakt in Bodegraven tijdens de kerkdienst van de gereformeerde gemeente op Hervormingsdag. Iemand die niet te groot is en ook niet bang voor dominees. Klik even op de link onder ‘dominee’, écht de moeite waard! Ik beloof het.

Ik was oprecht ontroerd door dit filmpje! Zo mooi hoe een dominee uit zo een strikte denominatie een zo duidelijk beeld schept dat werkelijk iedereen kan voelen en/of begrijpen. Natuurlijk moet ik even door de context heen kijken; het was wellicht de reformatie die dit beeld naar de mensen bracht, het was zeker niet Maarten Luther. Luther wilde de kerk hervormen, een schisma is nooit zijn intentie geweest! Zelf ben ik niet zo fanatiek daarin, denk ik. Het maakt mij op zich niet zoveel uit wat iemand anders geloof. Ik heb al moeite genoeg met begrijpen wat ik zélf geloof! 😀 Ik heb vrij regelmatig contact met mensen uit de gereformeerde gemeente en ik kan niet anders dan toegeven dat ik daar heel graag ben. Ik weet natuurlijk ook wel dat dit maar één gezin is uit de hele kerk en dat er hoogstwaarschijnlijk ook wel mensen tussen zullen zitten met wie ik niet makkelijk omga, maar dit gezin…Ze zijn zo vol liefde en warmte en zo…ik weet niet, gewóón. Ik heb weleens discussie over de Schrift met ze en dan delf ik altijd het onderspit. Ik kan wel denken dat ik de psalmen ken, maar als ik met hen praat weet ik er niks van. Gek genoeg heb ik helemaal geen last van mijn sociale angsten als ik bij deze mensen over de drempel stap. Dat realiseer ik me nu pas. Ik ga er eens over nadenken en wellicht dat het in een volgend blog nogmaals ter sprake komt. Voor nu wilde ik eigenlijk alleen het mooie filmpje van de dominee Treur uit Bodegraven met u delen. Iemand die niet te groot is … en niet bang voor dominees.

Christus Koning

Ik kijk graag naar programma’s waarin mensen naar een huis zoeken. Of hun huis gaan verbouwen. Je kent ze vast wel: home improvement, amazing interiours, kinderen kopen een huis, tiny house nation, escape to the country (=droomhuis op het platteland), huizen onder de hamer. Ik weet niet precies waarom, maar ik vind het leuk die mensen te volgen op zoek naar hun droomhuis en dan te vergelijken met mijn eigen smaak en mening. Meestal wil ik iets heel anders dan er uiteindelijk beslist wordt, maar wellicht is dat ook wel de charme van dit soort reality tv. Bij Tiny House Nation, waarmee mijn interesse voor dit soort programma’s is begonnen, kan ik me soms enorm verbazen (tot zelfs ergeren aan toe) dat mensen altijd lopen te klagen over de minimale ruimte die ze krijgen aangeboden. Hallo!!! Je gaat in een TINY house wonen, tiny betekent piepklein! Misschien toch wel handig als je je eerst even verdiept in waar je aan begint. Opmerkingen over een te kleine badkamer, te weinig opslagruimte en te lage plafonds veeg ik dan ook moeiteloos van tafel. Het enige waar ik in mee kan gaan, zijn opklapbedden. Als ik in een tiny house zou gaan wonen (en ja, dat zou ik gráág doen, maar ik heb een heel fijn huis waar ik heel prettig woon met mijn lieve echtgenoot die er niet aan moet dénken om tiny te gaan wonen) zou ik absoluut een loft (een open zolder, een vide) willen hebben. Daar kan ik dan slapen en mijn slaapspullen lekker laten liggen. Ik moet er niet aan denken iedere dag mijn bed weer af te halen in de ochtend om het in de avond weer terug op te maken. Dat vind ik een legitieme klacht.

…dacht ik terwijl ik de tarp oprolde en mijn beddengoed, bestaande uit een slaapzak, een fleecedekentje en een kussen, in de dekenkist vouw en mijn hangmat oprol. Want ik doe dat al jaren elke dag! En ik heb me er nog nooit aan geërgerd! Ik erger me er wél aan als ik er later op de dag achter kom dat ik vergeten ben mijn hangmat op te ruimen. Het is maar net met welke ogen je kijkt. Dat geldt voor zoveel dingen! Het is maar net met welke ogen je kijkt.

Ik was bijvoorbeeld eens met een parochiedagje mee op reis door Brabant waar we allerlei kerken bezochten en een tentoonstelling van religieuze kunst en daarna natuurlijk ergens lekker eten en drinken, zoals dat hoort als je dagjes uit gaat. In de tentoonstelling hing een kruisbeeld met niet een lijdende Jezus, maar Jezus als Koning eraan. Ik vond dit een aanstootgevend beeld, omdat ik die twee dingen graag gescheiden houd. Ik ben sowieso van de dingen gescheiden houden. In mijn hoofd is het moeilijk om de lijdende Christus te verenigen met de opgestane Christus. Misschien denk ik wel té lineair, maar voor mij is het duidelijk dat de lijdende Christus vóór de opgestane Christus komt. Een andere parochiaan was helemaal waus van dit beeld, Ze vond het zó prachtig en zó mooi en zó verhelderend. Ik vroeg haar natuurlijk waarom, en zij legde uit dat in dit beeld voor haar de opgestane Christus tot leven kwam. Nooit eerder had ze verder kunnen denken dan de lijdensweg van Goede Vrijdag. Natuurlijk had ze Pasen gevierd in haar leven en wist ze van de Opstanding en het verheerlijkt Lichaam en dat Christus ons voor is gegaan en voor ons een plaats klaarmaakt, maar de werkelijkheid ervan, het geloof erin, dát werd bij haar pas levend bij het zien van dit beeld. Op dat moment vond ik haar maar vreemd praten, maar later werd het me duidelijk. Zij keek met andere ogen. Wil ik graag de dingen gescheiden houden om hun verband te kunnen zien, kijk ik meer naar het grote plaatje en meer van afstand, voor haar (geloof) was het van belang het verband tussen die dingen heel duidelijk te maken door ze heel direct met elkaar te verbinden.

20 november 2022 vieren we in de Rooms-Katholieke kerk het Hoogfeest van Christus, Koning van het Heelal. Toen ik afstudeerde als kerkmusicus schreef ik mijn scriptie over dit feest, of eigenlijk over het Gregoriaans geplaatst op nieuwe feesten. Dit moet ik even uitleggen. Het Gregoriaans, de officiële muziek van de kerk, is opgeschreven tussen 800 en 1000. Daarvoor werd het allang gezongen en mondeling van leraar op leerling overgebracht. Sommige ingewikkelde stukken werden middels neumen, kleine kriebeltjes boven de tekst die aan moeten geven hoe de melodie verloopt maar niets zeggen over toonhoogte of ritme. Paus Gregorius de Grote gaf opdracht alle gregoriaans te verzamelen en te unificeren. Zo is het Gregoriaans ook aan zijn naam gekomen, maar dit terzijde. Na het jaar 1000 zijn er nog legio feesten aan de rk-kalender toegevoegd en om de continuïteit te waarborgen moest er ook op deze feesten Gregoriaanse muziek (kunnen) klinken. Gelukkig is het in de RK-kerk al eeuwenlang traditie om melodieën her te gebruiken door er een andere tekst op te plaatsen. Ik kijk dus naar dit feest met ogen van kennis en ergernis, want ik ben zo lang met die scriptie bezig geweest dat ik het feest eigenlijk nooit meer wil vieren. Terwijl de meeste parochianen het blij tegemoet zien want het is de laatste Zondag van het kerkelijk jaar en de eerstvolgende Zondag is de eerste Zondag van de Advent en dus is het bijna Kerst! Genoeg reden voor een feestje 🙂

neumen

Het is derhalve van belang dat ik begrijp dat als ik met mijn eigen ogen kijk, ik andere dingen zie dan andere mensen die ook met hun eigen ogen kijken. Op het moestuinencomplex waren er nogal wat tuintjes dit jaar die niet bijgehouden werden. Elk jaar zijn er natuurlijk mensen die geen of te weinig tijd voor de tuin hebben, maar dit jaar viel het extra op. Niet alleen omdat er relatief veel nieuwe mensen bij waren gekomen, maar ook omdat er gewoon veel tuinen niet bijgehouden werden. Het was misschien niet een uitzonderlijk mooie zomer, maar de moestuin heeft een monsteroogst opgeleverd! Jammer dat de nieuwe mensen er niet van hebben kunnen profiteren omdat ze toch mooi-weer-tuinders bleken te zijn. Laatst waren we op de tuin en hebben we even een inspectierondje over het hele complex gedaan. Leuk om te kijken waar mensen mee bezig zijn en wat ze laten liggen. We vinden onze eigen tuin natuurlijk het allermooist en het beste ingericht, maar zeggen we dan tegen elkaar, we mogen onze professionele manier van tuinieren niet vergelijken met deze liefhebbers (amateurs) En dan lachen we elkaar een beetje beschaamd en toch ook trots toe, want we vinden onze eigen tuin écht het mooist! Maar ach, dan komen we erachter dat die ene man zijn tuin niet heeft bewerkt dit jaar omdat hij het altijd samen met zijn vrouw deed en die is begin dit jaar overleden. En die andere mevrouw, ruim in de 80, die altijd met de rollator op de tuin komt en nauwelijks geholpen wordt door haar kinderen, die is van de trap gevallen en heeft een been gebroken. En die man recht tegenover ons aan de andere kant van de sloot heeft zes weken lang in het buitenland gezeten voor zijn werk….geen wonder dat het gras bijna boven de appelbomen uitgroeit! Zo zie je maar weer: elk huis heeft zo zijn eigen kruis te dragen. Niet oordelen, maar proberen Simon van Cyrene te zijn voor de mensen.

En zij dwongen een voorbijganger, Simon van Cyrene, die van de akker kwam, de vader van Alexander en Rufus, dat hij Zijn kruis droeg. Marcus 15, 21

Simon van Cyrene helpt Jezus kruis dragen. 2000, Köder. Duitsland, Rosenberg.

Proberen te kijken dus met andermans ogen. Misschien wel de moeilijkste en de mooiste opdracht die we in dit leven kunnen krijgen. Pas als je met andermans ogen kunt kijken en kunt voelen wat de ander voelt, pas dán kan er werkelijke empathie en begrip groeien. En dat is het begin van VREDE.

Zaligsprekingen

Ik las een boek. Nou is dat niet zo vreemd want ik lees heel veel boeken. Ik heb ook niet echt een genre of een soort boek wat ik graag lees. Mijn criterium is eigenlijk alleen dat ik mezelf moet kunnen verliezen in het boek. Want dat is de voornaamste reden om te lezen: weg uit deze wereld. Veel belangrijker dan het onderwerp of het verhaal is voor mij dus de sfeer, het taalgebruik en of ik me kan inleven in de hoofdpersoon en/of de situatie. Het gevolg is dat ik net zo makkelijk science fiction van Asimov lees als een feelgood roman van de Engelse schrijver Mansell. Net zo graag het fantastische boek The story of God van Matheson met zijn unieke kijk op God en Zijn schepping als De woede van Abraham van Braam over de bouw van het Noord Hollands kanaal. Als het me maar grijpt in de eerste paar bladzijdes. Als je meer wilt weten over wat ik allemaal lees, klik dan hier. Af en toe komt er een boek langs dat me meer grijpt dan anderen.

Raak de wonden aan van de Tsjechische priester en filosoof Thomas Halik is zo een boek. Ik heb al wel meer van hem gelezen maar dit boek kwam echt binnen. Hij schrijft (natuurlijk) over de apostel Tomas die voor ons de belangrijkste apostel is. Hij was de eerste die een Credo (geloofsbelijdenis) uitsprak. Hij leert ons geloven zonder te zien. Ik heb al eerder over hem geschreven, zie hier.

En Thomas, een van de twaalf, Didymus genoemd, was niet bij hen toen Jezus daar kwam. De andere discipelen dan zeiden tegen hem: Wij hebben de Heere gezien. Maar hij zei tegen hen: Als ik in Zijn handen niet het litteken van de spijkers zie, en mijn vinger niet steek in het litteken van de spijkers, en mijn hand niet steek in Zijn zij, zal ik beslist niet geloven. En na acht dagen waren Zijn discipelen weer binnen en Thomas was bij hen. Jezus kwam terwijl de deuren gesloten waren, en Hij stond in hun midden en zei: Vrede zij u. Daarna zei Hij tegen Thomas: Kom hier met uw vinger en bekijk Mijn handen, en kom hier met uw hand en steek die in Mijn zij; en wees niet ongelovig, maar gelovig. En Thomas antwoordde en zei tegen Hem: Mijn Heere en mijn God! Jezus zei tegen hem: Omdat u Mij gezien hebt, Thomas, hebt u geloofd; zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven. Joh. 20, 24-29

Het interessante van het schrijven van Halik over Tomas vind ik de lijnen die hij legt. Niet alleen van de geschiedenis naar ons toe, maar ook binnen de geschiedenis zelf. Waar Pilatus na Zijn geseling Jezus aan het volk toont en zegt: ecce homo! (Zie hier de mens) laat Jezus zich van Zijn menselijke kant zien. Hij die zonder zonden was en niet had mogen sterven, omarmt Zijn mens-zijn dusdanig dat Hij niet anders dan gehoorzaam aan de Vader Zijn lot ondergaat. Zijn menselijke kant. Waar Tomas Hem na Zijn Opstanding uiteindelijk herkent en zonder aarzeling roept: mijn Heer en mijn God! De eerste geloofsbelijdenis. Hier laat Jezus zich van zijn Goddelijke kant zien, Zijn verheerlijkt lichaam na de opstanding, en Tomas mag het niet alleen zien hij mag Hem ook aanraken. Daar waar Jezus na Zijn opstanding tegen de vrouwen zegt: raak me niet aan! geeft Hij Tomas gelegenheid zich te vergewissen dat Hij daadwerkelijk zijn vriend en rabbi Jezus is, de opgestane Heer.

Jezus zei tegen haar: Vrouw, waarom huilt u? Wie zoekt u? Zij dacht dat het de tuinman was, en zei tegen Hem: Mijnheer, als u Hem weggedragen hebt, zeg mij dan waar u Hem neergelegd hebt en ik zal Hem weghalen. Jezus zei tegen haar: Maria! Zij keerde zich om en zei tegen Hem: Rabboeni; dat betekent: Meester. Jezus zei tegen haar: Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar Mijn Vader, maar ga naar Mijn broeders en zeg tegen hen: Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader, en naar Mijn God en uw God. Joh. 20, 15-17

Portugese School, 15e eeuw

Toen nam Pilatus dan Jezus en geselde Hem. En de soldaten vlochten een kroon van dorens en zetten die op Zijn hoofd, en zij deden Hem een purperen bovenkleed om, en zeiden: Gegroet, Koning van de Joden! En zij gaven Hem slagen in het gezicht. Pilatus dan kwam weer naar buiten en zei tegen hen: Zie, ik breng Hem tot u naar buiten, opdat u weet dat ik geen schuld in Hem vind. Jezus dan kwam naar buiten met de doornenkroon op en het purperen bovenkleed aan. En Pilatus zei tegen hen: Zie, de Mens! Joh. 19, 1-5

Halik noemt geloven een staat van niet onverschillig zijn. Hij stelt dat er moed nodig is om de onverschilligheid achter te laten, omdat dat betekend dat je de nood en ellende van de ander daadwerkelijk gaat zien. Er is geen ruimte om voorbij te lopen aan honger, leed, pijn, dood. Door deze zaken echt te zien en binnen te laten komen in je hart, kom je dichterbij Jezus, dichterbij God. Liefde is dat ik de ander alle goeds toewens en dat ik bereid ben hem dat ook te bewijzen, zo goed als in mijn vermogen ligt. Haat betekent dat ik de ander het kwade toewens en bereid ben hem dat kwaad ook aan te doen, zodra de gelegenheid zich voordoet. (einde citaat) Daarmee wil hij zeggen, volgens mij tenminste, dat liefde en haat alleen werkelijk (kunnen) zijn als je er ook zelf iets mee of aan wilt doen. Als je echt liefde hebt voor de mensheid, loop je niet aan hun ellende voorbij, maar doe je er alles aan om dat leed te verzachten. Andere kant op ook: als je echt haat voelt, moet je ook zelf bereid zijn er iets aan te doen. Als ik zo kritisch naar mijn liefde en haat kijk, blijkt het allemaal heel wat milder te zijn dan van de buitenkant af gedacht. In iedere mens Christus zien, daar moet ik naar streven! Niet alleen in zieken en zwakken en mensen die sympathie oproepen door hun ellende, maar juist ook voor de criminelen, de haters, de slechteriken. Zij zijn ook geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. Zij zijn ook op zoek. Zij zijn ook hongerig en lijden evenzeer. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat Christus juist in hen opnieuw gevangengenomen zit. Aan ons hen te bevrijden! Ik streef er naar en ik zeg het vaak: wees aardig tegen onaardige mensen; zij hebben het het hardst nodig!

Stel je een gevangenis voor. Twee gevangenen gescheiden door een muur kunnen alleen met elkaar communiceren door te kloppen op diezelfde muur die hen scheidt. De muur die hen scheidt, is ook de enige manier van communiceren. Misschien kunnen we zo naar God kijken. Christus nodigt ons uit om met hem te communiceren. En God nodigt ons uit een relatie met Hem aan te gaan door middel van Christus. Christus kan die scheidende muur zijn die ons met God verbindt. Christus Jezus die mens is zoals wij, maar die ook God is.

Jezus zei tegen hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij. Joh. 14, 6

Jezus op de koude steen (traditionele afbeelding van Jezus tussen geseling en kruisiging)

Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op, en nadat Hij was gaan zitten, kwamen Zijn discipelen bij Hem. En Hij opende Zijn mond en onderwees hen. Hij zei: Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen. Zalig zijn zij die treuren, want zij zullen vertroost worden. Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven. Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig zijn de barmhartigen, want aan hen zal barmhartigheid bewezen worden. Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien. Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden. Zalig zijn zij die vervolgd worden om de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen. Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij. Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen, want zo hebben ze de profeten vervolgd die er vóór u geweest zijn. Mat. 5, 1-12

In de Bergrede spreekt Jezus negen zaligsprekingen. Het antwoord wat Hij Tomas geeft, kun je zien als de tiende: zalig diegene die niet hebben gezien en toch geloven.

Genezen op de Sabbat

Toen Jezus op een sabbat in een synagoge sprak, viel zijn oog op een vrouw die helemaal krom liep. Zij had deze ziekte al achttien jaar en kon helemaal niet rechtop lopen. Jezus riep haar bij Zich en zei: ‘U bent van uw ziekte verlost.’ Hij legde zijn handen op haar en op hetzelfde moment werd haar rug recht. De vrouw loofde en dankte God. Maar de leider van de synagoge was boos, omdat Jezus de vrouw op de sabbat had genezen. ‘De week heeft zes dagen om te werken!’ zei hij tegen de mensen. ‘Dan kunt u komen om genezen te worden. Maar niet op de sabbat!’ ‘Huichelaar!’ antwoordde Jezus. ‘U werkt nota bene zelf op de sabbat! Maakt u soms niet op de sabbat uw vee los van de voerbak om het buiten te laten drinken? Mocht Ik deze gelovige vrouw dan niet verlossen uit de greep van Satan, die haar achttien jaar gevangen heeft gehouden? Enkel en alleen omdat het sabbat is?’ Zijn tegenstanders schaamden zich. Maar de andere mensen waren heel blij over de geweldige dingen die Hij deed. Luc. 13, 10-17

Afgelopen week had ik, in mijn hoofd, een heel verhaal bedacht over slapen en vriendschap en dat wilde ik hier op gaan schrijven. Maar er kwam van alles tussen …… de witlof moest ingekuild, mensen gingen verhuizen, mensen vonden het nodig met mij ruzie te maken, leerlingen die wel les wilde in de herfstvakantie en ik weet het allemaal niet meer. Mijn hoofd liep om en niks lukte meer. Toen ging ook nog mijn e-reader kapot en lag ik een nacht met een koude tocht in de hangmat omdat mijn slaapzak stuk was gegaan (althans de ritssluiting. Mijn Vader zei vroeger altijd dat ritsen zijn uitgevonden door de Duivel om de mensen te leren vloeken. Ik denk dat hij gelijk had! Ik haat ritssluitingen.) Op zo een moment neemt mijn lijf het heft in eigen handen en zorgt ervoor dat ik pas op de plaats maak. Dit keer ging ik zó ongelooflijk door mijn rug. Ik heb weleens met een acute hernia in het ziekenhuis gelegen, maar dat was niets vergeleken met de pijn die ik nu had. Ik kon letterlijk alleen nog maar kruipen! Nish kwam gauw een spijkermatje brengen en na een paar dutjes daarop, kon ik weer redelijk bewegen. Mijn zelfherstellend vermogen is gelukkig groot, dus ik kon al vrij snel weer dingen doen. Zolang ik het maar bij één ding tegelijk hield en tussendoor steeds een wat langere pauze nam. Zo een spijkermatje is echt wel heel erg fijn! Ik heb er dan gelijk zelf ook één gekocht.

Omdat ik verder niet zo erg veel kon doen, heb ik veel nagedacht. Ik heb vooral nagedacht over vriendschap. En over familie. Ik heb niet zoveel vrienden, of mensen die ik mijn vriend noem. Er zijn wel veel mensen die mij vriend noemen, maar ik weet nooit zo goed wat ik daarmee moet of wat dat betekend. Ik vind dat als je zegt iemands vriend te zijn dat je er dan ten eerste altijd voor diegene bent. Ik neem mijn vrienden serieus, ook als ik het helemaal en totaal niet met ze eens ben. Ik luister, ik omarm en ik geef zonder iets terug te verwachten. Want bij echte vrienden gaat dat vanzelf. Ik ben er voor ze. En ik vertrouw erop dat zij er voor mij zijn. Dat is wellicht ook best veel gevraagd van mensen en vandaar dat ik niet zoveel vrienden heb. Het feit dat ik vrij onmogelijk ben om mee om te gaan en zeer gesloten vrijwel nooit iets van mezelf laat zien of loslaat, kan er ook iets mee te maken hebben. Ik heb één heel goede vriendin van wie ik superveel houd en die ik zeker weten midden in de nacht kan bellen en waar ze ook is, waar ik ook ben, ze springt in haar auto om me op te komen halen. Ik hoef haar nooit te bellen. Ik hoef haar nooit te schrijven, ik hoef haar echt niet elke week te zien, maar zij is er voor mij. En zo ben ik er ook voor haar. Heerlijk gevoel.

Sommige mensen hebben dat met familie. Ik weet niet zeker of ik daar nou jaloers op ben of niet. Ik verkeer wel eens in gezinnen die heel hecht met elkaar zijn en dan voel ik wel vaak een steek van het kleine groenogig monster, maar het lijkt me ook benauwend te kunnen werken. Zoals in de maatschappij dingen niet getolereerd of geaccepteerd worden, afgewezen of zelfs bestraft, zo werkt dat ook in families. Als ik op de sabbat iemand wil genezen, dan wordt daar afkeurend op gereageerd. Terwijl het helemaal niet de taak van de ander is om te oordelen. Hoe durft u te zeggen: “Kom, ik zal die splinter wel even uit uw oog halen,” terwijl u de balk in uw eigen oog niet eens ziet? Huichelaar! Haal eerst die balk uit uw eigen oog. Dan ziet u misschien scherp genoeg om die splinter uit het oog van de ander te halen. Lucas 6, 42 Net zo min het mijn taak is de ander te (ver)oordelen.

Na heel veel vijven en zessen is mijn lieve moedertje toch verhuisd naar een gezinsvervangend tehuis voor ouderen. Ze woont daar met zeven medebewoners op een gang. Overdag zijn er twee en ’s nachts is er één mens aanwezig om te zorgen. Ze eten gezamenlijk. Ze hebben een wandelclubje en ze mogen de hele dag vrij bezoek ontvangen en/of bij elkaar op bezoek gaan. Ik ben zo verschrikkelijk blij dat ze daar nu woont. Ik hoor alleen maar goede, positieve verhalen en ik zie op de foto’s hoe ze is opgevrolijkt en hoe veel meer energie ze nu weer heeft. Het is alleen jammer dat mijn schuwheid me tot nu toe heeft verhinderd zelf persoonlijk bij haar te gaan kijken. Ik heb het daar moeilijk mee. Van de buitenkant af gezien is het net of ik tegen de verhuizing was. Of dat ik niet om mijn Moeder geef omdat ik niet bij haar op bezoek kom. Of dat ik me helemaal en totaal niets van haar of de rest van mijn familie aantrek. Niets is minder waar! Maar er zijn van die dingen die zó pijn doen dat ik alleen maar kan gaan zitten wachten tot het overbeterd. Ik wíl heel graag elke dag naar Moeder voor een kletspraatje, een knuffel en een kopje thee maar mijn angst voor andere mensen verlamd mij. Ik ken die mensen niet die daar zijn en dan willen ze kennismaken, handje geven, praatje flauwekul HELP!!! Of nóg erger: ik kom daar mensen tegen die ik wél ken, in een andere context. Nu weet ik helemaal niet meer wat ik moet zeggen of hoe ik moet reageren. Voor alle zekerheid ga ik dus maar gewoon niet en gun het anderen die nu makkelijk bij Moeder over de drempel kunnen stappen. Makkelijker dan toen ze nog thuis woonde, omdat ze dichterbij woont. Maar ook omdat, ironisch genoeg, er nu 24 uur per dag zeven dagen in de week zorg is en niemand meer bang hoeft te zijn (voor andere familieleden bijvoorbeeld. Behalve ik natuurlijk, maar dat ligt aan mij, niet aan de omstandigheden)

Ik vroeg de therapeut bij wie we onlangs relatietherapie hadden of ze een uurtje met mij kon praten over al deze dingen. Ze zei dat ik veel meer en veel beter voor mezelf moet opkomen. Ophouden met invullen en zelfondermijning. Ophouden met weglopen en ontkennen en het er maar bij laten zitten. Ze vindt dat ik terug moet leren komen op onaangename situaties en dan vooral voor mezelf opkomen om te laten zien, aan mezelf, dat het soms echt niet aan mij ligt. Dat een ander ook wel eens een fout kan maken. Of boos kan worden, al dan niet terecht. Ik vind het moeilijk. Ik ben gewend de fout bij mezelf te vinden en de ander te verexcuseren, zelfs zonder dat daarom gevraagd wordt. Vergeving bestaat voor iedereen. Het is voor mij alleen bijzonder lastig mezelf te vergeven. Ik ga dat nog leren. Hopelijk.

Het innerlijk kind

Vanochtend na mijn morgengebed schoten mij twee lezingen te binnen. De eerste was deze:

De mensen brachten hun kleine kinderen naar Jezus toe. Ze wilden dat Hij hun de handen op zou leggen. Maar de leerlingen stuurden hen weg. Toen Jezus dat zag, werd Hij boos. Hij zei tegen hen: “Laat de kinderen bij Mij komen. Houd ze niet tegen. Want het Koninkrijk van God is voor mensen zoals zij. Luister goed! Ik zeg jullie: als je het Koninkrijk van God niet ontvangt zoals een kind dat doet, kun je het niet binnengaan.” En Hij sloeg zijn armen om de kinderen, legde hun de handen op en zegende hen. Matt. 10, 13-16

en dat kwam zo. Vroeger speelde ik met mijn buurmeisje altijd dat we zigeuners waren, nomaden, of toverheksen. We stookten dan een vuurtje en bakten brood en maakte soep en waren de hele dag bezig met brandhout verzamelen en dingen om te eten (die kwamen niet altijd uit de tuin; soms kwamen ze uit de voorraadkast van haar of mijn ouders) en roerden we in pannen en schudden we flesjes (met dropwater) Tegenwoordig, bijna een halve eeuw later, begint mijn dag met het controleren van groenten die staan te fermenteren, bonen die liggen te kiemen, roeren in vaten en toevoegen van ingrediënten want we zijn druk bezig met onze wintervoorraad aan te leggen. Er is in die halve eeuw niet veel veranderd; in ieder geval niet in mijn leven. Al komt de voorraad tegenwoordig wel 100% uit mijn eigen tuin! 😀

De krekel en de mier

Het volstouwen van de voorraadkast doet mij altijd denken aan de fabel van Jean de la Fontaine De Krekel en de Mier. Ik neem aan dat iedereen het verhaal kent, maar hier kun je het verhaaltje nog eens naluisteren. En daardoor kwamen beide lezingen in mijn hoofd. De eerste natuurlijk omdat het mij toeschijnt dat ik de opdracht te zijn als de kinderen vrij letterlijk heb overgenomen als levensmotto. Ik flierefluit als een krekel door het leven. Hier en daar maak ik wat muziek en verder doe ik eigenlijk alleen waar ik zelf zin in heb. Maar aan de andere kant verzamel ik als mier genoeg eten om de winter door te komen. Ik balanceer dus weer netjes op de grens, zoals te doen gebruikelijk. En dan is er nog een verschil tussen mij en de mier uit de fabel: de krekel zou ik binnenhalen en trakteren op alle lekkernijen die ik in mijn voorraadkast heb. Ik ben erg van het delen met anderen en waar er twee kunnen eten, kunnen er ook drie eten.

De andere lezing die in mijn hoofd op kwam, was de volgende:

 “Daarom zeg Ik jullie: maak je nergens zorgen over. Niet of je wel eten en drinken zal hebben. Ook niet of je wel kleren zal hebben om aan te trekken. Het leven is toch belangrijker dan het eten? En het lichaam is toch belangrijker dan de kleren? Kijk eens naar de vogels. Ze zaaien niet, ze maaien niet en ze bewaren geen voorraden in schuren. Jullie hemelse Vader geeft ze te eten. Jullie zijn toch veel belangrijker dan de vogels? Matt. 10, 25-26

En daarom maak ik me geen zorgen….probeer ik me geen zorgen te maken. En tot nu toe is dat juist gebleken! Ik zou denken hoe meer God laat zien dat Hij voor me zorgt, hoe makkelijker het wordt om zorgen en angst los te laten. Let go and let God! Maar helaas werkt het toch niet zo. Als mens zijnde ben ik toch geneigd tot tobben en wil ik verschrikkelijk graag de illusie in stand houden dat ik controle heb. Natuurlijk weet ik rationeel wel dat het leven niet maakbaar is en dat de enige vrijheid die een mens daadwerkelijk heeft de wijze is waarop hij om gaat met wat het leven hem toebedeeld. Maar emotioneel wil ik nog graag vasthouden aan de idee dat ik zélf doe, denk, ga. Overigens heb ik niet de illusie dat ik belangrijker ben dan vogels, maar dit geheel terzijde!

Als ik ’s morgens in de hangmat een kopje thee drink, kijk ik naar de overvliegende vogels en het veranderende licht. Nu de herfst serieus is gekomen, is het licht zó veel milder dan toen het nog zomer was. Ik zie de bladeren aan de bomen rondom mij langzaam verkleuren en de luchten worden steeds meer Ruysdael-achtig: dikke wolken omringt met dikke randen donkerblauw, veelkleurig grijs (met dank aan Marsman) en zo zwaar dat het bijna op de grond ligt. De lucht is dik van de zuurstof en het ruikt overal naar aarde, natte bladeren en water HERFST. Heerlijk.

En omdat het werk op de tuin echt langzaam tot een winterpauze komt, heb ik mijn accordeon weer van boven gehaald en ben ik weer dagelijks aan het oefenen. Er is bijna niets leuker dan een nieuw muziekinstrument leren bespelen!

Bonustrack: https://youtu.be/yLxdb3ov-zE The Lord is my shepherd (psalm 23, één van mijn 150 lievelingspsalmen.

psalm 23

communicatie

Het blijkt iedere keer weer opnieuw hoe moeilijk het is om te communiceren. Communiceren verwordt vaak tot het doen van mededelingen zonder aandacht voor een respons. Veel mensen wachten tot de ander klaar is met praten zodat ze zelf weer wat kunnen zeggen. Sommige mensen wachten daar zelfs niet op maar praten gewoon door iemand heen. Communicatie komt van het Latijnse woord communicare wat zoveel betekend als deelnemen aan iets of in verbinding staan met elkaar. Denk maar aan communicerende vaten.

Of, als rechtgeaard katholiek denk ik natuurlijk aan het ontvangen van communie; Brood en Wijn dat door de woorden van de priester veranderd zijn in het Vlees en Bloed van Christus. En dan moet ik even langs mijn schaamte denken, want afgelopen Zondag kwam een koster een bordje met brood en druivensap naar boven brengen wat ik niet wilde hebben. Ik had dat natuurlijk van tevoren moeten communiceren, maar ik was niet in een al te best humeur en ga dan het liefste iedereen uit de weg om escalatie te voorkomen. Achteraf heb ik daar spijt van, net als nu, maar dan is er weinig meer aan te doen. Ergens op terug komen heeft eigenlijk alleen zin als je een relatie met iemand hebt in die zin dat je diegene nog eens terugziet of nog eens met hem moet werken, dat is in mijn situatie bijna nooit het geval omdat ik nergens vast zit. Ik werk als vliegende keep en zie dus vrijwel nooit twee keer dezelfde koster, om bij bovenstaand voorbeeld te blijven. Ik probeer echt beter met anderen te communiceren maar het blijft een heikel punt voor mij, introvert, hoogsensitief en wantrouwig. Ik werk eraan, heus!

Het meest communiceer ik momenteel met mijn liefhebbend echtgenoot en dat is lang niet altijd even gemakkelijk. We spreken vaak niet dezelfde taal. Hij maakt zich nooit ergens druk over en ik kan nogal passioneel over onderwerpen worden. Hij gebruikt weinig woorden, liefst zo min mogelijk en neemt snel en accuraat beslissingen. Ik heb altijd heel veel tijd nodig om dingen te begrijpen en wil meer dan één keer horen hoe iets is gegaan (liefst meer dan 100 keer zelfs!) voor ik er zelfs maar over na ga denken wat of hoe te antwoorden. En voor die antwoorden heb ik dan ook ontzettend veel woorden nodig. Henk en ik houden veel van elkaar dus meestentijds is het geen probleem. Ik laat hem zijn ding doen en hij heeft geleerd om (meestal zonder zuchten) tien keer hetzelfde verhaal te vertellen. Soms begrijpen we elkaar echt verkeerd, maar dankzij vele jaren ervaring (en de relatietherapie) kunnen we ook daarmee om kunnen gaan.

Voor veel mensen is communiceren niets anders dan een mededeling doen. Gewoon een mededeling doen over hoe iets zal gaan of wat men verwacht. Zonder ruimte voor reflectie of overleg. Soms is een mededeling ook gewoon noodzakelijk! Bijvoorbeeld ging ik vandaag bij een leerling thuis les geven. Dat doe ik niet vaak, maar deze leerling had een nieuwe piano gekocht en wilde deze heel graag aan mij laten zien en horen. Hij woonde eerst in dit huis en toen in dat huis en toen verhuisde hij weer terug naar het eerste huis. Ik ging daar dus naar toe, maar het bleek dat hij wel in dat huis woonde maar aan de andere kant. Deze oude boerderij is namelijk verdeeld in twee woningen; één aan de achterkant en één aan de voorkant. Eerst woonde hij aan de achterkant en daar stond ik dus aan te bellen omdat hij vergeten was mee te delen dat hij nu in het voorhuis woont. Het is uiteindelijk goed gekomen en hij heeft echt een heel mooie nieuwe piano. 🙂

Communicatie rondom het nemen van een beslissing die voor meerdere mensen belangrijk is of kan zijn, is nog veel ingewikkelder. In zo een situatie zou men echt moeten denken aan de betekenis ‘deelnemen aan iets’ De mensen wie het aangaat moeten deelnemen aan het nemen van de beslissing of minstens aan het overleg dat vooraf gaat aan de beslissing. Het is dan misschien niet eens het belangrijkste dat er een compromis wordt gesloten of zelfs naar een compromis wordt gezocht. In de meeste gevallen is het allerbelangrijkste dat iedereen gehoord wordt en dat iedereen ook iedereen het gevoel geeft dat er geluisterd wordt. De weg naar de beslissing toe is belangrijk dan de beslissing zelf. Diegene die het dan niet eens (kunnen) zijn met de uiteindelijk genomen beslissing, hebben toch tenminste het gevoel dat ze hun zegje hebben kunnen doen, dat ze gehoord en gezien zijn, dat ze deelgenomen hebben aan het proces. Ook zij kunnen dan vrede hebben met het compromis.

Als je oren hebt, moet je ook goed luisteren! Mt. 11, 15 Deze zin komt vaker voor in de Bijbel. Het lijkt te zeggen dat luisteren of iemand horen echt een stuk moeilijker is dan je denkt. Ook in Bijbelse tijden moest men eraan herinnert worden dat je oren hebt gekregen om te luisteren en niet voor de sier! Of om je bril op te kunnen zetten. Communicatie. Deelnemen aan iets. Verbonden zijn met iemand.

Rozenkrans

Oktober is rozenkransmaand. Ooit ingesteld door paus Leo XIII, ergens in de 19e eeuw in navolging van Maria van de Rozenkrans. Dat feest vieren we op 7 oktober. Veel mensen, vooral katholieken, roepen dat oktober de tweede Mariamaand is, dat is nadrukkelijk niet waar. Mei is Mariamaand en oktober is rozenkransmaand. Natuurlijk bidden we zowel in mei als in oktober het liefst dagelijks, maar toch minstens één keer per week de rozenkrans, maar in mei doen we dat uit dankbaarheid voor Maria en Haar werken en voorspraak en in oktober doen we dat uit dankbaarheid voor de rozenkrans . Zoiets.

Gisteravond baden we de rozenkrans met ons onlinegebedsgroepje dat opgericht is in 2020 om toch samen te kunnen bidden en omdat de leden van dit groepje over heel Nederland en België verdeeld zijn, zijn we online bij elkaar blijven komen. In mei, in oktober en ook in de Advent en de Vasten zoeken we zoveel mogelijk mogelijkheden om ’s avonds een half uurtje bij elkaar te komen en te bidden. Vanochtend leidde ik zelf het rozenkransgebed in de kapel van de Johanneskerk hier in het dorp. Daarna drinken we dan gezellig koffie in de pastorie en praten we over het geloof en de kerk en familie en wat er dan ook maar ter tafel komt. Er zitten twee lieve, oudere dames op de gebedsgroep. Zij zijn zussen van elkaar en noemen elkaar voortdurend bij de naam. Het zou tot irritatie kunnen leiden bij elk ander, maar van deze dametjes vind ik het alleen maar getuigen van diep respect en onvoorwaardelijke liefde.

Als oktober voorbij is en de Advent begint, gaan we weer bij elkaar komen voor een Adventsgebed. De twee zussen vroegen zich af of dat ook traditie is. Tijdens het koffie drinken heb ik de discussie aangezwengeld over oude tradities en het instellen van nieuwe tradities. Omdat de kerk krimpt, lijkt het me van essentieel belang dat wij, als gelovigen, actie gaan ondernemen de kerk levend en open te houden. Het priestertekort is (in ieder geval in Nederland) enorm en we kunnen en mogen er gewoon niet op rekenen dat priesters en religieuzen (paters, fraters en zusters) ons zullen blijven bedienen waar het kerkelijke tradities betreft. We zullen als geloofsgemeenschap zélf tradities moeten gaan instellen als we willen dat de kerk open blijft. Als we willen dat de deken van gebed die om de wereld hangt geen gaten gaat vertonen, zullen we zelf in het gat moeten springen. Gelukkig waren de mensen van mijn gebedsgroep en ook de parochie-assistent het met me eens. https://youtu.be/2BLm1fREwXI

Dus naast het bidden van de rozenkrans willen we vanaf december elke zaterdag een gebed voor de vrede gaan aanbieden. De kerk open voor publiek van ALLE geloven, elk uur een gezamenlijk Onze Vader bidden, de rest van de tijd meditatieve muziek laten horen en pastorale gesprekken aanbieden. Tenslotte hoef je geen pastor te zijn (op papier) om iemand geestelijk bij te staan. 9 van de 10 keer is het bieden van een luisterend oor meer dan voldoende.

https://youtu.be/aiY7ehKdV9o

Afgelopen Zondag zat ik in de protestantse kerk. Het was een gezamenlijke dienst van drie protestantse gemeente. Er gingen drie dominees voor en er klonk, naast mijn orgelspel, een blazersensemble. Het openingslied kwam uit de katholieke traditie, er zat een katholieke organist achter de toetsen (namelijk ik) dus het mag nauwelijks een verrassing zijn dat er een katholiek tempo klonk. Helaas konden de meeste protestanten dit niet bijhouden! 😀 Gelukkig ging de rest van de dienst wel goed. Of minstens beter. De dominees en de kerkenraad zouden graag willen dat ik vaker bij hun kom spelen, maar ik voel een enorme aversie daartegen. En dat heeft niks met de denominatie te maken. Als de Rk-kerk met een dergelijke vraag zou komen, zou ik ook nee zeggen. Mijn ontslag in 2019 heeft echt meer kapot gemaakt bij mij dan ik wist of toe wilde geven. Ik heb absoluut geen fiducie in een goede afloop als ik weer serieus als kerkmusicus aan de slag zou gaan. Zoals het nu gaat is het ook nauwelijks bevredigend: ik voel me vaak niet veel meer dan een jukebox, maar toch is dat nog te prefereren boven meer verantwoordelijkheid dragen en moeten overleggen met diverse groepen en mensen. Als ik er alleen al aan dénk, krijg ik een enorme stressreactie. Laat mij maar gewoon lekker met rust. Ik zorg wel voor mijn eigen eten en drinken. Ik heb geen behoefte (meer) aan aandacht, roem, verantwoordelijkheid en wat dies meer zei. Ik lig in mijn hangmat en lees en denk en af en toe doe ik nog weleens wat. Speel ik voor jukebox, bijvoorbeeld 😉

Wees aardig

tegen onaardige mensen; zij hebben het het hardst nodig.

Soms lijkt het of de dagen stil staan en dan ineens is er weer een hoop beweging. Misschien ligt dat niet aan de dagen of de gebeurtenissen, maar aan mij … dat zou kunnen.

Afgelopen week was enerverend. Donderdag kregen we bericht dat de man van mijn tante is overleden. De betreffende tante is de jongste zus van mijn Moeder en haar man (mijn aangetrouwde oom dus) was al heel lang ziek. Ze heeft werkelijk tot de allerlaatste dag voor hem gezorgd. Ik kan daar alleen maar bewondering voor hebben. Ik weet niet of het goed is of niet. Ik dénk dat ik dat nooit zou kunnen, maar je weet niet hoe je reageert in crisissituaties of in nood. De keren dat ik in crisis moest handelen of er daadwerkelijk nood was, heb ik gewoon en adequaat gereageerd. Ik trek daar geen conclusies uit. Evenmin trek ik conclusies uit het feit dat ik soms pisnijdig word over een onbenulligheid waarvan ik zélf zelfs achteraf denk: mmm, was dat strikt noodzakelijk? Afgelopen Zondagochtend had ik werkelijk reden om pisnijdig of bezorgd te zijn. Ik denk dat nijd en angst dichtbij elkaar liggen en daarom vaak zó op elkaar lijken dat het vrijwel onmogelijk is die te onderscheiden. Net als haat en liefde. Voor voorbeelden over dat laatste hoef je alleen maar een driestuiverroman te lezen. Vrijwel alle liefdesverhalen beginnen met onmin, ruzie en hebben de twee die straks zullen gaan trouwen een ongelooflijke hekel aan elkaar.

Voorts werd er een halve marathon gelopen op het eiland. Het korps waar ik dirigent van ben ging de lopers aanmoedigen met muziek vanaf het dorpsplein. De lopers beginnen vanaf de boot en het is ongeveer vijf kilometer naar het dorp dus de bedoeling was dat we daar gingen zitten wachten tot de eerste loper het dorp binnen zou komen en dan spelen tot de laatste het dorp weer had verlaten. Maar de TESO (veerdienst Texel- Den Helder) had problemen met één van de schepen en kon maar met één boot varen waardoor de marathonlopers een speciale overtocht kregen tussen twee reguliere overtochten in. Dit betekende een uur later beginnen wat mij bijzonder goed uitkwam want dat gaf mij gelegenheid de orgelbeurt die ik had afgezegd omdat ik niet op twee plaatsen tegelijk kan zijn, weer aan kon nemen. Het was wel even rennen van de kerk naar het dorpsplein (van het noordelijkste puntje van het eiland naar bijna het zuidelijkste) maar ik kwam op tijd en we hebben de lopers met muziek kunnen aanmoedigen en ik denk dat de meeste er in ieder geval erg blij mee waren.

De ochtend begon echter met een adrenalinevergiftiging toen bleek dat, hoewel ik mijn onlinepresence de afgelopen jaren actief gemarginaliseerd heb en ik van diverse mensen gehoord heb dat ik zeer moeilijk tot onmogelijk te vinden ben online (YES!) mijn schoonzus mij toch had weten te vinden. En ik heb een hekel aan deze schoonzus. Ik wil niets met haar te maken hebben. Ik wil haar niet in mijn leven. Ik wil kunnen negeren dat ze bestaat. Maar zij vond het nodig om niet alleen op mijn berichtje op VP te reageren maar onder mijn vorige blog schreef ze ronduit bedreigende woorden. Ik vergis me niet. Ik zeg dit niet omdat ik een hekel aan haar heb; de woorden waren duidelijk als bedreiging bedoelt. Gelukkig biedt WordPress de mogelijkheid commentaren eerst naar je emailadres te laten sturen en dan kun je zelf bepalen of ze wel of niet geplaatst worden. (Overbodig te zeggen dat ik die toestemming niet heb gegeven.) En verder is het vrij eenvoudig emailadressen te blokkeren. Natuurlijk kan ze het opnieuw proberen met een ander emailadres, maar ik hoop toch dat ze wel iets beters met haar leven te doen heeft dan mij zoeken. Ze weet waar ik woon en ze weet precies wanneer ik op Moeder pas, dus als ze iets van me wil kan ze me (daar) vinden. Dankzij de relatietherapie is de enorme klont HAAT die ik de laatste weken, misschien zelfs maanden, in mijn lijf voelde groeien weer opgelost en ik kon haar dus zonder commentaar te geven, zonder te reageren gewoon blokkeren. En nu kan ik weer net doen of ze niet bestaat. Ik vond het best een volwassen reactie van mezelf. 🙂

applaus voor mezelf!

En vanochtend belde het kerkbestuur van de PKN hier op het eiland. Ze willen graag met me praten over de toekomst van de organisten. Er zijn nog twee mannen op leeftijd die het orgel bespelen op Zondag, maar dat is lang niet genoeg om alle diensten van (orgel)muziek te voorzien. De raad (en met hen de diverse dominees) hopen dat ik in dat gat wil en kan springen. Ik kan en wil dat op zich wel, al ga ik mijn derde Zondag van de maand in de Petrus- en Pauluskerk in Den Helder er niet voor opgeven, maar dat is natuurlijk slechts een pleister. Hoe zeg je dat ook alweer? Een pleister op een bloedende wonde! Want ik ben misschien 30 jaar jonger dan de mannen die nu nog orgel spelen, maar over 30 jaar (of eerder want wie zegt dat ik dat ga halen?!) heb je weer hetzelfde probleem. Mijn plan is om kinderen en jongeren weer enthousiast te maken voor het orgel. Tenslotte hoeven ze alleen te kunnen spelen en de gemeentezang kunnen begeleiden. Nergens staat geschreven dat de organist zelf ook gelovig moet zijn! Ik denk dat daar de denkfout zit. Maar aan het eind van de week zullen we vergaderen en zal ik mijn plannetjes op tafel gooien. Eens kijken wat de kerkenraad daarvan vindt …

Tijdens de voorbeden heb ik niet alleen kracht gevraagd voor mijn tante die haar man nu zo deerlijk moet missen, ik heb ook om begrip gevraagd voor mijn broer en schoonzus en kracht voor mezelf om aardig te blijven. Want aardig zijn tegen mensen die je aardig vindt, daar is geen kunst aan! Maar je moet vooral aardig zijn tegen onaardige mensen! Die hebben het het hardst nodig. Ik vind het moeilijk. Maar ik ga er niet ál te moeilijk over doen. Tenslotte heb ik ook vaak moeite aardig te doen tegen mensen die ik wél aardig vindt, gewoon omdat ik van mezelf niet zo erg aardig ben en liever een beetje bij mensen uit de buurt blijf.