(Be)schutting

Het werk is nog niet klaar. Er moet nog een afdekplaat op de nieuwe pilaar en daarop komt deze engel:

En dan moet er nog bitumineuze dakbedekking gelegd worden om de nieuwe muur waterdicht vast te maken aan ons huis en het nieuwe afdakje (iets kleiner dan het was) achter de fietsenstalling moet herplaatst. Verder gaan we een stuk of vier esdoorns plaatsen en zeven rozenstruiken, een winterjasmijn en twee grote hulstbomen. Alles staat klaar en zodra het ophoudt met regenen gaan we beginnen. EINDELIJK. Het heeft echt veel te lang geduurd! Ik zit al vier weken in de rotzooi voor een klus die effectief vijf dagen duurt/geduurd heeft. Natuurlijk zijn we nog niet van de ellende af want áchter onze nieuwe schutting is de gemeente van alles van plan, maar de schutting is voor mij echt van levensbelang. Nu kan ik me eindelijk weer (een beetje) veilig(er) voelen. Ik wist niet zeker of dat zou lukken en al helemaal niet hoelang het zou gaan duren, maar toen ik vannacht om een uur of vier wakker werd van dieven op het bouwterrein voelde ik geen enkele behoefte om op te staan, poolshoogte te gaan nemen of actie te ondernemen. Ik hoorde de dieven het hek verplaatsen en een stapeltje stenen inladen, maar ik lag lekker veilig achter de schutting. 🙂

de nieuwe schutting! 😀
toch een stuk beter (veiliger, meer afgesloten) dan een bouwhek!

De lezing van vandaag gaat weer eens over hoe je jezelf presenteert aan de wereld. Het lijkt of er een keuze is in hoe je bent, maar ik denk toch dat veel karaktereigenschappen, gewoontes en maniertjes ofwel aangeboren zijn ofwel zó ingeslepen en intrinsiek geworden dat het moeilijk en misschien wel onmogelijk is om daar nog verandering in aan te brengen. Zelfs als je het HEEL ERG GRAAG WILT, is het een zeer zwaar gelag.

Het was Hem opgevallen dat de gasten allemaal op de beste plaatsen wilden zitten. Daarom gaf Hij hun deze raad: ‘Als iemand u uitnodigt op een bruiloft, ga dan niet op de beste plaats zitten. Stelt u zich voor dat de gastheer iemand heeft uitgenodigd die belangrijker is dan u. Dan zal hij naar u toekomen en vragen: “Wilt u alstublieft plaats maken voor deze gast?” Dan staat u voor schut en moet u genoegen nemen met een plaatsje dat nog over is. U kunt het beste de minste plaats uitzoeken. Misschien zegt de gastheer dan wel: “Vriend, u kunt deze plaats nemen. Die is veel beter.” Dan maakt u voor al de andere gasten een goede beurt. Want ieder die zichzelf meer eer geeft dan hem toekomt, zal worden vernederd. En wie zichzelf heel gewoon vindt, zal eer ontvangen.’ Luc.14, 7-11

In rustige (veilige, stabiele) tijden kan ik zonder al te veel moeite lief zijn voor iedereen (of in ieder geval aardig), kan ik snel en zonder scrupules mijn vijanden vergeven, kan ik met een rustig, kalm gemoed mijn toekomst tegemoet. Maar zodra er dingen tegen zitten, mensen mijn persoonlijke ruimte binnendringen, ik te weinig ontprikkeltijd heb en teveel prikkels binnenkrijg …. dan is het slechts een kwestie van tijd voor de zaak ontploft. Ik kan dan dagen van slag zijn, niet zozeer door de adrenalinevergiftiging (al helpt dat niet) maar vooral omdat ik me zo schaam dat ik mijn zelfbeheersing ben kwijtgeraakt. Ik bedoel niet dat ik me schaam omdat de buren me hebben horen schreeuwen en janken, maar vooral schaam ik me omdat het me wéér niet gelukt is om stabiel te blijven. Ooooh dan heb ik zo een hekel aan mezelf 😦

Karmelietes Marie-Eugenie schrijft over nederigheid het volgende:

Nederigheid alleen kan aanspraak maken op de gaven van goddelijke barmhartigheid, want God weerstaat de hoogmoedigen en geeft genade aan de nederigen. Om contemplatie te bereiken, zal een nederige houding nuttiger zijn dan de meest gewelddadige pogingen. Deze houding van nederigheid zal er praktisch in bestaan “als arme behoeftigen te staan in de tegenwoordigheid van een groot en rijk vorst”, ons te brengen tot de bescheiden vormen van actief gebed en daar in geduldige en vreedzame arbeid te wachten tot God ons zal opwekken tot het passieve gebed: “Wanneer u op een bruiloftsmaal bent uitgenodigd,” zegt onze Heer, “neem dan niet de eerste plaats in maar de laatste, opdat, wanneer uw gastheer komt, hij tot u zal zeggen: ‘Mijn vriend, ga hogerop! Dan zult u geëerd worden ten overstaan van alle gasten. Want wie zich verheft, zal vernederd worden, en wie zich vernedert, zal verheven worden. (Lc 14,8-11) De gelijkenis uit het Evangelie is naar de letter van toepassing op het leven van het gebed: om het te verdienen tot de contemplatie verheven te worden, moet men zich nederig op de laatste plaats stellen onder de geestelijken. In dit laatste geval is het goed te verlangen naar de hoogste en snelste middelen om volmaakte eenheid te bereiken, maar zich te hoeden voor elke aanmatigende poging om die zelf te verkrijgen.

Marie-Eugenie, karmelietes en stichter van Notre Dame de Vie

Nederigheid is niet mezelf verlagen; nederigheid is mijn plaats weten. Eerlijk gezegd vind ik dat al moeilijk genoeg. Wie ben ik voor Henk, voor Reinier, voor de buren? Wie ben ik voor mijn leerlingen, voor de mensen in de koren en orkesten die ik dirigeer, wie ben ik voor mensen die mijn opnames beluisteren? Wie ben ik? Voor mezelf? Mezelf? Ondanks het feit dat ik hier al meer dan een halve eeuw rondloop en over nadenk…..ik weet nog steeds niks meer dan ik wist toen ik zeg zeven was. Ik houd me dus stevig vast aan het belangrijkste gebod: Heb God lief boven alles en de naaste als jezelf. Misschien dat ik er dan ooit iets van ga begrijpen……misschien.

De voorbidder van onze gebedsgroep had voor de laatste samenkomst in de rozenkransmaand oktober het Salve Regina in de zetting van Francis Poulenc op de lijst gezet. Dat stuk heb ik ingestudeerd en uitgevoerd met kamerkoor Airone toen ik daar inviel in 2018 toen hun dirigent ziek thuis zat. Ik had natuurlijk nooit meer naar dat stuk geluisterd en door alle stress van de sloop en de ellende rondom de zorg voor mijn Moeder zat ik heel hoog in mijn emotie en voor het stuk acht maten oud was, zat ik alweer te janken. Anyways, jullie kunt het zelf ook beluisteren want het staat op YT: https://youtu.be/uTkVTMnwfiE

Geen woorden, maar daden

Thuis drinken we altijd losse thee, maar bij Moeder zijn er zakjes. Op het label van zo een zakje staat een vraag of opmerking. Ik denk dat dit is … ik weet eigenlijk niet, het zal wel zijn om discussie of gesprek op gang te brengen. In ieder geval. Gisteren was de vraag bij de thee: waar werd u als kind blij van? Ik zei: van muziek en van de nieuwe Donald Duck. Er is dus niet zo erg veel veranderd HAHAHAHAHAHA 😀

Ik lees Mysteries of John van Charles Fillmore. Een bijzondere kijk op het evangelie van Johannes en (dus) ook op Jezus. Fillmore legt alle parabels van Jezus uit door er op een andere manier naar te kijken. De mensen, de ziektes, de gebeurtenissen in de verhalen zijn geen van allen letterlijk te nemen. Alle situaties en dingen moet je metaforisch begrijpen, zegt hij. Het is een mooie manier om eens heel anders te gaan denken over het liefhebben van je naaste en het vergeven van je vijand. Die vrouw die 18 jaar krom liep, was haar rug vergroeid of leefde ze onder de last van de zonde?

Fillmore maakt het heel duidelijk dat er slechts één weg is naar God en dat is via Jezus. Hij verbindt alle monotheïstische godsdiensten door Jezus aan te wijzen als leidsman ten leven en wegwijzer naar God. Fillmore maakt ook een duidelijk onderscheid tussen de mens Jezus en de god Christus. En dan is het niet voldoende, zegt hij, om te zéggen dat je christen bent en Hem navolgt. Alleen je daden zullen laten zien wie je werkelijk bent.

Laat u door niemand iets wijsmaken, vrienden: een rechtvaardige is iemand die rechtvaardig leeft, zoals ook Christus rechtvaardig is. Maar wie blijft zondigen, bewijst daarmee dat hij bij de duivel hoort, die nadat hij voor het eerst gezondigd had, altijd is blijven zondigen. Maar de Zoon van God is gekomen om aan de activiteiten van de duivel een einde te maken. Wie uit God geboren is, zondigt niet, omdat de levenskracht van God in hem is. Hij kan niet doorgaan met zondigen, omdat God zijn Vader is. Wij kunnen nu dus zien wie een kind van God en wie een kind van de duivel is. Wie verkeerde dingen doet en ook niet van zijn broeder houdt, hoort niet bij het gezin van God. Want u hebt vanaf het begin gehoord dat wij elkaar moeten liefhebben. Wij moeten niet zijn als Kaïn, die bij de duivel hoorde en zijn broer vermoordde. Waarom deed hij dat? Omdat Kaïn verkeerde dingen had gedaan en wist dat zijn broer eerlijk en goed leefde. Het hoeft u dus niet te verbazen, broeders en zusters, als de wereld u haat. Als wij van elkaar houden, blijkt daaruit dat wij van de dood naar het leven zijn overgegaan. Maar wie niet liefheeft, blijft in de dood. Wie zijn broeder of zuster haat, heeft hem in zijn hart eigenlijk al vermoord. En u weet dat er in het hart van een moordenaar geen plaats is voor het eeuwige leven van God. Door het voorbeeld van Christus, die voor ons gestorven is, weten wij wat echte liefde is. Daarom moeten ook wij ons leven opofferen voor onze broeders. Als iemand genoeg heeft om van te leven en ziet dat zijn broeder of zuster gebrek lijdt, maar zich verhardt en hem niet helpt, hoe kan Gods liefde dan in hem blijven? Vrienden, wij moeten ophouden te zéggen dat we van elkaar houden. Wij moeten echt van elkaar houden en het uit onze daden laten blijken. Daaraan kunnen wij weten of de waarheid onze vader is. Dan zullen wij niet bang voor God hoeven te zijn. Maar ook als ons geweten ons aanklaagt, is God toch groter dan ons geweten. Hij weet alles. Als ons geweten ons niet aanklaagt, vrienden, kunnen wij vol vertrouwen naar God opkijken. 1 Joh.3, 7-21

Henk heeft het grote mes gewet omdat ik voor de derde (en laatste) keer kool ga fermenteren tot zuurkool. Het enige wat ik denk terwijl ik drie grote witte kolen in superfijne sliertjes snijd, hoe heerlijk dat mes zou voelen door mijn huid en hoe heerlijk het zou zijn als ik niet meer zou zijn …. maar ik snijd kool in superdunne sliertjes, weeg en voeg zout toe, gebruik mijn hele gewicht om de kool te persen en herhaal. Geen woorden, maar daden!

voorbij

Ik lig nog in de hangmat. Het is al ochtend. Het leven trekt aan mij voorbij. Letterlijk. Ik hoor de buurman naar zijn werk gaan. Ik hoor kinderen langskomen op weg naar school. Op de fiets, op de step, in groepjes of met een ouder. Ik hoor de vrachtwagens die de supermarkt komen bevoorraden achteruit manoeuvreren met luid gepiep en hoor de chauffeurs luidruchtig elkaar en het winkelpersoneel begroeten. Ik hoor de kraan van het bouwterrein verderop en het suizen van de vleugeltjes van de mussen die hun ochtendmaaltje komen halen. Henk loopt langs met een bakje duivenvoer. In de boom en op de poort zitten in totaal zes duiven te wachten, zoals elke morgen. Reinier en ik liggen hier in de hangmat in een dekentje gewikkeld in een slaapzak en geen haan die er naar kraait als we hier de hele dag blijven liggen.

Maar zoals elke morgen dwingt lichamelijke behoefte mij op te staan. Henk brengt eerst de hond, dan een kop thee en dan een kopje koffie met opgeklopte havermelk (nomnomnom) en soms, als er vers brood is, brengt hij me ook een kapje vers brood met hagelslag. Al met al moet ik dan toch echt een keer plassen en als ik geen vers kapje heb gekregen, vraagt mijn lijf om een rösti met sla (mijn favoriete ontbijt) Het is 25 oktober, maar in mijn hoofd draait al het gedicht NOVEMBER één van mijn lievelingsgedichten van één van mijn lievelingsdichters J.C. Bloem.

November J. C. Bloem

Het regent en het is november:
weer keert het najaar en belaagt
het hart dat droef maar steeds gewender,
zijn heimelijke pijnen draagt.

En in de kamer waar gelaten
het daag’lijks leven wordt verricht,
schijnt uit de troosteloze straten
een ongekleurd namiddaglicht.

De jaren gaan zoals ze gingen,
er is allengs geen onderscheid
meer tussen dove erinneringen
en wat geleefd wordt en verbeid.

Verloren zijn de kille wegen
om te ontkomen aan de tijd
altijd november, altijd regen
altijd dit lege hart, altijd
.

Ik voel het vaak zo: een leeg hart, een leeg leven…ook al voor ik thuis kwam te zitten, maar sinds die tijd is het wel veel erger geworden. Ik voel het leven letterlijk aan mij voorbij gaan. Niet dat ik de hele dag elke dag verschrikkelijk verdrietig, chagrijnig en nutteloos rondloop (al voel ik me vaker wel zo dan niet) maar het is vooral dat ik geen enkel licht zie aan het eind van de tunnel. Ik probeer maar steeds te wennen aan de situatie omdat ik geen enkele mogelijkheid zie om er UIT te komen. Acceptatie is een lange weg…..

en dan is dit de lezing van vandaag:

Toen Jezus op een sabbat in een synagoge sprak, viel zijn oog op een vrouw die helemaal krom liep. Zij had deze ziekte al achttien jaar en kon helemaal niet rechtop lopen. Jezus riep haar bij Zich en zei: ‘U bent van uw ziekte verlost.’ Hij legde zijn handen op haar en op hetzelfde moment werd haar rug recht. De vrouw loofde en dankte God. Maar de leider van de synagoge was boos, omdat Jezus de vrouw op de sabbat had genezen. ‘De week heeft zes dagen om te werken!’ zei hij tegen de mensen. ‘Dan kunt u komen om genezen te worden. Maar niet op de sabbat!’ ‘Huichelaar!’ antwoordde Jezus. ‘U werkt nota bene zelf op de sabbat! Maakt u soms niet op de sabbat uw vee los van de voerbak om het buiten te laten drinken? Mocht Ik deze gelovige vrouw dan niet verlossen uit de greep van Satan, die haar achttien jaar gevangen heeft gehouden? Enkel en alleen omdat het sabbat is?’ Zijn tegenstanders schaamden zich. Maar de andere mensen waren heel blij over de geweldige dingen die Hij deed. Lucas 13, 10-17

en dan denk ik: misschien, heel misschien is het toch nog niet te laat. Misschien is er toch nog hoop op een beetje leven, op een nieuwe wending in mijn carrière, in iets nieuws. En hoop doet leven.

J. C. Bloem (1887- 1966)

En er is altijd nog poëzie, muziek en de tuin!

Goed zijn en het goede doen

Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet. Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dát doe ik. Indien ik nu datgene doe, wat ik niet wens, dan bewerk ík het niet meer, maar de zonde, die in mij woont. Zo vind ik dan deze regel: als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig; want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods, maar in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die in mijn leden is. Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? God zij dank door Jezus Christus, onze Here! Derhalve ben ik zelf met mijn verstand dienstbaar aan de wet Gods, maar met mijn vlees aan de wet der zonde. Romeinen 7, 18-26

Dit was de lezing van afgelopen vrijdag 22 oktober. Ik had die nacht helemaal niet geslapen; een heftige storm maakte dat ik binnen moest blijven en het blijkt dat ik onmogelijk nog binnen slapen kan. Ik heb werkelijk al mijn trucjes om in slaap te vallen uit de kast gehaald, maar zodra mijn ogen dichtvielen begonnen mijn hersenen als een idioot rondjes te draaien. Ik heb echt teveel aan mijn hoofd! En de dag erna (vrijdag dus) was ik superchagrijnig en moest Henk het weer ontgelden. Alsof het zijn schuld is dat het weer me binnenhoudt en ik niet slapen kan. Deze lezing kwam dus extra hard binnen: ik wil graag het goede doen (voor Henk) maar het lukt me niet (altijd).

De ellende van de sloop van ons buurhuis is nog lang niet voorbij. De hele week is er niks gebeurd. De muur is wel af maar nog niet aangesloten aan ons huis met het gevolg dat het twee dagen binnen heeft geregend. Na diverse klachten en telefoontjes aan het bouwbedrijf zijn ze vrijdag éindelijk het gat provisorisch komen afdekken. Ik heb even provisorisch een tuinhek geplaatst om te voorkomen dat men door onze voortuin heen banjert en alle toch al beschadigde planten nog verder beschadigen. Ik blijf maar vegen en poetsen, maar de bouwplaats blijft maar zand geven. Het is of we in een strandhuisje wonen 😦

En dan de narigheid rondom de zorg voor mijn Moeder. Ik wil echt het goede doen, zowel voor mijn Moeder als voor de rest van de familie en het liefst ook nog een beetje voor Henk en voor mezelf, maar vaak blijkt het onmogelijk rustig, kalm en nadenkend te blijven. Soms krijgt emotie de overhand. Soms kan mijn frustratie er alleen maar uit op dubbel forte (= heel hard)

Hen en ik op de voetveer over de Roggesloot

Er zijn echt dagen dat ik me afvraag of ik nou werkelijk zo verschrikkelijk naïef of zelfs dom ben. Het overkomt mij zó vaak dat ik opgelicht, belazerd en onrechtvaardig behandeld wordt dat ik me echt niet (meer) aan de indruk kan onttrekken dat het aan mij ligt. Waarschijnlijk ben ik té eerlijk en té makkelijk te lezen en kan iedereen op zeer eenvoudige manier een loopje met me nemen. Ik geloof ook altijd alles, ik weet het…je kunt mij alles wijs maken. Ik denk altijd dat het komt omdat ik zelf niet kan liegen. Omdat ik me niet kan voorstellen dat iemand gewoon staat te liegen, ga ik er altijd gemakshalve zonder nadenken vanuit dat wat ik hoor de waarheid is. Dit is al zo vaak verkeerd afgelopen dat ik mezelf wel voor de kop kan slaan dat ik dat nog steeds niet geleerd heb! Maar ik weet van mezelf: de volgende keer geloof ik gewoon weer alles. Ik zou echt willen dat ik niet zo naïef was en beter kon omgaan met mensen die niet het goede met mij voorhebben. Of in ieder geval dat ik sneller zou leren reageren en niet pas na dagen bedenk dat ik dit of dat had moeten zeggen of doen.

Ik weet dat ik door en door slecht ben, tenminste wat mijn oude natuur betreft. Ik kan het goede niet doen. Ik wil het wel, maar ik kan het niet. Hoewel ik het goede wil, doe ik het niet. In plaats daarvan doe ik het slechte en dat wil ik nu juist niet. Rom.7, 18-19 Ik wil het goede doen, maar het lukt me niet. Vaak omdat ik niet goed weet of begrijp wat precies het goede is, vaak ook omdat omstandigheden mij de andere kant op duwen. Wat ben ik er ellendig aan toe! Wie zal mij verlossen uit deze vreselijke macht van de dood? Ik dank God dat er een uitweg is door Jezus Christus, onze Here! Rom. 7, 24-25 Het enige is hopen op de genade van God. Het enige is bidden om leiding en uitzicht, hulp en kracht. Het enige is vertrouwen op God. En ga ik weer optimistisch verder met mijn pogingen het goede te doen … met Zijn krachtige hand om mij te ondersteunen

Zelfbeheersing

           

De Heer sprak: Wie is toch de trouwe en voorzichtige hofmeester, dien de heer over zijn ondergeschikten zal stellen, om hun op tijd de maat koren te geven? Gelukkig de dienaar, dien de heer bij zijn komst daarmee bezig vindt. Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal hem stellen over al zijn bezit. Maar als die dienaar bij zichzelf gaat denken: “Mijn heer komt nog lang niet”; als hij de knechten en dienstmeisjes begint te slaan, en gaat eten en drinken, en zich aan dronkenschap overgeeft. dan zal de heer van dien dienaar komen op een dag, waarop hij het niet verwacht, en op een uur, dat hij niet kent. En hij zal hem streng bestraffen, en hem het lot der trouwelozen doen delen. De dienaar toch, die de wil van zijn meester kent, maar die zich niet volgens zijn wil heeft voorbereid of gehandeld, hij zal veel slaag krijgen; zo hij hem echter niet kent, en dingen doet, die slaag verdienen, zal hij slechts weinig slaag krijgen. Wien veel is gegeven, hem zal veel worden gevraagd; en wien veel is toevertrouwd. van hem zal des te meer worden geëist. Lucas 12, 42-48

Wie veel is gegeven, hem zal veel gevraagd worden.

Ik heb best wel veel talenten. Ik kan muziek maken, lesgeven en dirigeren, ik kan best aardig schrijven en ik ben een niet onverdienstelijk huisvrouw en kok. Mijn taarten zijn wereldberoemd in mijn eigen omgeving 😉 en ik ben ontzettend geduldig. Maar ik heb nog veel meer slechte eigenschappen en de allerergste vind ik zelf is mijn drift. Zolang ik mijn drift kan gebruiken voor positieve dingen (en geloof me, dat probeer ik elk moment van elke dag!) wordt het passie genoemd en word ik er om geprezen en bewonderd. Maar als ik die energie gebruik voor negatieve zaken……berg je dan maar! Ik haat mezelf daarom, maar ik kan ontzettend kwaad worden en met dingen smijten en met deuren slaan en schreeuwen tot ik geen stem meer over heb. Ik heb langdurig heel veel verschillende therapieën en technieken bestudeerd en geoefend en tot voor kort vond ik mezelf best stabiel. En durfde ik zelfs te zeggen dat ik gelukkig was, goed in mijn vel zat en mijn leven op de rails had. Natuurlijk is al mijn ellende begonnen met mijn ontslag in oktober 2019, maar toch denk ik dat ik zonder de maatregelencrisis allang weer stabiel zou zijn en aan het werk, maar dat is helaas anders gelopen. En nu met sloop van ons buurhuis en de zorg en de onrust rondom de zorg voor mijn Moeder is het iedere dag weer een gevecht om aardig, vriendelijk en rustig te zijn en te blijven.

 De meest doeltreffende remedie voor het menselijk hart is geduld, zoals Salomo zei: “De zachtmoedige is de geneesheer van het hart”. (Spr. 14,30 LXX) Niet alleen woede, droefheid, luiheid, ijdelheid of hoogmoed worden erdoor uitgeroeid, maar ook wellust en alle ondeugden tegelijk: “Lankmoedigheid”, zegt Salomo, “is de voorspoed van koningen. (Spr. 25,15 LXX) Wie altijd zachtmoedig en rustig is, ontvlamt niet in toorn, noch wordt hij verteerd door de smart van verveling en droefheid, noch wordt hij verstrooid in de nutteloze bezigheden van de ijdelheid, noch verheft hij zich in het opzwellen van de hoogmoed: “Er is vrede in overvloed voor wie de naam van de Heer liefheeft, en niets is een aanleiding om te vallen.” (Ps 119:165 Vg) Inderdaad, de Wijze heeft gelijk wanneer hij zegt: “De geduldige man is beter dan de dappere soldaat; de man die zijn woede beheerst, dan de man die een stad inneemt.” (Spr 16:32 LXX) Johannes Cassianus (360-435)

Veel dingen die ik zou willen doen, blijven liggen omdat andere zaken eerst aandacht eisen en mij zoveel energie kosten dat ik nergens anders aan toe kom. Dit eist veel van mijn geduld. Ik moet echter geduld hebben met mezelf, want als ik ook nog hogere eisen aan mijn herstelperiode ga stellen word het natuurlijk alleen maar steeds erger. Gisteren had ik telefonisch contact met zowel de casemanager van VeiligThuis als de geriant van mijn Moeder. Dit waren zeer zware gesprekken en de rest van de dag is min of meer in een waas voorbij gegaan. Als ik mezelf niet die rust gun, is de kans groot dat de situatie uit de hand loopt en dat ik mezelf uit met hysterische huilbuien en smijten met meubilair. Dus slaap ik een uurtje extra en hoop vrede te vinden, ergens…

Ik ben nog niet helemaal gewend aan beneden slapen. Ik mis vooral het op ooghoogte zijn met de vogels en het gevoel boven de wereld te staan. Ik kijk/luister naar de mensheid op straat en weet dat ze daar zijn en niet weten dat ik daar ook ben. Beneden slapen heeft dan wel weer als voordeel dat ik geen trap af hoef als ik moet plassen. Bovendien heb ik veel minder last van de wind omdat ik tussen twee gebouwen in lig (onze keuken en de bijkeuken van de buurvrouw) Vannacht was de windkracht toch 6 of 7 en ondanks dat heb ik heerlijk buiten geslapen. Helaas ging het om 5.15 regenen en moest ik alsnog naar binnen; het woei niet te hard voor mij, maar wel voor de tarp! De wind zorgt er ook voor dat de schutting die vandaag geplaatst zou worden nog een dag of misschien meerdere dagen moet wachten, maar het ergste van de sloop en verbouwing hebben we toch achter de rug en ik ga de komende dagen weer verschrikkelijk mijn best doen positieve energie te voelen en te verspreiden. In de hoop ooit ergens rust en vrede en stabiliteit te vinden.

Maar totdat wij deze solide en duurzame vrede hebben bereikt, moeten wij veelvuldige aanvallen verwachten. Dikwijls zullen wij met tranen en gekreun moeten zeggen: “Ik ben ellendig geworden en ben bovenmate bedroefd; de ganse dag ga ik bedroefd rond, omdat mijn lendenen vervuld zijn van waan” (Ps. 38, 7-8 Vulg) (…) Totdat de ziel de staat van volmaakte reinheid heeft bereikt, zal zij dikwijls deze wisselingen doormaken, die noodzakelijk zijn voor haar vorming; zolang echter Gods genade uiteindelijk haar verlangens vervult en haar daar voor altijd vestigt. Dan zal zij in waarheid kunnen zeggen: “Ik ben niet moe geworden van het wachten op de Heer, en Hij heeft naar mij omgezien. Hij heeft mijn gebed verhoord en mij uit de put der ellende, uit het slijk der slijk gehaald; Hij heeft mijn voeten op de rots gezet, Hij heeft mijn schreden gegrondvest!” (Ps 40:2-3 Vulg) Johannes Cassianus (360-435)

Johannes Cassianus werd na vele omzwervingen door Chrystostomus tot diaken gewijd rond het jaar 400. Toen Chrystostomus werd beschuldigd van simonie trok Cassianus naar Rome om Chrystostomus te verdedigen. Waarschijnlijk werd hij daar priester gewijd. Cassianus was het niet eens met de theologie van de predestinatie. Hij was ervan overtuigd dat de mens eerst en vooral een verlangen tot verlossing moet hebben alvorens God om genade te kunnen vragen. Hiermee gaf hij het initiatief van de mens een grotere rol dan de kerk over het algemeen wilde aanvaarden. Lees meer over Johannes Cassianus hier: https://heiligen.net/heiligen/07/23/07-23-0433-johannes.php

Johannes Cassianus .

Heimwee

Hiraeth (n) a homesickness for a home to which you cannot return, a home which maybe never was; the nostalgia, the yearning, the grief for lost places in your past. Especially in the context of Wales or Welsh culture: deep longing for something, especially one’s home.

Heimwee is een verschrikkelijke ziekte met een uiterst eenvoudige kuur. Namelijk naar huis gaan. Hoe dichterbij huis je komt, hoe beter je je voelt. Hiraeth is een begrip uit het Welsh dat niet zo eenvoudig te vertalen is naar het Nederlands. Het is een gevoelswoord, zoals gezelligheid een oer-Nederlands gevoelswoord is dat naar geen enkele taal accuraat vertaald kan worden. Hiraeth, verlangen naar thuis, verlangen naar een zijn zonder verlangen naar iets, iemand of ergens anders…Mijn hiraeth, mijn innerlijke kompas verlangt naar de hemel of in ieder geval naar een plaats dichtbij God. De plek waar ik op dit moment in mijn leven het liefste ben, is de moestuin. Dat voelt het meest als thuis voor mij.

laatste appels geplukt en gewassen; in totaal negen kisten waarvan twee meteen verwerkt/opgegeten moesten worden en de rest staat op zolder

Afgelopen week viel het mee met de sloop en de bouw. Maandag was het ergst; toen hebben ze de muur aan de binnenkant helemaal afgemaakt en een stelling gebouwd voor het metselwerk en de nieuwe schutting. Omdat ik er zelf zo ongelukkig van werd, heb ik voor de werklui een chocoladecake gebakken en die heeft Henk uitgedeeld. Daar waren ze erg blij mee. Dinsdag kwamen de slopers alleen de klinkers uit de stoep ophalen. Dat gaf wel een hoop lawaai en stof, maar met een uurtje of drie was het wel weer klaar. Woensdag gebeurde er helemaal niets. ? Behalve dan dat Henk bij de bouwmeester op kantoor werd gevraagd voor een gesprek. We waren al bang dat het allemaal nóg langer zou gaan duren door een personeelstekort, maar het bleek alleen dat hij graag wilde dat Henk een facebookpost verwijderde. Henk had namelijk mijn eerste blogje over de sloop gepost op fb omdat hij trots is op mij en om een beetje begrip te krijgen voor hoog-sensitiviteit en de problemen die dat in het dagelijks leven oplevert. Helaas hebben sommige mensen dit stukje totaal verkeerd opgepakt/uitgelegd en kreeg het bouwbedrijf allemaal heel negatieve reacties. Het is toch verschrikkelijk; vraag ik eens aandacht voor mezelf, gaat het nog naar iemand anders! Het blogje is nu ruim 1400 keer gelezen, maar het enige wat het mij heeft opgeleverd (behalve slapeloze nachten) is de zekerheid dat het goed is dat ik niet (meer) aan social media doe! (je kunt het hier: https://juniperpiarachel.com/2021/10/09/first-week-in-hell/ nog lezen. Donderdag is de fundering gesloopt en hebben ze het gat dichtgestort. Dit gaf een hoop lawaai, stof en andere overlast, maar ik ben bijna de hele dag op de tuin geweest. Laatste appels geplukt, fruitkooi opgeruimd, witlof ingekuild. De tuin wordt langzamerhand winterklaar. En vrijdag hebben ze de muur gemetseld tot ongeveer halverwege. Ik ben nog niet gewend aan de situatie en er ook nog niet blij mee, maar ik heb me al wel weer in zoverre aangepast dat ik af en toe alweer met mensen kan praten. Maar ik zal superblij zijn als eindelijk de nieuwe schutting er staat en ik niet met iedere kip die voorbij komt ineens een praatje moet maken. Ik laat sociale contacten altijd zoveel mogelijk aan Henk over en echt niet alleen omdat ik het motto Als je niks aardigs te zeggen hebt, kun je altijd nog je mond houden heel serieus neem, ook omdat ik negen van de tien keer echt geen idee heb wat ik moet zeggen of wat er van mij verwacht wordt.

Enfin, heimwee is dus een emotie die net zo dichtbij mij staat als eenzaamheid en misschien hebben die twee ook wel veel met elkaar te maken en gemeen. Misschien is eenzaamheid wel een soort heimwee naar iemand. En is heimwee misschien wel een soort eenzaam verlangen naar een plek waar je niet bent. Heimwee is meer afhankelijk van de plaats waar je bent en eenzaamheid meer van met wie je bent, maar verder toch min of meer inwisselbaar. Ik heb werkelijk geen idee naar wat of wie ik heimwee heb en ik vind hiraeth een uitstekend woord voor het gevoel dat ik zo goed ken.

ik heb nu een bouwhek als schutting; beter dan niks!
mijn tijdelijke slaapplek
de nieuwe muur; uiteindelijk schilderen we m wit net als de rest van het huis!

First week in Hell

Het maakt Reinier niet zoveel uit waar hij is, als het maar daar is waar ik ben. Zijn gevoel van veiligheid en bestaansrecht is nauwelijks ergens van afhankelijk. Hij is. En zolang ik ergens in de buurt ben of zolang hij het gevoel heeft dat ik elk moment terug kan komen, dan is zijn huid veilig. Zeker als Henk nog steeds in de buurt is.

Henk heeft dat ook, een ingebakken gevoel van veiligheid. Hij heeft weinig behoefte of nood aan bevestiging van zijn bestaansrecht. Hij is. Ik heb dat niet. Mijn gevoel van veiligheid is sterk afhankelijk van de aanwezigheid van Henk. Dat hoeft niet eens per se in fysieke vorm zeer nabij te zijn. Ik kan rustig reizen naar verre oorden (en heb dat ook regelmatig gedaan toen dat nog mocht) zolang ik maar weet dat hij bereikbaar is en in mijn hart aanwezig. Hij bevestigt mijn bestaansrecht en geeft mij veiligheid en in extensie geeft ook zijn huis mij een veilig gevoel. En ja, ondanks het feit dat we in gemeenschap van goederen zijn getrouwd en ik hier al bijna 20 jaar woon, blijft het zíjn huis. Dat heeft waarschijnlijk te maken met mijn onvermogen me te hechten, maar zeker ook met het feit dat hij hier allang woonde toen ik in zijn leven kwam.

eerste gat in het dak van het buurhuis; Henk houdt alles goed in de gaten!

Dus toen afgelopen maandag de slopers kwamen om ons buurhuis te slopen met welke wij één muur deelde, toen voelde ik mij heel ernstig aangetast in mijn gevoel van veiligheid en privacy. Als hoogsensitief mens werd ik niet alleen krankzinnig van de HERRIE en het dreunen van de kraan en de vrachtwagen die het puin afvoerde, ook het voortdurend bewegen van vreemde mensen in mijn zeer directe persoonlijke leefruimte maakt mij bijzonder ongelukkig. Zeg maar gerust hysterisch. Bij elke beweging die de kraan maakte, stond ons huis te trillen alsof we in Groningen wonen. En al meteen de eerste dag hadden we lekkage in de gang en het toilet. Terwijl ons steeds beloofd was dat we echt nergens last van zouden hebben. En het ergste moest nog komen!

Het regenwater liep langs de muur zo onze gang binnen 😦

Want ondanks de belofte dat de gedeelde muur zou kunnen blijven staan, bleek woensdag dat die toch gesloopt moest worden. Dus donderdag zaten we de hele dag zonder zijmuur. Waardoor niet alleen onze zijdeur, die wij als voordeur gebruiken, in het luchtledige stond, ook ons toilet was plotseling een openbare ruimte geworden.

weg wcmuur. Let op het buisje waar de kraan aan hangt…

Woensdag op donderdagnacht heb ik mijn hangmat beneden op het plaatsje opgehangen. Boven op het dakterras werd echt een beetje te gek:

nu het buurhuis weg is, lig ik eigenlijk gewoon langs de openbare weg…niet dat veel mensen omhoog kijken, maar toch

midden in de nacht werd ik wakker van iemand die op de bouwplaats aan het rondscharrelen was. Ik werd daar wakker van. Tenslotte…..feitelijk liep hij gewoon in mijn slaapkamer! Ik vroeg hem wat hij aan het doen was en hij zei dat hij koperdraad en zo aan het zoeken was. Ik heb hem weggejaagd. Ten eerste heb ik geen behoefte aan vreemde mensen in mijn directe leefomgeving en had ik mij daar al de hele week aan moeten conformeren, het is ook gewoon stelen en daar heb ik bezwaar tegen. Er staat niet voor niks een hek om het bouwterrein! Hij droop af. Maar de volgende dag scharrelde hij weer rond op de bouwplaats. De bouwers (die onze nieuwe muur aan het maken waren) en slopers waren net aan het lunchen en ik was onderweg naar weg. (Omdat ik thuis niet kan zijn, had ik geregeld dat ik in de kerk orgelles kon geven.) Ik was wat vergeten en toen ik terugliep van de parkeerplaats naar huis, zag ik hem wegfietsen met een stuk koperen pijp van ruim een meter. Inderdaad! Hij heeft dat pijpje waar de kraan van het fonteintje in het toilet (zie foto) gewoon uit het plafond getrokken en met kraan en al meegenomen. Vertel mij maar eens dat dat geen stelen is! Anyways, gelukkig waren we nog niet weg en konden we meteen de hoofdkraan dichtdraaien en de pijp afstoppen. Nu zijn we op zoek naar een nieuw kraantje zodat het fonteintje weer kan functioneren zodra alle ellende voorbij is.

Ik heb mijn tarp opgerold, maar zie hem hangen en begrijp waarom boven op het dakterras slapen niet echt meer een optie is

Want ook de belofte in vijf dagen klaar te zijn, kunnen ze niet waarmaken. Ik moet op de een of andere manier nóg zo een helse week doorstaan en kan alleen maar hopen en bidden dat het niet nóg een week gaat duren….In het weekend zijn ze gelukkig niet hier en heb ik even kans om bij te komen. Vanochtend heb ik eerst geveegd, stof gezogen, gepoetst, opgeruimd, gedweild en afgestoft zodat het huis weer enigszins toonbaar en leefbaar is en nu ga ik taarten bakken voor mijn Moeder die maandag 90 jaar hoopt te worden.

Ik bak een klassieke appeltaart, een chocoladecake met lavendelglazuur en een bramenkwarktaart. Natuurlijk allemaal 100% plantaardig en met fruit en lavendel uit eigen moestuin.

Ik vroeg mijn Moesje: en? Hoe oud gaat u worden maandag? Ze zei: ik ben in 1931 geboren … Ik: dusssss, hoe oud wordt u dan? Waarop ze een beetje bozig riep: nou, je kunt toch rekenen!!! Ze mag dan oud zijn en de dingen niet meer weten, ze blijft een rebel! 🙂 ❤

Moeder met haar jongste kleindochter (bijna 13)

Barmhartige Samaritaan

Vandaag, op de dag dat st Franciscus en (dus) Werelddierendag vieren, de dag dat mijn beste vriend aan zijn laatste chemokuur begint, de dag waarop het sloopbedrijf is begonnen met het slopen van ons buurhuis en ook nog een neef van mij zijn verjaardag viert, vandaag dus lezen we één van mijn favoriete stukjes uit het Nieuwe Testament:

Meester,’ vroeg hij, ‘wat moet ik doen om eeuwig leven te krijgen?’ Jezus vroeg: ‘Wat zegt de wet van Mozes daarover?’ Hij antwoordde: ‘Heb de Here, uw God, lief met heel uw hart, met heel uw ziel, heel uw kracht en heel uw verstand. En heb uw naaste net zo lief als uzelf.’ ‘Goed!’ zei Jezus. ‘Doe dat en u zult eeuwig leven krijgen.’ De man voelde zich aangesproken. Om zich te rechtvaardigen, vroeg hij: ‘Wie is eigenlijk mijn medemens?’ Als antwoord gaf Jezus hem dit voorbeeld: ‘Een man reisde van Jeruzalem naar Jericho. Onderweg werd hij door rovers overvallen. Zij rukten hem de kleren van het lijf, sloegen hem bont en blauw en lieten hem halfdood langs de weg liggen. Toevallig kwam er een priester langs. Maar toen hij de man zag liggen, ging hij aan de overkant van de weg voorbij. Een tempeldienaar die voorbijkwam, deed hetzelfde en liet de man gewoon liggen. Gelukkig kwam er ook iemand langs die medelijden kreeg toen hij hem daar zag liggen. Het was een Samaritaan, een vijand van de Joden. De Samaritaan knielde naast hem neer, verzorgde zijn wonden met olie en wijn en legde er verband om. Daarna tilde hij hem op zijn ezel en ging er zelf naast lopen. Zij kwamen bij een herberg, waar hij hem verder verzorgde. De volgende morgen gaf hij de herbergier twee zilveren munten en zei: “Zorg goed voor hem. Mocht dit geld niet genoeg zijn, dan betaal ik de rest de volgende keer wel.” Wat denkt u? Wie van deze drie was de medemens van het slachtoffer van de roofoverval?’ ‘De man die medelijden met hem had,’ was het antwoord. ‘Precies,’ zei Jezus. ‘Volg zijn voorbeeld dan. Luc. 10, 25-37

de barmhartige Samaritaan

Laten wij elkaar tot naaste zijn…. zeker in deze tijd waarin we door diegene die ons tot voorbeeld zouden moeten zijn en die ons zouden moeten leiden min of meer gedwongen worden elkaar te veroordelen en bang voor elkaar te zijn. Wees niemands naaste en houd voldoende afstand! roep de overheid al een aantal jaar en helaas gaan steeds meer mensen erin mee…

De zaligverklaarde Charles de Foucauld (1858-1916) die als kluizenaar in de Sahara leefde en werkte, schreef over deze lezing: Hoe goed bent u geweest, o goddelijke Samaritaan, om deze gewonde wereld terug te brengen, zo jammerlijk gevallen op de weg, begraven in dat slijk, en zo onwaardig van uw goedheid! Laten wij goed zijn voor de zondaars, omdat God zo goed is voor ons; laten wij voor hen bidden en hen liefhebben. *einde citaat. Een beetje zoals ik altijd zeg: wees aardig voor onaardige mensen; zij hebben het hardste nodig.

angst is een slechte raadgever

Zelf ben ik al een aantal keer getest op mijn barmhartigheid. Situaties waar ik in terechtgekomen ben die om onmiddellijke actie en reactie vragen en waarin ik accuraat gehandeld heb; ik heb diverse voorbeelden. Toch vraag ik me elke dag opnieuw af of ik voldoende heb gedaan. Vraag ik God elke dag om kracht er te zijn voor de ander. Probeer ik te zien en te handelen naar wat de ander nodig heeft.

Er is een kracht in de wereld aan het werk die ik niet anders dan satanistisch kan noemen. De beste truc die de duivel ooit heeft uitgehaald, is ons doen geloven dat hij niet bestaat. En als de duivel niet bestaat, wie heeft er dan belang bij God te kennen? Zo leven we in een steeds koudere, steeds onbarmhartiger wereld die van overheidswege wordt aangestuurd mensen uit te sluiten. Segregatie en discriminatie wordt meer en meer de norm en verschillende groeperingen worden tegen elkaar opgezet in het kader van verdeel en heers. Divide et imperat; de oude Romeinen wisten het al. Zolang de mensen onderling ruzie maken, komen ze niet in opstand. Toch denk ik dat het tijd is om de verdeeldheid achter ons te laten en als één mens op te staan tegen de overheid die ons op de knieën dwingt. Ik ga in ieder geval door op mijn zelfgekozen pad en bij mij is altijd iedereen welkom. (tenzij ik natuurlijk overprikkelt ben en rust nodig heb! :D)

Leesvoer: https://gedachtenvoer.nl/2021/10/04/als-je-denkt-dat-het-weer-normaal-gaat-worden/

Schrijven en Boek

Hier dan de bekendmaking van het debuut van Nish. Ik raad iedereen van harte aan het te kopen en te lezen, want het is behalve een spannend boek ook een aanklacht jegens onze maatschappij en dan in het bijzonder gericht op mantelzorg en alle problemen daaromheen. Een kijkje achter de schermen voor wie zich in de gelukkige omstandigheid bevindt slechts gezonde en zelfstandige familieleden te hebben. Lees hier wat Nish er zelf over zegt:

(Deze blog verscheen eerder op de pagina van kleurrijke schrijvers) December 2019 besloot ik dat ik toch maar eens moest investeren in mijn schrijfwerk, dus sloot ik me voor 2020 aan bij de kleurrijke schrijfgroep. Dat betekent wekelijks een Webinar en maandelijks naar Soest voor een schrijfdag. Oplettende lezers zullen begrijpen dat die schrijfdag in Soest […]

Schrijven in Rust Reinheid en Regelmaat — NishTexel

Samengesteld

PRELUDE: We spreken over een samengesteld register als voor één toets meerdere pijpen tegelijk opengaan. De cornet bijvoorbeeld is een samengesteld register. Wanneer je de cornet opentrekt, klinkt er een 8′, een 4′, een 2 2/3′, een 2′ en een 1 3/5′. Apart van elkaar zijn deze registers zeer individueel maar bij elkaar klinken ze als een eenheid. (En in het geval van de cornet als een koperblazer) Dit is even een technisch verhaal maar ook iedereen die niks van orgels weet kan het begrijpen. Dit verhaal is ook een soort samengesteld register. Wat ik wilde schrijven werden allemaal megakorte stukjes. Ik ben al dagen bezig er iets samenhangends van te maken en uiteindelijk heb ik besloten de verschillende korte stukjes bij elkaar te voegen en zo toch een blog te krijgen van enige omvang.

MADELIEFJU EN REINIER: Afgelopen week heb ik twee keer van Madeliefju gedroomd. Madelief was mijn eerste hond. Ze was een pitbullteef die op het strand van Scheveningen woonde en twee jaar lang de mensen van de dierenambulance wist te omzeilen. Hoogstwaarschijnlijk was ze in het illegale circuit gebruikt als fokteef. En, aan haar littekens te zien, ook als bait voordat ze wist te ontsnappen. Ik haalde haar uit het asiel en sindsdien waren we onafscheidelijk. Ik zeg wel dat ik haar uit het asiel haalde, maar eigenlijk ging het andersom. Ze zat met een andere teef in een hok en met die andere teef wilde ik gaan wandelen. Zodra ik het hok open deed, sprong Madelief met vier poten tegelijk in mijn armen. Twee weken later nam ik haar mee naar huis en toen is ze bij me gebleven totdat ze écht niet meer kon en op een zomerdag heel rustig is ingeslapen. Ik heb nooit eerder en nooit meer daarna zo een slimme en handige hond ontmoet! Maar dit allemaal even terzijde: ik droomde over Madelief. In de eerste droom rende ze door de tuin van het tweede huis waar we samen woonde. Daar hadden we een flink stuk grond en Madelief mocht graag ’s morgens voor het ontbijt een paar rondjes rennen. Zo ze ook deed in mijn droom. In de droom de nacht daarna, zat ze aan de andere kant van de Regenboogbrug op Reinier te wachten. Reinier lijkt in karakter en ook in lichaamsbouw heel erg op Madelief, dus ik heb vanaf dag 1 dat ik Reinier uit (een ander) asiel heb gehaald die vergelijking getrokken. Reinier woont inmiddels 11 jaar bij ons en is dus minstens 11,5 en dat is echt oud voor een hond van 35 kilo. Ik weet rationeel dat hij niet zo lang meer bij ons zal blijven en middels dromen bereid ik me blijkbaar emotioneel ook voor op een afscheid. Of Madelief kwam me geruststellen dat zij op Reinier zal passen als ik het niet meer doen kan. Dat mag je ook geloven. Ik geloof dat.

Madeliefju met mijn nichtje (al een aardig tijdje terug 😉 )

TRADITIE EN MACHT: Ik las het laatste deel uit de serie De Bijbel voor ongelovigen (deel 6) van Guus Kuijer: Judit, Daniël, Susanna en Ester. Het heet voor ongelovigen te zijn, maar ook gelovigen kunnen het gewoon lezen. Ik doe dat tenminste met veel plezier en ik steek er altijd weer een hoop van op, zelfs al ken ik de verhalen uit de Bijbel zelf. Ik denk ook dat naast de Bijbel zoveel mogelijk óver de Bijbel lezen het begrip van de Bijbel alleen maar kan bevorderen. Tenslotte is de Bijbel lang geleden geschreven en zijn er sindsdien nogal wat veranderingen geweest. Niet alleen in de mens zelf en zijn samenleving en manier van met elkaar omgaan, ook God heeft talloze veranderingen doorgaan en doorstaan. Onveranderlijk en eeuwig is het wellicht slechts ons beeld van Hem dat veranderd, maar desalniettemin lijkt het me nuttig en verantwoord kennis te nemen van hoe andere mensen naar de Bijbel kijken, over de verhalen (na)denken en over God praten. En aangezien de Bijbel hét Boek is om te leren over leven, samenleven en God…

Reinier

Guus Kuijer schrijft in dit boek: Benauwende tradities zullen er altijd zijn, want moderniteit schept nieuwe tradities die heel fris lijken, maar na verloop van tijd gaan stinken. *einde citaat

Klopt. Tradities zijn mooi en aardig en geven ook een hoop rust en regelmaat in het leven, maar we mogen nooit kritiekloos tradities overnemen. Als voorbeeld hoef ik alleen maar Zwarte Piet te noemen, die voor een heleboel mensen een prachtig mooie traditie is, alles te maken heeft met vrolijkheid, gezelligheid en huiselijkheid terwijl voor andere mensen dezelfde traditie pijnlijk en confronterend is. In plaats van samen te werken, naar elkaar te kijken en te respecteren en van elkaar te leren, staan voor-, en tegenstanders al een aantal jaar rechtlijnig tegenover elkaar zonder toenadering en proberen mensen die niet zoveel hebben met de traditie een middenweg te vinden. De traditie is gaan stinken en het is hoog tijd voor een poetsbeurt!

Ook lees ik: Als je macht wilt krijgen, moet je het volk een vijand aanpraten. *einde citaat* In het betreffende Bijbelverhaal wordt het volk aangepraat dat de Joden de oorzaak zijn van alle ellende. (waar heb ik dat eerder gehoord?) Lees verder over en in Ester hier: https://www.bible.com/nl/bible/75/EST.INTRO1.HTB Het is zeker de moeite waard want de situatie in het boek Ester lijkt verrassend veel op onze huidige situatie. Natuurlijk kun je ook deel 6 van de Bijbel voor ongelovigen van Guus Kuijer lezen 😉

Reinier toen hij nog jong was (en zijn hele staart nog had; lang verhaal, vertel ik nog weleens)

DOMINEE VS PATER: Afgelopen Zondag zat ik op de orgelbank bij onze protestantse broeders en zusters. Naast de dominee en ik waren er 16 mensen in de kerk. De dominee was een gastdominee en ze had een rare mengeling van liederen uitgezocht….maar goed, ze kon wél zingen. Helaas was haar zangkunst onevenredig veel groter dan haar preekkunst. Ik heb zelden zo een slechte preek gehoord. Ik was er zelfs lichtelijk van overstuur. Gelukkig stuurt mijn vriend Tom mij altijd zijn preek voor de Zondag. En een deel van zijn preek wil ik graag met jullie delen. Het gaat over de volgende lezing:

Hij ging zitten en riep hen bij Zich. ‘Luister,’ zei Hij, ‘wie de eerste wil zijn, moet de allerlaatste zijn en iedereen dienen.’ Hij riep een kind bij Zich. Toen het tussen hen in stond, sloeg Hij zijn arm om het kind heen en zei: ‘Wie uit liefde voor Mij zoʼn kind ontvangt, ontvangt Mij. En wie Mij ontvangt, ontvangt mijn Vader, die Mij gestuurd heeft.’ Johannes zei: ‘Meester, wij hebben iemand gezien die uw naam gebruikte om boze geesten te verjagen. Wij hebben hem gezegd dat dat niet mocht, omdat hij niet bij ons hoort.’ Maar Jezus zei: ‘Houd hem niet tegen, want iemand die in mijn naam wonderen doet, zal niet vlug kwaad van Mij spreken. Wie niet tégen ons is, is vóór ons. Marcus 9, 35-48

Ik wil graag vier alinea’s uit Toms preek met jullie delen:

En dan ziet Johannes iemand die niet tot de club behoort, met succes duivels uitdrijven in Jezus’ Naam. Hij probeert het te beletten. “Dat is ons werk. Daar gaan wij over. Jezus is van ons. Gods kracht werkt alleen in ons.”
Maar Jezus spreekt Johannes tegen. “Wie niet tegen ons is, is voor ons.”

Gods werkzaamheid kun je ook vinden buiten onze kring. God is groter dan je denkt. Gods werkzaamheid is niet gebonden aan een groep mensen die in Jezus geloven en zijn werk willen voortzetten. God kan verassend nieuw werkzaam zijn in anderen. Ook anderen dan wij kunnen op hun manier medewerkers zijn van het Rijk van God.

Wij staan als kleine groepjes in een wereld die denkt dat geloof een privézaak is. Als we echt katholiek zijn dan wéten we dat we een boodschap voor de wereld hebben. Kwade machten verdrijven. Belangeloos het goede doen. Uitzicht houden op het Rijk Gods. De wereld maken tot een leefbaar huis voor allen.
Deze katholieke opdracht is niet exclusief voor onze club.
“Meester, die moslim daar doet dingen zoals wij christenen dat zouden moeten doen. Het is ons niet gelukt hem te beletten”.
“Meester, die meisjes en jongens die protesteren voor milieuverbetering en klimaatbeheersing, doen net alsof zij rentmeester zijn van deze aarde. Maar dat zijn wij christenen toch.”
“Meester, die mensen vangen vluchtelingen op en bieden hun brood, bad en bed en zorgen voor werk. Maar wij zijn toch geroepen in iedere vreemdeling uw beeld te zien.”
Ook tegen ons zegt Jezus: “Wie niet tegen ons is, is voor ons.” Werk met al deze mensen samen om het Rijk Gods op te bouwen. Zoek bondgenoten. Ga met hen meewerken. Help hen als ze worden tegengewerkt. Bid voor hen en werk met hen opdat Gods Rijk kome en Zijn wil geschiede.

Als wij zouden zeggen: “Ze zijn niet eens katholiek”, dan zou God weleens kunnen zeggen: “Maar zij zijn wel soepeler instrumenten in mijn hand dan vastgeroeste katholieken die zich opsluiten in eigen gelijk.”

We hebben handen en voeten, oren en ogen van iedereen nodig om een betere wereld op te bouwen. Maar als wij met argwaan kijken naar anderen die op hun manier zich inzetten, dan is het beter om niet naar hen te kijken, of: sterker om je oog uit te rukken. Een argwanend oog draagt niet bij aan het Rijk van God.

Wanneer wij weglopen als wij om een concrete dienst gevraagd worden, dan dragen onze voeten niet bij aan het rijk van God. U weet: de priester en de leviet liepen voorbij; de vreemdeling, de Samaritaan liep op het slachtoffer toe.
Weglopende voeten en werkeloze handen dragen niet bij aan het Rijk van God.
Je kunt ze bij wijze van spreken net zo goed afhakken.
Als je oren alleen maar willen horen naar jouw eigen geluid en de nood van de ander niet willen verstaan, dan dragen ze niet bij aan het Rijk van God. Wat heeft Jezus aan mensen die zich doof houden als de ander om hulp roept?
Je ergeren aan anderen omdat zij het goede doen dat jij nalaat is kleinzielig, enghartig en een christen onwaardig.
Christenen zijn mensen van een wereldwijde zusterschap en broederschap.
Wij meten een mens niet af aan wàt hij is, maar aan wie hij is en hoe mèt ons werkt aan een nieuwe wereld die we gelovig Rijk Gods noemen
. *einde citaat* (als je de hele preek wilt lezen, stuur dan even een berichtje)

Ik ken best veel mensen die zich Christen noemen. En ik ken ook een aantal mensen die zichzelf atheïst of agnost noemen en ondertussen Christelijk werk doen. Het is met mensen net als met muziek: er bestaan goeie en slechte. In elke groep, in elk genre, in elke samenleving, overal en overal vind je goeie en slechte mensen. Een mooi voorbeeld vind ik altijd als ik een serie kijk of lees over een criminele organisatie en dat ik dan voel bij mezelf dat mijn loyaliteit ligt bij degene die me het meest sympathiek is, zelfs als deze duidelijk de slechterik is. Bijvoorbeeld Tony Soprano (van de hitserie The Sopranos) of Beth (van de Netflix serie Good Girls) Het is dus naïef om te denken dat je op basis van enkele gegevens kunt oordelen of iemand een goed of slecht mens is. Uiteindelijk wil ik ervan uit gaan dat iedereen op zijn manier probeert het juiste te doen. Soms is dat heel moeilijk. Zoals afgelopen Zondag tijdens een preek die niet alleen absoluut niet aansloot bij mijn gedachteraam en in mijn ogen evenmin bij het Christelijk gedachtegoed dat in de gekozen lezing wordt uitgedragen, maar ook nog eens zo verschrikkelijk saai werd gebracht dat het werkelijk een wonder was dat ik niet in slaap ben gevallen. Ik oordeel en beoordeel en veroordeel daarmee deze dominee omdat ze in mijn ogen (of eigenlijk oren) haar werk niet goed doet. Ik denk: hoe kan iemand die zo goed kan zingen zo slecht praten? Weet ik veel, misschien zit er wel een lang, heftig en persoonlijk verhaal achter…..

Onlangs beschuldigde iemand mij dat ik wel de splinter zag in haar oog, maar niet de balk in mijn eigen. Wellicht heeft ze gelijk. Ik ga nog eens op zelfonderzoek. En kom er ongetwijfeld nog eens op terug.

Postlude:

bed moet in mijn geval natuurlijk hangmat zijn 😉