Graan

Jezus vertelde nog een gelijkenis. ‘U kunt zich het Koninkrijk van de hemelen ook zo voorstellen. Een boer zaaide goed graan op zijn land. Maar op een nacht, terwijl iedereen sliep, kwam zijn vijand en zaaide onkruid tussen het graan. Toen het graan begon te groeien, schoot ook het onkruid op. De knechten gingen naar de boer toe en zeiden: “Het veld waar u dat goede graan hebt gezaaid, staat vol onkruid!” “Dat heeft een vijand gedaan,” zei hij. “Zullen wij het onkruid ertussen uittrekken?” vroegen zij. “Nee,” antwoordde de boer. “Want dan trekken jullie het jonge graan ook mee. Laat ze maar samen opgroeien tot de oogst. Dan zal ik tegen de maaiers zeggen dat zij eerst het onkruid bijeen moeten halen en verbranden. Daarna kunnen zij het graan in de schuur brengen.”  Matt. 13, 24-30

Jezus spreekt vaak in parabels. Soms is het net of Hij expres verhalen verteld die zó ingewikkeld zijn dat niemand ze meteen snapt, alsof Zijn verhalen alleen bedoeld zijn de mensen wakker te schudden en tot nadenken aanzetten. Bovenstaand verhaal was toch blijkbaar ook de leerlingen te gortig en ze vragen Jezus om uitleg:

Jezus stuurde de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij Hem zitten en vroegen wat Hij bedoelde met de gelijkenis over het onkruid tussen het graan. ‘Luister,’ zei Hij. ‘Ik, de Mensenzoon, ben de boer die het goede zaad zaait. Het land is de wereld. Het goede zaad zijn de mensen die bij het Koninkrijk horen. En het onkruid zijn de mensen die bij de duivel horen. De vijand die het onkruid heeft gezaaid, is de duivel. De oogst is het einde van deze tijd en de maaiers zijn de engelen. Zoals in dit verhaal het onkruid bijeengehaald en verbrand wordt, zo zal het ook gaan bij het einde van deze tijd. Ik, de Mensenzoon, zal mijn engelen eropuit sturen. Zij zullen alle verleidingen en alle slechte mensen uit mijn Koninkrijk bijeenhalen en in de oven gooien. Daar zal het een en al wroeging, tranen en verdriet zijn. Maar de goede en gelovige mensen zullen in het Koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Wie oren heeft, moet ook goed luisteren! Mat. 13, 35-43

Gelukkig maar dat de leerlingen meelopen en vragen stellen, anders zou het voor ons zoveel eeuwen later weleens onmogelijk blijken de boodschap te kunnen begrijpen. Dat is toch al vaak ingewikkeld aangezien de tijdgeest veranderd is en de geschriften niet mee veranderen. We moeten leren onderscheid te maken tussen de werkelijke boodschap en de verpakking. De verpakking was hoogstwaarschijnlijk ruim 2000 jaar geleden voor iedereen duidelijk. Zaken die algemeen bekend kunnen worden veronderstelt, hoeven niet uitgebreid beschreven. Ik kan nu kort iets roepen over iets opzoeken op het net en vrijwel iedereen zal direct begrijpen wat ik bedoel. Niet zo heel erg lang geleden was dat onbekend en een onmogelijkheid. Mensen veranderen nauwelijks, maar de omstandigheden in de wereld en wat er als algemeen bekend beschouwd kan worden, kan supersnel veranderen!

Wat er natuurlijk niet veranderd, onveranderlijk is, is het Koninkrijk Gods. In het zesde hoofdstuk van Mattheüs leert Jezus Zijn discipelen, en dus ook ons, bidden tot Zijn Vader die ook onze Vader is. Wanneer wij Hem aanvaarden als onze Heer en God mogen we voor altijd op Zijn genade vertrouwen. Dat geldt natuurlijk voor na onze dood wanneer we in de Heerlijkheid worden opgenomen, maar zeker ook voor de tijd die we in dit ondermaanse doorbrengen. Alles wat we hier doen, laten en denken wordt onderdeel van ons zijn, van onze ziel. Fysiek en lichamelijk kunnen we niks meenemen. Een doodshemd heeft geen zakken, hing er boven het bureau van mijn opa. (Ik hoorde laatst iemand zeggen: in een rouwstoet rijden geen vrachtwagens mee. Dat vond ik ook wel een mooie.) Niets van wat hier als waardevol wordt beschouwd, geld, bezit, status, heeft substantie of waarde aan de andere zijde. Het enige wat telt, wat we mee kunnen nemen en waarvan we zullen moeten leven is LIEFDE.

Liefde is het belangrijkste wat er bestaat. Hier, voor ons mensen en de rest van de schepping, maar zeker ook in het Koninkrijk. De heilige Teresa probeert ons te leren dat er veel minder onderscheid is tussen deze wereld en de volgende. Vooral voor Christenen zou er minder ruimte mogen zijn tussen hemel en aarde. Hier mogen we proberen, moeten we laten zien dat we een afspiegeling zijn van het Goede, van de Liefde. Licht verspreiden en het duister verjagen, dát is de taak die ons Christenen is toebedeeld. Wij zijn de voorafbeelding van wat ons te wachten staat……of we zouden dat moeten zijn. De liefde en het licht dat we hier uitstralen is een voorafbeelding van de hemel.

Er zijn geen twee werelden, de fysieke wereld en de geestelijke wereld; er is er slechts één: het Koninkrijk van God “op aarde zoals in de hemel” (vgl. Mt 6,10).Velen onder ons bidden het volgende: “Onze Vader die in de hemel zijt”. Zij denken dat God daarboven is, wat het idee van een scheiding tussen de twee werelden wortel doet schieten. Velen in het Westen houden ervan om de geest en de materie te onderscheiden. Maar de hele waarheid is één en de werkelijkheid ook. Vanaf het moment dat we de menswording van God erkennen, die voor de christenen zich verwerkelijkt in de persoon van Christus, beginnen we met het serieus nemen van de dingen. Teresa van Calcutta (1910-1997)

Ik probeer de dingen serieus nemen en liefde, licht en waarheid te verspreiden onder de mensheid.

Bonen en kevers

Ze hebben heel veel verschillende namen: sperziebonen, herenbonen, prinsessenbonen, slabonen, Franse bonen…Wij zeggen meestal gewoon boontjes, maar we kweken de Tweelose dubbele witte zonder draad. 😉 Elke twee weken zet ik 16 plantjes (2 rijtjes van 8) vanaf eind mei tot begin augustus. Henk kweekt die plantjes op in het kweekkasje en op die manier hebben we maximale oogst. Elke plant geeft zo’n beetje een kilo bonen en niet alleen eten we er van tot we genoeg hebben; we vriezen meer dan de helft in voor de winter. Dat geldt voor de meeste groenten van de tuin: invriezen, wecken, fermenteren, in het donker bewaren. We doen er alles aan om zoveel mogelijk uit onze eigen tuin te eten. Het is even werk, maar dan heb je ook wat!

Sinds een jaar of vijf zetten we ook elk seizoen een paar rijtjes aardappels. Voor de prijs hoeft dat niet; ik koop bij de boer een zak van vijf kilo aardappels voor 2,50€, maar het is leuk om aardappels van eigen tuin te eten en bovendien hebben we in die jaren ook wat geëxperimenteerd met aardappelrassen. Aardappels zijn bijzonder gevoelig voor fytoftora; één van de redenen waarom we voorheen nooit aardappels hadden. Wij willen namelijk absoluut geen gif gebruiken. Helaas zijn niet alle moestuinders zo anti-gif en heb ik al een aantal keer onze moestuin met hand en tand moeten verdedigen tegen de gifspuit van een medetuinder.

Fytoftora is een schimmelziekte die alle nachtschadeplanten kan aantasten. Dus niet alleen aardappels, maar ook tomaten en paprika’s bijvoorbeeld. Bij de aardappels kun je de schade nog beperken wanneer je er vroeg genoeg bij bent, de ziekte op de bladeren herkent (aan roestige stipjes) en al het loof verwijdert. De aardappels onder de grond kunnen zich dan wel ontwikkelen, al worden ze minder groot dan als het blad er nog boven zou staan. Fytoftora is erg besmettelijk en reist door de lucht, dus als één tuinder het heeft is de kans groot dat alle tuinen aangetast zullen worden. Zeker wanneer er veel beweging is en mensen in elkaars tuin op bezoek komen. Als de tomaten of de paprika’s aangetast worden, heb je pech; de vruchten groeien helaas niet onder de grond en kunnen even makkelijk besmet raken als de bladeren. Tomaten worden zwart en oneetbaar 😦 Lees meer over deze ziekte hier: https://nl.wikipedia.org/wiki/Aardappelziekte

Dit seizoen is niet de fytoftora, maar de Coloradokever het grootste gevaar voor de aardappelplanten. Lees meer over deze exoot hier: https://nl.wikipedia.org/wiki/Coloradokever Het enige voordeel van deze kever is dat hij enkel en alleen de aardappels aantast. Veel van onze buurtuinders zijn al met de gifspuit in de weer geweest. Wij hebben niet één kever gevonden, maar toen ik gister aardappels ging rooien, vond ik toch een paar larven van de Coloradokever. Hoe verschrikkelijk ik het ook vind, deze larven worden doodgemaakt. Dat is de eerlijkste en zekerste manier om de Coloradokever terug te dringen. De enige manier om echt van de Coloradokever af te komen, is geen aardappels telen:

Opmerkelijk is dat de coloradokever in tegenstelling tot de meeste insecten niet gebonden is aan een bepaalde habitat. Ook het klimaat van een gebied speelt nauwelijks een rol voor de kever. Zowel in woestijnachtige gebieden in zuidelijk Noord-Amerika als in koele streken in Canada kan de soort worden aangetroffen. De larven en eieren van de coloradokever kunnen niet tegen vorst en in landen waar de bodem regelmatig bevriest zal de kever niet in staat zijn zich te handhaven. De enige voorwaarde waar een gebied daarnaast aan moet voldoen om coloradokevers te laten overleven is de aanwezigheid van aardappelplanten. *einde citaat*

Coloradokever

Dus volgend seizoen telen wij geen aardappels. Helaas zullen onze medetuinders het daar niet mee eens zijn en zetten zij niet alleen aardappels, ze zullen ook gif gaan spuiten tegen de kever én tegen fytoftora. Want de algemene gedachte is dat wat goed is voor één, ook goed is voor allen. Het is een lelijke gedachte, want het gif tegen de Coloradokever vermoordt ook andere kevers en alle andere vliegende insecten zoals bijen, hommels, vlinders . En er zijn er al zo weinig!

pruimenboom in onze moestuin

Ik zou graag willen zeggen dat mijn wantrouwen jegens de medische wereld is begonnen toen in 2010 Henk hartpatiënt werd door medisch falen. Maar voor die tijd had ik al zeker drie keer het ziekenhuis verlaten tegen medisch advies in. Ik ben ervan overtuigd dat ik zelf mijn lichaam het beste ken; ik woon er tenslotte al meer dan 50 jaar in. Ik weet dat mijn lijf slecht of niet reageert op chemische troep; van koortswerende middelen krijg ik meestal koorts en ook andere zogenaamde medicijnen doen veelal precies het tegenovergestelde van wat ze zouden moeten doen. Door de bank genomen willen artsen dit niet alleen niet horen, ze geloven het ook niet. Zij scheren iedereen over één kam. Deze symptomen, deze ziekte, dit medicijn. Ik ben het er vaak niet mee eens en verlaat dan de spreekkamer/ het ziekenhuis. Wat er in mijn lijf gaat, bepaal ik en niemand anders.

Wat goed is voor de één is niet per definitie ook goed voor een ander.

In mijn leven heb ik de wereld zien vermedicaliseren. Mensen gaan voor elk wissewasje naar de dokter. Vrouwen bevallen liever in het ziekenhuis dan thuis. Mensen worden getest op de meest vreselijke ziektes zonder dat ze zelfs maar symptomen hebben, komen vervolgens in een verschrikkelijk zware behandeling terecht en zijn zieker dan voor de diagnose. Ik probeer het echt te melden zonder waardeoordeel, maar ik kan me écht niet voorstellen dat je jezelf dat vrijwillig aandoet….Ik zeg altijd dat de enige keer dat een dokter mij nog mag zien is om te constateren dat ik dood ben. Natuurlijk ben ik verstandig genoeg om nooit nooit te zeggen. Ik bedoel ik zal maar een bot breken! maar het geeft wel aan hoe ik erover denk. Gezondheid is iets anders dan de afwezigheid van ziekte.

De laatste twee jaar (sinds maart 2020) is het natuurlijk helemaal uit de klauwen gelopen. Voor die tijd was (bijna) niemand bang om ziek te worden en werd er vrolijk op los geleefd. Sindsdien gaat het alleen nog maar over ziekte en wat daarbij komt. En de overheid spuit gif. Over alles en iedereen, zonder aanzien des persoons, zonder te kijken naar wat goed zou zijn, of beter zou kunnen. Ik verstop me al een tijdje door geen msm meer te kijken en zoveel mogelijk in mijn eigen leven te leven; muziek, schrijven, huishouden, lezen, moestuin.

Jezus vertelde nog een gelijkenis. ‘U kunt zich het Koninkrijk van de hemelen ook zo voorstellen. Een boer zaaide goed graan op zijn land. Maar op een nacht, terwijl iedereen sliep, kwam zijn vijand en zaaide onkruid tussen het graan. Toen het graan begon te groeien, schoot ook het onkruid op. De knechten gingen naar de boer toe en zeiden: “Het veld waar u dat goede graan hebt gezaaid, staat vol onkruid!” “Dat heeft een vijand gedaan,” zei hij. “Zullen wij het onkruid ertussen uittrekken?” vroegen zij. “Nee,” antwoordde de boer. “Want dan trekken jullie het jonge graan ook mee. Laat ze maar samen opgroeien tot de oogst. Dan zal ik tegen de maaiers zeggen dat zij eerst het onkruid bijeen moeten halen en verbranden. Daarna kunnen zij het graan in de schuur brengen.”  Matt. 13, 24-30

Ik herken dat uit de moestuin. Vaak kun je onkruid pas wieden als het plantje wat je gezaaid hebt groot genoeg is gegroeid zodat je onderscheid kunt zien. Soms kan het inderdaad verstandiger zijn het onkruid gelijk op te laten groeien met het zaaigoed om wortelschade te voorkomen. Maar dat geldt lang niet voor alle plantjes! Sommige plantjes hebben veel last van onkruid, waar andere sterk genoeg zijn om zelf het onkruid te verdelgen wanneer ze daar aan toe zijn. Het is altijd eerlijker te kijken naar individuele behoeftes en verlangens, dan iedereen hetzelfde toe te bedélen en vinden dat iedereen maar tevreden moet zijn (met hetzelfde). Hebben we daarvoor duizenden jaren evolutie doorgemaakt? Om eenvormig en onbeduidend te worden? Ik denk daar toch anders over!

Wat goed is voor de één, is niet per definitie goed voor een ander. Of, zoals mijn Vader jaren geleden in mijn poesiealbum schreef: wees jezelf en word zo iemand, lukt dat niet dan ben je niemand

bedevaart

Eind mei stuurde een lieve vriend deze link https://www.uitzendinggemist.net/aflevering/552578/Kruispunt.html Een uitzending over de zalige Titus Brandsma. Het gerucht gaat dat hij binnen afzienbare tijd heilig verklaard gaat worden. Ik heb veel bewondering voor hem. Ik dus kijken (aanrader!) en toen ik de prachtige Bonifatiuskapel in Dokkum zag, wilde ik er meteen naartoe. Weet je wat ik doe, dacht ik bij mezelf? Ik ga erheen lopen!

Bonifatiuskapel Dokkum

Dat leek me nou een mooi project. En aangezien ik werkloos ben, dacht ik daar alle tijd voor te hebben. Helaas liep dat anders. De mens maakt plannen, God lacht. Ten eerste had ik nog een aantal vieringen staan die ik niet af wilde zeggen en kreeg ik een uitnodiging om de vrouwenschola te komen begeleiden in de Catharinakathedraal in Utrecht. Maar ondertussen kon ik natuurlijk wel plannen maken. En trainen.

Ik ben een route gaan maken. Er kwam een reishangmat (inclusief klamboe tegen de insecten en een tarp tegen de regen=1, 8 kilo), een lichtgewicht slaapzak en een reisbrevier. En natuurlijk een sint Christoffel die mijn zus voor me op mijn tuniek heeft genaaid. Ik ging lange afstanden lopen. Buiten slapen deed ik allang; dat hoefde ik niet te trainen 😀

De eerste keer dat ik om te oefenen twee dagen ging lopen, bleef ik dichtbij huis. In geval van calamiteiten zou ik snel weer thuis kunnen zijn. Er deden zich geen ongelukkige dingen voor. Ik heb heerlijk geslapen in het bos in slaap gewiegd door uil, nachtegaal en nachtzwaluw en wakker geschrokken van de boomkikkers.

De tweede keer dat ik ging lopen om te oefenen, koos ik voor een route íets verder van huis. Ik was van plan drie dagen weg te blijven, maar materiaalpech dwong me de tweede dag alweer huiswaarts te keren. (lees het hele verhaal hier: https://juniperpiarachel.com/2021/06/25/oefening-baart-kunst/

Nou had ik toch alle kinderziektes wel gehad, dacht ik en ik vertrok op een ochtend vol goede moed en in de verwachting na een dag of twaalf in Dokkum aan te komen. Ik had een geleende rugzak bij me, want mijn eigen rugzak bleek er toch ernstiger aan toe. Ik stapte lekker. Het was heerlijk wandelweer en de wind zat in mijn rug. Ik had nog geen 500 meter gelopen of ik struikel en ga over de kop, land op mijn rechterknie en stoot mijn hoofd onzacht tegen de grond. Au. Ik besluit toch door te lopen, al gaat het wat langzaam. Maar de volgende ochtend blijkt mijn knie dusdanig stijf, paars en pijnlijk dat ik toch maar weer naar huis ben gegaan. Nu, na een paar dagen rust, kan ik weer redelijk normaal lopen. En nu hoop ik dat ik nóg een keer onderweg kan. Maar het blijkt lastig twee, drie weken achter elkaar een lege agenda te hebben. De mens maakt plannen, God lacht.

Mijn jongste broer woont niet zo ver van Dokkum vandaan en ik was (ben) van plan na mijn bezoek aan Dokkum nog door te lopen en bij hem aan te kloppen. Zelf doet hij altijd lange afstanden fietsen en hij vond het helemaal geen vreemd idee. Integendeel! hij kwam meteen met het volgend citaat van Nietzsche (hij is wetenschapsfilosoof 😉 ) On ne peut pas penser et ecrir qu’assis (G. Flaubert) —Damit habe ich dich, Nihilist! Das sitzfleisch ist gerade die Sünde wider den heiligen Geist. Nur die ergangenen Gedanken haben Werth *einde citaat* Alleen gedachten die boven komen tijdens het lopen zijn de moeite waard, was de eenvoudige verklaring die mijn broer gaf.

Daar liep ik over na te denken. Mijn knie deed pijn en ik had inmiddels nog veel meer blauwe plekken en bulten ontdekt. Mijn water was op en ik werd steeds chagrijniger. Mmm, dacht ik, de bedoeling is dat ik me béter ga voelen! Niet nog slechter. Heb ik me zó goed voorbereid en dan gaat het nog mis! Waarom doe ik mezelf dit aan? Misschien wil God wel dat ik gewoon lekker thuis blijf zitten, voor Henk en Reinier zorgen en voor mijn Moeder en de moestuin. Want de eerste keer ging mijn rugzak stuk en nou deze val. Het kan toch niet anders dan een teken zijn dat ik niet op bedevaart moet??? En wat heb ik nou eigenlijk geleerd over mezelf in die dagen? Heeft het wel een doel gediend?

Ik wist al wel van mezelf dat ik houd van alleen zijn. En ook van stilte houd. Ik wist niet dat ik ook overprikkelt kan raken van natuurgeluiden, zoals de wind door de bomen of het ruisen van de zee. De volgende keer neem ik mijn nc-headphones mee. Ik ben niet erg aardig voor mezelf, dat heb ik ook geleerd. Misschien moet ik me daar eerst maar eens in gaan verdiepen. Aan de andere kant, misschien kan ik dat lopend wel heel goed oefenen! Meer en vooral langer rusten, minder vertrouwen hebben in mijn eigen richtinggevoel en gewoon de route volgen die ik van tevoren heb uitgestippeld en op tijd een punt zoeken waar ik water kan tappen.

Een paar dagen weer thuis en ik voel dat dit avontuur nog niet afgelopen is. Ik ga zeker nog een keer op weg en ik hoop dan echt langer dan twee dagen weg te (kunnen) blijven. Henk zegt: ze zijn heus niet met de eerste raket op de maan gekomen! Weet je hoeveel raketten ze daar voor nodig hebben gehad? Geen idee, maar hij heeft een punt. Opgeven komt niet in mijn woordenboek voor.

Mijn zus zei: je loopt sowieso al tien passen vooruit op iemand die het niet eens geprobeerd heeft. Ook waar. Ik hoop alleen dat ik snel weer goed kan lopen zodat ik weer kan gaan trainen

en op pad

kort

Ik las een oud stripje van Donald Duck. Niet zo oud als ik dacht (2005). Dit grapje zou nu niet meer gemaakt kunnen worden. Gewoon omdat tegenwoordig iedereen zijn eigen apparaat heeft om af te spelen wat, wanneer en waar je maar wilt.

achterkant DD 24, 2005

Na een korte gedachte over hoe snel de wereld veranderd is en hoe dit grapje nu niet meer zou opgaan, besloot ik dat het vroeger toch misschien wel beter was…… In deze tijd waarin vrijwel iedereen met zijn eigen apparaat zijn eigen dingen af kan spelen en dat ook doet, is er ook iets te zeggen voor het leren ruzie maken, overleggen en compromissen sluiten in de (vroege) jeugd. En de televisie kan daarbij helpen, vooral als broers en zussen een heel andere smaak hebben. Al doende leert men. Ik wil niet zeggen dat vroeger alles beter was, maar het is eigenlijk wel zo 😀

gezoem

God van de heerscharen, richt ons weer op. Lach ons weer toe en wij zullen gered zijn. Psalm 80, 20 Luister hier: https://kerkliedwiki.nl/God_van_de_heerscharen,_richt_ons_weer_op

Ik liep met de hond over straat. Het was nog relatief vroeg op de dag, maar toch al behoorlijk warm. We zochten de schaduw van de bloeiende lindebomen. Daar was het een kabaal van jewelste. In de bloesem van de lindebomen zaten bijen en hommels, honderden, misschien wel duizenden! Ze zoemden er lustig op los. Ik hoorde ze wel, maar ik zág ze niet. Ik heb minutenlang stompzinnig naar boven staan staren, tot Reinier er genoeg van had en aan de riem begon te trekken. We waren op weg naar zijn vaste zwemplek in de hemelwateropvang hier vlakbij en dat was hij niet vergeten! We slenterden verder en toen ik omkeek, zag ik een buurtgenoot die in zijn voortuin koffie zat te drinken onder de dichtstbijzijnde lindeboom naar boven staan kijken 😀 Goed voorbeeld doet goed volgen. (Leuk experiment: Ga op een willekeurige plek naar boven staan kijken en in een mum van tijd staan er mensen naast je ook omhoog te kijken.)

Ik dacht aan de volgende lezing: Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten [of drinken], of over uw lichaam, waarmede gij het zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding? Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren, en toch voedt uw hemelse Vader die; gaat gij ze niet verre te boven? Wie van u kan door bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen?  Mat. 6, 25-27 Niet dat ik zo Bijbelvast ben, maar ik heb een digitale Bijbel met een goede zoekfunctie 😉 https://www.bible.com/nl We kijken nu op Netflix de serie “Greenleaf” over een kerkgenootschap in Memphis en de clerus in die kerk slaan elkaar voortdurend met Bijbelverzen om de oren. Ze hoeven ze niet eens de verzen uit te spreken! Ze roepen gewoon naar elkaar: Mattheus zes, vers vijfentwintig (bijvoorbeeld) en dan weet iedereen waar het over gaat. Ik vind dat wel cool, maar ook een beetje over de top. Hoewel zoiets waarschijnlijk min of meer vanzelf gaat als je er dagelijks mee bezig ben. Ik ken toch ook de meeste psalmen met nummer min of meer uit het hoofd.

Anyways, ik had zo een teken vandaag hard nodig! Gods wonderbaarlijke schepping die mij middels gezoem laat weten dat er nog steeds schoonheid in de wereld bestaat. De laatste dagen heeft mijn toch al ernstig beschadigd vertrouwen in de mensheid weer een aantal klappen te verduren gekregen en ik vind het steeds moeilijker om dicht bij mezelf en dichtbij God te blijven als er zoiets gebeurd. Ik ga dan gewoon uit. Mijn geest schakelt mijn lichaam op sluimerstand en dat kan ik volhouden tot er voldoende veerkracht is opgebouwd om weer aan te gaan. Het kan een paar uur duren, maar ook dagen. Het is niet altijd even erg. In het slechtste geval houd ik niet alleen op met praten, maar ook met eten en drinken.

Het is een droevig schouwspel: het volk van Christus dwaalt op de bergen “als een kudde zonder herder”. In plaats van Hem te zoeken op de plaatsen waar Hij geweest is en in het verblijf dat Hij heeft opgericht, houden ze zich bezig met menselijke projecten, volgen ze vreemde gidsen en laten ze zich gevangen nemen door nieuwe meningen, ze worden de speelbal van het toeval of van het humeur van dat moment en slachtoffer van hun eigen wil. Ze zitten vol met angst, met verbazing, met jaloezie en met schrik, “onmondige kinderen die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen” (Ef 4,14)* Dat alles omdat ze niet “één Lichaam, één Geest, één hoop op hun roep, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is” (Ef 4,5-6)* om er “rust voor hun ziel” in te vinden (Mt 11, 29)*. Kardinaal John Newman (1801-1890)

John Henry Newman (1801-1890)

Maar gelukkig ben ik gezegend met een groot zelfherstellend vermogen en een diepgeworteld geloof. Dus met bovenstaand advies van één van mijn grote helden zoek ik God waar ik Hem eerder vond (of: waar Hij mij eerder gevonden heeft) en kan ik opnieuw opstaan. Ik vind Hem in de psalmen, in de natuur en in muziek.

Kijk om u heen broeders en zusters (…); waarom zijn  er zoveel veranderingen en strijd, zoveel partijen en sekten, zoveel geloven? Omdat de mensen ontevreden zijn en bezorgd. En waarom zijn ze bezorgd, ieder heeft zijn eigen psalm, zijn eigen leer, zijn eigen taal, zijn eigen openbaring, zijn eigen interpretatie? Ze zijn bezorgd omdat ze niet hebben gevonden (…); dat alles heeft hen nog niet bij de aanwezigheid van Christus gebracht, die “de volheid van de vreugde en de eeuwige geluk is” (Ps.16,11)*.
Als ze met brood waren gevoed (Joh 6,35)* en geproefd hadden aan de druppels honing, dan waren hun ogen helder geworden, zoals die van Jonathan (1 Sam 14, 27)* en ze zouden de Verlosser van de mensheid hebben herkend. Maar ze hebben de onzichtbare dingen niet begrepen, daarom moeten ze nog zoeken, en zijn ze overgeleverd aan verre geruchten. (…) John Henry Newman

Hoewel ik denk Christus te hebben gevonden, blijf ik toch altijd zoekende. Hoewel ik ervaren heb de volheid van vreugde in dit ondermaanse, blijf ik toch vragende. Hoewel ik probeer mijn taal universeel te doen zijn, blijk ik toch vaak onverstaanbaar. Hoewel ik met brood en wijn ben gevoed, ben ik toch vaak hongerig. Hoewel ik onzichtbare dingen heb gezien en ervaren, ben ik toch nog steeds en dagelijks op zoek naar de Onzichtbare. Iedere dag word me meer duidelijk dat ik op pad moet gaan.

Ik heb een route uitgestippeld die ik naar verwachting in tien dagen kan lopen. Sommige stukken van Nederland zijn uitgebreid en overzichtelijk beschreven in wandelkaarten, compleet met knooppunten, bezienswaardigheden en beschrijvingen van natuurgebieden, dorpjes, supermarkten en restaurants die je onderweg tegen (kunt) komen, maar er zijn ook stukken van Nederland die volgens de wandelkaarten helemaal leeg zijn. Om toch te kunnen komen waar ik zijn wil, heb ik zelf een route uitgestippeld. Dat kan vrij makkelijk op de website van Wandelnet en ik vond het leuk om te doen. https://www.wandelnet.nl/?gclid=EAIaIQobChMIof-x7t_a8QIVEeJ3Ch2r_Qb-EAAYASAAEgJG4_D_BwE\ Maar ik ga lopen zonder gps of smartphone en heb dus heel ouderwets papieren kaarten bij me. Verdwalen kan ik niet omdat ik nergens aan vast zit en dat is ook precies de bedoeling! Mijn weg, hart en ziel maak/laat ik open zodat God mijn weg kan bepalen. En door mezelf te redden uit de klauwen van de duivel en over te geven in de handen van de liefhebbende God, doe ik misschien alles wat ik kan doen voor de wereld….

Gij zijt geroepen tot vrijheid, maar misbruikt de vrijheid niet als voorwendsel voor de zelfzucht; integendeel! dient elkander door de liefde. Gal. 5, 13

*Wij zullen dan niet langer als kinderen zijn, die zomaar van gedachten veranderen. Wij laten ons dan ook niet meer door van alles beïnvloeden. Ook niet door de verkeerde leer van slimme mensen die ons op een dwaalspoor willen brengen. Ef. 4, 14

*Er is maar één Heer, één geloof en één doop. En wij hebben allemaal één en dezelfde God en Vader, die boven ons allen staat, die in ons allen is en door ons allen werkt. Ef. 4, 5-6

*Voeg u naar Mij en wees mijn leerling, want Ik ben vriendelijk en nederig van hart. Bij Mij zult u diepe innerlijke rust vinden. Mat. 11, 29

*U leert mij hoe ik leven moet, mijn grootste vreugde is dicht bij U te zijn. Uw liefde is er tot in eeuwigheid. psalm 16, 11

*Jezus antwoordde: ‘Ik ben het brood dat leven geeft. Wie bij Mij komt, zal nooit meer honger krijgen. Wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen. Joh. 6, 35

*Maar Jonatan wist niets van zijn vaders bevel. Hij stak een stok in een honingraat en nadat hij van de honing had gegeten, voelde hij zich een stuk beter. 1 Sam. 14, 27

kijken of zien

Ik vind het altijd leuk om na te denken en te schrijven over de Bijbellezing van de dag. Vaak zoek en/of vind ik er preken of geschriften bij en over van grote of minder grote heiligen of mystici of denkers, soms schrijf ik ook alleen mijn eigen gedachten erover. Als ik achter een orgel zit, luister ik naar de overweging van de dominee of de priester en probeer ik dat te integreren in mijn stukje.

Bij onze protestantse broeders en zusters gaat soms een dominee voor die minstens 18 minuten (s)preekt….dat vind ik een beetje lang! (Ter vergelijking: in de rooms-katholieke kerk duurt een gemiddelde overweging 7 minuten.) De laatste twee keer dat ik daar orgel speelde en deze dominee voorging, ben ik stiekem naar beneden gegaan om een kopje koffie te drinken 😀

Aanstaande Zondag staat deze prachtige lezing uit Marcus op het rooster:

Daarna vertrok Jezus met zijn leerlingen naar Nazareth, de plaats waar Hij was opgegroeid. De volgende sabbat ging Hij naar de synagoge en nam daar het woord. Iedereen was hoogst verbaasd. ‘Waar heeft Hij dat allemaal vandaan?’ vroeg men elkaar. ‘Hoe komt Hij aan die wijsheid? En hebben jullie gezien wat voor wonderen Hij doet?’ Ze kwamen er niet over uitgepraat. ‘Dit is toch de timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Jozef en van Judas en Simon? En zijn zusters wonen ook hier in Nazareth. Wat verbeeldt Hij Zich wel?’ Het was duidelijk dat zij niets van Hem moesten hebben. Jezus zei: ‘Een profeet wordt door iedereen geëerd, maar niet door de mensen uit zijn eigen stad en ook niet door zijn familie.’ Omdat zij niet geloofden, kon Hij bij hen geen grote wonderen doen. Wel genas Hij een paar zieken door hun de handen op te leggen. Hij verbaasde Zich erover dat de meeste mensen Hem niet geloofden. Hij trok de omliggende dorpen langs en sprak daar over God. Marcus 6, 1- 6

Zeker in een kleine gemeenschap kan het zo gaan. Iedereen kent iedereen en iedereen heeft over iedereen een mening. Er is weinig of geen ruimte voor een open blik. Je kunt groeien wat je wilt, veranderen in wie je voor ogen hebt en jezelf verbeteren tot je een ons weegt; als de buren vastgeroest zitten in hun mening over jou, kan niets daar verandering in brengen. Helaas weet ik dat uit ervaring…Het enige wat je kunt doen is doorgaan met waarmee je bezig bent en hopen en bidden dat mensen ooit met nieuwe ogen zullen kijken. Of dat er nieuwe ogen (als in nieuwe buren) komen die wel open en oprecht kunnen kijken naar wie je werkelijk bent of probeert te zijn.

En soms kom ik dan een overweging tegen van een bevriende priester of dominee en dan durf ik zelf eigenlijk niks meer op te schrijven, omdat diegene zó duidelijk kan schrijven waar de lezing over gaat. Zo ook deze week. Mijn goede vriend pater Tom Buitendijk OCarm* schreef een prachtige preek over de lezing uit Marcus die ik hier graag (en met zijn toestemming) met u deel.

*OCarm wil zeggen dat hij pater is in de orde van de geschoeide Karmelieten. Voor meer informatie zie hier: https://nl.wikipedia.org/wiki/Karmelieten of hier: https://www.karmel.nl/

Preek van Thomas Buitendijk OCarm op de 14e Zondag TPA, 4 juli 2021 bij Marcus 6, 1-6: We vergelijken het menselijk oog wel eens met een camera.
Een zeer ingewikkelde dan. Toch is die vergelijking nooit juist.
Als je twee camera’s vanuit eenzelfde standpunt laat kijken, dan krijg je twee keer hetzelfde beeld.
Als je twee mensen vanuit eenzelfde standpunt laat kijken, dan krijg je twee keer een ander verhaal. De een ziet toch altijd iets anders dan een ander.


In een guerrillaoorlog gebeurde het volgende.
Een groepje van vier militairen is op jacht naar een groepje guerrillastrijders.
Gespannen en waakzaam lopen ze door het struikgewas en zien ineens een open stuk land. Een soldaat ziet plotseling een guerrillaleider lopen en daarachter lopen in gebogen houding een aantal strijders. De soldaat pakt zijn geweer en richt op de leider. “Wat doe je nou”, schreeuwt zijn collega. Daar loopt een herdersjongen met koeien achter zich aan.
Een schokkende ervaring. Je had zomaar een herdersjongen doodgeschoten.
Hoe komt dat nou dat twee mensen hetzelfde plaatje zien en toch iets anders zien? Dat komt omdat we voor we gaan kijken al een heleboel ervaringen hebben opgedaan of in ons hoofd alvast beelden hebben gevormd. Die soldaat was al gespannen en bang: in zijn hoofd zag hij al guerrillastrijder voor hij er echt een gezien had.


Soms moet je ineens van blik veranderen om de werkelijkheid anders te zien.
Meestal gaat dat via een schok. Maar soms willen we die schok niet ondergaan.
In Amerika zei een zwart meisje tegen de dominee: “Ik heb vannacht van God gedroomd?”. “O, mooi’, zei de dominee, “en hoe zag God eruit?”
“Zij is zwart”, zei het meisje. De hele klas was geschokt. Want God was toch een witte man op een troon in de wolken met een lange baard. God was toch een algoede Vader! En zeker geen zwarte!

Zo’n soort schokkende ervaring lezen we vandaag ook in het evangelie.
U moet zich even eerlijk afvragen: als ik toen in de synagoge gezeten had en in Jezus plotseling een buurjongen uit de straat herkende, had ik dan wel in Hem geloofd?

Jezus was timmerman in Nazareth. Als hij een jaar of dertig is vertrekt hij uit de stad. Hij komt bij Johannes de Doper terecht die hem doopt. Jezus die best geraakt is door de oproep tot bekering door Johannes, voelt zich geroepen die oproep tot bekering aan te vullen. Bekeert u, want het Rijk Gods breekt al door.
Die doorbraak van het Rijk Gods is te zien in de genezingswonderen, in de bevrijding van demonische machten, in het aanzeggen van vergeving en het bieden van nieuwe kansen. In Jezus is Gods kracht werkzaam en liefdevol nabij.


Wie God wil zien moet naar Jezus kijken!


Als Jezus dan een groep leerlingen verzameld heeft – vissers uit Kafarnaum – gaat Hij met hen terug naar zijn vaderstad. Blijkbaar wordt Hij er niet warm welkom geheten. Op sabbatdag gaat Jezus volgens zijn gewoonte naar de synagoge. Daar heeft Hij aan de hand van Jozef de Bijbelse boeken gelezen. In de synagoge mag iedere jood die lezen kan het woord vragen. Dat doet Jezus.
Wat Jezus gezegd heeft weten we niet. We mogen aannemen dat hij hetzelfde zegt als tegen de mensen die hij op zijn rondwandelingen ontmoet.
“Heb God lief als je naaste. Blijf vertrouwen op Gods zorg. Wees goed voor elkaar.
Neem de randfiguren zoals zieken, zondaars en vrouwen in nood, op in je gemeenschap. Zoek God niet alleen in het naleven van de geboden. Het geluk van de mensen gaat uit boven alle regels uit”.

Hij spreekt woorden van bevrijding. Niet de wet heeft het laatste woord maar de liefde van God die in mensen zichtbaar wordt. Hier spreekt een profeet!
De toehoorders zijn geschokt. Ze vinden het prachtig wat Jezus zegt.
Ze zouden er best voor willen klappen…. maar je klapt toch niet voor een timmerman. Het kan toch niet wààr zijn dat we Jezus wiens hele familie we kennen, een profeet is die namens God spreekt!?
Wat is Jezus voor hen? Ze zien en hóren een profeet maar ze brengen hem terug tot de vertrouwde timmerman. Niet meer dan dat! Dan hoef je je ook niets van hem aan te trekken. Kortom: ze weigeren de profeet te zien omdat ze beelden van de timmerman in hun hoofd hebben. Hoe kan een timmerman God in hun leven brengen?


Als wij daar in de synagoge gezeten hadden? Hadden wij in Hem een profeet gezien en zouden wij dan wel geluisterd hebben? Het is een menselijke manier van kijken: iemand die we maar al te goed kennen; iemand uit de familie; uit deze buurt; met die opleiding; met die sociale achtergrond. Ongemerkt kijken we vanuit een vóóronderstelling.

Jezus daagt ons uit onze vooronderstellingen los te laten en open te worden voor een nieuwe manier van kijken en luisteren. Zien wij in de prut die deze wereld is Gods Koninkrijk oplichten? Jezus zàg het en vraagt ons met hem mee te kijken.


Durven wij Gods aanwezigheid te zien in mensen die verlangen naar veiligheid en vrede, die bidden om genezing van geestelijke en lichamelijke kwalen?


Zien wij God in mensen die op onbeholpen wijze goed willen zijn voor elkaar en die ons vragen: wees zo goed als God voor mij?


Als wij ons van onze vooronderstellingen kunnen bevrijden dan is God ieder ogenblik nieuw voor ons. Hij komt ons in iedereen en in alles tegemoet. Soms hebben wij een schokkende ervaring nodig om dat te zien.
Als je met een zwart meisje durft te zeggen: “Zij is zwart” dan wordt je wereld heel anders.
Als je de schokkende ervaring kunt doorstaan: “God spreekt tot ons in de timmerman uit Nazareth”, dan zien we God niet meer als een God een machtig Iets of Iemand in een verre hemel. Dan is God in Jezus ons rakelings nabij. Verrassend nieuw.


Als mensen aan ons vragen: “ Wie is God voor jou?” , zouden wij dan durven zeggen: “Voor mij is God de timmerman uit Nazareth” ?

Thomas

Onlangs liep ik met Rob, mijn geestelijk begeleider, op straat na een intensief gesprek over de verschillen en overeenkomsten tussen de diverse kloosterordes en het belang van contemplatief versus actief leven. En hoe moeilijk het is een contemplatief leven te leiden, al wil ik dat nog zo graag, als je voortdurend afgeleid wordt door de (rest van) de wereld. We liepen naast elkaar in stilte zwaar van onze contemplatieve stemming. Ik begon mijn zin met: Thomas van Aquino, waarop Rob ad rem als altijd antwoordde “ik vroeg me al af wanneer we het eindelijk eens over Thomas zouden hebben!

Lees meer over Thomas van Aquino hier: https://www.heiligen.net/heiligen/01/28/01-28-1274-thomas.php

Thomas van Aquino

Thomas van Aquino zegt dat het allermooiste is wanneer je het actief Christelijk leven kunt combineren met een contemplatief leven. En dan bedoelt hij natuurlijk niet dat je de ene helft van de dag aan het werk bent en de andere helft van de dag aan het bidden; nee, het beste zou zijn wanneer je de activiteiten die de dag van je vraagt contemplatief kunt doen. Men moet zich dus oefenen in het contemplatief actief zijn. Dit vraagt heel wat van een mens! Ik probeer al jaren al mijn doen aan God te wijden (AMDG) en streef naar een kalm gemoed. Dat is niet de makkelijkste opdracht vooral gezien het feit dat ik nogal … nou ja, laten we zeggen van nature niet echt kalm ben 😀 😉

Een andere bekende Thomas is Thomas More (1480-1535) die in de rooms-katholieke kerk als martelaar wordt gezien, wat op zich heel bijzonder is want hij was humanist. Hij was de beste vriend van Erasmus en had levendige correspondentie met hem en liet ook zijn vier dochters hem regelmatig schrijven. Thomas More schreef het boek Utopia waarin hij naast de ideale samenleving beschreef ook kritiek kon leveren op de samenleving zoals hij de kende. Thomas More leefde in de tijd van Henry VIII die, zoals wellicht bekend, de kerk van Rome de rug toekeerde toen de paus hem een nietigverklaring van zijn huwelijk weigerde. Henry VIII stichtte toen de Anglicaanse kerk en stelde zichzelf (de koning van Engeland) als hoofd van de kerk aan zodat hij kon scheiden en opnieuw trouwen. Thomas More weigerde hieraan mee te werken en werd uit zijn ambt gezet. Dit is de reden waarom hij in de rooms-katholieke kerk als heilige en martelaar wordt gezien. Lees meer over en van Thomas More hier: https://heiligen.net/heiligen/06/22/06-22-1535-thomas.php

Thomas More

De beroemdste Thomas is natuurlijk Thomas Apostel, ook wel bekend als de Ongelovige Thomas. Omdat hij niet bij de andere apostelen was toen Jezus na Zijn Opstanding op bezoek kwam en hij niet zonder meer het verslag geloofde.

Een van de twaalf, Thomas (dat betekent Tweeling) was er niet bij. Toen de andere leerlingen hem vertelden dat zij de Here hadden gezien, wilde hij het niet geloven. ‘Ik kan het pas geloven,’ zei hij, ‘als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn eigen hand voel dat Hij een wond in zijn zij heeft!’ Acht dagen later waren de leerlingen weer bij elkaar. Thomas was er nu ook bij. Zij hadden de deur op slot gedaan. Ineens was Jezus in hun midden. ‘Vrede,’ zei Hij. ‘Thomas, zie je mijn handen en mijn zij? Voel maar en twijfel niet meer. Geloof dat Ik leef!’ ‘Mijn Here en mijn God,’ zei Thomas. ‘Geloof je het nu, omdat je Mij ziet?’ zei Jezus. ‘Gelukkig zijn de mensen die in Mij geloven zonder Mij gezien te hebben.’ Joh. 20, 24-29

Thomas spreekt hier de allereerste geloofsbelijdenis uit: Mijn Heer en Mijn God, daarmee uitsprekend dat Jezus zowel mens als God is. Thomas is derhalve een belangrijke, misschien wel de belangrijkste apostel. Lees meer over Thomas Apostel hier: https://heiligen.net/heiligen/07/03/07-03-0100-thomas.php

Thomas Apostel

Er is een evangelie van Thomas. Dit verslag heeft de Bijbel niet gehaald, zoals veel belangrijke geschriften uit de Bijbel zijn gehouden. In het verslag van de magi (https://juniperpiarachel.com/2021/06/09/roi-magi/) komt het evangelie van Thomas vrij vaak voor. Thomas reist volgens de overlevering richting Azië om het evangelie te verkondigen. En het is dus niet onaannemelijk dat de magi en hij elkaar op enig moment zijn tegengekomen. Natuurlijk zijn alle bewijzen in de nevelen der tijd gehuld en kunnen we alleen maar lezen wat er wel is overgeleverd. En dat mogen we geloven, al is het verstandig dit alles met een korreltje zout te nemen. Al die oude geschriften (inclusief de Bijbel!) moeten we lezen in de wetenschap dat we met moderne ogen naar een oude beschaving kijken. Het is ons aan deze kant van de wereld al moeilijk voor te stellen hoe de mensheid leefde voordat er koud en warm stromend water was, laat staan dat we ons enige voorstelling kunnen maken van hoe te leven zonder schrift, afhankelijk te zijn van mensen die wel kunnen lezen en schrijven om ons te vertellen hoe en wat…..hoewel…..in deze tijd zit het gevaar meer in het feit dat iedereen op elk moment (van) alles kan opzoeken en dat we door de media, de overheid én de grote bedrijven voortdurend worden voorgelogen. Het is makkelijk om iemand na te lopen en veel moeilijker om zelf na te denken. Misschien zou het niet zo een gek idee zijn om als de ongelovige Thomas af en toe te zeggen: ik kan het pas geloven als ik het zelf heb gezien.

http://www.thomasevangelie.nl/ voor de originele tekst, een Nederlandse én Engelse vertaling, commentaren en meer.

Thomas en Jezus

OEFENING BAART KUNST

Mijn favoriete heilige aller tijden is natuurlijk St. Franciscus. Het is niet voor niets dat zijn dag (4 oktober) is uitgekozen tot werelddierendag. Het verhaal gaat dat hij preekte voor de vogels (omdat ze beter luisteren dan mensen, denk ik 😉 ) Hij is ook degene die de os en de ezel in de kerststal plaatste: Franciscus verlangde ernaar Christus zo getrouw mogelijk na te volgen. Alles wat daarbij kon helpen was welkom. Zo vroeg hij in 1224 toestemming aan de paus om in Greccio een levende kerststal in te richten. Op die manier zouden hij en zijn volgelingen zich nog duidelijker Jezus’ armoede voor de geest kunnen halen. Zijn levensbeschrijver vertelt het als volgt: ‘Toen liet hij een kribbe klaarmaken, daar stro in leggen, en er een os en een ezel bij zetten. En toen hij daarna zijn broeders had laten komen en de mensen toegestroomd waren, weergalmde het bos van de stemmen en maakten het heldere schijnsel van de talloze fakkels en de welluidende, melodieuze gezangen die eerbiedwaardige nacht stralend helder als was het dag; ze zorgden voor een bijzonder gewijde, plechtige sfeer. Vervuld van een diepvrome genegenheid stond de man Gods voor de kribbe; hij liet zijn tranen de vrije loop, maar werd tegelijkertijd doorzinderd van een onzegbare vreugde. Boven de kribbe werd de plechtige heilige mis gevierd en als diaken zong Franciscus het heilig evangelie. Daarna hield hij voor het aanwezige volk een preek over de geboorte van de arme Koning. En telkens wanneer hij diens naam wilde uitspreken, noemde hij Hem in de overmaat van zijn innige liefde het ‘Kind van Bethlehem’. (bron: https://heiligen.net/heiligen/10/04/10-04-1226-franciscus.php

Andere favoriete heiligen van mij zijn de heilige Rita, schutspatrones van de hopeloze zaken. Zij werd heilig verklaard in 1900. https://heiligen.net/heiligen/05/22/05-22-1457-rita.php En natuurlijk sint Antonius, schutspatroon van de verloren zaken. Als je iets kwijt bent, roep je zijn voorspraak aan met het volgende rijmpje: sint Antonius, beste vrind, zorg dat ik mijn … weer vind! En vergeet hem niet te bedanken wanneer je het verloren voorwerp weer teruggevonden hebt. Hij stierf op 36-jarige leeftijd en werd al een jaar na zijn dood heilig verklaard, een record dat nog steeds staat. https://heiligen.net/heiligen/06/13/06-13-1231-antonius.php En natuurlijk Titus Brandsma, al wordt hij pas binnenkort heilig verklaard, zijn leven en werk is een groot voorbeeld. Zeker in deze tijd. De lijst van heiligen die bewonder is nog veel langer, maar voor nu laat ik het hier even bij.

Moeder Teresa hoort niet in dit rijtje thuis en toch wil ik hier nog een citaat van haar delen. Gewoon omdat het zo ontzettend goed aansluit bij de huidige situatie in de wereld: Tegenwoordig is de meest verschrikkelijke ziekte in het Westen niet tbc of lepra; maar zich ongewenst, ongeliefd en in de steek gelaten voelen. Wij moeten de lichamelijke ziekten met medicijnen verzorgen, maar het enige geneesmiddel voor de eenzaamheid, de verwarring en de wanhoop is de liefde. Veel mensen in deze wereld sterven bij gebrek aan een beetje brood, maar er sterven er meer door een gebrek aan een beetje liefde. De armoede in het Westen is een ander soort armoede; het is niet alleen een armoede door eenzaamheid, maar ook een gebrek aan spiritualiteit. Er bestaat een honger naar liefde zoals er een honger naar God bestaat. *einde citaat* Laten we elkaar dus liefhebben met een honger die grenst aan fanatisme en elkaar altijd het allerbeste gunnen. De wereld lijdt enorm onder leugens en bedrog, gaat daar bijna aan onderdoor en alleen liefde kan dit alles overwinnen.

Ik ging een paar dagen lopen met volle bepakking om te trainen voor mijn bedevaart. Want oefening baart kunst en hoewel ik in goede conditie ben en veel en graag loop, draag ik toch meestal geen zware rugzak op mijn rug met daarin hangmat, slaapzak, brevier, eten en drinken. Ik ging vol goede moed op pad en begon in Den Helder over de dijk naar het zuiden te lopen. Bij de vuurtoren Lange Jaap nam ik een lange afstandswandeling (LAW) door de Donkere Duinen. Prachtig is het daar!

Lange Jaap

De Donkere Duinen zijn in plaats van met helmgras met gras, vlierbomen en mos begroeit, daardoor kleuren ze donkerder dan andere duinen, vandaar de naam. In de Donkere Duinen leven nog heel veel konijnen. Ook hier waren konijnenziektes rond als myxomatose en snot, maar minder dan in de rest van ons land. Dat heeft nog een groot voordeel, naast dat het ontzettend schattig is al die baby-konijntjes te zien rondhuppelen, namelijk de tapuit. Dat kleine zangvogeltje nestelt in verlaten konijnenholen en komt in deze duinen dus nog vrij veel voor. Ik heb er tenminste een hoop zien vliegen! 🙂

tapuit

Het lopen ging me vrij makkelijk af, al zeg ik het zelf. Ik stond niet op tijd, hoefde nergens per se heen of te zijn en genoot van het milde weer en de prachtige omgeving. Toen de LAW die ik volgde terug afboog naar het noorden, ben ik een andere LAW gaan volgen die verder naar het zuiden ging. De wandelkaarten van de ANWB zijn hierbij zeer behulpzaam. Alle wandelroutes en alle afslagen hebben een nummer en die kun je op de kaart makkelijk terugvinden, zodat je altijd precies kunt weten waar je bent. Later heb ik ook nog een stuk over het strand gelopen. Halverwege de middag brak de gesp van mijn rugzak. Ik heb dat provisorisch gerepareerd met een touwtje dat ik gelukkig bij me had, maar mijn tempo was toch ernstig vertraagd. Lopend met een zware rugzak die op half zeven hangt is niet fijn, dat kan ik u vertellen. Ik heb dus twee bomen gezocht om mijn hangmat tussen te hangen en besloot de volgende dag al terug te lopen. Dat kwam me sowieso beter uit want omdat ik slecht nee kan zeggen, heb ik nog twee vieringen staan in mijn agenda en daarvoor mag ik echt nog wel even orgel gaan studeren.

Twee bomen vinden die op redelijke afstand van elkaar staan, een beetje ondergroei hebben en niet te dicht op de weg of het pad staan is in Noord-Holland geen sinecure! Maar het is me gelukt en de volgende dag ben ik over het strand teruggelopen. Het waren twee heerlijke dagen en ik zie mezelf echt wel langer dan twee dagen lopen, maar eerst mijn rugzak repareren (en die twee vieringen spelen)

delen

HAHAHAHAHA

Zelf maak ik altijd melk van havervlokken. Dat is snel en goedkoop. De overgebleven geplette havervlokken gooi ik op de composthoop. Vogels zijn er dol op! Vooral kauwen, kraaien en merels. Zelfs als we aan het werk zijn in de tuin, komen de vogels gewoon aangevlogen, inspecteren de composthoop, gaan lekker rustig zitten eten en vliegen alleen op als we te dichtbij komen of als we onverwachte bewegingen maken.

Het is mijn ervaring dat als ik de dieren met rust laat, zij mij ook met rust laten. (Helaas werkt het met mensen niet altijd zo!)

Hier in huis wordt zo min mogelijk weggegooid. We vangen het hemelwater op in een regenton en daarmee bewateren we de moestuin. Groenafval gaat allemaal op de composthoop, waar het nog eens zorgvuldig wordt uitgeplozen door vogels en insecten. Alles wat overblijft, spit ik komend voorjaar onder de grond en dan begint het hele circus weer van voor af aan.

Laatst lag ik, samen met Reinier in de hangmat en mijn boek was uit. Ik was te lui om op te staan om een nieuw boek of mijn e-reader te gaan pakken (ik had een heus papieren boek van mijn zus geleend) en ik lag dus een beetje dromerig Reinier te kriebelen en hij liet allemaal haren los. Logisch natuurlijk, want hoewel bulletjes maar een dun jasje aanhebben verharen ook zij wanneer het weer warmer wordt. Ik haalde hele polletjes haar van zijn vacht en gooide die naast de hangmat op de grond. Onmiddellijk kwamen er musjes aan die de polletjes haar oppikten en meenamen in hun snavel. Ik neem aan dat er nu een mussenfamilie lekker warm in een nestje vol met Reiniers haren slaapt. ❤

Reinier zijn lievelingsplekje

Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt; want met het oordeel waarmee u oordeelt, zult u zelf geoordeeld worden; en met welke maat u meet, zal er bij u ook gemeten worden. Waarom ziet u wel de splinter in het oog van uw broeder, maar merkt u de balk in uw eigen oog niet op? Of, hoe zult u tegen uw broeder zeggen: Laat toe dat ik de splinter uit uw oog haal; en zie, er is een balk in uw eigen oog? Huichelaar, haal eerst de balk uit uw oog en dan zult u goed kunnen zien om de splinter uit het oog van uw broeder te halen. Mat. 7, 1-5

Wat voor de een afval is, is voor de ander van grote waarde. Reinier heeft echt zijn wintervacht in de zomer niet nodig, terwijl de mussen een lekker warm bedje voor hun kuikentjes goed kunnen gebruiken. Ik maak van havervlokken melk en die gebruik ik om te bakken en in de koffie. De prut die overblijft heb ik niet van node, maar merels, kauwen en kraaien hebben er een heerlijke maaltijd aan.

Je weet je goed te verontschuldigen en je handelingen mooier voor te stellen, en je wilt de verontschuldigingen van anderen niet aanvaarden. Het zou eerlijker zijn om jezelf te beschuldigen en je naaste te verontschuldigen. Als je wilt dat men je verdraagt, verdraag ook anderen. Zie hoever je nog van de ware liefde en de ware nederigheid af bent, welke zich niet boos maakt of verontwaardigd is over iemand anders, maar over zichzelf. Het is geweldig om goed te leven in gezelschap van goede en vredige personen, dat bevalt natuurlijk iedereen. Iedereen heeft graag vrede en heeft meer genegenheid voor hen die denken zoals wij. Maar om in vrede te kunnen leven met harde mensen, kwaadaardigen en ongedisciplineerden die ons tegenstaan, is een grote genade, een lofwaardige en moedige manier van leven…  Degene die beter met het lijden om kan gaan, zal een diepere vrede bewaren. Hij is overwinnaar van zichzelf en meester van de wereld, vriend van Christus en erfgenaam van de hemel. uit: De navolging van Christus van Thomas à Kempis

Lees meer over Thomas à Kempis hier https://nl.wikipedia.org/wiki/Thomas_a_Kempis

Geef dus niet te gauw op over wat anderen doen. Je weet niet wat ze nodig hebben. Het enige is dat je niet oordeelt en zonder oordeel geeft. Wat ik niet nodig heb, en een ander kan het gebruiken, waarom zou je dan vasthouden aan wat je hebt? Als je het niet nodig hebt, geef het dan aan iemand die het goed kan gebruiken!

De bijl van Gods oordeel ligt al aan de wortel van de bomen: elke boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur gegooid.’ De mensen vroegen: ‘Maar wat moeten wij dan doen?’ ‘Als u twee jassen hebt,’ antwoordde hij, ‘geef dan één ervan aan iemand die er geen heeft. Als u eten over hebt, geef het aan iemand die honger heeft.’ Lucas 3, 9-11

delen

Ieder huisje heeft z’n kruisje

Het is een cliché, ik geef het toe en toch….de meeste clichés zijn dat geworden precies omdat ze dat zijn: cliché. Sommige dingen gebeuren altijd op (vrijwel) identieke wijze. Er zijn niet zoveel keuzes in wat je overkomt. Je hebt wél keuze in hoe je ermee omgaat. Trek ergens een deur open en mensen hebben een verhaal. Het gaat over scheiding, verlies, pijn, vertrouwen en verlies daarvan, liefhebben en haten….elk verhaal is anders en toch is elk verhaal hetzelfde. Als we nu maar eens zouden begrijpen dat we allen één zijn. Als we nou eens zouden kunnen zien dat elk mens zijn eigen sores heeft en zijn eigen manier om daar mee om te gaan en dat die sores niet zoveel verschillen met de onze. En dat, hoewel ik misschien heel anders met hetzelfde probleem omga dan mijn buurvrouw, begrip voor de situatie en het omgaan daarmee komt van het feit dat mijn eigen problemen (vrijwel) identiek zijn.

U kunt niet twee heren dienen. Want u zult de ene haten en de andere liefhebben, of omgekeerd. Zo kunt u ook niet God dienen en tegelijk uw hart op het geld zetten. Ik geef u deze raad: maak u geen zorgen over eten, drinken en kleren. Uw leven is belangrijker dan het voedsel! En uw lichaam is belangrijker dan kleding! Let eens op de vogels. Die maken zich geen zorgen over wat zij moeten eten. Zij hoeven niet te zaaien of te oogsten of te bewaren, want God geeft hun wat zij nodig hebben. U bent voor Hem toch meer waard dan de vogels! Al die zorgen maken uw leven geen dag langer. Waarom zou u zich zorgen maken over kleding? Kijk eens naar de bloemen in het veld. Die staan daar te bloeien zonder zich druk te maken. En toch zag koning Salomo, met al zijn pracht en praal, er niet zo mooi uit als zij. Als God zo goed zorgt voor de bloemen, die vandaag in het veld staan en morgen weg zijn, zal Hij dan niet nog veel beter voor u zorgen? Wat hebt u toch weinig vertrouwen in Hem! Maak u dus geen zorgen over wat u zult eten of aantrekken. Met dat soort dingen vullen de ongelovigen hun leven. Uw hemelse Vader weet heel goed wat u allemaal nodig hebt. Geef het Koninkrijk van God en het doen van zijn wil de hoogste plaats in uw leven. Al het andere zal u dan geschonken worden. Maak u geen zorgen voor de dag van morgen. Ook morgen zal God u weer geven wat u nodig hebt. Elke dag heeft al genoeg aan zijn eigen problemen.’ Mat. 6, 24-34

Als ik kijk naar het gezin waarin ik ben opgegroeid, zie ik hoe verschillend mensen zijn. We zijn thuis met zes, drie zonen, drie dochters. We zijn allemaal van dezelfde Vader en Moeder en hoewel de oudste drie ergens anders zijn geboren, zijn we toch voornamelijk in hetzelfde huis groot geworden. Toch kun je nergens zes mensen vinden die meer van elkaar verschillen dan wij! Toch zijn we familie en met de mogelijkheden die we hebben, zorgen we nu samen voor onze Moeder. (Hoewel samen in dit verband meer betekent zoiets als ieder voor zich op zijn eigen manier op zijn eigen tijd … )

Ons gezin in juni 1978, op de trouwdag van de zus van mijn moeder. Ik ben het meisje met het lichtblauwe jurkje en de twee vlechten

Belangrijk is het om te concentreren op wat we met elkaar gemeen hebben en niet blind te staren op de verschillen. Dat is niet altijd even makkelijk. Soms is er behalve onbegrip, ook nog jaloezie, afgunst of een misgunnen dat in de weg zit. Misschien is het pas mogelijk met mildheid en begrip naar de ander te kijken als je begrip en mildheid voor jezelf op kan brengen. Dit is de andere kant van het belangrijkste gebod: heb God lief boven alles en de naaste lief ZOALS JEZELF

Een bijbelgeleerde die stond te luisteren, hoorde hoe raak Jezus de Sadduceeën antwoordde. Hij kwam dichterbij en vroeg: ‘Wat is het belangrijkste gebod?’ Jezus antwoordde: ‘Dat is: “Luister Israël, de Here is onze God, de Here is één. Heb de Here, uw God, lief met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw verstand en met heel uw kracht.” En het gebod dat daarna komt, is dit: “Heb uw naaste net zo lief als uzelf.” Belangrijker geboden dan deze twee zijn er niet.’ Mat. 12, 28-31

Het is dus zaak naar mezelf te kijken en te zien naar de dingen die mij gelijk maken aan de ander, naar hoe de ander dezelfde problemen heeft als ik en die anders oplost. Het is belangrijk te leren dat hoewel andere mensen dezelfde problemen op een andere manier oplossen, dit niets zegt over de waarde van het probleem noch over de waarde van de oplossing. De problemen lijken op elkaar, de oplossingen wellicht niet. Maar wat goed is voor mij is niet per definitie goed voor de ander en vice versa.

Glasschilderkunst door Moira Forsyth. Engeland, Norwich, kathedraal.

De Engelse kluizenaar Julian van Norwich (1342-1416/1423?) beschrijft het zo mooi. Zij was een ongeschoold meisje dat haar bijzondere gebedservaringen opschreef in het boek “Openbaringen van Goddelijke liefde” Zij leefde in een cel gebouwd tegen de Julianakerk in Norwich (UK) Zij vroeg in haar gebed aan God drie dingen: dat zij de pijn van Christus mocht voelen, dat zij lichamelijk die pijn zou mogen dragen en dat haar verlangen naar eenheid met God zou mogen groeien. Na twintig jaar contemplatie herschreef ze haar eigen schrijven, ditmaal uitgebreider, met meer overpeinzingen. Het boek wordt tot op de dag van vandaag gelezen…hoewel ik me serieus afvraag hoe dan? Want zelf heb ik een hardcover exemplaar in mijn boekenkast staan dat ik kocht toen ik in Norwich was, maar ik zie het online nergens te koop aangeboden. Wel vind ik diverse studies over haar schrijven en ook een biografie, wat een hagiografie zou moeten heten volgens mij 😉

Dit te aanschouwen vervulde mij met verwondering. Want, de schamelheid van ons aardse leven en onze blindheid ten spijt, laat onze hoffelijke Heer zijn blik blijvend op ons rusten, en Hij verheugt zich in deze bezigheid. En het grootste plezier dat we Hem kunnen doen bestaat erin dit wijselijk en oprecht te geloven, en ons te verheugen met Hem en in Hem. Het is immers niet alleen waar dat we voor eeuwig in Gods zaligheid zullen wonen, Hem lovend en dankend. Het is even waar dat God ons in zijn voorzienigheid altijd al gekend en bemind heeft.
Zijn eeuwig voornemen kent immers geen begin, en in deze liefde zonder begin schiep Hij ons. In deze liefde bewaart Hij ons ook, en staat nooit toe dat we een letsel zouden oplopen waardoor ons hemels geluk minder groot zou zijn. Als eenmaal het oordeel geveld zal zijn, en Hij allen naar boven gebracht heeft, zullen we in alle klaarte in God de geheimen schouwen die Hij nu voor ons verborgen houdt. Niemand van ons zal dan geneigd zijn over wat dan ook op te merken: “Heer, ware het zus geweest, dan ware het goed geweest.” Maar allen zullen we eenstemmig beamen: “Heer, wij moeten U zegenen, want zoals het is, zo is het goed. Nu zien we pas echt dat alles gebeurd is zoals Gij het beschikt hebt nog vóór iets geschapen was.”
Julian van Norwich

Gods liefde voor ieder van ons is niet alleen onmetelijk en onvoorwaardelijk; ook bestond zij al voor wij zelf bestonden. Maakt u niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt voor zichzelf. Zoals ook deze dag voor zichzelf zorgt. Het komt goed.