Exodus 14, 29-31 Maar de Israëlieten gingen over het droge door de zee. Het water stond als een muur links en rechts van hen. Zo bevrijdde de Heer die dag de Israëlieten uit de macht van de Egyptenaren. De Israëlieten zagen de Egyptenaren dood langs de zee liggen. Ze zagen wat een machtige daad God had gedaan tegen Egypte. En ze hadden diep ontzag voor de Heer. Ze geloofden in Hem en in zijn dienaar Mozes. Lukas 17, 16-19 Dit was een man uit Samaria. Jezus antwoordde: “Alle tien de mannen zijn toch gezond geworden? Waar zijn dan de andere negen? Is er dan niemand anders terug gekomen om God te prijzen, dan alleen deze man die niet eens een Jood is?” En Hij zei tegen hem: “Sta op, je geloof heeft je gered.”
Mijn zus heeft een vriendin en die haar moeder ging naar het verpleeghuis verhuizen. Altijd een hoop gedoe, verhuizen, dus mijn zus ging helpen. Toen ze daarvan terug kwam, had ze verschillende boeken voor mij meegenomen. Oa het boekje Bidden met de benen. Een boek vol Chassidische verhalen en Joodse wijsheid samengesteld door Gottfrid van Eck. Ik heb even voor u gezocht, maar het is alleen nog tweedehands verkrijgbaar.
Ik las daarin het verhaal van een vrouw bij de rabbi kwam en niet alleen om hulp vroeg, maar ook om de stellige verzekering dat die hulp ook echt zou komen. De rabbi wijst de vrouw erop dat ze vertrouwen moet hebben, vertrouwen in God. Maar de vrouw, ook niet op haar mondje gevallen wijst de rabbi erop dat er in Exodus staat dat God het Joodse volk door de Schelfzee hielp door de zee te scheiden en zo een pad te creëren voor het volk en dat er nadrukkelijk ná die daad pas staat dat het Joods volk in Hem en in zijn dienaar Mozes geloof hadden. (Zie de Bijbeltekst hierboven.) Begrijpt u de boodschap? God stak eerst Zijn Hand uit en pas daarna kreeg het volk moed en vertrouwen.
Wij vragen God ook om hulp. Tenminste, ik doe dat vrij regelmatig. Want we geven volmondig toe dat het ons alleen niet lukt om vrede in de wereld te bewaren. En dan kies ik heel zorgvuldig het woord bewaren, maar eigenlijk zou ik natuurlijk het woord krijgen of verkrijgen moeten gebruiken, want om iets te kunnen bewaren, moet je het toch eerst hebben. Volgens de Joodse wijsheid zou God dus ongeveer nu Zijn Hand moeten uitstrekken om ons te laten zien dat Hij het goed met ons, de wereld meent zodat wij moed en vertrouwen kunnen voelen. Maar God heeft Zijn Hand al naar ons uitgestrekt! Hij stuurde ons Zijn Eniggeboren Zoon Jezus als Redder en Vredevorst.
Ik koos voor de geschiedenis uit Lukas 17, waar Jezus tien mannen geneest van een ernstige huidaandoening terwijl er slechts één zijn dank komt getuigen, waarop Jezus zegt dat zijn geloof hem heeft gered. Maar ik had ook een andere geschiedenis kunnen kiezen. In Lukas alleen kun je vier zulke geschiedenissen vinden, een blinde man, een vloeiende vrouw, een zondige vrouw en dan deze melaatse. En iedere keer zegt Jezus: Uw geloof heeft u gered.
Uw geloof heeft u gered, dat is toch prachtig? We hoeven niet te twijfelen, alleen maar te geloven en God zal Zijn Hand naar ons uitstrekken en ons genadig zijn. Hij zal ons genezen en helpen en vrede schenken. Als we dat niet geloven, wat doen we dan hier? Even kort door de bocht. Want ondanks al ons gebed is er nog steeds geen vrede in de wereld. Sterker nog, door alle tumult in de laatste jaren neemt de polarisatie en het onderling geweld alleen maar toe. Er zijn mensen die zeggen dat het noodzakelijk is, dat dit de eindtijd is en dat het nóg slechter moet worden voor het beter worden kan. Maar ik zie het toch liever wat positiever.
Dat we er zelf nog wat aan kunnen doen, door bijvoorbeeld zelf niet mee te doen aan de polarisatie en gewoon aardig te zijn tegen iedereen. Dat wij niet buigen onder dwang, maar dat we ons vasthouden aan God. En in deze kille wereld is het misschien ook een heel goed idee om ons als Christenen van verschillende denominaties aan elkaar vasthouden. Wat we ook als belangrijkste onderdeel zien van onze eigen kerk, we geloven allemaal in onze Vredevorst. Onze Heer en onze Broeder Jezus en het is zeker niet onmogelijk om als Christenen onderling vrede te bewaren. Ik denk dat het noodzakelijk is, zelfs!
Salomo liet zien dat hij van de Heer hield, door op dezelfde manier te leven als zijn vader David. Alleen had ook hij de gewoonte om op de heuvels dieren en wierook te offeren. Zo ging de koning offers brengen op de heuvel bij Gibeon, want dat was de belangrijkste offerplaats. Hij offerde er 1000 dieren. Daar, bij Gibeon, kwam toen ’s nachts de Heer in een droom naar Salomo toe. God zei: “Vraag van Mij wat je wil. Wat zal Ik je geven?” Salomo antwoordde: “U bent heel erg goed geweest voor mijn vader David, omdat hij trouw en rechtvaardig was en erg graag dicht bij U wilde leven. U heeft hem daarvoor beloond door mij, zijn zoon, koning te maken. Mijn Heer God, U heeft mij koning gemaakt in de plaats van mijn vader David, ook al ben ik nog jong. Ik heb nog nooit een oorlog gevoerd. Zo sta ik midden tussen uw volk dat U heeft uitgekozen. Een volk dat zó groot is, dat het niet te tellen is. Het is zelfs niet te schatten hoe groot het is. Wie kan dit grote volk leiden? Geef mij daarom alstublieft wijsheid. Dan kan ik uw volk leiden doordat ik goed het verschil weet tussen goed en kwaad.” De Heer was er blij mee dat Salomo dit van Hem vroeg. Hij zei tegen hem: “Ik zal doen wat je hebt gevraagd, omdat je niets voor jezelf hebt gevraagd. Je hebt niet gevraagd om een lang leven, of om rijkdom, of om het leven van je vijanden. Maar je vraagt om wijsheid, omdat je eerlijk wil rechtspreken over het volk. Daarom zal Ik doen wat je gevraagd hebt. Ik zal je wijs en verstandig maken. Vóór jou is nog niemand zo wijs geweest en na jou zal ook niemand meer zo wijs zijn. En ook wat je niet hebt gevraagd, zal Ik je geven. Ik zal je rijker en beroemder maken dan alle andere koningen. En als je leeft zoals Ik het wil en jij je aan mijn wetten en leefregels houdt zoals je vader David heeft gedaan, dan zal Ik je ook een lang leven geven.”1 Kon. 3, 3-14
Sinds de eerste zaterdag van de Advent 2022 bid ik elke zaterdagmiddag anderhalf uur voor Vrede in de Wereld. Ik bid dan de rozenkrans, alle twintig geheimen, dat past precies in anderhalf uur. Wanneer er mensen in de kerk komen, om te kijken of een kaarsje te branden, nodig ik ze uit om samen met mij te bidden voor Vrede in de Wereld. Die vraag heb ik paraat in het Nederlands, Engels, Duits én Frans. En natuurlijk kwamen er afgelopen zaterdag Portugese mensen de kerk binnengewandeld. Enfin, de man was Nederlands aan het leren, wilde graag in het Duits bidden maar nam een Nederlands blad mee. Om te oefenen, zei hij. Later kwamen er nog twee Spaanstalige mensen binnen uit Colombia, maar die wilde liever een Franse versie. Het is natuurlijk niet onmogelijk om nog meer talen toe te voegen aan mijn collectie; ik ken genoeg mensen die het in het Pools, Arabisch, Russisch of zelfs Chinees (Mandarijn) zouden kunnen vertalen, maar ik houd het het liefste bij de talen die ik zelf beheers.
Ik vind het wel jammer om te merken dat de meeste mensen de kerk binnenkomen alsof het een museum is. We komen alleen even kijken zeggen ze dan op mijn vraag of ze samen met mij willen bidden voor vrede in de wereld. Voor elke mens die wel mee wil bidden, komen er drie de kerk binnen die keihard nee zeggen. Ze zeggen nee tegen bidden en zo zeggen ze nee tegen God en het voelt ook alsof ze nee zeggen tegen mij. Wat ze natuurlijk in feite en letterlijk ook doen. Ik word er weleens een beetje wanhopig van . En dan bid ik God om de mensen de waarde van het gebed te leren (h)erkennen. En ik vraag God ook om mijn irritatie weg te nemen. Want vrede kan natuurlijk alleen bestaan als er in je eigen hart ook vrede is. Ik weet niet waarom die mensen niet willen bidden, ik mag daar geen oordeel over vellen….maar stiekem doe ik dat natuurlijk toch. Mijn ego loopt mijn nederigheid voor de benen.
Salomo had daar geen last van. Toen God hem vroeg wat hij wilde hebben, wist hij precies wat hij nodig had. Hij had wijsheid nodig om het volk te kunnen leiden. En daar vroeg hij om. Stelt u zich dat eens voor: God komt bij u en zegt dat u alles mag vragen wat u hebben wilt! Wat zou u vragen? Wat zou ik vragen? Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik het niet weet. Ik hoop dat ik wijs genoeg ben om te vragen de mensen de waarde van het gebed te leren kennen, zodat ieder mens God op zijn weg mag vinden. Dat Jezus’ ultieme offer niet voor niets is geweest, dat de mens gered mag worden. Dat er vrede in de wereld mag komen. Maar vrede kan er alleen komen als ieder mens met zichzelf en de wereld vrede heeft. Het allerbelangrijkste gebod in acht nemend: heb God lief boven alles en de naaste als jezelf.
Laatst had ik echt medelijden met God. De meeste mensen zeggen Nee tegen Hem, willen niet bidden of zien het nut er niet van. En als er dan wat gebeurd, een aardbeving of een of andere natuurramp, een treinongeluk of oorlog, altijd krijgt Hij er de schuld van! Terwijl Hij niets liever wil dan dat wij mensen met elkaar en met Hem in vrede leven. Laten we zoeken naar elke weg om dat te kunnen doen. Laten we, naast gebed voor vrede in de wereld, ook bidden voor vrede in ons eigen hart en in het hart van onze naaste.
P.S. Het bekendste verhaal van/over Salomo is het verhaal dat twee vrouwen ruzie maken over een baby. Ik kan dat natuurlijk hier vertellen of zelfs uit de Bijbel overschrijven maar dit is ook heel leuk. Als je het een te lang filmpje vindt, kun je direct doorspoelen tot 2:50.
Ergens ten zuiden van het dorp Reuver (Limburg) ligt in een bos een huisje en daar mochten wij een weekje logeren. Het was echt heerlijk! Ondanks herfst en slechte weersverwachtingen hebben we de hele week een kilometer of 15 droog kunnen wandelen. De paar keer dat het overdag regende hebben we lekker lui op de bank doorgebracht. Moos slapend, of kauwend op een gevonden hondenspeeltje, Hendrik speelde gitaar en ik zat te borduren. Heel huiselijk allemaal. Het was echt een fantastische week. We hebben prachtige natuur gezien, een dassenburcht, diverse sporen van bevers, korenwolven, reeën en eekhoorns. En één laat op de middagwandeling werd een enorme belevenis toen een enorme bosuil over onze hoofden scheerde. En de allermooiste paddenstoelen, herfstkleuren, waterpartijen, paarden en koeien in de uiterwaarden. Ik had mijn reishangmat mee en naast ons huisje gehangen. ’s Nachts heeft het soms geregend, maar de meeste nachten heb ik toch buiten kunnen slapen. Ik hoefde echt niet zo nodig terug naar ons eiland. Maar ja, niets in deze wereld is blijvend en gelukkig hebben we de foto’s nog! 492 om heel precies te zijn 😉
Aan de ene kant voel ik een lichte schroom om iemand anders zijn verhaal te vertellen. Aan de andere kant kwam deze meneer naar me toe om zijn verhaal wereldkundig te maken dus misschien hoopt en/of verwacht hij wel dat ik zijn verhaal op ga schrijven. Ik weet het niet precies, maar ik doe wat mijn hart me ingeeft. Ik vertrouw meer en meer op mijn intuïtie, die volgens mij voortdurend onder invloed staat van de heilige Geest.
In 2022 werd Titus Brandsma heilig verklaard. Dat is nog heel wat, zo’n heiligverklaring. Een zaligverklaring kan je zo krijgen, no problem. Sommige mensen weten al dat ze zaligverklaard zullen worden lang voor ze dood gaan. De familie van Bernadette Soubirous bijvoorbeeld. (Bernadette Soubirous is het meisje die Maria zag in Lourdes. Even voor de onwetenden onder ons.) Maar om heilig te worden moet je na je dood nog een wonder verrichten. Natuurlijk zijn dit allemaal mensenregels; God heeft er weinig mee te maken. Deze mensen, deze heiligen kunnen voor ons een voorbeeld zijn. Zij leven ons voor hoe zuiver en heilig in het leven te staan. Om te leven met God en te leven in God.
Bernadette Soubirous
Titus Brandsma daarentegen is volgens mij geheel terecht heilig verklaard. Deze dappere man streed op zijn eigen manier tegen het etablissement en stak zijn nek uit om menselijkheid te bewaren in een onmenselijke tijd (WOII) Zijn leven en schrijven dient mij dagelijks tot voorbeeld en zijn motto KLEINE DINGEN GROOTS DOEN heb ik tot het mijne gemaakt. Dus toen Titus eindelijk, eindelijk heilig verklaard werd, heb ik zijn beeld voor het raam geplaatst. Ik kreeg dat beeld toen ik afscheid nam als kerkmusicus in de Titus Brandsmaparochie te Amstelveen. Het stond eerst op mijn bureau in mijn studeerkamer, maar nu dus prominent in mijn studeerkamer. Ik weet dat het raar klinkt, maar ik heb twee studeerkamers. Eentje beneden die gevuld is met een vleugel en waar ik behalve piano speel ook lesgeef. En eentje boven waar mijn theologieboeken en mijn bureau staan en ook nog een drieklaviers digitaal orgel en een spinetje. Want ik wil weleens andere toetsen onder mijn vingers 😉 Titus staat dus nu beneden voor het raam, for all to see.
st. Titus Brandsma OCarm
De man, laten we hem Cees noemen, belde aan om mij zijn levensverhaal te vertellen. Om binnen te komen bracht hij mij het boekje Mijn Cel van Titus Brandsma. Vervolgens ging hij zitten, aanvaardde gretig een kop thee en begon te vertellen. Hij was geboren in Amsterdam. Hij had een oudere zus en een jongere broer. In de oorlog kwam hij op Texel terecht en het gezin waar hij verbleef, zag wel wat in hem en vroeg hem te blijven. In eerste instantie ging hij toch weer terug naar Amsterdam; hij was toen pas veertien. Maar op zijn zestiende kwam hij dan toch voor vast naar het eiland. Hij was een beetje een man van twaalf ambachten, dertien ongelukken. Hij is kastelein geweest, bollenboer, schapenboer, visser, postbezorger en ik weet niet wat allemaal nog meer. Hij zat goed op de praatstoel en toen ik hem een uur later de deur wees omdat ik naar de kerk moest voor het gebed voor vrede in de wereld, was hij nog lang niet uitgesproken! Hij beloofde nog eens terug te komen, om de rest van zijn levensverhaal te vertellen. Ik kreeg stellig de indruk dat hij er naar verlangt dat niet alleen iemand zijn verhaal hoort, maar ook dat iemand het opschrijft zodat het bewaard kan blijven. Mogelijk komt er dus een vervolg op dit verhaal.
Hij vertelde dat hij twee keer overduidelijk gered was door zijn beschermengel. De eerste keer reed hij met de auto op een verkeersplein en een hem tegemoet komende auto deed geen moeite een rondje te draaien maar ging rechtdoor en een frontale botsing was onvermijdelijk. Cees deed een schietgebed, overtuigd dat zijn laatste uurtje had geslagen. En toen was er een stukje zwart en reed hij een meter of tien verderop. Ongedeerd, maar zeer aangeslagen. Een andere keer overkwam hij vrijwel hetzelfde. Een frontale botsing leek onvermijdelijk, gevolgd door een stukje zwart en verder rijden op veilige afstand. Wonderen bestaan.
Kijk, ik was er niet bij. Ik heb het niet gezien. Er zijn geen filmpjes van gemaakt, maar ik geloof hem toch. Soms moet een beschermengel drastisch ingrijpen om erger te voorkomen. Ik denk dat het vaak gebeurd op momenten die je je later niet meer of niet goed meer kunt herinneren. Niet iedereen is gezegend met een zo open blik dat de eigen beschermengel zichtbaar is. Je kunt je beschermengel wel herkennen als dichtbij. Wanneer je bijvoorbeeld een wit veertje op je pad vindt, of een wit steentje. Zo laat je beschermengel weten dat hij/zij in de buurt is. Ik vind heel vaak veertjes. Steentjes wat minder vaak, maar soms ook. Soms voel ik een arm om mijn schouder als ik dat het meest nodig hebt. Soms voel ik me gesteund in de rug. Ik geloof wel dat mijn beschermengel dichtbij me is. Probeer er eens voor open te staan en vraag iets. Vraag om een teken. Zelfs contact met je beschermengel is iets wat je kunt oefenen. En ook hier geldt: oefening baart kunst!
Ik hoop dat Cees zijn verhaal nog af komt maken. Misschien ga ik hem eens bellen als ik terug ben van vakantie om hem uit te nodigen precies dat te komen doen. Want niet alleen vind ik het interessant wat hij allemaal verteld, ik denk ook dat hij behoefte heeft aan het vertellen van zijn verhaal. En luisteren is nou niet het allermoeilijkst om voor iemand te doen!
Een vriend van mij heeft elke dag een wijsheid van de dag in zijn whatsappstatus. Ik lees die altijd. Meestal vind ik ze flauw, maar soms reageer ik erop. Laatst had hij een of andere tekst over dat je passie ook je weg is. Ik heb daar moeite mee. Mijn passie ligt toch echt 100% bij muziek. Ik heb meer dan eens geprobeerd zonder muziek te leven; liep nooit goed af. De afgelopen jaren heb ik nauwelijks muziek kunnen maken in het openbaar, wat niet alleen mijn passie is maar ook mijn beroep. Maar blijkbaar niet mijn weg. De enige oplossing als je passie wordt gedwarsboomd, is van je weg je passie maken. Dat is wat ik probeer te doen. Dat schreef ik hem en nu aan jullie 😉
Ik keek de serie Mom op HBO. Ik weet niet of jullie die serie kennen, maar die gaat over een stel vrouwen die worstelen met (alcohol)verslaving en een programma volgen bij de A(nonieme)A(lcoholisten) (Toen ik deze link bezocht, zag ik dat ze ook een webwinkel hebben. Dat vond ik nogal grappig.) Ik ga er maar vanuit dat de meeste mensen wel weet hebben van de AA en de twaalf stappen op weg naar soberheid. Of op zijn minst het gebed om kalmte kennen. Ik werd er opnieuw door geraakt. Niet zo zeer door de serie maar vooral door dat gebed.
God, schenk mij de kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen, moed om te veranderen wat ik kan veranderen, en wijsheid om tussen deze twee onderscheid te maken. Om één dag tegelijkertijd te leven. Om van één moment tegelijkertijd te genieten. Om moeilijke tijden te accepteren als het pad naar de vrede.
Om deze zondige wereld, net zoals Jezus deed, te aanvaarden zoals hij is, niet zoals ik zou willen. Om erop te vertrouwen dat U alle dingen zal rechtzetten als ik me aan Uw wil overgeef. Zodat ik in dit leven gelukkig genoeg zal zijn en voor altijd volmaakt gelukkig met U in het volgende leven. Amen.
Dit gebed van de Amerikaanse theoloog Reinhold Niebuhr (1892-1971) is gebaseerd op een tekst uit Mattheus
Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden. Want wat Ik je te doen zal geven, is niet te moeilijk of te zwaar voor je. Matt. 11, 28-30
en een gebed toegeschreven aan of van Franciscus van Assisi:
Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen. Geef me de wijsheid om te accepteren wat ik niet kan veranderen. Geef me het inzicht om het verschil tussen beide te zien”
Ik luister naar de woorden terwijl ik ze zelf uitspreek, als ze in de serie worden uitgesproken en ik probeer ze te integreren in mijn zijn. De meeste van mijn dagen lukt dat. Enkele voorbeelden. Mijn Moeder was jarig en ik had een ijskar voor haar ingehuurd. Die kwam in de gang van het rusthuis waar ze woont en deelde ijs uit aan alle bewoners, zorg én bezoek. Moeder genoot! Niet alleen van het ijs, maar ook van het gezelschap. Ik ontmoette een man die graag over sint Titus Brandsma OCarm wilde praten en die vertelde over wonderen die hij in zijn lange leven had meegemaakt (Ik zal zijn verhalen nog wel eens opschrijven, heel bijzonder!) Ik ontmoette een echtpaar die veel geschiedenis gemeen had met Hendrik en dat leidde tot een heel grappig en ook een beetje weemoedig gesprek. Ik gaf een huisconcertje met liederen van Jules de Corte en werd gevraagd hetzelfde concert nog eens te komen geven in een grote(re) zaal. Ik werd gevraagd een stukje te schrijven voor de plaatselijke krant over orgel spelen als aankondiging voor de workshop die ik zal gaan geven. Ik begon een cursus vrij borduren en mijn eerste werkje is al af en helemaal niet heel erg slecht. Allemaal leuke dingen! En toch. En toch…
Kan ik er niet goed mee omgaan dat mijn muzikale talent zo weinig aangesproken en gewaardeerd wordt. Het kan natuurlijk zijn dat mijn hersenen nog steeds verlangen naar het adrenalineniveau van vroeger. Inmiddels ben ik wel zo ver dat ik er alleen nog last van heb als ik reden heb voor jaloezie. Men zegt mij dan weleens dat ik gewoon moet doen wat ik leuk vind, maar dat is al een probleem. Want wat ik leuk vind is: vroeg in de morgen op een groot orgel in een lege kerk (nieuwe) muziek (in)studeren. Maar ik heb van geen enkele kerk een sleutel om dat te kunnen doen. Afgezien nog van het feit dat er hier op het eiland geen enkel groot orgel te vinden is.
Misschien moet ik eens gaan onderzoeken wat de twaalf stappen precies inhouden. Misschien kan ik dat gewoon wel toepassen op het leven zelf, zo zonder verslaving. Of ik kan natuurlijk toegeven dat ik een adrenalinejunkie ben, ook een optie 😀
We gaan een weekje op vakantie. Echt heel veel zin in! De laatste keer dat we een weekje weg waren, was in 2019 vlak na mijn ontslag. We waren toen in Drenthe omdat Hendrik nog nooit hunebedden had gezien. Nou, dat heeft hij geweten! We hebben de hele week wandelingen gemaakt langs hunebedden. Het was een erg leuke week. Toen leefde Reinier nog en Ooooh wat was hij jaloers toen ik over het hek sprong om de varkentjes te aaien! Nu gaan we naar Limburg en gaat Moos mee. Voor het zover is, heb ik nog een vergadering, een repetitie, twee leerlingen en een kerkdienst en daarna ga ik een hele week niet op de klok kijken!
Reinier en Hendrik voor een plaggenhut in het Openluchtmuseum.hunebed
In een nabijgelegen dorp was een groot feest afgelopen weekend; het bestond 625 jaar. Op Zondag mocht de muziekvereniging waarvan ik dirigent ben de kerkdienst opluisteren. Natuurlijk hadden ze al het hele weekend overal marsjes lopen blazen, maar daar hebben ze mij niet bij nodig; dat kunnen ze zelf 😉 Enfin, de kerk zat afgeladen vol en aangekondigd was een “open deur dienst” Nou is volgens mij elke kerk elke Zondag open en mag je in principe in iedere kerk de dienst of de viering bijwonen, zolang je je enigszins conformeert aan de gebruiken zoals die in de desbetreffende kerk worden gevierd. Maar iedere dorpsbewoner was persoonlijk uitgenodigd en de kerk zat dan ook vol dorpsbewoners van allerlei pluimage. De meeste heb ik toch aan het zingen gekregen 🙂
Ik moet ineens denken aan die Paaswake in de st. Nicolaasbasiliek (toen nog gewoon een kerk) waarin ik in het koor zong. Het koor staat in de basiliek vlak achter het altaar dus ik stond er met mijn neus bovenop toen er een boze man de kelken wijn en schalen hosties van het altaar op de grond veegde, schreeuwend dat het godslasterlijk was. Hij deed het vlak na de consecratie dus hij wist dondersgoed wat hij deed! (De consecratie is het moment waarop de priester de instellingswoorden spreekt en het brood veranderd in het Lichaam van Christus en de wijn in Zijn bloed. Je hoeft dat niet te geloven, maar (de meeste) Rooms-Katholieken geloven dit in elke geval wel) Het is inmiddels tien, twaalf jaar geleden maar ik weet het nog precies. Het was een enorme schok voor mij, dat ik me zelfs in de kerk tijdens de Paaswake nota bene niet geheel en al veilig kon voelen! Monseigneur Stam (God hebbe zijn ziel) ging onverstoorbaar door met de mis en pas bij het slotgebed kwam hij erop terug. Hij noemde de gebeurtenis een Goede Vrijdag die we door moesten maken om bij Pasen uit te komen. Hij was een zeer bijzonder mens.
Maar daar wilde ik het helemaal niet over hebben. In de dienst bij gelegenheid 625 Den Hoorn werd het evangelie in het Tessels voorgelezen. Ik vond het mooi. Ik vond het ook grappig, maar ik besefte terdege hoe belangrijk het kan zijn dat de Schrijft, dat Gods woord in gewone taal naar de mensen komt. Veel te lang hebben geleerden Gods Woord gemonopoliseerd en bij het gewone volk weggehouden. En ik ben vrij ernstig teleurgesteld in diverse denominaties die dat nog steeds doen. Als je geluk heb tref je een dominee of een priester die zich wél inspant om de preek te vullen met schriftuitleg. Veel te vaak gaat het alleen maar over wat er in de wereld aan de hand is, hoe je jezelf tot een beter mens kunt opwaarderen en hoe je vriendelijker moet zijn voor je naasten. Daar heb ik niet echt een geestelijke voor nodig; dat kan ik zelf ook bedenken en iedere dag opnieuw proberen. Toch is niet alleen de tekst van de preek bepalend. Ook de spreekkunst van de voorganger kan veel bijdragen of afbreken aan de boodschap. Iemand die vol vuur en enthousiasme spreekt tegenover iemand met een saaie stem en weinig intonatie.
Daarvan zag ik twee weken terug nog een mooi voorbeeld. De dominee had mooie teksten en mooie liederen uitgezocht en waarschijnlijk ook een goede preek daarbij geschreven, maar ze sprak zó monotoon dat mijn muzikale hoofd er muziek doorheen liet klinken; ik heb niet zoveel van de preek meegekregen dus. Na afloop van de dienst sprak ik met enkele kerkgangers en die waren allemaal zeer enthousiast over deze preek en deze dominee……het kan dus ook nog eens helemaal persoonlijk zijn! En blijkbaar ben ik kritischer dan de gemiddelde kerkganger.
Enfin, ik wilde de Tesselse tekst van het evangelie met jullie delen dus ik vroeg mijn eerste tubaïst of ik zijn vertaling mocht gebruiken en dat mocht. Voor alle duidelijkheid zal ik de Nederlandse vertaling eronder plakken.
Lesing uut t nuwwe testement, t evangelie volleges Lukas hoofstik 14, verse 16 tot 24.
Jezus ferhaalde lêtje wow n groot feesmaal geve en nodigde tal fon goste uut. Toe t tied was foor t feesmaal, stuurde hee sien dienaar na de genodigde om teuge hunnie te sèègge: kom wont olles is klaar. Maar ien foor ien begonne se on de broek te hale. De eerste seit: ik heew net n stik lond gekoch, dot k beslis moe gaan bekieke. Tot mien spiet ken ik die uutnodiging niet onneme. n Aar seit: k heew vijf span osse gekoch en k moe se keure; Tot mien spiet ken ik die uutnodiging niet onneme. Weer n aar seit: ik ben pos trouwt en ik heew wel wot aars on mien hoof. Toe de dienaar terugkomme was, brocht ie sien heer ferslag uut. De heer des huuses gong tekeer os kwaad weer en seit teuge sien dienaar: gaan gauw de stod in en breng uut olle steete en gloppe de orreme en kreuepele en blinde en ferlamde hierzo heen. Toe de dienaar hem kwam sèègge: Heer, waot u fraagt het is beurd en r is nog plek sat. Toe seit de heer teuge m: gaan na de wege en de akkers buute de stad en nodig iederien met klem uut wont mien huus mot vol wese. Ik sèèg jullie: gien ien fon die eerst uutnodigt wos, sal fon mien feesmaal proeve. Tot so veert de skriftlesing!
Maar Jezus zei tegen hem: “Iemand ging een grote feestmaaltijd houden. Hij nodigde veel mensen uit. Toen alles klaarstond, stuurde hij een dienaar naar de gasten om te zeggen: ‘Kom, want de maaltijd staat klaar.’ Maar geen van de gasten wilde komen. De eerste man waar de dienaar kwam, zei: ‘Ik heb een akker gekocht. Ik moet die nu gaan bekijken. Zeg maar tegen je heer dat het me spijt, maar dat ik niet kan komen.’ De volgende zei: ‘Ik heb tien ossen gekocht. Ik ga nu kijken of het goede dieren zijn. Zeg maar tegen je heer dat het me spijt, maar dat ik niet kan komen.’ Weer een ander zei: ‘Ik ben net getrouwd. Ik kan echt niet komen.’De dienaar ging terug en vertelde het zijn heer. Die werd woedend en zei tegen zijn dienaar: ‘Ga onmiddellijk naar de straten en stegen van de stad. Haal daar de bedelaars, de verlamden en de blinden op en breng ze hier.’ Toen de dienaar terugkwam, zei hij: ‘Heer, ik heb gedaan wat u mij heeft bevolen. Maar er is nog steeds plaats aan tafel.’ De heer zei tegen hem: ‘Ga dan naar de wegen en de paden buiten de stad. Zeg tegen de mensen daar dat ze naar mijn feest móeten komen. Want mijn huis moet vol worden. Want ik zeg je: de gasten die het eerst waren uitgenodigd, zullen niets van mijn maaltijd krijgen.’ “
Het was natuurlijk een zeer toepasselijke lezing voor een groot dorpsfeest; dat kan en wil ik niet ontkennen. Daarnaast hadden ze ook psalm 90 in de hertaling van Huub Oosterhuis als lezing gebruikt. Vond ik ook mooi en passend. Sowieso een heleboel teksten van Oosterhuis gezongen gister.
Psalm 90 (in een bewerking door Huub Oosterhuis). Een veilige toevlucht zijt Gij, altijd geweest, van geslacht op geslacht. De bergen stonden nog niet de aarde lag nog in weeën er was nog niemand geboren. Maar toen al, eeuwigheid nu, waart Gij de enige ware, en zo zal het blijven. Gij doet het mensenkind tot stof vergaan. Gij zegt: ga jij, kind van Adam. Duizend jaren zijn in uw ogen als de dag van gisteren, weg, als een seconde van waken. Gij vaagt ons uit als een droom in de morgen, wij zijn het gras dat ’s morgens bloeit maar ’s avonds is het verdord. Gij laait, als een verterend vuur Gij houdt ons tegen uw licht, al het intieme doorziet Gij. Uw hartstocht is ons te machtig, wij durven niet met U gaan, Gij verblindt ons – temper uw Aanschijn onze adem houdt U niet bij Gij zijt te veel voor één leven. Zeventig jaren zijn onze dagen, als wij sterk zijn tachtig. Het meeste is zwoegen en pijn en plotseling vliegen wij heen. Is dat ontferming, liefde en trouw? Geef antwoord, stormende god. Ik tel mijn dagen – hoe lang nog? Ik wil een wijs en vredig hart. Hoelang nog wachten op antwoord, onvoorspelbaar Grote Liefde. Ik wil wakker worden in de morgen en weten dat jij bestaat. Ik wil gelukkig zijn met jou, iedere dag, nooit meer niet. Maak mij evenveel dagen gelukkig als ik ongelukkig geweest ben jarenlang, zonder jou. Doe mij weten: omvat uw ontferming ook onze kinderen – hoe werkt dat? Jij, enige ware, geef kracht en bestemming aan de werken van onze handen.
Volgende keer weer een meer inhoudelijk verhaal in plaats van deze samenraapsel van teksten en gebeurtenissen!
De heilige Catharina van Siëna (1347-1380) co-patrones van Europa hoorde God (of in ieder geval een stem die zij (h)erkende als Gods stem) tot haar zeggen: o lieve dochter, er staat in het heilig Evangelie dat toen Mijn Waarheid (daarmee bedoelt Hij natuurlijk Jezus) de roemrijke apostel Petrus opdroeg zijn netten in zee uit te werpen, Petrus antwoordde dat hij de hele nacht moe was geweest zonder iets te vangen (Simon antwoordde: “Meester, we hebben de hele nacht hard gewerkt en niets gevangen. Maar omdat Ú het zegt, zal ik de netten in het water gooien.” Lukas 5, 5) maar, voegde hij eraan toe, op Uw bevel zal ik ze uitwerpen. En hij wierp ze uit en hij ving zoveel vis dat hij ze er zelf niet meer uit kon trekken en de andere discipelen moesten hem komen helpen. Kijk nu eens naar Petrus’ handelen! In de werkelijkheid die zojuist beschreven is, zul je een voorbeeld ontdekken en uit alles wat ik je verteld heb, zul je begrijpen dat dit voorbeeld op jou van toepassing is.
Ik heb jullie verteld dat Petrus, op bevel van het Woord, het net uitgooide; hij was dus gehoorzaam en geloofde met levend geloof dat hij vis zou vangen en hij ving er inderdaad veel, maar niet gedurende de nacht. Weet je wat voor nacht het is? Het is de donkere nacht van de doodzonde, wanneer de ziel verstoken is van het licht van genade. In die nacht kan ze niets vangen, omdat ze het net van haar verlangen niet in de oceaan van het leven werpt, maar in de dode zee, waar ze alleen de fout vindt die niet iets is. Ze vermoeit zich tevergeefs, al haar inspanningen zijn nutteloos. Zij die al deze moeite doen maken zichzelf martelaren van de duivel, niet van de gekruisigde Christus.
Maar als de dag aanbreekt, als de ziel uit de nacht van de zonde tevoorschijn komt om het licht van de genade terug te vinden, herontdekt ze tegelijkertijd in haar geest het gebod van de wet dat Ik haar gegeven heb, om haar net uit te werpen op het woord van mijn Zoon, Mij lief te hebben boven alles, en haar naaste als zichzelf. Gehoorzaam vanaf dat moment aan het licht van het geloof, werpt ze met vast vertrouwen haar net uit op zijn Woord, de leer en de voorbeelden volgend van dit zachte Woord van liefde en van zijn leerlingen. – -Tot zover het visioen van Catharina.- –
Catharina van Siëna
Ik mocht voor de tweede keer voorgaan bij het Coventrygebed. Dit keer was het in de Huiskamer van het Leger des Heils in Den Helder. Ik heb gesproken over 1 Koningen 3, 3-15; de droom van koning Salomo bij Gibeon.
Het volk had de gewoonte om op de heuvels dieren voor de Heer te offeren, omdat er in die tijd nog geen tempel voor de Heer was gebouwd. Salomo liet zien dat hij van de Heer hield, door op dezelfde manier te leven als zijn vader David. Alleen had ook hij de gewoonte om op de heuvels dieren en wierook te offeren. Zo ging de koning offers brengen op de heuvel bij Gibeon, want dat was de belangrijkste offerplaats. Hij offerde er 1000 dieren. Daar, bij Gibeon, kwam toen ’s nachts de Heer in een droom naar Salomo toe. God zei: “Vraag van Mij wat je wil. Wat zal Ik je geven?” Salomo antwoordde: “U bent heel erg goed geweest voor mijn vader David, omdat hij trouw en rechtvaardig was en erg graag dicht bij U wilde leven. U heeft hem daarvoor beloond door mij, zijn zoon, koning te maken. Mijn Heer God, U heeft mij koning gemaakt in de plaats van mijn vader David, ook al ben ik nog jong. Ik heb nog nooit een oorlog gevoerd. Zo sta ik midden tussen uw volk dat U heeft uitgekozen. Een volk dat zó groot is, dat het niet te tellen is. Het is zelfs niet te schatten hoe groot het is. Wie kan dit grote volk leiden? Geef mij daarom alstublieft wijsheid. Dan kan ik uw volk leiden doordat ik goed het verschil weet tussen goed en kwaad.” De Heer was er blij mee dat Salomo dit van Hem vroeg. Hij zei tegen hem: “Ik zal doen wat je hebt gevraagd, omdat je niets voor jezelf hebt gevraagd. Je hebt niet gevraagd om een lang leven, of om rijkdom, of om het leven van je vijanden. Maar je vraagt om wijsheid, omdat je eerlijk wil rechtspreken over het volk. Daarom zal Ik doen wat je gevraagd hebt. Ik zal je wijs en verstandig maken. Vóór jou is nog niemand zo wijs geweest en na jou zal ook niemand meer zo wijs zijn. En ook wat je niet hebt gevraagd, zal Ik je geven. Ik zal je rijker en beroemder maken dan alle andere koningen. En als je leeft zoals Ik het wil en jij je aan mijn wetten en leefregels houdt zoals je vader David heeft gedaan, dan zal Ik je ook een lang leven geven.”
De wijsheid van koning Salomo van Frans Floris I
Ik had een kort verhaal en daarna speelde ik het tweede deel van het Italiaanse concert van J. S. Bach. Na afloop kwamen er verschillende mensen met tranen in de ogen mij bedanken voor de prachtige dienst. Misschien doe ik het dan toch niet zo heel slecht. En dat is waar ik het eigenlijk over wilde hebben. Ik heb weer eens een belachelijke lange inleiding nodig!
In de huiskamer van het Leger des Heils hingen twee spreuken onder elkaar. Op de eerste stond: mensen dienen is God dienen. En op de tweede: God dienen is mensen dienen. Ik vond het zó treffend! Natuurlijk weet ik dat het Korps ingesteld is op eerst brood en dan het Woord, maar dit is het. Dit is het waar ik al die tijd naar gezocht heb. Dit is de nederigheid die ik nodig heb om te kunnen dienen.
Steeds maar weer op zoek naar waar ik blij van wordt, wat ik wil met mijn leven, hoe ik mijn leven in wil richten sinds het leven dat ik opgebouwd had (en waar ik bijzonder content mee was) door onnodige en destructieve maatregelen van de overheid totaal verwoest was. Ik ben heus niet de enige die daardoor nog steeds ronddwaalt zonder richting. Maar het voelt vaak wel zo… Enfin, door die spreuken gingen mijn gedachten ineens een heel andere kant op. Misschien is het helemaal niet belangrijk wat ik wil. Misschien is pas echt belangrijk wat ik voor de ander doe. Dat mensen een zekere rust voelen en inspiratie op doen als ik voor mag gaan in een dienst. Als mensen genieten van mijn orgelspel en hun Zondag daardoor een beetje mooier wordt. Als mensen na de fanfarerepetitie blij en opgewekt naar huis gaan omdat ze zo lekker muziek gemaakt hebben. En dat ik dat veroorzaak. Misschien is dat wel het belangrijkst! Misschien is dat wel mijn nederige taak en heb ik me daarvoor alleen kunnen voorbereiden door het leven dat ik hiervoor leidde. Die grote orgels in die enorme kathedralen, werken als organist/dirigent/koorzanger in sommige van de mooiste kerken in Nederland. Veel, heel veel kinderen en ook een paar volwassenen noten leren lezen, de waarde van muziek leren kennen, zelfstandig muziek leren maken. Ik heb het allemaal gedaan. Ik heb het allemaal meegemaakt. Ik heb er steeds en (bijna) altijd enorm van genoten. En ik heb er heel veel van geleerd. Nu is het dan tijd al wat ik geleerd heb, al wat ik gezien heb te gebruiken om andere mensen op het juiste spoor te helpen. Of misschien alleen maar een paar leuke uurtjes te bezorgen. Zo probeer ik mijn hunkerend naar aandacht en validatie ego nederigheid aan te leren. Niet mijn geluk, mijn wil en zin staan voorop, maar die van de ander. De behoefte aan aandacht en validatie neemt inderdaad ook gemakkelijk af, al zeg ik het zelf. De behoefte aan uitdaging en grote dingen doen is moeilijker in goede banen te leiden …
Ik kocht een boek met 53 liederen van Jules de Corte erin. Het boek heet: Wie in Nederland wil zingen. Ik heb nu mezelf uitgedaagd alle 53 liederen te kennen en te kunnen. Ik ben begonnen met de liederen die ik al kende uit mijn jeugd: Ik zou weleens willen weten, Kleine Anita, Naar, dom jongetje, Zeven kippen en het Liedje van de Wind. Nu studeer ik er steeds eentje bij. Soms leer ik er eentje in een dag, soms heb ik er een week voor nodig. Maar uiteindelijk ken ik ze allemaal, daar twijfel ik niet aan. En misschien organiseer ik dan wel een Avondje uit met de Corte. Lijkt me leuk.
Ik vond een Suite opus 13A van Ernst Krenek voor piano en was zo weer een paar uurtjes serieus piano aan het studeren. Helaas studeer ik heel snel nieuwe muziek in, maar het heeft me wel weer genoeg animo gegeven om af en toe weer eens naar mijn oude liefde terug te keren en 20e-eeuwse muziek op de lessenaar te zetten die ik nog niet eerder speelde. Tenslotte wilde ik toen ik klein was, vooral goed genoeg leren spelen om gewoon maar te gaan zitten en te spelen. En dat kan ik nu. Belachelijk dus om daar niet van te genieten! En naast ik, mezelf en mij hoeft er verder ook niemand van te genieten! Al is het natuurlijk niet verboden voor de buren om mee te luisteren. En nu en dan af en toe staan er wat mensen stil in plaats van gewoon maar voorbij te lopen. Soms steken ze een duim op of klappen ze even. En ook dichterbij huis ontvang ik veel meer aandacht en applaus sinds ik er niet meer naar zoek. Mijn liefhebbend echtgenoot kwam van de week midden in de nacht naar buiten om me te zoenen omdat ik zulke ontzettende lekkere cider had gemaakt 😀 En gister kwam de stiefzoon eten en die konden we tonnetje rond weer naar huis rollen, zoveel had hij op! Heerlijk om te koken voor mensen die ervan kunnen genieten.
Ernst Krenek (1900-1991)
Nou zo dus. Muziek, moestuin, koken, bidden en dan af en toe voor mogen gaan bij het Coventrygebed. Ik kan in alle nederigheid wel zeggen dat ik mijn leven nu gevuld heb met zaken die me na aan het hart liggen en die bovendien belangrijk zijn voor anderen. En daarom ook voor mij. Want het belangrijkst gebod is en blijft: heb God lief boven alles en je naaste als jezelf.
Onmiddellijk daarna zei Jezus tegen de leerlingen dat ze alvast voor Hem uit naar de overkant moesten varen. Zelf wilde Hij eerst de mensen naar huis sturen. Daarna ging Hij helemaal alleen de berg op om te bidden. Toen het avond werd, was Hij daar alleen. De boot was intussen midden op het meer. Ze hadden veel last van de golven, want ze hadden de wind tegen. Om ongeveer 4 uur ’s morgens kwam Jezus naar hen toe, lopend over het meer. Toen de leerlingen Hem over het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: “Een spook!” en ze schreeuwden van angst. Onmiddellijk zei Jezus tegen hen: “Rustig maar! IK BEN het, wees maar niet bang.” Petrus antwoordde: “Heer, als U het bent, beveel mij dan om over het water naar U toe te komen!” Jezus zei: “Kom!” Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij op de wind ging letten, werd hij bang en hij begon te zinken. Hij schreeuwde: “Heer, red mij!” Onmiddellijk stak Jezus zijn hand uit en greep hem. En Hij zei: “Je hebt niet genoeg geloof! Waarom ging je twijfelen?” Ze klommen in de boot. Toen ging de wind liggen. De leerlingen in de boot vielen voor Hem op hun knieën en zeiden: “U bent werkelijk de Zoon van God!”
Ik ben ook een twijfelaar, een kleingelovige. Ik weet het, ik weet het. Ik kom meestal over als diepgelovig en vroom, maar de waarheid is dat ik altijd aan alles twijfel. Mezelf, mijn medemens, de waarheid, God … Ik heb altijd het gevoel dat ik niks doe en als ik wel iets doe, dat ik het niet goed (genoeg) doe. Dat breekt me menigmaal op. Maar omdat ik mezelf redelijk goed ken, ga ik gewoon door met iets zodra ik dat besloten heb en laat ik me door tegenslag niet gauw van de wijs brengen.
Inmiddels bid ik al acht maanden elke zaterdag (min drie tot nu toe, twee omdat ik muziek te doen had en één wegens ziekte) in de kapel van de Johanneskerk (we noemen die: de kleine Johannes) van half drie tot vier voor vrede in de wereld. Ik heb een periode lang gebeden door te kleuren. Ik heb twee boeken over de Exodus van het volk Israël uit het land van de farao alwaar ze als slaven werden gehouden, gelezen en ik heb lange tijd in stilte gebeden. Tegenwoordig bid ik de rozenkrans; past precies in anderhalf uur, probeer het maar eens 😉 Zodra er mensen de kerk binnenlopen, sta ik op, heet ze van harte welkom en vraag of ze samen met mij willen bidden voor de vrede. Toeristen verschuilen zich dan achter de taalbarrière. Wat niet helpt; ik heb deze uitnodiging in het Nederlands, Engels, Duits én Frans paraat. Evenals de gebeden die ik altijd gebruik. Toch zeggen de meeste mensen nee. Nee, ik wil niet bidden. Nee, ik heb geen vier minuten stilte/luisteren/net-doen-alsof-ik-bid over voor vrede in de wereld, is wat ik hoor. En iedere keer doe ik net alsof het me niet raakt en iedere keer voel ik een speldenprikje door mijn ziel gaan …
Voor elke mens die wel mee wil bidden, komen er drie de kerk binnen die keihard nee zeggen. Ze zeggen nee tegen bidden en zo zeggen ze nee tegen God en het voelt ook alsof ze nee zeggen tegen mij. Wat ze natuurlijk in feite en letterlijk ook doen. Ik word er weleens een beetje wanhopig van . En dan bid ik God om de mensen de waarde van het gebed te leren (h)erkennen. Afgelopen zaterdag was het weer zo een dag. Het was erg mooi weer en ook al woei de wind best krachtig, er waren veel mensen op straat. De meeste mensen liepen langs de kerk, wat ik goed kan horen omdat de grote deur altijd openstaat. Sommige kwamen binnen, keken wat rond of draaide op de drempel alweer om toen ze zagen dat de deur naar de grote kerk dicht zat en ze alleen in de kapel konden komen. Mijn uitnodiging werd steeds afgeslagen. Op één jonge jongen na die op mijn uitnodiging een bedachtzaam gezicht trok, zijn handen uit zijn broekzakken haalde en zo goed als fluisterde: ja, dat kunnen we wel even doen. Het gebed van paus Johannes Paulus II vond hij erg mooi, zei hij na het Amen. Na deze medebidder kwamen er zeker tien mensen de kerk binnen die niet wilde bidden. Ik begon langzamerhand de moed te verliezen. De twijfel sloeg toe. Waarom zit ik elke zaterdag te bidden voor vrede in de wereld terwijl het blijkbaar het gros van de mensheid niet kan boeien, wereldvrede. Of misschien geloven ze er gewoon niet meer in. Ze geloven in ieder geval niet in God. En niet in bidden. En ze geloven ook niet in mij, wat doe ik hier eigenlijk?
Je hebt vast ook wel van dat soort Getsemane momenten. Momenten waarop het logischer lijkt om op te geven dan door te gaan. Momenten waar de wanhoop nabij is. Momenten waarin alles zinloos, hopeloos en troosteloos lijkt.
Er komen een man en een vrouw samen de kerk binnen. Ik denk een jaar of 40, 45. Ik denk geen echtpaar, maar vrienden of broer en zus. Opgeruimd, zongebruind en in zomerse kleding. De vrouw loopt parmantig voorop. De man heeft meer aandacht voor zijn omgeving en de beelden die voorin de kapel staan. Ik richt mijn uitnodiging derhalve tot de vrouw. Wilt u samen met mij bidden voor vrede in de wereld? De vrouw knikt richting de man en hoewel even in verwarring, richt ik me daarop tot de man en vraag opnieuw: wilt u samen met mij bidden voor vrede in de wereld? Hij kijkt me recht in de ogen en zegt monter: dat gaan we doen, want bidden doe je samen! De man komt rechts en de vrouw links van me staan. Ik steek eerst even een kaarsje op, zegt de vrouw en betaalt middels de QR-code die aan het kaarsenrek hangt. Ik heb ondertussen een gesprekje aangeknoopt met de man en mis dat ze al een kaarsje heeft aangestoken dus toen ze betaald had, maande ik haar nu ook een kaarsje te branden. Dat heb ik al gedaan voor ik betaalde, glimlacht ze. Ik begin mijn gebed en het Onze Vader wordt hardop en volmondig meegebeden. Bedankt voor het samen bidden, zeg ik na het Amen zoals ik dat altijd zeg. De man grijpt mijn hand vast en zegt: je laat Gods stem horen en daarvoor wil ik je graag zegenen, als dat mag. Maar hij wacht niet op antwoord, tekent met zijn duim een kruis op mijn voorhoofd en geeft me Gods zegen.
Leer ieder van ons het licht van de berg Tabor te bewaren om trouw te kunnen zijn in Getsemane.
Mat. 17, 1-9 Gedaanteverandering van de Heer op de berg Tabor Zes dagen later nam Jezus alleen Petrus, Jakobus en Johannes (de broer van Jakobus) mee een hoge berg op. En ze zagen Hem plotseling veranderen. Zijn gezicht begon te stralen als de zon en zijn kleren werden zo wit als het licht. Plotseling zagen ze Mozes en Elia met Jezus spreken. Petrus zei tegen Jezus: “Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als U dat wil, zal ik hier drie tenten neerzetten. Eén voor U, één voor Mozes en één voor Elia.” Op datzelfde moment kwam er een stralende wolk om hen heen. En een stem zei vanuit de wolk: “Dit is mijn Zoon, van wie Ik heel veel houd. Ik ben erg blij met Hem. Luister naar Hem.” Toen de leerlingen dit hoorden, lieten ze zich op de grond vallen van angst. Maar Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: “Sta op, wees maar niet bang.” Toen ze opkeken, zagen ze niemand meer. Alleen Jezus was er nog. Terwijl ze de berg afdaalden, zei Jezus tegen hen: “Vertel niemand wat jullie hebben gezien. Jullie mogen het pas vertellen als de Mensenzoon uit de dood is opgestaan.”
Mijn zuster is een kunstenaar. Dat wist ik allang, maar gelukkig is ze er zelf ook achter gekomen. Zij maakt onwaarschijnlijk mooie dingen van papier en/of stof, maar ook van andere materialen. Het leukste vind ik dat ze van wat anderen afval zouden noemen en weg zouden gooien, toch weer nieuwe en prachtige dingen bedenkt én maakt. Ik vind het kunst. Anderen noemen het misschien een ambacht of ambachtelijk. Kunstnijverheid.
Maar wat is nu eigenlijk kunst? Wat is ambacht? Volgens Wikipedia: Kunst is de bewuste creatie van iets moois of betekenisvols met behulp van vaardigheid en verbeelding. Kunst moet dus betekenisvol zijn, maar wie bepaalt dat? Ik vind de muziek van Schönberg mooi en bijzonder betekenisvol, maar de meeste mensen hebben niet zoveel met dodekafonie, begrijpen het misschien niet. Vaardigheid is wellicht makkelijker te meten, maar het belangrijkste woord in deze definitie lijkt me toch verbeelding. Kunst is iets maken van niets. Eerst was er niets, en dat niets kan dan van alles zijn, grappig genoeg. In het geval van muziek is het niets stilte. Hoewel…er zijn maar weinig componisten die werkelijk met niets beginnen. De meeste composities zijn immers gecomponeerd voor een bepaald instrument of combinatie van instrumenten. Het niets wordt dan bepaald door ambitus en geluid van die instrumenten. De componist vertaald dan zijn idee naar notenschrift en de musici kunnen dat dan weer vertalen naar muziek. Als je zo kijkt is de componist de kunstenaar en zijn de uitvoerende musici ambachtslieden.
tas van restmateriaal
Want wat is ambacht dan? Volgens Wikipedia: Een ambacht is handwerk dat wordt aangeleerd om een beroep mee uit te oefenen. In het geval van musici: geleerd een instrument te bespelen om de kunst van de componist te verklanken. Zoiets. Misschien dat sommige musici aanstoot nemen dat ik zo luchtig hun (en mijn) vak een ambacht noem in plaats van kunst. Veel musici noemen zichzelf toonkunstenaar. Zelf vind ik dat je pas toonkunstenaar bent als je heel nieuwe geluiden weet te bedenken of muziek weet te maken op alledaagse dingen die niet als muziekinstrument bedacht zijn. Of als je componist bent. Een improvisator vormt daarbij een uitzondering. In de klassieke muziekwereld zijn het eigenlijk alleen de organisten die nog weleens improviseren. Die zou je dan ook kunstenaar kunnen noemen, als je mijn rigide uitleg volgt. Ook ik voel me regelmatig geroepen te improviseren wanneer ik achter het orgel zit en er tijdens een dienst een langere stilte valt dan van tevoren bedacht. Als de collecte, de offerande of de communie langer duurt dan de geprogrammeerde muziek bijvoorbeeld. Of als de dominee of priester ineens bedenkt dat hij iets is vergeten en zonder verdere mededeling het altaar verlaat (en ja, dat gebeurd echt! Je kunt het zo gek niet verzinnen of het is weleens gebeurd.) Maar over het algemeen begeleid ik liederen als ik achter het orgel zit. En ik vind het een groot voorrecht dat ik een ambacht heb waarbij ik andere mensen het zingen musiceren kan faciliteren.
Enfin, mijn zus dus die maakt heel mooie dingen én ze kan ook andere mensen leren hoe ze zelf mooie dingen kunnen maken. Ik weet tenminste dat ik met de Bible Journaling Club al heel wat geleerd heb over werken met papier en lijm en inkt. Dat is dus haar ambacht. Het feit dat ze van het afval dat de cursisten achterlaten weer nieuwe dingen bedenkt en maakt; dát maakt haar een kunstenaar. Niet het uitvoeren van een idee is wat kunst kunst maakt, maar het idee zelf! Neem eens een kijkje op haar site en leer ook creatief bezig zijn. Het is zo leuk! Bijvoorbeeld de Selfieclub, waar iedereen gestimuleerd wordt optimistisch en met liefde naar zichzelf te kijken.
(Als je liever muziek maakt: er is nog ruimte op de scratchdag 19 augustus in dorpshuis de Waldhorn in Den Hoorn op Texel.Voor meer informatie en aanmelden, volg de link.)
Bible Journaling Club
Uiteindelijk is het natuurlijk allemaal alleen maar semantiek; ambacht, kunst, kunstnijverheid. Beauty is in the eye of the beholder tenslotte. Een uitspraak die overigens terug te leiden is tot Plato. En wat maakt het ook uit? Zolang er voor elke vorm van kunst, kitsch en kunstnijverheid ruimte is en blijft. Zolang er geen verbod of ban komt op kunst die volgens overheden aanstootgevend zijn, entartete kunst zoals die in nazi-Duitsland genoemd werd. Aan de andere kant mag er dan natuurlijk ook geen verbod komen elke kunst te bekritiseren. Misschien is dat wel de allerbelangrijkste functie van kunst: dat mensen geprikkeld worden over zaken te praten die zonder die kunst nooit ter sprake zou komen.
Ondanks het koude voorjaar en weken van aanhoudende droogte gaat het werk in de moestuin onverminderd voort. Wekenlang bestond het werk uit niet veel meer dan water geven. De tuinbuurmannen en ik noemden onszelf waterdragers en waren voortdurend bezig met overleggen welke plantjes het meeste water nodig hadden en welke plantjes nog wel een poosje zonder konden. Toen onze ene buurman zelfs de aardappels water ging geven werden we ons bewust dat het dit jaar inderdaad wel erg lang droog bleef. Prompt de volgende dag kwam de eerste goeie regenbui sinds mei. Na drie heftige buien van respectievelijk 10 mm, 8 mm en 15 mm water (volgens mijn regenmeter dan) en nog wat kleine buitjes (2 mm, 3 mm, dat werk) is alles opeens superhard gaan groeien en gaan afrijpen. De bak met bloemen staat er prachtig bij en zelfs de kolen zijn van hun gaas bevrijdt. Behalve de spruitkool dan; die blijft onder gaas totdat de planten leeg zijn en naar de composthoop verhuizen. Er zijn veel te veel dieren en diertjes die dol zijn op spruitkool! Net als wij.
knoflook hangt te drogen
Zo hing ik van de week 75 voeten knoflook aan de waslijn te drogen. Vijf rijen uien uitgegraven en te drogen gelegd. Alweer twee keer frambozenjam gekookt (= 2 kilo frambozen) en het eind van de frambozenoogst is nog niet in zicht! En dit jaar voor het eerst hebben een aantal kiwi’s alle zomerstormen overleeft en ook die groeien gestaag door. Ook de tuinbonen zijn geoogst en ingevroren. Gister heeft Henk alle rode bessen geplukt. Hij is daar toch zo’n twee uur mee bezig geweest. Twee emmers bijna vol. Hoeveel denk je dat het is? vroeg hij. Ik pakte de emmers op, in iedere hand één en zei: 6 kilo. Hij begon keihard te lachen. Dat kun je zo helemaal niet wegen, beweerde hij. Als je in iedere hand een emmer hebt, kun je nooit voelen hoeveel er in zit. Kijk, zo moet je dat doen. Hij pakte de ene emmer en zei: hier zit twee kilo in. Hij pakte de andere emmer en zei, hier zit anderhalve kilo in dus samen drieënhalve kilo. Hij keek zelfvoldaan en zelfverzekerd, maar ik liet me niet van de wijs brengen, pakte nogmaals beide emmers op en zei: 6 kilo! We gingen naar huis en Henk haalde de grote weegschaal van zolder. Die hadden we dit tuinseizoen nog niet eerder nodig gehad. Hij woog de bessen. En het was precies zes kilo. 😀
uien liggen te drogen
Op de vlakten van Moab herhaalde Mozes de regels van het verbond dat de Here bij de berg Horeb met het volk Israël had gesloten. Hij riep alle Israëlieten bij elkaar en zei: ‘U hebt met eigen ogen de grote plagen en machtige wonderen gezien die de Here over de farao en zijn volk in het land Egypte bracht. Maar pas vandaag heeft de Here u inzicht gegeven, uw ogen en oren geopend. Veertig jaar lang heeft de Here u door de woestijn geleid zonder dat uw kleren versleten of uw sandalen kapot gingen! Hij liet niet toe dat u zich ergens vestigde om koren voor brood en druiven voor wijn te verbouwen omdat Hij u wilde laten voelen dat Hij het is die voor u heeft gezorgd. Toen wij hier aankwamen, trokken koning Sichon van Chesbon en koning Og van Basan tegen ons ten strijde, maar wij vernietigden hen. Wij namen hun land en gaven het als erfdeel aan de stammen van Ruben en Gad en aan de halve stam van Manasse. Daarom moet u de bepalingen van dit verbond naleven zodat het u goed zal gaan bij alles wat u doet. U allen—uw leiders, het volk, uw rechters en uw ambtenaren—staat vandaag voor de Here uw God. Samen met uw kleine kinderen, uw vrouwen, de vreemdelingen die bij u wonen en zij die uw hout hakken en uw water dragen. U staat op het punt een verbond te sluiten met de Here uw God. Een verbond dat Hij vandaag met u sluit. Deut. 29, 1-12
tuinbonen!mini kiwi
Waterdragers zijn ongelooflijk belangrijk. In de Bijbel komen veel verhalen voor die gaan over water. Een teveel aan water kan verschrikkelijk zijn en een tekort aan water eveneens. Water is de belangrijkste voorwaarde voor leven. Een mens bestaat gemiddeld voor 65% uit water. De aarde bestaat voor zo’n 70% uit water, niet eens zo heel veel meer dan de mens! Dat is vast niet toevallig…(Toeval is misschien het pseudoniem voor God als Hij anoniem wil blijven) Een komkommer bestaat voor 97% uit water. Geen wonder dus dat de plantjes op de tuin water nodig hebben. En dat wij dat zelf moeten gaan geven als God het niet doet/het niet regent. Laat je vooral niet bang maken over berichten over watertekorten. Water gaat nooit verloren. Dat heeft te maken met de waterkringloop. Er is wellicht ergens soms af en toe een gebrek aan (schoon) drinkwater, maar met een filter, een vuurtje en een pannetje kun je zelfs van zeewater drinkwater maken. Hoe slecht is het eigenlijk voor je gezondheid om zeewater te drinken? Als je op land bent en er is zoet water beschikbaar, al dan niet schoon, is het altijd beter om zoet water te drinken. Zout water, zeewater kan de nieren beschadigen. Gezond is het dus zeker niet, maar ik denk dat als ik schipbreuk heb geleden en zonder zoet water over de oceaan dobber dat ik dan kies voor het drinken van zeewater boven sterven van de dorst.
Jezus verandert water in wijn. Bruiloft te Kana.
Na het boek Uittocht, 12 overwegingen van ds. Moerkerken las ik het vervolg Doortocht. Ik vond het een veel ingewikkelder boek dan Uittocht. De veertig jaren die het volk Israëls in de woestijn doorbracht zijn blijkbaar minder makkelijk te duiden dan de tien plagen van Egypte. Ik snap het ook wel. De plagen waren een duidelijk middel om een duidelijk doel te bereiken. Het is heel wat ingewikkelder te zien waarom het volk veertig jaar door de woestijn moest zwerven terwijl van Egypte naar Israël een dag of tien lopen is. Waarom Aaron moest sterven voor ze in de buurt van het beloofde land kwamen en waarom Mozes het land wel mocht zien maar niet betreden. Nu ga ik Intocht lezen, over de komst van het volk in het beloofde land. Want dat was nog een hele toestand. God had het volk dat land beloofd, maar het was niet zo dat het leeg land was! Er woonden al andere volkeren. Enfin, hierover later meer.
Een tekort aan water is net zo gevaarlijk als een teveel aan water. De oceaan is als de woestijn, alleen dan andersom. Het is in het hele leven zo dat een teveel van iets net zo gevaarlijk en levensbedreigend is als een tekort van hetzelfde. Dat geldt voor water, voor zand, voor voedsel en zelfs ook voor kennis. Een teveel aan kennis brengt de mens in de waan dat hij God is. Een tekort aan kennis dreigt hem van God af te doen keren. Het is belangrijk dat je alles in mate doet. U moet alles wat gezegd en gedaan wordt, op zijn echtheid beproeven en alles wat goed is, vasthouden. 1 Thess.5, 21 Behalve liefde natuurlijk. Liefde onttrekt zich aan alle natuurwetten. Liefde heb je nooit teveel en altijd te weinig (of ben ik de enige die dat voelt?) Kortom, er zijn drie dingen die blijven: geloof, hoop en liefde. Maar de liefde is het voornaamste.1 Kor.13, 13
De dagen van het waterdragen is voorbij. In ieder geval voor dit seizoen voor onze moestuin. In ieder geval voor deze kant van de wereld waar (schoon) drinkwater gewoon uit de kraan komt. Draag eens wat water naar iemand die het nodig heeft. Letterlijk. Of figuurlijk, dat is ook goed 🙂 Wees een waterdrager in alle opzichten!