door het oog van de naald

Toen Hij weer verderging, kwam er een man aanrennen. Hij viel voor Jezus op de knieën en zei: ‘Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?’ ‘Waarom noemt u Mij goed?’ vroeg Jezus. ‘Alleen God is toch goed? U kent de geboden: U mag niemand doodslaan. U mag geen overspel plegen. U mag niet stelen. U mag anderen niet vals beschuldigen. Heb eerbied voor uw vader en moeder.’ ‘Daar heb ik mij altijd aan gehouden,’ zei de man. Het was duidelijk zichtbaar dat Jezus genegenheid had voor deze man. Hij keek hem aan en zei: ‘Er is één ding dat u niet hebt gedaan. Ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen. Kom dan terug en volg Mij. Dan zult u rijk zijn in de hemel.’ Het gezicht van de man betrok. Verdrietig ging hij weg, want hij was erg rijk. Jezus keerde Zich om en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het voor rijke mensen moeilijk om in het Koninkrijk van God te komen.’ De leerlingen waren hoogst verbaasd. Daarom zei Jezus: ‘Ja, het is verschrikkelijk moeilijk om in het Koninkrijk van God te komen. Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te kruipen, dan voor een rijke om het Koninkrijk van God binnen te gaan.’ De leerlingen wisten niet meer wat zij ervan moesten denken. ‘Maar wie kan er dan ooit gered worden?’ vroegen zij. Jezus keek hen aan en zei: ‘Menselijk gezien, niemand! Maar bij God is alles mogelijk.’ Marcus 10, 17-27

kameel

Wat bedoeld Jezus hier precies met rijk zijn? Zou hij echt bedoelen dat als je veel bezittingen, veel geld hebt dat het dan moeilijker is om in de hemel te komen? Ik denk het wel. En niet in de laatste plaats omdat Hij ergens anders heel duidelijk spreekt over het dienen van twee heren of eigenlijk de onmogelijkheid daarvan:

U kunt niet twee heren dienen. Want u zult de ene haten en de andere liefhebben, of omgekeerd. Zo kunt u ook niet God dienen en tegelijk uw hart op het geld zetten. Ik geef u deze raad: maak u geen zorgen over eten, drinken en kleren. Uw leven is belangrijker dan het voedsel! En uw lichaam is belangrijker dan kleding! Let eens op de vogels. Die maken zich geen zorgen over wat zij moeten eten. Zij hoeven niet te zaaien of te oogsten of te bewaren, want God geeft hun wat zij nodig hebben. U bent voor Hem toch meer waard dan de vogels! Al die zorgen maken uw leven geen dag langer. Mat.6, 24-27

vogels van divers pluimage

Al die zorgen maken uw leven geen dag langer. Ik zou zelfs nog verder willen gaan: al die zorgen maken uw leven beduidend korter! Niets is slechter voor de gezondheid dan stress en zorgen.

Rijke mensen hebben een moeilijkere weg te bewandelen, zegt Jezus. Het is voor hen moeilijker om in de hemel te komen. Ik denk dat het klopt. Als ik om me heen kijk, dan is het duidelijk dat mensen die veel hebben steeds meer willen hebben, steeds hebzuchtiger worden en steeds minder willen delen. Terwijl mensen die niks hebben, dat kleine beetje dat ze hebben alsnog willen delen. Ik deel ook altijd alles. Ik heb niet zo veel (geld of bezittingen) maar ik ben ook vrijwel nergens aan gehecht; als iemand iets wat ik heb beter kan gebruiken of liever wil hebben, dan geef ik het zonder problemen weg. Ik denk dat het komt omdat als je weinig hebt, je weet wat het is om niks te hebben en dan gun je een ander meer dan je zelf hebt.

nog meer vogels

Een kameel door het oog van de naald moet je overigens niet letterlijk nemen, zoals in de uitgelichte afbeelding in het kunstwerk van Willard Wigan. Het oog van de naald was een klein deurtje in de grote stadspoort waar men doorheen ging wanneer de stadspoort eigenlijk al gesloten was. Een kameel kon wellicht nét door dat kleine deurtje; een karavaan of een grote groep mensen niet. Dat was ook niet de bedoeling. De stadspoorten waren er voor de veiligheid. ’s Nachts ging ie dicht en werd ie bewaakt, zodat er geen dieven en moordenaars binnen de stadsmuren konden komen. Tenzij ze er natuurlijk overdag al waren binnengekomen en gebleven…Je kunt je beschermen tegen kwaad, maar helemaal 100% veilig ben je nooit.

het oog van de naald

Daarom vind ik het ook zo raar en onbegrijpelijk dat mensen de hele dag naar het nieuws luisteren. Afgezien van het feit dat je nooit zeker kunt weten of wat je hoort wel de waarheid is, is het overduidelijk dat de media er vooral op uit is om mensen bang te maken en te houden. (Want bange mensen zijn gehoorzame mensen.) Maar zeg nou zelf: hoe wordt je leven beter als je van minuut tot minuut precies weet (of denkt te weten) wat er aan de andere kant van de wereld gebeurd? Ik denk het toch niet! Ik houd me liever bezig met de vogeltjes in de tuin, de plantjes op de moestuin en het onderhouden van een goede relatie met Henk. Goed zorgen voor de hond en af en toe met veel liefde en geduld op mijn Moeder passen. Muziek maken en andere mensen leren hoe ze (zelfstandig) muziek kunnen maken. Al deze dingen die zo klein lijken op wereldschaal, zijn zoveel belangrijker voor de kwaliteit van mijn leven dan de toestand in de wereld.

Misschien wordt een mens hebzuchtig van veel bezittingen of misschien wil een mens veel hebben omdat hij hebzuchtig is….ik weet het niet. Ik heb wat ik nodig heb en ik heb weinig behoefte aan meer….dankzij de moestuin ben ik in staat te delen van mijn rijkdom en dat doe ik ook graag. In de loop der jaren heb ik geleerd dat ik mensen blijer maak met zelfgemaakte soep dan met verse groente, maar gelukkig houd ik ook erg van koken.

Van de buitenkant af gezien lijkt mijn leven misschien leeg, maar ik ervaar dat het voller en rijker is en met de dag meer dan toen ik nog (veel) geld verdiende, regelmatig op een podium stond en een groot netwerk om me heen had.

Eten of niet eten

Wat gaan we eten? Dat is de vraag!

In die dagen, toen er weer een grote schare bijeen was, en deze niet te eten had, riep Hij zijn leerlingen, en zeide tot hen: Ik heb medelijden met de schare; want reeds drie dagen zijn ze bij Mij, en ze hebben niets te eten. Zo Ik ze hongerig naar huis laat gaan. zullen ze onderweg bezwijken; want sommigen van hen zijn van verre gekomen. Zijn leerlingen antwoordden Hem: Hoe zou men ze hier, in een woestijn, genoeg brood kunnen geven? Hij vroeg hun: Hoeveel broden hebt gij? Ze zeiden: Zeven. Toen beval Hij de schare, zich neer te zetten op de grond. Hij nam de zeven broden, sprak een dankzegging uit, brak ze, en gaf ze aan zijn leerlingen, om ze hun aan te bieden. En ze reikten ze uit aan het volk. Ook hadden ze enkele visjes; Hij sprak er de zegen over uit, en beval ook deze aan te bieden. Ze aten, en werden verzadigd; en ze zamelden de overgeschoten brokken bijeen: zeven korven vol. Er waren daar ongeveer vier duizend mannen. Toen liet Hij ze gaan. Marcus 8, 1-9

Zelf eet ik veganistisch. Dat wil zeggen dat ik niks eet dat van of door dieren gemaakt is. Deze keuze heeft een lange geschiedenis in mijn leven, maar dat is nu niet zo belangrijk. Het feit dat ik daar vrij streng over ben (voor mezelf) vloeit voort uit een vaste overtuiging dat ieder levend wezen intrinsieke waarde heeft. Ik schreef er al eerder over. Vanuit dezelfde emotie ben ik zwaar gekant tegen euthanasie, zelfmoord en abortus. Maar ook dat is hier en nu niet van belang. Behalve dan dit: er is een tijd in mijn leven geweest dat ik er liever niet wilde zijn en op een langzame manier zelfmoord probeerde te plegen; door niet of nauwelijks te eten. Toen ik nog maar 43 kilo woog, kwam ik toch bij de hulpverlening terecht en leerde ik opnieuw eten. De psychiater leerde me dat als ik geen zin heb in eten, ik gewoon moet bedenken dat eten noodzakelijk is. Of zoals mijn Moeder altijd zei als ik ergens geen zin in had: dan maak je maar zin!

Eten is belangrijk om in leven te blijven. Iedereen heeft zo zijn voorkeur en afkeur. De een is allergisch of overgevoelig voor wat de ander graag eet. Ik eet graag precies andersom dan de meeste mensen. Ik ontbijt het liefst met gebakken aardappelen of rösti met sla, tomaat, augurk en/of witlof. Net wat ik aan groente in huis heb. Ik haal dan wortel, rode biet en/of appel door de sapcentrifuge met een stuk gember en een stuk kurkuma. Als lunch eet ik meestal warm eten. Ik ben begonnen met tussen de middag koken nadat Henk zijn eerste hartinfarct had, omdat het minder zwaar voor het hart schijnt voor het hart. Ik weet niet of dat zo is, maar het bevalt ons prima. Tegen de avond kook ik dan graag een bak havermout met vruchten. Een gerecht waar de meeste mensen liever mee ontbijten, maar mij bevalt het prima deze volgorde en deze manier van eten.

En het liefste maak ik alles zelf, from scratch zoals de Engelsen zeggen. Dan weet ik tenminste zeker dat er niks in zit wat ik niet wil eten. Een grote favoriet op het moment zijn mijn seitanworstjes. Hier volgt het recept.

SEITANWORSTJES

INGREDIËNTEN: 150 gram tarwegluten, 2 eetlepels gistvlokken, 1 kleine prei (of 1 ui), 2 teentjes knoflook, 3 eetlepels ketjap manis, 2 eetlepels miso, margarine om in te bakken, 60 ml aquafaba (of lauw water), 1 theelepel komijnpoeder, 1 theelepel kerriepoeder, bakpapier, grote pan met vergiet of stoompan. Snijd de prei (ui) klein en fruit deze in wat margarine. Voeg de miso en de ketjap toe en roer goed door. Laat een minuut of vijf aangaren. Meng alle droge ingrediënten en voeg het preimengsel toe. Voeg aquafaba toe tot er een stevig, kneedbaar mengsel ontstaat. Hoe langer je kneed, hoe steviger de worstjes worden. Deel het deeg in zessen en kneed er mooie worstjes van. Draai deze worstjes individueel in een bakpapiertje en rol dicht als een toffee. Leg de worstjes in het vergiet en stoom 45 minuten. Als de worstjes zijn afgekoeld, kun je ze eventueel nog even bakken in de koekenpan. Deze worstjes zijn heerlijk bij stamppotten, maar aan plakjes gesneden smaken ze ook fantastisch op een boterham. Eet smakelijk!

Valentijn

Vandaag (14 februari 2022) zijn Henk en ik 15 jaar getrouwd. We zijn speciaal op Valentijnsdag getrouwd zodat we de datum makkelijk kunnen onthouden. Dat zeggen we tenminste altijd. De waarheid is iets anders. We wilden eigenlijk gewoon op Zondag naar de kerk gaan en getrouwd thuis komen. We hadden daarvoor Zondag 11 februari 2007 voor uitgezocht. Maar onze pastoor ging dwarsliggen; hij wilde ons niet trouwen op een Zondag. Hij deed het voorkomen alsof dat niet mocht of niet kon, pas veel later kwam ik erachter dat het gewoon zijn persoonlijke voorkeur was. Een andere priester had hoogstwaarschijnlijk ons verzoek zonder morren ingewilligd. Enfin, we hebben toen gekozen voor 14 februari. Sint Valentijn overigens naar wie deze feestdag is vernoemd, is voor de kerk helemaal geen heilige meer sinds hij tijdens het Tweede Vaticaans Concilie met vele van zijn soortgenoten van de heiligenkalender werd geschrapt. Net als andere zeer populaire heiligen die volgens de kerk geen heiligen meer zijn als Sint Nicolaas, sint Caecilia en sint Antonius wordt zijn sterfdag nog steeds over de hele wereld gevierd. Luister hier https://ps-af.facebook.com/igniswebmagazine/videos/wie-was-sint-valentijn/491791695075286/ naar het verhaal achter de heilige.

Vanochtend dacht ik aan die tijd voor ons trouwen. En aan de tijd voordat we echt samen waren. Ik was helemaal niet van plan ooit nog aan een relatie te beginnen. Sterker nog, ik was vast van plan na mijn eindexamen (master piano aan het conservatorium van Maastricht) in te treden bij de Benedictinessen in Jouarre https://abbayejouarre.org/ of bij de zusters van de Liefde in Tilburg https://www.zustersvanliefdetilburg.nl/. Maar Henk leerde mij kennen bij de BigBangTexel waar ik (tijdelijk) de pianopartij voor mijn rekening nam en zette alles op alles om mij te veroveren en na twee jaar is hem dat uiteindelijk gelukt. Begrijp me niet verkeerd: ik heb daar geen spijt van. Maar het is wel tekenend voor hoe mijn leven verloopt …

abdijkerk Jouarre gezien vanaf de orgelbank; eigen foto februari 2020

Toen ik vijf jaar oud was, ging ik op pianoles. Dat was niet omdat ik dat zo graag wilde, maar omdat onze buurvrouw mij en haar dochter op les deed. Dit deed ze omdat wij elke dag urenlang achter de piano zaten en zij ervan overtuigd was dat we muzikaal talent hadden wat ontwikkeld moest worden. (Het bleek dat ze gelijk had, zowel ik als betreffende vriendin zijn professioneel musicus geworden) Toen ik een jaar of zeven was, wilde ik liever operazangeres worden. Mijn Moeder vertelde me onomwonden dat ik niet kon zingen en ik geloofde dat dus bleef ik piano spelen; kon ik in ieder geval zangers begeleiden! Na een verplichtte cursus AMV (=Algemene Muzikale Vorming) mocht ik naar de muziekschool toen ik acht of negen was. Ondertussen had ik nog steeds privé pianoles maar de juf die AMV gaf vond ik zó leuk dat ik ook naar de muziekschool ging om bij haar les te hebben. Naast AMV gaf ze ook trompetles dus ging ik trompet spelen. Weer een keuze die me toeviel, niet een keuze die ik vanuit mezelf maakte.

Toen ik tien of elf was, ging ik met een invalpianojuf mee naar het conservatorium en zij nam me mee naar concerten en overtuigde mijn ouders ervan dat ik musicus zou moeten worden. Ik wilde dat ook heel graag, maar ik wilde het liefst in een orkest spelen en dus doorgaan met trompet en stoppen met piano. Dát vond mijn Moeder niet goed. Dus ben ik braaf doorgegaan met pianoles en ben uiteindelijk ook piano gaan studeren. Nogmaals: geen spijt, maar ook geen duidelijke persoonlijke keuze.

En toen ik ging zingen in het plaatselijk parochiekoor werd me opeens gevraagd achter het orgel plaats te nemen onder het motto van: als je piano kunt spelen, kun je ook orgel spelen. Zo kwam ik in de kerkmuziek terecht. Opnieuw: geen persoonlijke keuze! Ik wilde de opleiding bij de bisschop gaan doen (die duurt maar twee jaar) maar daar werd ik niet aangenomen omdat ik met mijn conservatoriumachtergrond de groep zou frustreren. Ga maar naar het conservatorium, werd er gezegd en dat heb ik toen gedaan. Ziet u al een patroon? Ik ging kerkmuziek studeren met als hoofdvak orgel. Halverwege deze studie bleek dat mijn talent voor dirigeren groter was dan voor orgel spelen en veranderde ik op aanraden van mijn studiementor mijn hoofdvak naar koordirectie. Een jaar na mijn masterexamen kerkmuziek deed ik alsnog een bachelorexamen orgel dus ook dat is uiteindelijk weer goed afgelopen. En orgel spelen is echt het allerleukste wat ik ooit geleerd heb. Dus ook in deze situatie weer: geen persoonlijke keuze, maar ook geen spijt!

ik achter het orgel in de Krijtberg, Amsterdam

Ik heb al heel lang geen vaste orgelbank meer, geen een koor meer onder mijn stok, slechts een handjevol leerlingen en mijn laatste concert is bijna twee jaar geleden. Toch blijft muziek een hoofdrol spelen in mijn leven. Invalbeurten bij diverse kerken, uitvaarten spelen en natuurlijk muziek maken voor mijn Moeder. Inmiddels ben ik oud genoeg om te weten dat het niks uit maakt. Muziek is muziek en of je nou piano, orgel of trompet speelt, een koor of een korps of een orkest dirigeert, het gaat alleen om de muziek en wat ik met de muziek doe/kan doen en hoe ik “mijn” zangers of muzikanten kan laten genieten van het harde werk dat muziek vraagt, van muziek maken! Sinds september 2021 heb ik de rol van dirigent van de plaatselijke fanfare op me genomen en dat is echt ontzettend leuk. In maart hebben we ons eerste concert samen en daar verheug ik me zeer op. Ook in de rol ben ik gevallen, maar mijn goede voornemen was beter naar de Geest luisteren en ik denk overal in mijn leven de Geest te zien. De Geest die mij steeds opnieuw doet opstaan als ik denk niet meer verder te kunnen. De Geest die mij telkens opnieuw begeesterd muziek te maken. De Geest die mij voort doet gaan en leidt.

Ik kreeg van Henk 16 gerbera’s (mijn lievelingsbloemen) ; één voor elk getrouwd jaar en één voor het komende. Wellicht heb ik weinig keuze in de dingen die me overkomen, het blijft altijd mijn vrije keuze hoe om te gaan met de dingen die me overkomen. Ik had iedere keer mijn kont tegen de krib kunnen gooien en mijn eigen zin doorzetten, of wat ik op dat moment dacht wat mijn eigen zin was, maar door mee te gaan met de stroming heb ik toch maar mooi overal op de wereld concerten mogen geven, diverse stukken in première doen gaan, heel veel mooie muziek mogen maken op prachtige plekken en achter de meest fantastische orgels. En wie weet hoeveel leerlingen ik heb mogen inspireren?! Door mee te gaan in de stroming heb ik wel vier conservatoriumdiploma’s aan de muur hangen en ben ik inmiddels 15 jaar gelukkig getrouwd. Wie weet wat de Geest nog voor mij in petto heeft? Ik ben benieuwd! En ondertussen werk ik aan mijn angermanagement. Ook dat zal uiteindelijk wel ergens goed voor blijken te zijn.

Valentijn, H.Q. de Fault

Doodzonde (twee)

Hoe kwam ik eigenlijk te denken over doodzonde? Nou, ik las het boek The book against God van James Wood. Waar het over gaat, doet er verder niet zo toe. In dat boek komt de vraag over wat doodzonde is voor. De schrijver memoreert aan een bisschop in Durham die bepaalde mensen tegen de haren instreek en die namen twee mannen aan om het vuile werk voor hen op te knappen en als loon mochten ze de gewaden van de bisschop houden. Dat was natuurlijk best een goed loon want bisschopsgewaden zitten vol brokaat en gouddraad en is misschien wel versierd geweest met parels of edelstenen. De schrijver verbindt de daad aan doodzonde door te zeggen dat de dood letterlijk voor de zonde heeft betaald. Immers de vermoordde bisschop heeft zijn moordenaars zélf betaald met het gewaad van zijn lijf. Ik vond het een opmerkelijk verhaal. En begon na te denken over doodzonde. Helaas kan ik betreffend verhaal nergens vinden. Er zijn diverse bisschoppen in Durham geweest die middels moord of onder verdachte omstandigheden om het leven zijn gekomen maar het verhaal van de beloning heb ik nergens kunnen vinden. (als iemand het ergens heeft of weet te vinden, houd ik mij aanbevolen!)

En toen ik dan eenmaal in de schrijfmodus zat, vergat ik helemaal hoe ik eigenlijk op de gedachte was gekomen. Gelukkig ging de uitleg van de lezing van de dag over zonden en zo kwam ik dan weer op het originele punt terug. Vreemd genoeg had de lezing van de dag weer nauwelijks iets met zonden te maken. De Geest neemt soms een rare omweg.

Heer God, mijn Beminde, als Gij U nog mijn zonden herinnert en daarom datgene niet doet waarom ik U voortdurend vraag, voltrek dan daarin uw wil, mijn God. Dat immers verlang ik het meest. wees goed en vol mededogen, en Gij zult in mij zonden gekend worden. En als Gij nu wacht op uw werken om terwille daarvan mijn bede in te willigen, geeft Gij mij dan die werken en volvoert Gij ze in mij. Zo ook het lijden dat Gij zoudt willen aanvaarden. Moge dit geschieden. en als Gij nu niet op mijn werken wacht, waarop wacht Gij dan, mij zeer milde Heer? Waarom talmt Gij? Als hetgeen ik U vraag in uw Zoon uiteindelijk toch gave om niet en mededogen moet zijn, neem dan mijn onbeduidende bijdrage. Gij wilt die toch. Schenk mij toch dat goed. Gij wilt immers evenzeer.
Want wie zal zich kunnen ontdoen van die povere wijze van handelen en zijn begrensdheid, als Gij hem niet opheft tot U in zuiverheid van liefde, mijn God? Hoe zal zich tot U kunnen opheffen de mens, die geboren en geschapen is in deze laagvlakte, als Gij hem niet omhoogtrekt, mijn Heer, met dezelfde hand waarmee Gij hem hebt gemaakt? Gij zult toch niet ontnemen, mijn God, wat Gij me eens hebt gegeven in uw enige Zoon Jezus Christus, in Wie Gij mij gegeven hebt alles wat ik maar verlang? Ik zal mij er daarom om verheugen, dat Gij niet zult talmen als ik van mijn kant blijf wachten.
Waarom stelt ge uit en wacht ge? Ge kunt immers God nu al beminnen met uw hart? (…) Acht u niet minderwaardig en let niet op de kruimels die van de tafel van uw Vader vallen. Trek naar buiten en beroem u op uw glorie. Verschuil u daarin en wees blij, en gij zult verkrijgen wat uw hart verlangt.
tekst van Johannes van ’t Kruis (1542-1591) Karmeliet en kerkleraar

Nog maar eens het rijtje hoofdzondes:

  1. Superbia (hoogmoed – hovaardigheid – ijdelheid)
  2. Avaritia (hebzucht – gierigheid)
  3. Luxuria (onkuisheid – lust – wellust)
  4. Invidia (nijd – jaloezie – afgunst)
  5. Gula (onmatigheid – gulzigheid – vraatzucht)
  6. Ira (woede – toorn – wraak – gramschap)
  7. Acedia (gemakzucht – traagheid – luiheid – vadsigheid)

Ik vind de moeilijkste zonde om mij van af te keren de woede. Ik kan heel slecht tegen onrechtvaardigheid en ik ben zeer gevoelig voor arrogant gedrag. Ik kan er slecht tegen als mensen zichzelf beter en groter en meer vinden dan ik (of dan wie dan ook) Ik denk dat ieder mens, zelfs ieder levend wezen zijn eigen intrinsieke waarde heeft. Deze waarde komt voort uit het feit dat ieder mens, ieder levend wezen eerst en vooral een gedachte van God was. Het woord van Jahweh werd tot mij gericht: Voordat Ik u in de moederschoot vormde, kende Ik u; Eer ge geboren werdt, heiligde Ik u, En bestemde Ik u tot profeet voor de volken! Jer.1, 4-5 En als ik dan die woede laat stromen, kan ik m moeilijk weer loslaten. Dat is wel echt een groot probleem voor mij. Ik kan wel goed ophouden ergens over na te denken wat me in de weg zit, maar dat is natuurlijk nauwelijks een oplossing. Dit probleem, de woede, komt dan ook steeds bij mij terug. Het is zaak dat ik ooit mijn innerlijke woede dusdanig de kop indruk dat ik er daadwerkelijk van bevrijd ben.

Ik hoop zo dat het me eens zal lukken. Dat er werkelijk verbetering mogelijk is…….ik heb er eerlijk gezegd een hard hoofd in. Ik ben bang dat sommige dingen in dit leven niet tot een oplossing zullen komen, hoe graag ik het ook wil en hoe hard ik er ook voor werk. Maar voor wie in God geloofd, zal de hoop nooit sterven. Wie Jahweh vreest, is niet beangst En niet versaagd, want Hij zelf is zijn hoop. Jezus Sirach 34, 14 Al wie in de Heer gelooft, gaat met opgeheven hoofd!

Zo blijven bestaan Geloof, hoop en liefde, Drie in getal; Maar de grootste daarvan is de liefde. I Kor. 13, 13

Doodzonde

Er was eens een rooms-katholieke man die een moord had gepleegd. Hij ging naar zijn biechtvader om te biechten, penitentie en absolutie te ontvangen. Zijn biechtvader echter had er nogal moeite mee en stuurde hem naar een collega, een Dominicaan. De Dominicaan hoorde zijn verhaal aan en zuchtte onder de verantwoordelijkheid. Hij kon niet tot een besluit komen en stuurde de man naar een pater Jezuïet. In de gedachte dat als een Jezuïet het niet kan, het onmogelijk is. De man deed opnieuw zijn verhaal en de pater leunde achterover, zijn vingertoppen tegen elkaar in een nadenkende houding en sloot een moment zijn ogen. Toen keek hij de man aan en zei: als je het nou nóg een paar keer doet, is het een dagelijkse zonde en die kan ik je wel vergeven.

Het is een oud grapje. Niet erg valide meer omdat het sacrament van de biecht een ondergeschoven kindje is geworden in de kerk. Het is erg moeilijk überhaupt een biechtvader te vinden, laat staan dat je kunt kiezen uit verschillende biechtvaders van verschillende ordes, maar het zegt wel iets over de zonden. Wat is precies een doodzonde?

In de volksmond is iets al vrij snel een doodzonde. Zo vind ik het doodzonde dat ons buurhuis gesloopt is, er een wanstaltige fietsenstalling voor in de plaats is gekomen, terwijl er ook leuke buren hadden kunnen wonen. Maar dat is natuurlijk mijn mening en niet een zonde. Wat zegt het katechismus van de katholieke kerk over doodzonde? In het kort (1874): Het weloverwogen, dat wil zeggen willens en wetens, kiezen voor iets dat ernstig indruist tegen de goddelijke wet en de uiteindelijke bestemming van de mens, dat is doodzonde. Deze vernietigt in ons de liefde, en zonder liefde is de eeuwige zaligheid niet mogelijk. Zonder berouw leidt ze tot de eeuwige dood.

Het is dus van belang dat men wéét dat wat men doet zondig is, een doodzonde is. Om van een doodzonde te kunnen spreken, moeten drie voorwaarden tegelijk vervuld zijn: elke zonde die een zwaarwegende materie tot object heeft en die begaan wordt met volle kennis en weloverwogen toestemming, is een doodzonde. (Katechismus 1857) Onvrijwillige onwetendheid kan de toerekenbaarheid van een zware fout verminderen of zelfs wegnemen. Een zonde uit slechtheid, door een bewuste keuze voor het kwaad, is de zwaarste zonde. (Katechismus 1860)

Toch kunnen ook die doodzonden vergeven worden. Als er maar sprake is van berouw, oprecht berouw. En natuurlijk het vaste voornemen het niet nóg eens te doen. Persoonlijk vind ik dat altijd het lastigst bij een biecht. Ik heb berouw van mijn zonde, maar ik vind het moeilijk me voor te stellen dat ik het nooit meer zal doen. Tenslotte héb ik het gedaan en als ik het een keer gedaan heb, kan ik het vast nog eens doen. Dan kan ik me wel vast voornemen het te laten, maar wie kan dat garanderen? Ik niet. Toch probeer ik Job als voorbeeld te nemen.

Maar hij sprak: Naakt kwam ik uit de schoot van mijn moeder; Naakt keer ik er terug! Het was Jahweh, die gaf; het was Jahweh, die nam: De Naam van Jahweh zij gezegend! Dus ondanks dit alles heeft Job niet gezondigd, en geen onvertogen woord tot God gericht. Maar hij sprak tot haar: Ge praat als een dwaas! Zouden we wel het goede van God willen aannemen, maar het kwade niet? Dus ondanks dit alles heeft Job zelfs niet met zijn lippen gezondigd. Job 1, 21-22; 2, 10

En als dat nog niet voldoende is mij van de zonde af te houden, dan is er altijd nog Jesaja:

Die verre zijt, hoort wat Ik doe, Beseft, die nabij zijt, mijn kracht! En op Sion zullen de zondaars sidderen, De godvergetenen rillen: “Wie onzer kan ‘t houden bij het verslindende vuur, Wie onzer kan ‘t houden bij de eeuwige gloed!” Maar die in gerechtigheid wandelt, niet veinst bij zijn spreken, Afgeperste winsten versmaadt, zijn handen dichtknijpt voor omkoperij; Die zijn oren stopt, om geen moordplan te horen, Zijn ogen sluit, om geen misdaad te zien: Zo een zal op de hoogten wonen, De burcht op de rotsen zijn toevlucht zijn; Brood zal hem worden gereikt, Water hem nimmer ontbreken. Dan zullen uw ogen den Koning in zijn glorie aanschouwen, En een land van onmetelijke omvang zien. Jes. 33, 13-16

Maar eigenlijk zou natuurlijk het woord van Jezus zelf voldoende moeten zijn: Maar Jesus boog Zich voorover, en schreef met de vinger op de grond. En toen ze aanhielden met vragen, richtte Hij Zich op, en sprak tot hen: Wie van u zonder zonde is, werpe de eerste steen op haar! Weer boog Hij Zich voorover, en schreef op de grond. Toen ze dit hoorden, gingen ze heen, de een na den ander, maar de oudsten het eerst; en Jesus bleef alleen, de vrouw nog steeds in de kring. Nu richtte Jesus Zich op, en sprak tot haar: Vrouw, waar zijn ze gebleven? Heeft niemand u veroordeeld? Ze zeide: Niemand, Heer. En Jesus sprak: Ook Ik veroordeel u niet; ga heen, en zondig voortaan niet meer. Joh. 8, 6-11

Antoon van den Heuvel

Hij riep de schare weer naar Zich toe, en sprak tot hen: Hoort allen naar Mij, en verstaat het goed! Niets kan den mens verontreinigen, wat van buitenaf in hem binnenkomt; maar wat er uitgaat van den mens, dat verontreinigt den mens. Zo iemand oren heeft om te horen, hij hore! Toen Hij nu van het volk was weggegaan en thuis was gekomen, vroegen zijn leerlingen Hem naar de zin der parabel. En Hij sprak tot hen: Zijt ook gij nog zonder begrip? Begrijpt gij dan niet, dat niets den mens kan verontreinigen, wat van buitenaf in hem binnenkomt? Want het komt niet in zijn hart, maar in de buik, en het gaat weer uit op zekere plaats. Hij verklaarde dus alle spijzen voor rein. En Hij ging voort: Wat er uitgaat van den mens, dat verontreinigt den mens. Want van binnenaf, uit het hart der mensen, komen de slechte gedachten voort, ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, gierigheid, boosaardigheid, bedrog, wellust, afgunst, godslastering, hoogmoed, lichtzinnigheid. Al die boze dingen komen van binnenaf, en verontreinigen den mens. Marcus 7, 14-23

Het belangrijkste is dus in de liefde te blijven. Alle kwaad komt van binnenuit en komt voort uit het verlies van liefde. Liefde voor God, liefde voor de naaste en ook liefde voor jezelf. Vanuit en in liefde kan alles vergeven worden. Vanuit en in liefde kan alles beter zijn. Het belangrijkste gebod is deze: heb God lief boven alles en je naaste als jezelf. (Mat. 22, 37-39)

als een woord van God je hart raakt …

Wie is een beter mens: diegene die geen neiging voelt tot het kwaad of diegene die de neiging tot het kwaad durft overwinnen? Daar loop ik nu al de hele week over na te denken …

Mijn beste vriend pater Tom Buitendijk OCarm zei me dat het hem moeilijker leek niet toe te geven aan (de neiging tot) het kwaad, maar dat de mens die geen neiging voelt tot het kwaad of een heilige of een slappeling is…hoogstwaarschijnlijk het laatste. Wat is dan het beste? Zo zuiver mogelijk door het leven gaan en neigingen tot het kwaad omvormen tot deugden. Ik ben het roerend met hem eens, echter … makkelijker gezegd dan gedaan!

lofzang van Simeon

We hebben nieuwe buren gekregen. Dat moet ik even nuanceren. Het huis van buurvrouw Wil is verkocht. Dit huis ligt een gesloopt pand, een straatbreedte en twee woonhuizen van ons huis. Er komt een ouder echtpaar te wonen. Deze mensen vonden het nodig het huis eerst grondig te verbouwen. Het kavel is best groot voor midden in het dorp, maar in plaats van de ruimte te gebruiken, hebben ze het huis uitgebreid tot op de erfgrens met de buurvrouw (blij dat ik daar niet woon!) Ze hebben hiervoor geen vergunning aangevraagd en er was derhalve ook geen gelegenheid bezwaar aan te tekenen. Bovendien hebben ze een stuk van de achterliggende parkeerplaats gekregen, terwijl de gemeente voortdurend klaagt dat er te weinig parkeerplaatsen zijn en we vorig jaar harde actie hebben moeten voeren om onze bewonersvergunning te kunnen behouden. Saillant detail dat de bewoners aan die kant van de straat geen recht hebben op een bewonersvergunning. Al met al een zeer onterecht en onrechtvaardig verhaal. Maar goed, ik maak me nooit zo druk over wat andere mensen wel of niet hebben. Zelf heb ik niet zoveel nodig en verbaas me vaak over waar mensen denken niet zonder te kunnen, maar onrechtvaardigheid! Daar kan ik wel slecht tegen.

Enfin, ze wonen er nog niet eens want de verbouwing is nog niet klaar, maar ze hebben wel al met alle buren ruzie gezocht. Inclusief Henk. En geloof me, met Henk krijg je niet makkelijk ruzie! Dat stoort me mateloos. Dat je dan blijkbaar meer dan genoeg geld hebt om een duur huis te kopen en te verbouwen, de gemeente steekpenningen kan betalen om zonder vergunning te kunnen (ver)bouwen en jezelf een onrechtmatige parkeerplek toe te eigenen en dan wel de buren in jouw nieuwe woonomgeving aanspreken omdat ze zich volgens jou niet aan de regels houden. Dat stoort mij en dan moet ik mezelf bedwingen om geen kattenkwaad uit te gaan halen. Geen gevaarlijke of écht slechte dingen maar pesterijtjes op het niveau van een aardappel in de uitlaat of een schepje suiker in de benzinetank. Begrijp me niet verkeerd: ik zou dat nooit doen! Maar ik denk er wel aan. Vandaar mijn preoccupatie met de gedachte welk mens in principe béter is …

Marcus 6, 7-13

Op een dag riep Jezus de twaalf bij Zich. Hij stuurde hen er twee aan twee op uit en gaf hun macht om boze geesten te verjagen. Ze mochten niets meenemen voor onderweg, behalve een stok. Geen brood, geen tas en geen geld. Zelfs niet een extra paar sandalen of schone kleren. ‘Als je in een dorp komt,’ zei Hij, ‘zoek dan een huis waar je kunt logeren. Blijf daar tot je weer verdergaat. Maar het kan zijn dat in sommige dorpen niemand je wil binnenlaten en niemand naar je luistert. Ga dan weg en schud het stof van je voeten als een getuigenis tegen hen. Dan moeten zij het zelf maar weten.’ De leerlingen gingen eropuit. Aan allen die zij ontmoetten, vertelden zij dat zij de zonde de rug moesten toekeren. Uit veel mensen verjoegen zij boze geesten. Zij zalfden veel zieken met olie en maakten hen gezond. Marcus 6, 7-13

Hoe minder je hebt, hoe meer je kunt geven. Het lijkt tegenstrijdig, maar toch is het waar. Als je hecht aan zaken, aan geld, raak je eraan verslaafd. Er is alleen nog maar meer en meer en meer. Andere mensen zie je niet (meer), hun noden gaan aan je voorbij. Als je niets hebt, kun je verder kijken. Ben je lichter en meer open. Het is ook aan dit fenomeen te danken dat de rijken steeds rijker worden en het verschil tussen rijk en arm groter en groter.

het is oneerlijk verdeeld in de wereld

Ik had het er met Pavel over (mijn geestelijk begeleider) en hij zei dat ik het beste voor ze kan bidden. Bid voor je vijanden, zoals Jezus ons dat voorgedaan heeft. Nu zijn deze mensen niet mijn vijand, maar ik begrijp wat hij bedoeld. Ik moet hen vergeven voor hun wangedrag, want ze weten niet beter. In hun verslaving aan het grote geld en de daarbij komende macht zijn ze vergeten hoe medemens te zijn. Zoals pater Piet Hoornaert OCarm het schreef in zijn preek over deze lezing: In dàt verlangen dat dus ook Jezus drijft, ligt de betekenis van zijn hebreeuwse naam: “Jeshua, God zal redden”. Hij sprak met dit gezag. Als de officiële instanties Hem afwezen en met doodsbedreigingen op Hem af kwamen, is Hij dat innerlijk gezag trouw gebleven tot op het kruis. Ook daar nog, heeft Hij met datzelfde gezag durven zeggen: “Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.” God de Vader wilde aan dat verlangen van Jezus gehoor geven en niet straffen, maar juist vergeven.
 
Wanneer we geraakt worden door woorden of situaties die ons ter harte moeten gaan, dan is God rakelings nabij, of dat ons uitkomt of niet. De Duitse mysticus Eckhart zei zevenhonderd jaar geleden al: “Wie God alleen denkt te vinden in de kerk en tijdens zijn vrome gebeden, en niet in zijn werkschuur of bij het haardvuur, heeft er nog niet zoveel van begrepen.” In onze tijd moeten we hetzelfde enigszins anders zeggen: “Wie God denkt alléén te vinden in de kerk en in zijn vrome gebeden, maar niet óók in de medemens, die op zoek naar de zin van zijn leven of naar hulp; óók niet in een medemens die angstig is of gekwetst door pesterijen, onrecht of laster, of óók Gód zelfs niet weet te vinden in de geschondenheid van deze wereld, heeft er nog niet veel zoveel van begrepen”.
*einde citaat*

En als het me allemaal te moeilijk valt dan roep ik de aartsengel Michaël aan. Wie is als God tenslotte? We zijn geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis, maar onze eigen vrije wil komt soms (nogal eens) in de knoop met onze goede inborst.

En dan is er ook nog iets met erfzonde …

Voor muziekbegeleiding: met de gittiet. Een psalm van David. Jahweh, onze Heer, Hoe heerlijk is uw Naam over heel de aarde! Laat mij uw glorie bezingen hoog aan de hemel: Uit de mond van kind en zuigeling stemt Gij U een loflied aan, Om uw vijand te verstommen, Uw tegenstanders en haters. Als ik de hemelen zie, het werk uwer vingers, De maan en de sterren, die Gij een plaats hebt bereid: Wat is dan een mens, dat Gij hem zoudt gedenken, Een mensenkind, dat Gij acht op hem slaat? Toch hebt Gij hem haast tot een godheid gemaakt, Hem met glorie en luister gekroond. Gij hebt hem gesteld over het werk uwer handen, En alles aan zijn voeten gelegd: Al de schapen en runderen, En de beesten in het wild; De vogels in de lucht en de vissen in zee, Al wat de paden der zeeën bewandelt. Jahweh, onze Heer, Hoe heerlijk is uw Naam over heel de aarde! psalm 8

Zoek God

niet omdat je Hem nodig hebt, maar omdat Hij het waard is gevonden te worden.

‘Trek de wereld in,’ zei Hij tegen hen, ‘en vertel aan de hele schepping het goede nieuws over Mij. Wie het geloven en gedoopt worden, zullen gered worden. Maar wie het niet geloven, zullen worden gestraft. De mensen die het geloven, zullen hieraan te herkennen zijn: zij zullen in mijn naam boze geesten verjagen, zij zullen in nieuwe talen spreken, zij zullen slangen kunnen vastpakken, en als zij iets giftigs drinken, zal hun dat geen kwaad doen, zij zullen zieke mensen de handen opleggen en genezen.’ Marcus 16, 15-18

Eigenlijk hoef je God helemaal niet te zoeken. Hij is. Hij is er. Het enige wat je hoeft te doen, is Hem toelaten in je leven. Vandaag vieren we de bekering van Paulus. Hij was bekend als Saulus en een groot christenvervolger. In de Handelingen der apostelen lezen we hoe Jezus Saulus toespreekt en bekeert.

Toen hij in de buurt van Damascus kwam, flitste er plotseling een licht vanuit de hemel dat hem omstraalde. Hij viel op de grond en hoorde een stem: ‘Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij?’ ‘Wie bent U, Here?’ vroeg Saulus. ‘Ik ben Jezus,’ zei de stem, ‘die u zo fanatiek vervolgt. Sta op en ga de stad in. Daar zal u gezegd worden wat u moet doen.’ Hand. 9, 3-6 Het hele verhaal over de bekering van Saul, kun je lezen in hoofdstuk 9 van de Handelingen der Apostelen. Maar je kunt ook even dit filmpje kijken: https://youtu.be/f52YyAB8Wt8

Saulus zocht God niet. Jezus vond hem. Dat kan ook natuurlijk. Op drie plaatsen in de Bijbel verteld Paulus zelf over zijn bekering:

Ben ik dan niet vrij? Ben ik geen apostel? Heb ik onze Here Jezus soms niet gezien? Heeft de Here mij soms niet gebruikt om u tot geloof in Hem te brengen? Al zeggen anderen dat ik geen apostel ben, u kunt dat niet zeggen. U bent zelf het levende bewijs: de Here heeft zijn stempel op u gezet. I Kor. 9, 1-2

En als allerlaatste heb ik Hem ook gezien, ik, een onwaardige. Ik ben de minste van alle apostelen en zou niet eens apostel mogen worden genoemd, omdat ik de gemeente van God vervolgd heb. Maar wat ik ben, ben ik omdat God zo goed voor mij is geweest. En dat was niet tevergeefs, want ik heb harder gewerkt dan de andere apostelen. Toch heb ik dat niet zelf gedaan, maar God deed het door zijn genade. En het gaat niet om hen of mij. Waar het om gaat, is dat wij allemaal hetzelfde goede nieuws hebben gebracht en dat u het hebt aangenomen. I Kor. 15, 8-11

Maar toen vond God dat de tijd gekomen was dat zijn Zoon in mij kwam wonen. Al voor mijn geboorte had Hij dat in zijn genadige goedheid besloten. Hij wilde dat ik het goede nieuws van zijn Zoon bij de andere volken bekend zou maken. Ik ben er niet onmiddellijk met iemand anders over gaan praten, zelfs niet in Jeruzalem met hen die al vóór mij apostel waren. Nee, ik vertrok naar Arabië en keerde daarna naar Damascus terug. Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om met Petrus kennis te maken en ik logeerde twee weken bij hem. De enige andere apostel die ik toen ontmoet heb, was Jakobus, de broer van onze Here. Denk niet dat ik lieg. God weet dat ik de waarheid spreek. Gal. 1, 15-20

Zo radicaal als Saul maken weinig mensen mee. Natuurlijk zijn er mensen (zoals ik) die zich pas op volwassen leeftijd laten dopen, maar over het algemeen zijn Christenen mensen die als baby gedoopt zijn en min of meer gewoon het voorbeeld van hun ouders en kerkgemeenschap gevolgd zijn. Er zijn dan, zoals ik het zie, drie wegen mogelijk: a. je blijft in de gemeenschap waarin je bent grootgebracht, denkt niet al te diep of ernstig na over geloof of zelfs maar God en drijft mee met de stroom. b. je gaat je bij het opgroeien van alles afvragen, zoekt antwoorden binnen en buiten de gemeenschap, accepteert het geloof van jouw gemeenschap als zijnde het jouwe en blijft of c. hetzelfde verhaal als b maar met een andere afloop, namelijk geen acceptatie en het verlaten van de gemeenschap. Ieder mens zoekt naar verbinding, een mens alleen is niks gedaan. Dus de meeste mensen die de gemeenschap waarin ze zijn opgegroeid verlaten, zoeken een andere gemeenschap met wie ze meer verbinding voelen. Niet omdat je Hem nodig hebt, want feitelijk heb je de verbinding nodig. Zonder die verbinding is een mens niet veel waard. Het is heus en echt mogelijk om verbinding te voelen met een gemeenschap zonder God daarin te betrekken. Er zijn meer dan genoeg goeie mensen die in verbinding staan met elkaar en zichzelf en die om het hardst roepen atheïst te zijn. (Als je écht atheïst bent, gebruik je dat woord natuurlijk niet, maar dat geheel terzijde) Ik noem deze mensen Christen-zonder-God. Henk zegt dat het voor God niet uitmaakt of je wel of niet in Hem gelooft; Hij kijkt naar het hart en de goedheid daarvan. Ik denk dat dat gedeeltelijk waar is. God maakt geen onderscheid in geloof, maar wel in goedheid. Zover kan ik dat met hem eens zijn, maar volgens mij maakt het God wel degelijk uit of je Hem looft en eert. Zeker als je dat doet met muziek….God houdt van muziek. 😀 Maar alle gekheid op een stokje: ik denk dat God wel degelijk kijkt naar hoe Hij gediend wordt. Lees Job er maar eens op na!

Omdat Hij het waard is gevonden te worden. Zeker. Het leven wordt zoveel mooier als je God toelaat. Het wordt dan mogelijk in de allerkleinste dingen schoonheid te ervaren. In de allerkleinste medeschepselen Gods aanwezigheid te zien. Gevuld te worden met liefde voor de schepping en die liefde ook te delen met medeschepselen, of ze nou huid, haren en/of veren hebben. Ik zie het in mijn cursus veldbiologie: elk dier, elke plant, ieder levend wezen waar het over gaat vervult mij met ontzag voor God en liefde voor Zijn schepping. Ik zeg niet dat je die liefde niet kunt ervaren als je niet in God gelooft, maar Zijn Aanwezigheid maakt alles mooier en elke ervaring dieper. Hij is het waard gevonden te worden.

Dat hoeft niet zo radicaal als het bij Paulus gebeurde. Het hoeft zelfs niet groots. Iedere keer dat je je van Hem afkeert omdat je niet gelooft dat Hij wat dan ook maar voor je doet, zul je ervaren dat juist degene van wie je je afkeert, de enige is die er voor je is in je tijd van nood. Hij zal je dragen. Hij zal je helpen. Hij geeft je kracht om door te gaan en weer op te staan. En iedere keer dat je dat beseft, is beklering. Iedere keer dat je zegt: God, waar ben Je? Ik heb U nodig! Iedere keer dat je je omdraait naar Hem toe, iedere keer zal Hij je oppakken, troosten, vasthouden. Nooit zal Hij je Zijn rug toekeren, hoe vaak je dat ook met Hem doet.

Pslam 8: Voor muziekbegeleiding: met de gittiet. Een psalm van David. Jahweh, onze Heer, Hoe heerlijk is uw Naam over heel de aarde! Laat mij uw glorie bezingen hoog aan de hemel: Uit de mond van kind en zuigeling stemt Gij U een loflied aan, Om uw vijand te verstommen, Uw tegenstanders en haters. Als ik de hemelen zie, het werk uwer vingers, De maan en de sterren, die Gij een plaats hebt bereid: Wat is dan een mens, dat Gij hem zoudt gedenken, Een mensenkind, dat Gij acht op hem slaat? Toch hebt Gij hem haast tot een godheid gemaakt, Hem met glorie en luister gekroond. Gij hebt hem gesteld over het werk uwer handen, En alles aan zijn voeten gelegd: Al de schapen en runderen, En de beesten in het wild; De vogels in de lucht en de vissen in zee, Al wat de paden der zeeën bewandelt. Jahweh, onze Heer, Hoe heerlijk is uw Naam over heel de aarde!

Angst vs Vertrouwen

Het Engelse woord voor angst is trouwens FEAR, dat is een afkorting en staat voor False Evidence Appearing Real.

Op een andere sabbat kwam Jezus weer in een synagoge. Er zat een man met een verschrompelde hand. De Farizeeën hielden Hem goed in het oog, om te zien of Hij de man zou genezen. Dan zouden ze een aanklacht tegen Hem kunnen indienen. Jezus riep de man naar voren. ‘Mag men op de sabbat iemand helpen?’ vroeg Hij aan de Farizeeën. ‘Of moet je hem in de kou laten staan? Is het een dag om mensen te redden of een dag om te doden?’ Maar zij zeiden niets. Jezus keek boos om Zich heen, omdat zij zo hard en onverschillig waren, en het deed Hem pijn. Tegen de ongelukkige man zei Hij: ‘Steek uw hand uit.’ De man deed het en zijn hand werd op slag weer gezond. De Farizeeën liepen meteen de synagoge uit en gingen naar de leden van de partij van Herodes om met hen te overleggen hoe zij Jezus uit de weg konden ruimen. Marcus 3, 1-6

Jezus is niet bang. Hij weet dat God bij Hem is. Jezus geneest de man met de verschrompelde hand. Het maakt Hem niet uit dat de algemene conventie is dat er op de Sabbat geen werk (en dus ook geen genezing of zelfs maar wonderen) gedaan mogen worden. Hij volgt Zijn eigen geweten en niet de regels door anderen bedacht. Hij weet: de regels zijn er voor de mensen en niet andersom! Iemand helpen is altijd belangrijker. Belangrijker dan welke regel of wet dan ook maar. En het maakt dan ook niet uit of de hulpbehoevende van je eigen soort is. Ik denk o.a. aan het verhaal van de Barmhartige Samaritaan.

Barmhartige Samaritaan (Lucas 10, 33 ev)

De apostelen hebben de onverschrokkenheid van Jezus overgenomen, zoals we kunnen lezen in Handelingen:

De Joodse leiders waren verbaasd dat Petrus en Johannes zich zo vrijmoedig verdedigden, hoewel zij toch mensen zonder opleiding waren. Zij herinnerden zich dat zij allebei veel met Jezus waren omgegaan. Maar omdat de genezen man bij hen stond, konden zij niets tegen hen inbrengen. Zij stuurden Petrus en Johannes de raadzaal uit en overlegden met elkaar: ‘Wat moeten wij met deze mannen doen? Wij kunnen er niet omheen dat zij een groot wonder hebben gedaan. Iedereen in Jeruzalem weet ervan. Om te voorkomen dat zij nog meer propaganda maken, moeten wij hun verbieden die naam nog verder te noemen, anders zullen zij streng gestraft worden.’ Zij riepen de twee apostelen weer binnen en verboden hun ooit weer over Jezus te spreken. Maar Petrus en Johannes antwoordden: ‘Wat vindt u, is het juist dat wij u in plaats van God gehoorzamen? Wij kunnen gewoon niet zwijgen over wat wij hebben gezien en gehoord.’ Na herhaalde dreigementen lieten de Joodse leiders hen gaan, want zij konden geen goede reden vinden om hen te straffen. Zij durfden hun niets aan te doen, omdat het volk God prees voor wat er was gebeurd: een man van in de veertig die vanaf zijn geboorte verlamd was geweest, was genezen door een wonder! Handelingen 4, 13-21

Mensen noemen mij ook weleens onverschrokken. Zelf ervaar ik dat niet zo, maar ik begrijp wel waarom mensen dat denken. Als meisje van een jaar of tien stond ik eens op een hoge duikplank en ik dacht daar niet vanaf te durven springen. Toen dacht ik: wat is nou het ergste dat me kan overkomen? Dat ik dood ga. Tsja, dat ga ik toch dus wat maakt het eigenlijk uit? En die gedachte heb ik altijd dichtbij me gehouden. Zo durf ik voor groot publiek muziek te maken. En audities te doen voor opleidingen en koren en (muziek)projecten. Zo durf ik te solliciteren op banen waar ik geen opleiding voor of ervaring mee heb. Het maakt namelijk allemaal niks uit. Zolang je maar bij jezelf blijft en niet tegen je eigen natuur ingaat.

En natuurlijk is dat een beetje kort door de bocht. Ik weet ook wel dat mijn vrijheid ophoudt waar die van een ander begint. Ik weet ook wel dat ik mijn eigen ding kan doen, zolang een ander daar geen last van heeft. Ik weet ook wel dat ik soms dingen moet doen waar ik geen zin in heb voor het groter goed, voor de gemeenschap of gewoon omdat ik een schoon huis wil hebben ondanks mijn aversie tegen de stofzuiger. Ik weet ook wel dat angst soms handig is om me te behoeden voor potentieel gevaarlijke situaties. MAAR: ik laat me niet door angst leiden. Eerder door vertrouwen, door Godsvertrouwen, zoals Judith ons voorleeft:

 En nu, broeders, laat ons onze broederen een voorbeeld geven, want van ons hangt hun leven af, en het heiligdom, en het huis Gods, en het altaar steunt op ons. Boven dit alles, laat ons de Here, onze God, danken die ons verzoekt, gelijk hij ook onze vaders verzocht heeft. Gedenkt wat hij met Abraham al gedaan heeft. En hoe hij Izaäk verzocht heeft, en wat Jakob al is overkomen in Mesopotamië in het land Syrië, als hij de schapen hoedde van Laban, zijns moeders broeder, Want gelijk hij hen door vuur beproefd heeft tot onderzoeking huns harten, zo wreekt hij zich niet over ons, maar de Here kastijdt degenen, die hem genaken, tot een waarschuwing. En Ozias zeide tot haar: Alles wat gij gezegd hebt, dat hebt gij van goeder harte gezegd, en daar is niemand die uw woorden kan tegenstaan. Want uw wijsheid is heden niet eerst openbaar, maar van het begin uwer dagen heeft al het volk uw vernuft bekend, gelijkerwijs ook de bedenking uws harten goed is, maar het volk lijdt grote dorst en heeft ons gedwongen dat wij doen zouden volgens hetgeen wij hun beloofd hebben, en dat wij de eed over ons zouden brengen, die wij niet mogen overtreden. En nu, bid gij voor ons, want gij zijt een godvrezende vrouw, en de Here zal de regen zenden, opdat onze waterbakken vol worden, en wij niet meer gebrek lijden. En Judith zeide tot hen: Hoort mij en ik zal een werk doen, hetwelk van geslacht tot geslacht zal komen tot onze nakomelingen. Judith 8, 22-27

Judith

(Overigens is Judith een apocrief Bijbelboek dat zeker de moeite waard is eens helemaal te lezen. Je kunt het hier vinden: https://www.statenvertaling.net/bijbel/judi/8.html )

Want angst is de emotie die we het meest moeten vrezen. Angst verlamt. Angst geeft slechte raad. Angst doet ons vluchten als we moeten vechten, of vechten als we beter zouden kunnen vluchten. Angst vertroebelt ons denkvermogen. Laat alle angst varen en vertrouw. Vertrouw op je eigen lichaam dat heus wel aangeeft wanneer er iets niet in orde is en er actie ondernomen moet worden. Vertrouw op je eigen instinct. Vertrouw op de Geest.

Fear is the mind-killer. Fear is the little-death that brings total obliteration. I will face my fear. I will permit it to pass over me and through me. And when it has gone past me I will turn to see fear’s path. Where the fear has gone there will be nothing. Only I will remain. uit: Dune van Frank Herbert

water in wijn

Afgelopen Zondag stond de lezing van de bruiloft te Kana op het rooster.

En de derde dag werd er een bruiloft gevierd te Kana van Galilea. De moeder van Jesus was er tegenwoordig, en ook Jesus met zijn leerlingen waren ter bruiloft genodigd. En toen er gebrek kwam aan wijn, sprak de moeder van Jesus tot Hem: Ze hebben geen wijn meer. Maar Jesus zeide haar: Vrouw, wat is er tussen Mij en u? Nog is mijn uur niet gekomen. Zijn moeder sprak tot de bedienden: Doet wat Hij u zeggen zal. Daar waren nu zes stenen kruiken, elk van twee of drie maten inhoud, die er voor de joodse reiniging waren geplaatst. Jesus zei hun: Vult de kruiken met water. Ze vulden ze tot boven toe. Toen sprak Hij tot hen: Schept er nu uit, en brengt het naar den hofmeester. Ze brachten het. Zodra nu de hofmeester van het water geproefd had, dat wijn was geworden, (hij wist niet, waar die vandaan kwam; maar de bedienden, die het water hadden geschept, wisten het wel), riep de hofmeester den bruidegom, en zeide tot hem: Iedereen schenkt eerst de goede wijn, en als men goed gedronken heeft, dan de mindere soort; maar gij hebt de goede wijn tot nu toe bewaard. Zo deed Jesus zijn eerste wonder te Kana van Galilea, en openbaarde Hij zijn heerlijkheid. En zijn leerlingen geloofden in Hem. Joh. 2, 1-11

Ik verkeerde in de gelukkige omstandigheid dat ik op de rol stond als organist. Helaas was er geen cantor (of koor) en zat ik dus weer eens een keer eenzaam in mijn eentje op de koorzolder achter het orgel. Maar van de nood een deugd maken is inmiddels mijn visitekaartje en ik verheugde mij op mooi vrij orgelspel. Ik had wat onbekende, romantische componisten en stukken uitgezocht en maakte mij op God te eren op de een-na-best mogelijke manier (het beste is natuurlijk als we voluit met elkaar onder orgelbegeleiding zingen) Omdat ik geen cantor had, was er ook niemand om mij even van de boot te halen maar dat vind ik niet zo erg. Het is een klein half uurtje lopen van de haven naar de kerk en mijn route loopt achterlangs de dijk met rechts van mij de zee en in de verte het eiland. Ik kom vooral hardlopers en mensen met honden tegen en in het water dobberen meeuwen, sterns en zee-eenden. Een heerlijk begin van de Zondag, als je het mij vraagt.

In de kerk aangekomen lag er een briefje van de cantor en een liturgieboekje voor me klaar op de orgelbank. Veel plezier en devotie, stond erop. Ik pak mijn muziek, trek mijn orgelschoenen aan en bestudeer het misboekje. Tranen van ontroering stromen over mijn gezicht, wat een mooi en lief gebaar!

(Luister hier naar een versie van het stuk van Reinecke voor viool en piano: https://youtu.be/LS0H-Ogayc8 Origineel is het voor orkest en ik heb zelf het klavieruittreksel omgezet naar orgel.)

Het was ook fijn mijn vriend en lievelingsleerling in de kerk te zien zitten en we konden gezellig samen terugreizen. Het verhaal van de bruiloft te Kana is misschien wel één van de bekendste verhalen uit de Bijbel. Het spreekt dan ook veel mensen aan, water in wijn veranderen; wie wil dat nou niet? :d 😛 Maar er zit natuurlijk een verborgen boodschap achter dit verhaal. We hoeven nimmer te wanhopen want Jezus zorgt voor ons en we hoeven Hem alleen maar te vragen om een wonder en Hij verricht dat voor ons.

bruiloft te Kana

Het is een stijl van Johannes om allerlei signalen in te bouwen in de tekst die jou aan het denken moeten zetten. Bij oppervlakkige lezing denk je: wat sympathiek van Jezus om een wonder te verrichten en zo het feest te redden. Zeshonderd liter kwaliteitswijn! Aan het einde van het verhaal zegt Johannes: dit is het eerste teken dat Jezus deed en toonde zo zijn heerlijkheid.
Johannes zegt: die wijn is niet zo interessant, het gaat om wie Jezus is! Het gaat om Hem! Het is geen wonderverhaal, maar een tekenverhaal. Een teken doet je aan iets anders denken. Zo’n teken is bijvoorbeeld ook dat er geen enkele naam in het verhaal staat: alleen de naam van Jezus. Zelfs niet de naam: Maria. Het is uiteindelijk Jezus om wie het gaat…. en om de bruid
Hoe verschijnt Jezus nu op dit feest? Op de eerste plaats is hij een gast zoals alle andere gasten. Zijn leerlingen, zijn moeder, zijn broers. Ze genieten van het feest totdat de wijn op. Het feest dreigt in het water te vallen. Dat is toch zielig voor het bruidspaar. De ceremoniemeester heeft het niet goed geregeld. Er zijn enkele mensen die het feest willen redden: de moeder van Jezus, de bedienden die gaan doen wat Jezus vraagt en natuurlijk Jezus zelf. De moeder van Jezus heeft de moed om hardop uit te spreken wat er aan de hand is: Er is geen wijn meer. Zo kan het geen feest zijn. Wijn is een teken van feest. Ze gaat naar Jezus toe en zegt: Er is geen wijn meer. Zou zij weten wat Jezus gaat doen? Ik denkt het niet. Maar zijn vertrouwt erop dat Jezus dat onfeestelijk feest net als zij een ramp vindt. Moed en vertrouwen.
schreef mijn beste vriend pater Tom Buitendijk OCarm. in zijn preek en dat is precies waar het om gaat: moed en vertrouwen.

Zo begon mijn Zondag optimistisch en positief, al viel er wel een traan maar dat was van oprechte ontroering. Thuisgekomen keken Henk en ik de een-na-laatste aflevering van de Netflixserie The Legacy en voor we vertrokken om voor mijn Moeder te mantelzorgen, stopte ik nog even snel een was in de machine.

Moeder is de ene dag beter en alerter dan de andere dag. Sommige dingen gaan echt zichtbaar en gestaag achteruit, zoals lopen en rechtop staan, maar de ene dag praat ze voluit en de andere dag zit ze maar een beetje voor zich uit te staren. Wat wel echt duidelijk is, is dat ze incontinent is. Zelf noemt ze het ongelukjes en er gaat wel drie keer per dag een schone set onderkleding aan. Ik wil niemand iets opdringen, maar als ik alleen de zorg had zou ik haar toch luiers aantrekken. Enfin, ik drijf mee met de stroom (of probeer dat tenminste) en geef haar dus iedere keer schoon goed. En doe ik de vuile was in de machine. Toen ik dat gister wilde doen, bleek dat er nog was in zat die opgehangen moest worden dus dat heb ik maar even eerst gedaan. Om mezelf te doen ophouden met mopperen (vooral omdat er thuis ook nog een was opgehangen moest worden … ) hield ik mezelf voor dat mijn Moeder hoogstwaarschijnlijk ook niet altijd zin had om míjn was op te hangen. En dan denk ik aan al die keren dat ik mijn bed plaste, ziek was of gewoon vervelend en mijn Moeder dat ook gewoon heeft verdragen. Ik weet niet zeker hoe, maar ik probeer vast te houden aan mijn liefde voor haar en geduldig te blijven.

Een mens kan het niet alleen. Ik kan het niet alleen. Positief blijven onder druk van extra klusjes, computers die niet meewerken, afgelastte concerten, uitgesteld werk, (dreigende) armoede, het eist allemaal zijn tol, het vraagt alles veel van mij. Gelukkig dat ik mijn vertrouwen heb gesteld in Hem die ons nooit zal verlaten en de Geest die mijn worsteling ziet en vrienden lieve briefjes laat schrijven en mij middels die omweg laat weten dat ik niet alleen bén en het dus ook niet alleen hoef te doen.

Het feest is in volle gang en de wijn is op. Ik vertrouw op Jezus dat Hij mij water geeft, leven gevend water, vreugdevol water, water als de beste wijn.

…en de heilige Geest

Ondanks vele omzwervingen en verlangens naar verre oorden woon ik in het dorp (B) waar ik vroeger naar school ging en geef ik orgelles (en zorg ik voor mijn Moeder) in het dorp (A) waar ik geboren en getogen ben. Fietste ik dus in mijn tienerjaren heen en weer tussen A en B, tegenwoordig fiets ik (in ieder geval 1x per week) van B naar A en terug. Er zijn twee routes tussen A en B en vroeger fietste ik altijd de route die gaat langs velden en wegen, waar er veel ruimte en veel stilte is en waar ik vrijwel de hele weg de dijk die ons eiland voor de Waddenzee beschermt, kan zien. Tegenwoordig fiets ik meestal de saaie route, vooral omdat ik met mijn fiets met elektrische ondersteuning ergens tussen de 20 en 25 km/u fiets en dan voel ik me toch een stuk veiliger op een fietspad naast de autorijbaan dan, zeg maar, los (als fietser op de rijbaan).

Er zijn meerdere wegen die ik kan nemen om vanaf mijn huis op de gewenste weg terecht te komen, maar ik neem eigenlijk altijd dezelfde. Er is dan een keuzemoment: als ik de saaie route fiets moet ik linksaf en als ik de toeristische route wil fietsen moet ik rechtdoor. Gister fietste ik daar, vast van plan linksaf te slaan maar om een mij onbekende reden koos ik op het allerlaatste moment voor de scenische route. En ja hoor, hier was de Geest aan het werk want er lag halverwege een schaap op haar rug die door mij gered moest worden.

Misschien dat niet iedereen dat weet (hier op het eiland wel, hoop ik toch!) een schaap heeft geen maagportier dus als zij op haar rug ligt, kan het gebeuren dat al het maagsap in de buikholte terechtkomt en dan is het vrij snel einde verhaal. Wanneer je dus een schaap op het land ziet liggen met haar poten in de lucht, is het zaak even af of uit te stappen en haar te keren. (en even te kijken of ze meteen gaat staan te plassen, heel belangrijk) Het gebeurd veel in deze tijd van het jaar wanneer de ooien hoogzwanger in natte weilanden staan en in een holletje of greppeltje terechtkomen. Het eigen gewicht maakt het ze onmogelijk zelfstandig weer rechtop te komen. Meestal schieten ze wel overeind zodra je aan komt lopen; de schrik zorgt voor extra adrenaline, denk ik. Maar soms moet je echt een stevig handje of voetje helpen. Zo ook gister. Maar gelukkig liep het goed af. Schaap blij, ik blij en hoewel ik te laat was voor mijn eerste leerling was die ook blij want hij had vijf minuten verstoppertje kunnen spelen in de kerk en de juf laten schrikken.

Als ik het verhaal aan Henk vertel, zegt hij: dat is een mooi toeval! Waarop ik zeg: nee, dat is nou de Geest. Waarop hij superblij gaat zitten glimlachen (jullie kennen Henk misschien niet, maar hij kan zo een hemelse glimlach opzetten waar een hele wereld achter schuil gaat) Op mijn, lichtelijk geïrriteerde vraag waarom hij zo zit te glimmen, zegt hij dat hij op zulke momenten altijd expres zegt dat het toeval is omdat ik dan over de Geest begin. mmmm, oké, als je over de Geest wilt praten, hoef je het maar te zeggen hoor! Altijd voor in.

Sinds enige jaren heb ik op maandagavond een zanggroepje. Iedereen mag mee komen zingen, ook als je anders alleen onder de douche zingt. Ik deel dan wat teksten uit en ga achter de piano zitten. We zingen smartlappen, popsongs, protestliederen. Van alles komt langs van André Hazes tot Ramses Shaffy en van the Beatles tot Michael Jackson. Het gaat er vooral om dat men lekker en ongegeneerd kan zingen. Het is niet mooi, het is lang niet altijd zuiver, maar we doen het echt enkel en alleen voor ons eigen plezier (en ik doe het stiekem ook een beetje voor het geld natuurlijk 😉 ) Enige tijd geleden haakte een lid af omdat ze ziek was. Straks ga ik bij haar op bezoek omdat ze graag wil dat ik muziek kom maken op haar uitvaart wanneer het zover is. Het is echt niet voor het eerst dat ik gevraagd wordt muziek te komen maken op een uitvaart en zelfs is het niet de eerste keer dat ik de muziek uitzoek samen met degene voor wie ik tzt die muziek zal gaan maken, maar het blijven toch altijd zware en emotionele gesprekken. Aan de andere kant ben ik zeer dankbaar dat ik dit voor haar (voor mensen) mag en kan doen. Zeker nu ik mezelf nauwelijks meer als musicus zie. Muziek geeft toch veel mensen kracht en licht en blijdschap en ik mag daar een klein onderdeeltje van zijn.