droom of nachtmerrie

Reeds in mijn jeugd had ik problemen met slapen. Ik sliep heel licht, kon slecht inslapen, lag vaak urenlang wakker en áls ik dan sliep, had ik nachtmerries of ging ik slaapwandelen. Ik had me er allang neergelegd toen ik in mei 2020 buiten ging slapen en opeens nergens meer last van had! De natuur is de beste heelmeester.

Ze zeggen dat slaapwandelen voornamelijk bij kinderen voorkomt en dat je eroverheen groeit, maar de hospita die ik had toen ik nog in de stad woonde en werkte, heeft me een paar keer slaapwandelend beneden aan de trap aangetroffen (terwijl ik toch echt op de eerste verdieping sliep!). En ik weet niet hoe vaak mijn man me heeft moeten wekken omdat hij wakker werd van mijn nachtmerrie … Enfin, sinds ik buiten slaap, geen greintje last meer van.

Al die nachtmerries hebben er wel voor gezorgd dat ik me ben gaan verdiepen in het uitleggen van dromen. Volgens mij zijn er drie soorten dromen. De eerste soort is het meest algemeen, iedereen droomt elke keer dat je slaapt (tenminste als je meer dan drie uur slaapt, want zolang heb je nodig om in REM-slaap te komen) maar dat zijn gewone huis,-tuin,- en keukendromen die een verwerking zijn van wat je die dag hebt meegemaakt. Deze dromen zijn de meeste mensen weer vergeten zodra ze wakker worden. Soms blijft er nog een residu hangen zodat je die dag bijzonder goed of juist bijzonder slecht gehumeurd bent. Of dat je zin hebt in een patatje speciaal of een bepaald stuk muziek de hele dag in je hoofd rondspookt; dat kunnen allemaal overblijfselen zijn van de droom die je je niet herinnert.

Dan is er de droom die voorspellend is. Deze droom is meestal veel levendiger dan gewone dromen. Meestal weet de dromer ook dat het een droom is en is hij er zich van bewust dat er een belangrijke boodschap gebracht wordt. Ik heb een vriendin die zulke dromen vaak heeft. Ze komen altijd uit. Zulke dromen zijn ook heel eenduidig. Er gebeuren geen dingen die in de wakkere wereld niet (kunnen) gebeuren. Er komen geen mensen in voor die je niet kent. De boodschap is duidelijk en klaar.

Overigens, maar dit even geheel terzijde, kun je in je droom geen gezichten verzinnen. Alle mensen die je in je droom tegenkomt, heb je in de wakkere wereld al eens gezien. Zelfs mensen die je (in je droom) niet kent of herkent, zijn bekende gezichten. Misschien is het de kassajuffrouw of de man achter de balie van het theater of gewoon een medereiziger in trein of tram, maar in ieder geval een gezicht dat je eerder zag. Ik vind dat een grappig idee. Niet alleen mijn kant op: iedereen die ik in mijn dromen tegenkom, heb ik al eens eerder gezien, maar zeker ook de andere kant op: ik zou een rol kunnen spelen in elke droom van iedere mens die ik op mijn pad tegenkom.

De laatste soort droom is de ingewikkelde droom. Deze droom is soms ook voorspellend, maar soms verklarend. Dit is veelal een boodschap van ons eigen onderbewuste en dan vaak een boodschap die we eigenlijk niet willen horen. Deze droom vermomt zich meestal als een nachtmerrie. Dat is een beetje jammer en misschien ook wel een beetje dom…want de meeste mensen zullen een nachtmerrie zo gauw mogelijk willen vergeten en doen dan geen moeite om erachter te komen welke boodschap de nachtmerrie bij zich draagt.

Omdat ik veel geoefend heb met mijn eigen dromen, lukt het me vaak om andermans dromen te duiden. Mensen vragen dat ook vaak aan mij, vooral nachtmerries krijg ik dan te horen. Ik probeer de verschillende gebeurtenissen en dingen in de droom te scheiden van welke belangrijk zijn en welke alleen voor het verloop van het verhaal nuttig waren. De dingen en gebeurtenissen die ik belangrijk acht, probeer ik dan uit te leggen. Ik maak gebruik van verschillende droomsymbolen en probeer de droom me te laten vertellen welke van de uitleg in dit geval klopt. Meestal komt er een plausibel en samenhangend verhaal uit wat de dromer zelf precies begrijpt. Tenslotte gaat het over zijn leven, niet over het mijne. Ik kan wel aangeven wat de droom probeert te vertellen, maar uiteindelijk moet de dromer zelf ermee aan de slag om de boodschap te verstaan en te integreren in het eigen leven. Meestal houden de nachtmerries daarmee op. En dat was voor mij natuurlijk ook de voornaamste reden om zoveel te oefenen met het duiden van dromen/nachtmerries.

Natuurlijk zijn er ook mensen die het allemaal onzin vinden. Mensen die geloven dat dromen gewoon verzinsels van de hersens zijn omdat die zich anders verveelt tijdens het slapen. Mensen die dromen afdoen als onzin of zelfs nooit een gedachte aan een droom hebben gewijd. Mensen die denken dat nachtmerries een teken zijn van aanleg voor psychopathisch gedrag. Dat mag allemaal. Ik denk er duidelijk anders over. Ik geloof dat er nog veel meer is wat we niet weten. Niet alleen tussen hemel en aarde, maar zeker ook gewoon in ons eigen leven en leefomgeving. En hoe meer ik leer en denk iets te weten, hoe meer ik besef dat er nog veel meer is dat ik niet weet! Ik vind het jammer dat mensen zo weinig moeite nemen om wat meer te weten te komen over zichzelf, maar niemand kan ze daartoe dwingen. Misschien dat u na het lezen van dit stukje een beetje anders naar uw dromen gaat kijken. Dat is mijn droom 🙂

mooi verhaal

Vorige week maandag had ik de laatste spruiten geplukt en daarna de planten ondergespit. Blijkbaar had ik niet zo goed op mezelf gelet want de volgende dag deed mijn rug een beetje zeer. Maar het was niet erg, alleen wat spierpijn en ik ging gewoon vrolijk door met al mijn bezigheden. Dat was niet zo slim, bleek achteraf want of het nu kwam door mijn onachtzaamheid of een teveel aan stress aan het eind van de week kon ik helemaal niet meer bewegen. Ik lag op mijn spijkermatje en sliep het grootste gedeelte van de dag. Dus toen de bel ging en ik alleen thuis was … Oh wacht, misschien moet ik dit verhaal anders beginnen anders snapt bijna niemand het. 😀

Toen ik een jaar of negen was begon ik met het verzamelen van olifanten, beeldjes, boeken en afbeeldingen en ik heb zelfs een lange tijd een olifantenweesje in Kenia financieel ondersteund. Toen ik verhuisde naar het huis waar ik nu woon, een voormalig winkelpand, heb ik de etalage helemaal ingericht zodat ik mijn olifanten kon tentoonstellen. Vele jaren later heb ik slechts een tiende van mijn verzameling bewaart en dat zijn voornamelijk olifanten waar ik emotioneel aan gehecht ben, maar er staan er ook nog een paar bij die ik gewoon heel mooi vind. De etalage trekt altijd veel belangstelling en dat vind ik fijn want dat zorgt ervoor dat de mensen niet naar binnen kijken. Niet dat daar verder veel te zien is; de hele kamer staat vol met mijn vleugel van 2 meter 10 😉

Enfin, ik lag dus te kwijnen en chagrijnig te zijn op mijn spijkermatje. Henk was met Moos naar de moestuin dus ik was alleen thuis toen de bel ging. Ik verwachtte geen pakketje en ik had ook kunnen besluiten de bel te negeren maar ik strompelde naar beneden om de deur te openen, waarschijnlijk uit pure nieuwsgierigheid. Voor de deur stonden een man en een vrouw een jaar of tien ouder dan ik schat ik die ik niet kende. Dat is ook niet zo vreemd, ik woon nu eenmaal in een toeristisch gebied en ons huis is zo strategisch gelegen dat badgasten die de weg niet meer kunnen vinden graag bij ons aanbellen voor aanwijzingen. De meneer nam het woord: “ik liep langs en ik zag die olifant in de vensterbank staan en ik vroeg me af of u die aan mij zou willen verkopen, want ik ben al jaren op zoek naar die olifant!” Ik stap naar buiten, kijk in de etalage en vraag welke hij bedoelt. Hij wijst een olifant aan uitgesneden van natuursteen, lichtgrijs van kleur en met de slurf omhoog. Een olifant met de slurf omhoog brengt volgens vele geluk. Ik kijk de man vorsend aan. “Mag ik vragen waarom u deze olifant zoekt?” Mijn voeten worden koud op de natuursteen voor ons huis dus ik stap de vestibule weer in. Alles heel langzaam en voorzichtig, want ik heb nog steeds verschrikkelijke rugpijn! “Ik heb precies dit beeld gekocht toen ik in Afrika was en toen mijn oudste zoon werd geboren heb ik een mandje aan de slurf gehangen en een foto daarvan gebruikt voor zijn geboortekaartje. In de scheiding ben ik de olifant kwijtgeraakt en sindsdien zoek ik ernaar.” “En alle kinderen en ik ook!” voegt mevrouw er aan toe. Ik zet een stap naar binnen, reik met veel pijn en moeite over mijn muziekkast heen en pak de olifant uit de etalage. “Alstublieft,” zeg ik terwijl ik het beeld in de handen van de man druk. “Ik wens u er heel veel plezier mee.” De man schiet vol en de vrouw haast zich te zeggen: “wilt u er écht niets voor hebben???” “Nee, zeg ik. “Uw verhaal is mij genoeg.” De man drukt de olifant tegen zijn borst en beiden beginnen me uitgebreid te bedanken. Terwijl ik de deur sluit, hoor ik ze zeggen dat ze de olifant gauw in de auto gaan leggen zodat er niets mee gebeuren kan. Ik strompel terug naar mijn spijkermatje en val weer in slaap, maar niet voordat ik mijn zussen beloofde het verhaal in mijn blog te schrijven zodra ik weer een poosje achter elkaar kon zitten.

Dat is dus vandaag, bijna een week later! Nu is dat niet helemaal waar want ik heb deze week alweer langzaam wat dingen gedaan. Geluk bij een ongeluk had de fanfare een week vrij en hebben bijna al mijn leerlingen deze week afgezegd. Alleen was het afgelopen woensdag natuurlijk Aswoensdag en ging ik piano spelen en het Ceciliakoor begeleiden in de Petrus en Pauluskerk in Den Helder. Voor onder de asoplegging had ik het tweede deel van het Italienisch concert BWV 971 van Bach uitgezocht en tijdens het uitdelen van de communie prelude en fuga in d mineur. Nadeel van die mooie (en lange) stukken was wel dat ik werd overgeslagen met zowel de asoplegging als communie uitreiking, maar goed Henk zat in de kerk en we zijn in gemeenschap van goederen getrouwd dus beschouw ik zijn askruisje maar als ook het mijne. 😉

En donderdagochtend hadden we voor het eerst Bible Journaling Club. Helaas waren mijn zus en ik de enige leden, maar we hebben goede hoop dat dat nog wel gaat veranderen. We hebben nog wat pijlen op onze boog om leden te trekken dus dat komt vast wel goed. In ieder geval heb ik een heel mooie bladzijde gemaakt bij psalm 84, 4

Zelfs vindt de mus een huis

en de zwaluw haar nest,

waarin zij haar jongen legt:

bij Uw altaren

En ik moet zeggen ik vond het ontzettend leuk om te doen! Ik doe eigenlijk nooit iets anders met mijn handen dan muziek maken, eten koken en tuinieren. Knutselen, om het een beetje oneerbiedig te zeggen, ligt niet echt in mijn aandachtsgebied. Vroeger heb ik wel wat gebreid en best veel geborduurd, maar de laatste jaren ging mijn creativiteit niet veel verder dan kleuren. Het helpt natuurlijk ook dat mijn zus de prachtigste apparaten en materialen heeft en niet in de laatste plaats een goede lerares is, die me mijn eigen fouten laat maken en heel duidelijk uit kan leggen. Volgende week gaan we weer aan de slag! En nog een keer met psalm 84, want omdat we toch maar met z’n tweeën waren kunnen we dat gewoon met elkaar afspreken. Ik heb twee Bijbels uitgezocht om in te journalingen (nieuw werkwoord 😀 ) en in de andere wil ik graag vers 11

Want één dag in Uw voorhoven

is beter dan duizend elders;

ik verkoos liever te staan op de drempel van het huis van mijn God

dan lang te wonen in de tenten van de goddeloosheid.

Maar nu ik het zelf echt gedaan heb, heb ik duizend meer ideeën die ik wil gaan maken! Als je ook een keer wilt proberen: we komen elke donderdagochtend samen om 10.00 op de Boogerd. 15 euro als je je eigen Bijbel meeneemt, 20 als je er één van ons wilt hebben en gebruiken. Het is echt ontzettend leuk om te doen!

Nu ga ik weer even op mijn spijkermatje liggen. Mijn rug is wel veel beter, maar nog niet goed. En ik wil graag energie overhouden voor de belangrijke dingen zoals het gebed voor vrede in de wereld, fanfarerepetitie en piano studie.

Vreselijke dagen in Kasteel Twijfel

Ik las het boek Christenreis van John Buyan, naverteld voor kinderen door J. de Jager. Ik kreeg het te leen van een vriendin. Het verhaal gaat over Christen die woont in de stad Verderf. Op een dag vindt hij op zolder een boek waarin staat dat de stad vernietigd zal worden. Christen schrikt en slaat op de vlucht. Op zijn rug heeft hij een zwaar pak. Op zijn reis ontmoet hij als eerste Evangelist die hem verteld over de nauwe poort waar hij doorheen kan gaan als hij het paradijs zoekt. Onderweg ontmoet hij vele personen en maakt hij veel dingen mee die hem verleiden van het rechte pad af te dwalen. Pas als hij onder het kruis van Jezus staat, kan hij zijn zware last achter zich laten. Echter is de reis daarmee nog niet aan het einde gekomen. Hij zet door en tegen het einde van de reis, als hij al samen reist met Hopende, dwaalt hij toch van de goede weg af en wordt hij gevangengenomen door reus Wanhoop op het Kasteel Twijfel. De vrouw van de reus, Ongeloof, maakt dat Wanhoop Christen en Hopende flink martelt. Ze daagt de gevangenen uit om zelfmoord te plegen. Uiteindelijk weten Christen en Hopende te ontsnappen omdat Christen zich realiseert dat hij zelf de sleutels in zijn zak heeft. Bij elk hoofdstuk staat een korte uitleg van hoe de tekst geïnterpreteerd kan worden. (moet worden?) De uitleg bij dit hoofdstuk kwam goed bij mij binnen:

Door zijn eigen schuld zijn Christen en Hopende in deze ellendige toestand gekomen. Zij zijn van de goede weg gegaan. Nu beschrijft Bunyan dat zij zó moedeloos zijn geworden dat zij de wanhoop nabij zijn. Wanhoop is een vreselijke toestand; bijna niemand kan je daaruit verlossen. Daarom stelt Bunyan wanhoop voor als een reus, die hen vreselijk slaat, zodat zij helemaal geen moed meer hebben. En het ongeloof maakt het steeds erger. Wat bedoelt Bunyan nu? Gods kinderen kunnen door hun eigen schuld zó in het donker komen, dat zij vrezen dat het nooit meer licht wordt. Het ongeloof zegt dan in hun hart: “de Heere heeft u verlaten- er komt niets meer van terecht.” Dan worden ze moedeloos, steeds moedelozer, ja komen zelfs nabij de wanhoop. Dan zegt de duivel in hun hart wel: “Maak er maar een eind aan”. Ja, zo ver kan het gaan, dat een kind van God zelfs verzocht wordt tot zelfmoord. We zullen horen dat de Heere, hoe donker het ook wordt, Zijn kinderen toch niet loslaat. *einde citaat*

Mmmm, dacht ik toen, dat is waar ik ben. Ik zit in de kerker van Kasteel Twijfel en wordt door reus Wanhoop geslagen in opdracht van zijn vrouw Ongeloof. Misschien heb ik ook wel zelf de sleutels van de gevangenis op zak? Tenslotte ben ik ook een kind van God, een volgeling van Christus.

John Bunyan during his imprisonment in Bedford Jail (Gaol). From “Wycliffe to Wesley; Heroes and Martyrs of the Church in Britain” published in 1885 by T. Woolmer, London. Author Gregory J. Robinson. Bunyan was the author of “The Pilgrim’s Progress”.

Een stukje verder terug in het boek stond bij de uitleg ook nog iets over trouw naar de kerk gaan en hoe Hij Zijn volk altijd uit de nood helpt. Denk maar eens, hoe Petrus door een engel uit de gevangenis werd gehaald.

In die tijd nam koning Herodes een aantal mensen uit de gemeente gevangen. Hij liet Jakobus, de broer van Johannes, onthoofden. Hij zag dat hij de Joden daarmee een plezier deed. Daarom nam hij ook Petrus gevangen. Dat gebeurde tijdens het Feest van de Ongegiste Broden. Hij liet hem in de gevangenis zetten. Vier groepjes van vier soldaten moesten hem bewaken. Hij was van plan om hem na het feest in het openbaar ter dood te veroordelen. Terwijl Petrus in de gevangenis zat, bleef de gemeente aldoor voor hem bidden. De nacht vóórdat Herodes over hem zou rechtspreken, lag Petrus tussen twee soldaten te slapen. Hij was met twee ijzeren kettingen geboeid. Voor de deur van de gevangenis stonden bewakers op wacht. Plotseling scheen er licht in de kerker. Er stond een engel van de Heer bij hem. Hij stootte Petrus in zijn zij om hem wakker te maken. Hij zei tegen hem: “Sta snel op!” De boeien vielen van Petrus’ handen. En de engel zei tegen hem: “Doe je riem om en trek je sandalen aan.” Dat deed Petrus. Toen zei de engel: “Sla je mantel om en volg mij.” Petrus volgde de engel naar buiten. Hij wist niet dat het allemaal echt gebeurde, maar hij dacht dat hij droomde. Ze liepen langs de eerste en de tweede wachtpost. Daarna kwamen ze bij de ijzeren poort die op de straat uitkwam. De poort ging vanzelf voor hen open. Ze gingen naar buiten en liepen samen één straat ver. Toen was de engel plotseling verdwenen. Petrus begreep intussen wat er was gebeurd. Hij zei: “De Heer heeft een engel gestuurd om mij te bevrijden! Hij heeft me gered uit de handen van Herodes en uit alles wat de Joden verwachtten dat er met mij zou gebeuren!” Handelingen 12, 1-11

Dus besloot ik naar de kerk te gaan. Iets wat ik eigenlijk alleen doe als ik orgel mag spelen. Ik was van plan naar de hervormde kerkdienst te gaan, die is lekker vroeg maar ik las dat er een eucharistieviering was in het dorp hier verderop die ook om half tien zou beginnen. De beste man van de wereld (die van mij namelijk ❤ ) was meteen voor en vanochtend zijn we dus naar de mis geweest. Het was heel fijn. Klein kerkje, prachtig orgel, geen onverdienstelijk organist en een zestal oude dames die de voorzang deden. Twee daarvan zitten bij mij op de gebedsgroep en kwamen me na afloop bedanken voor het ondersteunen van de zang. De priester had een mooi verhaal over zout en licht naar aanleiding van de lezing van vandaag:

 Jezus zei tegen zijn leerlingen: “Jullie zijn het zout voor de wereld. Maar als het zout niet meer zout is, waarmee kun je het dan nog zout maken? Het is nergens meer voor te gebruiken. Je kan het alleen nog maar weggooien. Het wordt vertrapt door de mensen. Jullie zijn het licht voor de wereld. Een stad die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. En als je een olielamp aansteekt, zet je er daarna geen emmer overheen. Nee, je zet hem hoog neer, zodat iedereen in huis licht heeft. Laat op dezelfde manier jullie licht schijnen voor de mensen. Laat hun de goede dingen zien die jullie doen. Dan zullen ze jullie hemelse Vader ervoor prijzen.” Mat. 5, 13-16

Zout, zei de priester, geeft smaak maar alleen als het oplost. Als zout niet oplost, proef je een korrel zout maar het gerecht smaakt flauw. Als je zout wilt zijn voor de wereld moet je oplossen. Ik vond het wel een mooi beeld. Ook zei hij: licht schijnt altijd ergens anders naar toe. Als het donker is en ik wil jullie de deur wijzen, dan schijn ik een licht op de deur. Niet naar het licht moeten jullie gaan, maar naar de deur. Het licht wijst de weg. Natuurlijk was de boodschap dat nederigheid een goede eigenschap is, iets om naar te streven. Nederigheid in de zin van je plaats weten, niet in de zin van dat je je minder voordoet dan je bent. Op je allerbest het allerbescheidenst blijven, zoiets 😀

Ik was vandaag eigenlijk begonnen met schrijven omdat ik mijn vorige blogje zo negatief vond toen ik het nalas. Het gaat namelijk helemaal niet zo slecht met mij! Tenminste … het gaat een stuk beter dan pak-m-beet een jaar geleden. Af en toe heb ik gewoon nog van die valpartijen, dankzij de zwaartekracht die de maatschappij tegenwoordig voor mij is. Zit ik weer even in de kerker van Kasteel Twijfel, gevangengenomen door de reus Wanhoop en zijn vrouw Ongeloof. Maar dan psalmdrieëntwintig ik mezelf weer naar de oppervlakte. Met behulp van de barmhartige God natuurlijk! Want Hij laat nooit varen het werk van Zijn Handen!

Zaterdagochtend was ik even met mijn oudste zus in de tweedehandswinkel, op zoek naar oude Bijbels voor onze Bible Journaling Club. En ik geloof niet in toeval, maar ik vond daar een klein exemplaar van de Christenreis van John Bunyan in een oude vertaling voor 50 cent. Die heb ik natuurlijk niet laten liggen! Nu ik de navertelling ervan voor kinderen uit heb en terug moet geven, ga ik de originele versie lezen. Eens kijken of ik het zonder uitleg ook kan begrijpen. Overigens heb ik ook twee jurken gevonden en mijn zus vond ook nog een jurk voor mij en aangezien Moos, onze nieuwe hond, met zijn puppyscherpe tandjes mijn lievelingsjurk had gescheurd, ben ik daar erg blij mee.

Vanochtend kwam ik weer opnieuw tot inzicht dat het niet zo vreselijk veel uitmaakt hóe je God vindt, als je Hem maar zoekt. En wie zoekt, zal vinden! Jezus zei tegen zijn leerlingen: “Bid, want dan zul je krijgen. Zoek, want dan zul je vinden. Klop, want dan zal er voor je worden opengedaan. Want iedereen die bidt, zal krijgen. En iedereen die zoekt, zal vinden. En voor iedereen die klopt, zal worden opengedaan. Als je zoon je om brood vraagt, geef je hem toch geen steen? En als hij om een vis vraagt, geef je hem toch geen slang? Dus ook al zijn jullie slecht, toch kunnen jullie goede dingen aan jullie kinderen geven. Dan zal jullie hemelse Vader toch zéker goede dingen geven als mensen Hem daarom bidden? Mat.7, 7-11

profeet en/of jezelf zijn

Jezus vertrok weer en ging naar zijn eigen stad, Nazareth. Zijn leerlingen gingen met Hem mee. Op de heilige rustdag ging Hij les geven in de synagoge. Veel van de mensen die Hem hoorden, waren heel verbaasd. Ze zeiden: “Waar heeft Hij die dingen vandaan? Hoe komt Hij aan die wijsheid? Hoe kan Hij zulke wonderen doen? Hij is toch de timmerman, de zoon van Maria, en de broer van Jakobus, Joses, Judas en Simon? En zijn zussen wonen toch ook hier?” En ze geloofden Hem niet. Jezus zei tegen hen: “Alleen in zijn eigen stad en in zijn eigen familie hebben de mensen geen respect voor een profeet.” En Hij kon daar geen grote wonderen doen. Alleen maakte Hij een paar zieke mensen gezond door hun de handen op te leggen. En Hij was verbaasd over hun ongeloof. Marcus 6, 1-6

Verbazing. Dat is ook een zeer bekende emotie voor mij. Ik verbaas me over heel veel dingen. Dat komt waarschijnlijk omdat ik heel veel dingen niet begrijp. Ik begrijp bijvoorbeeld niet waarom iemand met zijn hond over straat loopt en alleen maar aandacht heeft voor zijn telefoon. Waarom heb je dan een hond? Ik heb een hond voor de gezelligheid en de onvoorwaardelijke liefde die zo’n beest je geeft. Sowieso begrijp ik die hele telefoonverslaving niet. Heel soms neem ik mijn oude, aftandse telefoon ergens mee naar toe, maar meestal slingert ie ergens rond in huis en die ene keer dat ik er dan op kijk, heb ik soms heel veel berichtjes gemist maar meestal ben ik alleen maar aan de beurt met wordfeud 😀

En niet dat ik wil beweren een profeet te zijn, maar ook dat gevoel van niet gezien worden in je eigen omgeving is voor mij heel herkenbaar. Toen ik nog in de stad werkte en ik een opdracht kreeg een modern stuk (uit 2014) in Nederland ter première te doen gaan, had ik in minder dan geen tijd een koor van 40 amateurzangers en 10 professionele musici bij elkaar. Mijn postbus zat toen elke dag vol met aanvragen om met mij muziek te maken, om te komen zingen of spelen, om opnames te komen maken. Zelfs toen ik het onzalig plan had een gevelsteentjesfotoclub op te richten, kreeg ik bergen aanmeldingen. Hier heb ik al bijna vier jaar een gebedsgroepje en toch komt het aantal bidders niet boven de drie, met mij mee vier. Het initiatief van een gebed voor vrede in de wereld elke zaterdagmiddag werd door het kerkbestuur toegejuicht en ondersteund. Helaas heb ik nog niet één keer iemand van het kerkbestuur gezien op zaterdagmiddag, laat staan dat het gebed op welke manier dan ook maar gefaciliteerd wordt. Het is een klein wonder dat ik nog steeds niet heb opgegeven.

Heb ik nog steeds niet opgegeven? Ik vraag het me af. Mij kwam een vacature onder ogen voor een baan die op mijn lijf geschreven is. Ik heb veel ervaring op het gevraagde gebied, al heb ik een andere opleiding genoten. Organiseren, verbinden, enthousiasmeren en plannen smeden is mij in mijn vorige baan min of meer toegeschoven en ik bleek daar een talent voor te hebben. Echter zie ik het niet zitten te gaan solliciteren. Ik heb geen zin om weer opnieuw teleurgesteld te worden. Ik heb geen zin om me wéér ergens voor in te zetten wat op niks uitloopt.

Ik denk aan wat mijn vader in mijn poëziealbum schreef toen ik een jaar of tien was:

Wees jezelf en word zo iemand, lukt dat niet dan ben je niemand.

Ik heb erg mijn best gedaan. Ik ben meer studies begonnen dan ik me kan herinneren en vier heb ik er daadwerkelijk afgerond. Ik kan ontzettend goed piano en orgel spelen en best goed dirigeren. Ik kan heel goed (muziek)les geven en enthousiasmeren. Ik ben een harde werker en toon initiatief. Ik heb heel goede ideeën (vind ik zelf toch!) Toch zit ik thuis en is mijn belangrijkste taak op het moment het opvoeden van een zeer ondeugend en eigenwijsje hondje. Op mijn beste dagen voel ik me niemand. Op mijn slechtste dagen vind ik mezelf een heel slecht mens. Meestal hang ik ergens daartussen. De vraag ‘wie ben ik’ is elke dag levensgroot aanwezig …

profeet Elia

Van één profeet kunnen we in elk geval zeggen dat Hij betrouwbaar is: Jezus Christus.
Hij spreekt namens God, zijn Vader, nooit voor eigen macht of voordeel.
Hij voorzegt een betere wereld hier en in het hiernamaals.
Veel van het oude heeft afgedaan; “al dat geweld leidt tot niets”, zegt Hij.
”Kom op voor de rechtelozen, dan begint het heil nu al.
En populair was Hij ook; duizenden volgden Hem.
Maar de machtigen van toen voelden zich bedreigd in hun positie en dat heeft Hem het leven gekost.

Zo gaat dat nog steeds.

Wat staat ons dan nu te doen?
De betrouwbaarheid van profeten te toetsen niet alleen aan wat ze verkondigen, maar vooral ook aan wat ze doen.
Is er iedereen, ook ondanks andere geaardheid, welkom?
De boodschap van Jezus Christus , dat moet de toetssteen zijn en laat je niet bedonderen als daar aan wordt voorbijgegaan.
uit de preek voor Zondag 5 juli 2015 (14e d.h. jaar) van pastoor R. J. Schreurs

Ik heb de laatste tijd veel contact met mensen uit de gereformeerde gemeente. Ik dacht altijd dat het een ondergeschoven geloof was. Dat die mensen niet helemaal in deze wereld woonde. Misschien is dat ook wel zo omdat ze een heel hechte gemeenschap vormen en nauwelijks contact hebben met mensen die niet bij die denominatie horen. Inmiddels heb ik begrepen dat dat een keuze is en geen voorschrift. Hoe vaker ik bij hen ben, hoe beter ik dat begrijp. Ik vind het ook ingewikkeld in de buitenwereld waar de meeste mensen niks met God van doen willen hebben. Tomas Halik schrijft in zijn Theater voor Engelen (heel goed boek, absolute aanrader. Zoals het meeste werk van Halik zeer toegankelijk geschreven en hij behandelt alle ingewikkelde vraagstukken van de moderne tijd) dat atheïsten, of mensen die zich atheïst noemen, vaak een veel beter beeld van God hebben dan gelovigen. Het is vaak zo dat je meer weet over waar je tegen bent dan waar je voor bent. Als je ergens tegen bent, heb je overtuigende argumenten nodig. Echte atheïsten bestaan eigenlijk niet, maar dat is weer een heel ander verhaal.

En ik wil wel mezelf zijn, maar ik vind mezelf niet zo leuk. Dus verzin ik een andere mezelf. Eentje die geduldig is en goed kan luisteren. Die niet gefrustreerd is omdat ze totaal nutteloos door het leven gaat. Een mezelf die het leuk vind om die muziek te maken die anderen uitzoeken en niet loopt te klagen dat er geen uitdaging in zit. Een mezelf die vrolijk opstaat en aan de nieuwe dag begint, niet een mezelf die alleen maar de hangmat uitstapt omdat ze moet plassen. Een mezelf die vrolijk en opgewekt schone kleren aantrekt na het douchen in plaats van een mezelf die dagen, soms zelf wekenlang in dezelfde kleren rondloopt. Dus sta ik elke dag min of meer op tijd op, maak ontbijt, laat de hond uit, doe zoveel mogelijk dingen als huishouden, schrijven, tuinieren en ik houd dat meestal vol tot een uur of twee. En dan: fake it til you make it! Oftewel: doe net alsof en uiteindelijk lukt het. Was het niet de theoloog/filosoof Pascal die zei dat je gewoon net moest doen of je geloofde dan werd het vanzelf echt. Met andere dingen kan dat vast ook! Dus modder ik voort en probeer ik er elke dag iets van te maken.

profeet Hosea

Terwijl ik dit zit te typen, zie ik vanuit het achterraam twee enorme kraaien heen en weer vliegen tussen de duiventil op ons dakterras en de prachtige gesnoeide esdoorn in de hoek van de tuin waar mijn hangmat aan hangt. Vroeg in de morgen zijn er hier vooral torteltjes en mussen maar rond het middaguur komen er kauwen en kraaien de gemorste granen oppikken. Meestal zijn er een stelletje kleine kauwtjes, maar af en toe komen er grote zwarte kraaien langs. Prachtige vogels. Soms maken ze heel veel herrie als ze een maiskorreltje proberen open te hakken op de balustrade van het dakterras. En dan denk ik dankbaar aan Mat. 6, 26: Kijk eens naar de vogels. Ze zaaien niet, ze maaien niet en ze bewaren geen voorraden in schuren. Jullie hemelse Vader geeft ze te eten. Jullie zijn toch veel belangrijker dan de vogels?

En dan is mijn hart gevuld met dankbaarheid voor wat ik wél heb en vergeet ik weer even alles wat ik heb moeten afstaan. Er moet een makkelijkere weg zijn voor mij om te bewandelen, maar die heb ik nog steeds niet gevonden. Mensen vragen weleens waarom ik altijd de moeilijke weg kies. Wie zegt dat ik meer dan één weg zie? Dit is mijn weg en ik moet die gaan en net als Job heb ik weinig keuze in wat me overkomt. De enige keuze die ik heb is hoe ermee om te gaan. Dus ik ga nog even door met net doen alsof in de hoop dat het niet al te lang meer duurt eer het intrinsiek is geworden.

thuis~komen


PSALM 84 Voor muziekbegeleiding; op de gittiet. Een psalm van de zonen van Kore. Hoe lieflijk is uw woning, Jahweh der heirscharen! Mijn ziel smacht van verlangen Naar de voorhoven van Jahweh; Mijn hart en mijn lichaam heffen een jubelzang aan Voor den levenden God! Ook de mus vindt een woning,

De zwaluw een nest, waar ze haar jongen kan leggen: Bij uw altaren, Jahweh der heirscharen, Mijn Koning en God. Gelukkig, die in uw huis mogen wonen, En eeuwig U loven! Gelukkig de mensen, die hun kracht in U vinden, Als ze met blijdschap ter bedevaart gaan! Het dorre dal wordt hun een bron, En de lenteregen bedekt het met vijvers; Zo gaan ze steeds krachtiger voort, Totdat ze voor God op de Sion verschijnen. Jahweh der heirscharen, hoor mijn gebed; Jakobs God, ach, luister toch! -Waarachtig, één dag in uw voorhoven Is beter dan duizend daarbuiten; Liever wil ik op de drempel van Gods huis blijven staan, Dan wonen in de tenten der bozen. Want Jahweh is een zon en een schild; God geeft genade en glorie. Nooit weigert Jahweh een weldaad aan hen, Die onberispelijk leven. Jahweh der heirscharen: Gelukkig de mens, die op U blijft vertrouwen!

Tsja, daar zit ik dan met mijn goede voornemen om een stukkie te gaan schrijven. Psalm 84 houd me erg bezig de laatste dagen. Niet alleen door het duidelijke heimwee wat eruit uitspreekt, maar ook doordat het verlangen zo aansluit bij het mijne. Verlangen naar thuis komen, waar of hoe dan ook maar. En dan besluit ik dat ik zeer gelukkig ben met mijn lieve man, een schattig klein nieuw hondje en natuurlijk de moestuin. Dat mijn leven echt gevuld en vol is en dan schaam ik me voor mijn verlangen naar meer. Dan gun ik mezelf het gemis van elke dag muziek en meer leerlingen dan ik nu heb. Of beter gezegd dan vergeef ik mezelf dat ik daarmee nog steeds niet in het reine ben, daar nog steeds verdriet, boosheid en frustratie over voel. En dan heb ik ineens helemaal geen zin meer om te schrijven. Toch doorzetten. Ik laat me niet tegenhouden door mijn eigen frustratie en tegenzin. Dan maak je maar zin, zei mijn moedertje dan vroeger. 😉

Kom ik op straat een kennis tegen die ik al jaren niet meer zag. Zij heeft zich sinds maart 2020 in haar eigen huis opgesloten, afgezonderd, in zelfisolatie. Ik vraag me af waarom. Als je zo bang bent om te leven, is dood dan niet een verlossing? Maar nee, ze is natuurlijk bang om zíek te worden en daarom blijft ze alles en iedereen al bijna drie jaar buiten de deur en zichzelf erachter. Waar kwam ik haar dan tegen, vraag je je af? Ze fietste van fysiotherapie naar huis en bleef aan de andere kant van de straat staan om me (op gepaste afstand) te vertellen hoe ze me mist en hoe moeilijk alles is in haar eentje. Ik hield er aan onaangenaam gevoel, een nare smaak in mijn mond aan over. Ik wil haar best met van alles en nog wat bijstaan (en dat heb ik voor en in 2020 ook regelmatig gedaan) maar ik kan echt niet meegaan in die angstcultuur. Van leven ga je nu eenmaal dood en ik ben niet bereid het heden te offeren voor een toekomst die misschien nooit werkelijkheid gaat worden. Ik leef nu en als er wat gebeurd, dan zie ik dan wel weer. Ik ben nog nooit in mijn leven bang geweest om ziek te worden of om dood te gaan; ik ben niet van plan daar nu nog mee te beginnen. Ik ben opgehouden mensen te proberen overtuigen dat angst en stress veel slechter voor je gezondheid is dan welke ziekte dan ook maar. Voorzichtigheid is één ding, maar je kunt ook overdrijven. Zoals die mevrouw die ik tegenkwam met een mondkapje voor terwijl ze in de vrije natuur liep, het windkracht 8 was en het al twee dagen regende (Hoe schoon wil je de lucht hebben dan???) Enfin, op zulke dagen is mijn belangrijkste opdracht NIET OORDELEN. Wees aardig voor onaardige (of in dit geval domme) mensen, ze hebben het het hardst nodig.

Sinds de eerste zaterdag in december 2022 bid ik elke zaterdagmiddag twee uur lang voor vrede in de wereld. Het gebed staat hier en daar aangekondigd en elke Zondag wordt het bij de mededelingen gemeld. Toch komen er maar weinig mensen meebidden. Ofwel ze geloven niet in de kracht van gebed ofwel ze hebben geen belang of beeld bij vrede in de wereld. Ik vind het jammer dat er niet meer mensen mee komen bidden, maar dat weerhoud me er niet van er gewoon mee door te gaan. Wellicht dat mijn ene stem iets toevoegt aan het koor der engelen…

De andere reden om met psalm 84 bezig te zijn was de volgende. Met mijn oudste zus ben ik bezig een Bible Journaling club op te richten. Bij Bible Journaling gaat het om het verbeelden van de tekst terwijl je over die tekst mediteert, nadenkt en er met elkaar over spreekt. Als eerste tekst heb ik psalm 84 uitgezocht, vooral omdat ik het een mooie tekst vind voor een uitnodiging. Want een aantal mensen heeft al gezegd interesse te hebben in Bible Journaling, maar als je daadwerkelijk ergens mee begint, moet je altijd maar afwachten hoeveel mensen ook daadwerkelijk bereid zijn er tijd en energie in te steken. Dat zie ik nu ook elke week bij het gebed voor vrede in de wereld. En dan moeten ze die workshops ook nog betalen! 😀 Het is de bedoeling dat ik de teksten uitzoek en voorbereid, opdat we erover kunnen praten en ik het gesprek op gang kan brengen of houden met uitleg en achtergrondinformatie en dat mijn zus een handvaardig werkje erbij bedenkt. Dat kan van heel ingewikkeld, bijvoorbeeld een vogel vouwen van een blaadje in de Bijbel zonder dat je die losscheurt. Tot heel eenvoudig, bijvoorbeeld het inkleuren van een kleurplaat.

Thuiskomen bij God

Ik vind het fijn om een hond in huis te hebben; dan is er altijd iemand blij als ik thuis kom! 😉 Moos begint zich hier nu ook echt thuis te voelen. Hij slaapt het liefst bij mij in de hangmat, maar het bijzettafeltje in het hoekje tussen de keuken en de kamer waar ik altijd mijn beddengoed bewaar, ligt ook bijzonder prettig. Hiervandaan kan hij zowel de kamer als de keuken in de gaten houden en hoeft hij dus nooit iets te missen. Op de moestuin is hij al een keer ontsnapt. Hij kan zijn tuig zelf uittrekken, al kiest hij er meestal voor dat niet te doen. Gelukkig is het complex afgesloten en kon ik hem weer aanlijnen toen hij van plan van te gaan liggen rollen in de composthoop. Ik ben wel aan het oefenen met terugkomen en daarvoor neem ik dan een bal mee als we gaan wandelen. Het ging een paar keer heel goed, ik gooide de bal hij ging hem halen en kwam hem terugbrengen, maar op een gegeven moment zag hij een grote meeuw zitten aan de andere kant van het weiland en hij legde de bal keurig netjes naast zich neer en ging er vandoor, achter die meeuw aan. Ondertussen had ik de bal weer opgeraapt en ben gewoon doorgelopen. Moos ging netjes zitten wachten tot ik hem kwam aanlijnen, maar toen ik dat niet deed koos hij eieren voor zijn geld en kwam hij weer op me afrennen. Langzamerhand komen we thuis bij elkaar. We gaan elkaar steeds beter begrijpen en leren elkaar goed kennen.

Zo mag iedereen op zoek naar zijn eigen thuis. En als je mazzel hebt en je hebt een thuis gevonden, doe er dan alles aan om het te behouden! Een thuis op deze wereld geeft veel meer zekerheid en vaste grond dan wachten en hopen en bidden voor/om een thuis in de volgende wereld. Een thuis kan een ander zijn, met twee of vier voeten. Een thuis kan een plek zijn. Een thuis kan zelfs een woning zijn! Maar het beste thuis is toch het thuis dat je vindt in je eigen hart. Waar alleen liefde en vrede heerst, waar je ten alle tijde God kunt ontmoeten, waar je nimmer hoeft te twijfelen, waar rust intrinsiek is. Als je dat thuis vindt, mag je je gelukkig prijzen! Ik vind dat thuis af en toe, maar ik durf er nog niet op te vertrouwen. Ik bid om kracht en sterkte dat thuis in mijn eigen hart te vinden en steeds opnieuw te vinden zodat God in mijn hart Zijn eigen woning, Zijn eigen Thuis vindt. Wat mooi zou dat zijn!

Ik ben liever één dag op het plein voor uw tempel

dan duizend dagen ergens anders.

Ik sta liever bij de drempel van uw heiligdom,

dan dat ik woon bij mensen die zich niets van U aantrekken.

Heer, U bent de zon van ons leven,

U bent een schild dat ons beschermt.

U vergeeft en herstelt.

U zal altijd goed zijn voor de mensen die leven zoals U het wil.

Het is heerlijk voor mensen om op U te vertrouwen,

op U, de Heer van de hemelse legers. Psalm 84, 11-13

P.S. wil je je opgeven voor onze Bible Journaling Club, stuur dan even een berichtje. Dat kan via commentaar op dit blog. Dan stuur ik meer informatie en een aanmeldingsformulier!

Psalm 45

Het was John Lennon die zei: “Life is what happens to you while you’re busy making other plans” Zo voelde de laatste week van 2022 voor mij. Dit blog over psalm 45 wilde ik al schrijven op 20 december. Die dinsdag hadden we voor het laatst gebedsgroep voor de Advent en lazen we psalm 45. Dingen vielen me op aan die psalm en de plaatsing ervan en daar wilde ik over schrijven. Ik kom daar vandaag pas aan toe. Tussen 20 december en vandaag heb ik nog twee kerstconcerten gegeven met “mijn” fanfarekorps, twee kerstvieringen gespeeld in de kerk, ben ik een keer of vier met mijn Moeder op stap geweest. En heb ik mijn hond begraven.

Reinier kwam bij ons wonen in 2011 en was oprecht de liefste hond die ik ooit heb gekend. Hij was veel te groot en te lomp voor zijn karakter en joeg (bijna) iedereen de stuipen op het lijf, gewoon door zijn uiterlijk. Maar hij was een schatje. Elf jaar lang is hij mijn beste vriend geweest en ik was te druk met rouwen om te schrijven of iets anders te doen. Vanmiddag gaan we naar het asiel om een andere hond te adopteren. Reinier is onvervangbaar, maar het concept hond-in-huis kan ik vrij gemakkelijk aanvullen want helaas zitten er nog steeds heel veel dieren in de opvang te wachten op adoptieouders. En ik weet zeker dat Reinier het een heel goed idee vindt dat we een ander dier gunnen want we hem gegeven hebben.

Reinier ❤

Psalm 45: Voor muziekbegeleiding; op de wijze van: “Leliën” Van de zonen van Kore; een minnelied. Een heerlijk lied ontwelt aan mijn hart, Ik wil den Koning mijn zang doen horen; Mijn tong is als een vlotte pen: Gij zijt de schoonste onder de kinderen der mensen, Aanminnigheid ligt op uw lippen, Zo heeft God U voor eeuwig gezegend. Gord uw zwaard om de heupen, o held, Omkleed U met glorie en luister; Vol moed op uw ros voor waarheid, onschuld en recht! Uw rechterhand lere U machtige daden; Scherp zijn uw pijlen: volkeren liggen onder uw voet, ‘s Konings vijanden ontzinkt de moed! Uw troon staat vast in de eeuwen der eeuwen, Uw koningsschepter is een schepter van recht; Gij hebt de gerechtigheid lief, maar haat de boosheid. Daarom heeft Jahweh, uw God, U gezalfd Met vreugde-olie als geen uwer broeders; Al uw kleren geuren van mirre, aloë en laurier. Uit ivoren paleizen juichen de harpen U toe, Koningsdochters staan onder uw schonen; Daar treedt de Koningin aan uw rechter in ofir-brocaat! Hoor, Dochter! Zie, en neig uw oor, Vergeet uw volk en het huis van uw vader: Laat de Koning uw schoonheid begeren; Breng Hem uw hulde, want Hij is uw Heer! Dan komt de dochter van Tyrus tot U met geschenken, En zoeken de rijkste volken uw gunst. Enkel lieftalligheid ligt op het gelaat der koninklijke Dochter, Met goud doorweven is haar ornaat; Over bonte tapijten wordt zij voor den Koning geleid, Als bruidsmeisjes volgen haar de vriendinnen; En onder gejuich en gejubel Trekken zij in het paleis van den Koning! Dan worden in plaats van uw vaderen U zonen geboren, En Gij stelt ze over heel de aarde tot koningen aan. Zij zullen uw Naam doen gedenken Van geslacht tot geslacht; En volken zullen U prijzen Voor eeuwig en immer!

Ondanks dat de psalmen geschreven zijn van 1000 tot 150 voor Christus, worden ze toch vaak christologisch uitgelegd. Dat wil zeggen dat de koning in de psalm meestal gezien wordt bedoeld als Jezus. En in het geval van psalm 45 is het natuurlijk en bijna vanzelfsprekend dat de Koningin, de Dochter, de schoonste onder alle vrouwen als Maria gezien wordt. Ik vind dat intrigerend vooral omdat we Maria altijd zien als een eenvoudig meisje die nederig en volgzaam de boodschap van de engel Gabriël aanvaardt. In deze psalm wordt de Koningin toch vereerd en bezongen, ze is de schoonste, de mooiste, de beste van alle mensenkinderen. Ze is behangen met sieraden en prachtige, met goud doorweven kleren en ze loopt over bonte tapijten. Oftewel, ze wordt als Koningin binnengehaald en behandeld.

de engel Gabriël brengt de blijde boodschap aan Maria

Natuurlijk komt dat Haar toe; immers is Zij de enige met een zo intieme relatie met God. Het rozenkransgebed begint niet voor niets met het aanroepen van Maria als Dochter van God de Vader, Bruid van God de Geest en Moeder van God de Zoon. Maar altijd wordt haar nederigheid en eenvoud als Haar grootste deugd aangemerkt. Nederigheid overigens, heeft een zeer negatieve klank in onze samenleving. Het klinkt alsof je jezelf minder doet voorkomen dan je bent, alsof je jezelf wegcijfert en onder de maat houdt. Het tegendeel is waar, eigenlijk. Nederigheid betekent veel meer dat je je plaats weet en dat je daar tevreden mee bent. Dat je op de plaats die God je heeft aangewezen je uiterste best doet die taak zo goed mogelijk te volbrengen. Nederigheid vergt vooral zelfkennis en zelfkritiek. Het is hard werken om alleen al die plaats te vinden en te accepteren en vervolgens ook nog ontzettend hard werken om aan de verwachtingen te voldoen.

Maria, moeder van God én onze moeder

Ik was uitgenodigd bij de kerstviering van de basisschool Timotheüs, de school van de Gereformeerde Gemeente. Het is een kleine school, 10 leerlingen en 3 leerkrachten. Eén van hun bovenbouwleerlingen heeft bij mij orgelles en ging in deze kerstviering voor het eerst de gemeente begeleiden. Hij was daarover best zenuwachtig en vroeg zijn meester of zijn orgeljuf erbij mocht zijn. Gelukkig kreeg ik toestemming. Het was een hele ervaring! Dat kan ik wel vertellen. Het viel me op dat zelfs in deze zeer strikte kerkgemeenschap ook veel aandacht is voor Maria. Eigenlijk meer dan in de “gewone” protestantse kerk. Natuurlijk niet zo uitgebreid en met veel tierelantijnen als in de katholieke kerk, maar dat hoort bij de denominatie. De gergemmers (zoals ze genoemd worden onder kerkmusici) zijn specialist in het nederig zijn. Hun hele leven is gericht op de plek die God hen heeft gewezen en hoe die zo goed mogelijk in te vullen. Het is een zeer hechte gemeenschap ook waar de mensen ook echt voor elkaar zorgen. Ik zeg altijd dat er veel mensen zijn die zich Christen noemen, maar deze mensen zijn het echt. Natuurlijk zijn er ook bij deze mensen dingen mis; we zijn tenslotte allemaal maar gewoon mensen met al onze fouten en zonden en moeilijkheden, maar er is iets in deze gemeenschap wat me heel erg aanspreekt. Zelfs ik, als katholiek met armen vol tatoeages en met een denkhoofd vol (in hun ogen) rare ideeën, word daar welkom geheten. Ik ben welkom, ook omdat ik net als zij, Jezus aanvaard als mijn Redder en ze hopen en proberen me te overtuigen dat hun visie de beste is en dat ik me toch vooral tot hun geloof moet bekeren als ik gered wil worden. Sommige mensen zouden dat als lastig en opdringerig ervaren, ik voel alleen de liefde die erachter/eronder zit. De grootste uitdaging voor mij is het niet-ritmisch zingen van de psalmen! Ik moet dan denken aan een oudere mevrouw die vroeger bij ons op het dorp woonde en altijd tegen Moeder zei dat ze voor haar zou bidden, want ze was een goede vrouw maar niet in de Heere. Ik vermoed dat ze zo ook over mij denken, misschien iets milder omdat ik wél in God geloof. Maar dan, niemand kan van een ander weten wat en hoe te geloven. Alleen God ziet in het hart van de mens en weet. Voor ons is het allemaal een raadspelletje…

De katholieken steken hun bewondering en liefde voor de heilige Moeder Gods Maria nooit onder stoelen of banken. De uitspraak is dat de atheïst geworden katholiek zegt: God bestaat niet en Maria is Zijn Moeder. Heel veel mensen, gelovig en ongelovig, stappen graag een (katholieke) kerk of kapel binnen om even een kaarsje aan te steken. Laatst was er een heel gezin in de kapel van de kleine Johannes toen ik binnenstapte voor mijn gebed voor vrede in de wereld. Op mijn uitnodiging mee te bidden voor vrede zeiden ze een beetje teleurgesteld dat ze ongelovig waren, maar wel voor wereldvrede! Ik heb nog geprobeerd ze duidelijk te maken dat het voor God echt niet uitmaakt, wel of niet gelovig en dat ze met het aansteken van een kaarsje eigenlijk ook al gebeden hadden, maar het mocht niet baten. Soms lijkt het wel of mensen bang zijn dat ik ze zal veroordelen als ze toegeven niet in God te geloven, maar ik ben nooit zo snel. Ik hoop alleen dat ik door mijn vasthoudendheid in gebed en door het openlijk praten over God en Jezus en Maria ergens iets van een zaadje gezaaid wordt dat misschien hopelijk ooit eens tot bloei zal komen…

In de Gezangen voor Liturgie (het liedboek voor de katholieke kerk in Nederland) staat psalm 45 in de hertaling van Ida Gerhardt, zij doet helemaal niet moeilijk over het al dan niet christologisch uitleggen van de psalmen en ondanks dat Haar naam niet genoemd wordt begrijpt iedere kerkganger dat deze psalm voor Maria is. Wij zingen hem dan ook op vrijwel elk Mariafeest. En ook tijdens de Advent komt deze psalm regelmatig langs.

Antifoon Boven mensen uit draagt Gij Uw schoonheid. God heeft U gezegend voor immer.

  1. Koningsdochters zijn onder uw schonen, statig, rechts van u, uw gemalin in het glanzende goud van Ofir. Antifoon
  2. Luister, jonkvrouw, zie op, geef gehoor; zo de koning uw schoonheid begeert- hij, uw heer, buig u voor hem neder Antifoon
  3. Geroepen weet ik mij uw naam geslacht op geslacht te doen leven; zo mogen de volken u loven van thans tot in eeuwigheid Antifoon

De ene is de andere niet

Nish ging een dagje weg en vroeg of ik op haar hond Vera wilde passen. Dat doe ik graag! Want Vera is een heel leuke hond en Nish woont vlakbij de Waddenzee. Bovendien is Reinier, mijn eigen hond, stokoud en hij kan geen lange wandelingen meer maken. Eén van de belangrijkste redenen waarom ik een hond heb. Dat zowel Nish als mijn oudste zus jonge(re) honden hebben, is voor mij dus een uitkomst. En voor hun ook als ze eens hondenoppas nodig hebben 😀 Anyways, ik ging met Vera wandelen en zij is een zeer dominante teef. Terwijl mijn Reiniertje een onderdanige reu is. Dat is dus al heel anders! Voor alle eerlijkheid moet ik ze vergelijken zoals Reinier een paar jaar geleden was, toen hij nog sterk was en ver kon lopen. Hoewel….Reinier is een terriër en terriërs zijn sprinters, geen marathonlopers.

Vera is heel oplettend, loopt voortdurend op haar teentjes. Ze ziet alles! Grotere dieren zoals schapen, varkens en koeien gaat ze uit de weg maar vogels en dan bij voorkeur grote groepen vogels, dáár gaat ze achteraan. Als ze aan de riem zit, is ze superbraaf maar eenmaal los is het vrij lastig haar weer aangelijnd te krijgen. Ze vindt het ook gewoon een leuk spelletje: ze blijft braaf zitten tot ik met de riem aankom, dan spurt ze weer een paar meter weg en gaat weer braaf op me zitten wachten. Ze heeft een heel mooie gestrekte loop en een hoofd vol kwajongensstreken. ❤

Reinier gaat het liefst achter snelle of grote dieren aan. Niet eens omdat hij ze graag wil vangen, maar vooral omdat het een leuk spelletje is. Als hij aan de riem zit, kan hij supervervelend zijn maar eenmaal los van de lijn luistert hij heel goed! Hij heeft niks met vogels. Bij ons achter op het plaatsje zitten altijd heel veel vogels en als het tijd is om nestjes te bouwen is, plukken de mussen gewoon haren uit zijn vacht. Hij laat ze dat rustig doen. Reinier kan ook heel goed met zijn neus aanwijzen wat hij wil of waar hij heen wil. Als we op straat lopen, doet hij net alsof hij de enige is. Wel wil hij altijd graag spelen met paarden, schapen en varkens. Dat hij van paarden houdt, heeft hem zijn staart gekost! Een paard die niet wilde spelen, beet hem eraf.

Bij ons in de parochie is een mevrouw overleden. Ik las de rouwadvertentie en verbaasde me erover dat één van haar zoons niet bij name genoemd werd. Zijn vrouw en twee kinderen stonden er wel bij. Later hoorde ik dat haar dochters ook niet genoemd werden….ik wist niet eens dat ze dochters had! Zo zie je maar weer….familiegeheimen en familieruzie komen in de beste kringen voor. Deze mevrouw was niet arm en hoogstwaarschijnlijk ging de ruzie over geld. Ik hoorde net de klok van de kerk luiden om haar te begeleiden naar de begraafplaats en ik kan alleen maar hopen dat er wat mensen bij de uitvaart zijn geweest.

Dat je er altijd moet zijn voor familie is een ongeschreven regel. Voor ouders is het een ongeschreven regel dat elk kind evenveel moet krijgen, evenveel aandacht, evenveel liefde, evenveel erfenis. Maar is het niet zo dat niet elk kind evenveel nodig heeft? Waar ik gebrek aan heb gehad, heeft een broer of zus van mij misschien wel in overvloedige mate gekregen. Het probleem is natuurlijk dat je nooit kunt vergelijken omdat je nu eenmaal bent opgegroeid onder die omstandigheden en dat kan je niet over doen. En nooit zal duidelijk worden of dingen die ik mis en gemist heb, van grotere invloed is geweest dan dingen die ik wél gekregen heb maar (soms) geen behoefte aan had. Het is nu eenmaal zo het is en ‘als dit, wat dan’ is geen manier om door het leven te gaan. Wat niet wil zeggen dat niemand dat doet, maar dat zijn meestal onaangename mensen om mee om te gaan. (zeurders, klagers, mopperaars) Natuurlijk is het onmogelijk om nooit te denken wat als? Ik maakte me er vanochtend nog schuldig aan toen ik ineens moest denken aan die keer dat ik een miskraam kreeg. Als ik toen geen miskraam had gekregen, hadden we nu een kind van 13 of 14 jaar oud. Een raar idee. Gelukkig kon ik er met Henk over praten (niet alleen toen maar ook vanochtend) en stomme grapjes maken en kon ik het weer loslaten. Want als je de hele tijd achterom gaat zitten kijken, heb je echt geen leven. Jammer dat een vrouw een houdbaarheidsdatum heeft, want als er ooit tijd in mijn leven was voor een baby dan is dat nu! Enfin, dit was even een zijspoor.

In het gezin van deze mevrouw was veel ruzie. En de meeste ruzie ging over geld. Mensen wilden elkaar niet meer zien of spreken en gingen jarenlang elkaar uit de buurt. Een van haar zoons is altijd bij zijn moeder blijven wonen en ze hebben al die tijd voor elkaar gezorgd. Hoe moet dat nu verder met hem? Zou zijn tweelingbroer, die een paar straten verderop woont en veel zelfstandiger is, hem nu in huis nemen? Ongeschreven regels zeggen dat je voor familie moet zorgen. Ik hoop maar dat degene die nog contact met elkaar hebben een beetje goed voor elkaar zorgen. Nu de moeder is overleden, is de kans dat het ooit nog goed komt tot een minimum gedaald. Soms zorgt een overlijden voor nieuwe moed en nieuwe warmte en nieuw contact tussen de van elkaar vervreemde familieleden. Het lijkt erop dat dat dit keer niet gebeurd is. Ik kan niet anders dan denken aan het gezin waarin ik zelf opgroeide. Met sommige heb ik geen contact en wil ik dat ook niet. Met sommige heb ik wel contact, al is het soms moeizaam. Ik ga graag naar mijn moedertje al weet ze soms niet meer wie ik ben. Soms roept ze meteen mijn naam als ze mij ziet, dus ook dat is de ene keer zus en de andere keer zo.

Uit mezelf ben ik niet zo een zorgend typje. Ik zorg graag voor mezelf en vind dat anderen ook maar voor zichzelf moeten zorgen. Maar als Moeder haar schoenveters niet gestrikt krijgt, ben ik heus niet te beroerd om haar daar even mee te helpen. En dat even helpen gaat best ver, want ik heb ook weleens haar billen moeten vegen. Ach, denk ik dan, hoe vaak heeft ze dat wel niet bij mij gedaan? Voor familie moet je zorgen, ongeschreven regel.

Die ongeschreven regels zijn lang niet altijd duidelijk voor mij. Het schijnt dat het heel normaal is om de waarheid een beetje te verdraaien als je dat beter uitkomt. Dat is iets wat ik niet alleen niet doe, ik zie het ook niet als anderen het doen. Dat is de ellende als je zelf waarheidsgetrouw bent; je denkt dat andere mensen dat ook zijn. Het is echt waar: je kunt mij alles wijsmaken! Ik ben best wel naïef op een bepaalde manier. Ik ga eigenlijk altijd uit van het goede en geloof gemakkelijk wat mensen mij vertellen. Ook in andere opzichten kom ik hierdoor vaak in de problemen. Ik denk dat iedereen het ermee eens is dat voor elk werk dat gedaan moet worden de beste mens moet worden gezocht. Helaas gebeurt het maar al te vaak dat niet de beste mens maar de luidruchtigste mens op die plek terecht komt. Ik heb mijn leven lang ontzettend hard gestudeerd om heel goed piano te kunnen spelen en later heb ik nog een keer het conservatorium doorlopen om ook orgel te leren spelen en te leren dirigeren. Ik kan dat heel goed! Maar ik krijg eigenlijk hoogstzelden gelegenheid deze kennis en kunde te gebruiken. Natuurlijk speel ik weleens in de kerk en dirigeer ik de plaatselijke fanfare, maar een echte (muzikale) uitdaging ontbreekt.

Niet dat ik klaag! Ik word af en toe heel ongelukkig van het gebrek aan uitdaging, dat geef ik volmondig toe, maar het is ook zo dat ik er weinig of eigenlijk niks aan kan veranderen. Ik stop mijn energie dus liever in het accepteren van de situatie zoals die er ligt. En ja, wat ik doe in mijn eigen vakgebied (muziek) voelt momenteel meer als een kunstje dan als volwaardig werk. Maar ook daarmee spreek ik me veel te zwart-wit uit, want ik geniet elke repetitie van de inzet van het korps en het plezier dat de mensen hebben onder mijn muzikale leiding. En morgen geven we een kerstconcert en dan kan het publiek ook meegenieten van het harde werk van “mijn” muzikanten. En hoewel ik in de kerk veel te vaak (naar mijn zin) hetzelfde moet spelen en iedere keer dezelfde vrije orgelspel stukken worden gevraagd, is het toch fijn als de mensen me komen bedanken voor mijn mooie spel. Zij hebben er van genoten, zelfs als het voor mij niet superinteressant is om te doen.

Op zaterdagmiddag ben ik in de kapel van onze eigen parochiekerk om de mensen gelegenheid te geven te bidden voor de wereldvrede. Ze kunnen een kaarsje branden en even in stilte zitten (bidden of mediteren of naar de muziek luisteren) en elk half uur bid ik hardop. Het is mooi (vrijwilligers)werk en ik doe het graag. Ik heb het niet gauw koud dus in deze tijd van het jaar ben ik waarschijnlijk wel de aangewezen persoon om dit te doen, maar ik hoop toch voor de Pasen enkele vrijwilligers te vinden die ook af en toe een middagje willen kerkwachten. Afgelopen zaterdag kwam iemand me bedanken dat ik voor hun in de kou wilde gaan zitten. Zo had ik het nog niet bekeken! Ik vind het zo mooi en interessant om de dingen van diverse kanten te leren kennen en te leren zien. Ik heb, samen met de parochie-assistent, gekozen voor een oecumenische vorm omdat we het belangrijk vinden om de eenheid te zoeken en niet te concentreren op wat ons verschillend maakt. In de hoop dat uiteindelijk de eenheid zó groot wordt dat er vrede komt. Dat we van elkaar begrijpen en accepteren dat de een de ander niet is en dat dat niet erg is. Dat verschil en contrast de wereld mooier maakt. En beter. En diverser. En dat er in die verschillen juist de eenheid zit.

En dan bid ik: God, ik hoop dat U het begrijpt, want ik begrijp er niets van! Leer me te accepteren dat begrip niet altijd het belangrijkste is en leer me begrijpen dat acceptatie de weg is om te gaan.

de dagen gaan zoals ze gingen

De titel is genomen uit het gedicht November van J.C. Bloem, één van mijn lievelingsgedichten. Helaas is de muzikale versie van Huub van der Lubbe niet meer beschikbaar op YT. Gelukkig heb ik de cd, ergens, waar die op staat: Domweg gelukkig in de Dapperstraat. Dat was een project om Nederlanders meer poëzie te leren kennen. Er kwam een dichtbundel uit met alle beroemde Nederlandse gedichten en daarbij ook een cd waarop een aantal bekende Nederlandse artiesten hun muzikale versie van een bekend Nederlands gedicht zingt. Het boek is herdrukt (zie link) maar de cd niet. Blijkbaar heb ik toch wel iets bijzonders (op zolder liggen 😀 )
Afgelopen zaterdag heb ik voor het eerst het oecumenisch gebed voor de vrede voorgebeden. In de kapel van de kleine Johannes had ik wat muziek aangezet, ik zat aan de tafel in het midden van de kapel en deed aan Bible Journaling en elk half uur ging ik hardop bidden. Het Onze Vader en het vredesgebed van St. Franciscus die leefde van 1181-1226

Heer, maak mij een instrument van Uw vrede.
Laat mij liefde brengen waar haat heerst,
laat mij vergeven wie mij beledigde,
laat mij verzoenen wie in onmin leven,
laat mij geloof brengen aan wie twijfelt,
laat mij waarheid brengen aan wie dwaalt,
laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt,
laat mij licht brengen aan wie in duisternis is,
laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.

Laat mij niet zoeken getroost te worden, maar te troosten,
niet begrepen te worden, maar te begrijpen,
niet bemind te worden, maar te beminnen.
Want het is toch door te geven, dat men ontvangt
door te verliezen, dat men vindt
door te vergeven, dat men vergiffenis ervaart
door te sterven, dat men verrijst tot het eeuwige leven. Amen.

Ik heb voor deze twee gebeden gekozen omdat het oecumenisch is en het Onze Vader wordt door alle Christenen gebeden en, dacht ik, iedereen kent toch st. Franciscus?! Al is het alleen maar van de kerststal, dierendag of dat hij preekte voor de vogels. In de twee uur dat ik daar zat, zijn er zeven mensen binnengekomen. Vijf daarvan kwamen om te bidden en ik vond het heel mooi om te merken dat ze allemaal zeker een half uur bleven. Ik hoop oprecht dat het zo blijft lopen of, nog liever, dat er nog meer mensen komen want ik wil er erg graag mee door gaan. De parochie-assistente vroeg me in ieder geval tot februari ermee door te gaan en ik zou graag willen dat het een doorlopend gebed wordt. Dat kan alleen als ik wat meer vrijwilligers kan vinden, want voorlopig heb ik maar één vrijwilliger dus daar ben ik heel zuinig op, want als ik een keer echt niet kan…

Daarnaast bid ik elke dinsdagmorgen met een (klein) groepje het Adventsgebed dat ik speciaal voor dit groepje gemaakt heb. Met de online gebedsgroep bidden we gewoon het avondgebed uit het brevier, maar in mijn fysieke groepje zitten een paar mensen die moeilijk lezen en liever de rozenkrans bidden. Ik heb dus de gebeden uit het morgengebed in de Advent gecombineerd met de rozenkransgebeden. Afsluitend zingen we Alma Redemptoris Mater, het Marialied dat thuishoort in de Advent en de Kersttijd. Vandaag (8-12) overigens is het Maria Onbevlekt Ontvangen, maar daar heb ik al eerder over geschreven, zie hier. Ik vind het wel mooi om in de Advent met Maria bezig te zijn, om Haar voorspraak te vragen. Natuurlijk mag en kan je altijd vragen om Haar aandacht en voorspraak, maar in de Advent een beetje extra. Ik heb eigenlijk nooit gesnapt waarom mei de Mariamaand is, maar onlangs leerde ik dat de oude Romeinen die maand Maia noemde. Voor de Middeleeuwers was het derhalve een kleine stap om die maand toe te wijden aan Maria. En niet, zoals u misschien denkt omdat Maia zo op Maria lijkt, maar omdat Maia Moeder betekend.

Mijn lieve buurvrouw en vriendin wees mij op de Binnenkamer, een klooster in de cloud. Ik ga daar een tijdje meebidden, gewoon om te kijken hoe het me bevalt. Ik bid nu al zoveel jaren alleen het Getijdengebed, misschien vind ik het wel fijn om een poosje samen met anderen te bidden. Ondanks dat het online is. Ik ben er nu een paar keer geweest om te kijken, maar ik heb nog niet meegebeden. Dat gaat zeer binnenkort gebeuren. Ik moet alleen even kijken hoe het in mijn dag past, maar dat gaat zeker wel lukken.

Anna te drieën van Caravaggio

Voorts gaan de dagen zoals ze gingen. Ik dirigeer de fanfare, ik speel af en toe in de kerk maar meestal speel ik op mijn eigen orgel. Dat is weliswaar slechts een Domusje, maar ik ben er toch zeer content mee. Soms speel ik zelfs wat piano, ik ben een nieuw stuk van Messiaen aan het studeren (d.w.z. nieuw voor mij) Ik slaap nog steeds buiten en het weer is momenteel zo dat ik iedere avond een besluit moet nemen over de hoeveelheid warmtebronnen (dekens, pyjama) die ik nodig heb. Ik vergis me ook nogal eens. Afgelopen nacht werd ik badend in het zweet wakker; blijkbaar was het toch een stuk minder koud dan ik dacht toen ik naar bed ging. Enfin, een mooie gelegenheid om mijn pyjama eens te wassen. En sinds een week of drie oefen ik zelfhypnose. Het is ongelooflijk hoe makkelijk ik mezelf onder hypnose kan brengen, terwijl ik altijd zoveel moeite heb met ontspannen. Ik wil graag wat positiever door de dag en wat positiever door het leven gaan maar vooral wil ik graag mijn destructieve gedrag naar mezelf toe, afleren. Onder hypnose geef ik mezelf dan opdrachten en hopelijk veranderd er dan in mijn hoofd zodat alle negativiteit afgewezen wordt en alleen positieve energie binnenkomt. Dat is het streven! Henk zegt dat hij me heel anders vind, zelf merk ik er nog niet zoveel van. Al moet ik toegeven dat ik fantastisch slaap de afgelopen drie weken en ook dat ik wat meer actief ben naar buiten toe. Daarmee bedoel ik dat ik al drie keer met Henk mee ben geweest naar een winkel en dat ik me minder verlegen voel als ik mensen tegenkom. Ik ga er voorlopig mee door; het bevalt me prima! Het voelt eigenlijk gewoon een stap verder dan alleen mediteren. En toen ik drie jaar geleden begon met mijn rozenkransgebed in de maand mei, was ik daar meestal alleen. Inmiddels is het uitgegroeid tot een gebedsgroep van vijf vaste leden en drie of vier passanten en bidden we niet alleen in mei maar ook in oktober, Advent en Vasten elke dinsdag samen. En ik ben begonnen met het oecumenisch gebed voor de vrede. En ik zit nog steeds in het onlinegebedsgroepje van de pater Jezuïet Bart B. En nu is daar de Binnenkamer ook bijgekomen. Twee jaar geleden klaagde ik dat er zo weinig te bidden was, miste ik mijn kerkgang van vier keer per week (voor ik werd ontslagen) en zie wat er voor in de plaats is gekomen! Ik ben dankbaar dat opgeven niet in mijn woordenboek staat! En nu ga ik pannenkoeken bakken voor Henk want dat is zijn lievelingseten.

Onze Vader

Het is de eerste week van de Advent. Dinsdagochtend had ik voor het eerst mijn gebedsgroepje weer bij elkaar (sinds de laatste dinsdag van oktober) Na afloop krijgen we dan altijd een kopje koffie met een koekje in de pastorie, niet alleen lekker maar ook gezellig en het brengt wat leven in de brouwerij….eh….pastorie! Want sinds onze parochie geen priester meer heeft, is het toch lastig om de saamhorigheid te behouden. Het gesprek kwam al gauw op het Onze Vader want hoewel in het speciale gebedenboekje wat ik heb laten maken voor dit Adventsgebed de nieuwe vertaling van het Onze Vader staat, zijn de meeste bidders in mijn gebedsgroepje nog steeds gewoon de oude vertaling van het Onze Vader te bidden. De nieuwe vertaling stamt uit begin 2018 en is een resultaat van jarenlang onderhandelen en praten en zoeken naar een mogelijkheid om in heel de Nederlandstalige kerkprovincie (Nederland en Vlaanderen) hetzelfde Onze Vader te bidden. Maar wat de kerk niet helemaal begrepen heeft, is dat volksdevotie en gewoontes niet uit te roeien zijn door er iets anders voor in de plaats aan te bieden. Een paar mensen uit mijn gebedsgroep zijn gehecht aan de oude versie van het (katholieke) Onze Vader en hebben vooral moeite met de verandering van “Breng ons niet in bekoring” naar “Breng ons niet in beproeving”. Ik kan me er wel iets bij voorstellen; bekoring heeft iets actiefs over zich, er is een keuzemoment waarin je kunt kiezen om de bekoring uit de weg te gaan en beproeving klinkt toch veel meer als iets wat je overkomt en waar je geen zeggenschap over hebt. Het maakt mij verder niet zoveel uit. Dat is niet helemaal waar, in het begin had ik ook moeite met die zin (in de nieuwe versie) maar ik heb er veel over gesproken en gedacht en ik ben er inmiddels aan gewend geraakt. Dat gezegd hebbende vind ik het juist mooi als iedereen zijn eigen versie bidt en al die gebeden door elkaar gaan klinken.

Of zich in stilte voltrekken: in de Waddenkerk waar ik in de zomer nogal eens op de orgelbank zit, kerkt een gezin met een dove dochter. Meestal zitten ze precies daar waar ik ze kan zien zitten vanachter de orgelbank. Bij het Onze Vader kan ik het niet nalaten te nekken: moeder en dochter bidden samen het Onze Vader in gebarentaal. Prachtig vind ik dat!

Toen ik me aan het voorbereiden was op mijn doop, leerde ik standaard katholieke teksten/gebeden zoals de geloofsbelijdenis, het Wees gegroet, Maria en natuurlijk het Onze Vader. Op de lagere school (ik ging naar de School met den Bijbel) leerde ik de protestantse versie en nu moest ik wennen aan de katholieke. En een paar jaar na mijn doop kwam de nieuwe vertaling in omloop, dat was ook weer even een dingetje. Naar aanleiding van de verschillen die mij opvielen, ben ik toen vertalingen van het Onze Vader gaan verzamelen.

Us Heit yn de himel,

lit Jo namme hillige wurde,

lit Jo keninkryk komme, lit jo wil dien wurde

op ierde likegoed as yn`e himel,

Jou ús hjoed ús deistich brea

en ferjou ús ús skulden,

sa’t ek wij ús skuldners ferjûn hawwe;

en lit ús net yn fersiking komme,

mar ferlos ús fan ‘e kweade,

Want Jowes is it keninkryk en de kreft

en de hearlikheid oant yn ivichheid. Onze Vader in het Fries

Eén van de verschillen die mij altijd opvallen is dat de een bidt op aarde zoals in de hemel en de ander in de hemel zo ook op de aarde. Het maakt me in de war….moeten we nu streven naar een aarde die er net zo uit ziet als de hemel? Of is het in de hemel zoals het op aarde zou moeten zijn? Ook hier weer het verschil tussen actief en passief. Misschien is dat wel wat God van ons vraagt: al onze passiviteit omzetten in activiteit, geloof omzetten in daden. Dan is het wellicht even belangrijk onze activiteit om te zetten in passiviteit, ik weet niet precies hoe dat er dan uit komt te zien. Maar het voelt alsof het klopt. Zoals ik vaak zeg: iedereen moet elke dag een half uur bidden, behalve als je het erg druk hebt. Bidt dan een uur!

Vaak hoor ik mensen klagen dat God altijd als Vader wordt aangesproken. Zelf heb ik daar niet zoveel problemen mee. In Genesis 1, 27 staat En God schiep den mens als zijn beeld. Als het beeld van God schiep Hij hem; Man en vrouw schiep Hij hen. Waar ik niet anders dan uit concluderen dat God man én vrouw is, anders had hij ons nooit zo kunnen scheppen! Dat ik Hem graag aanspreek als Vader is omdat ik bij het woord vader veilige associaties heb. Vader is voor mij beschermer, held, drager, helper, trooster, warmtebron. Ik kan niet ontkennen dat dat gevoel iets te maken heeft met mijn gevoel voor en naar mijn éigen vader. Ik kan me voorstellen dat iemand met een akelige vader meer moeite heeft God met Vader aan te spreken. Zeg dan maar Moeder. Echt, mij maakt het niet uit. En ik denk dat het God ook niet uitmaakt! Zoek een naam voor God die je past, zou ik willen zeggen. Voel je je het allerveiligst en heb je alle voorgenoemde connotaties bij het woord hond, noem God dan zo! Zoek het woord in jouw taal waarmee je Hem aan wilt spreken en Hij zal er voor je zijn. Geen twijfel in mijn hart.

Ik kreeg van mijn oudste zus een (nieuw) kleurboek met Bijbelverzen. Speciaal voor dit blogje kleurde ik als eerste het gebed dat Jezus ons zelf leerde. Er is nog veel meer te schrijven en te denken over dit gebed. En hopelijk vind ik binnenkort meer woorden om over elke zin een blogje te schrijven. Stay tuned!

Bonustrack: Pater Noster van Albert de Klerk. (misschien wel de mooiste versie van het gezongen Pater Noster)

Geloof of Gebrek

Het koninkrijk van God is geen kwestie van spijs en drank, maar is gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest. Wie op deze wijze Christus dient, is door God aanvaard en geacht bij mensen. Wij streven dus naar wat de vrede en de opbouw van onze gemeenschap bevordert. Breekt het werk van God niet af om wat spijs. Zeker, alles is rein; maar het wordt slecht voor de mens, die door zijn eten aanstoot geeft. Het is lofwaardig, geen vlees te eten en geen wijn of iets anders te drinken, wanneer uw broeder zich daaraan ergert. Houd uw overtuiging voor uzelf, en voor God. Gelukkig hij, die zich niets te verwijten heeft bij wat hij zich veroorlooft. Rom. 14, 17-22

Ik schrijf vaak over de Bijbel of over mijn geloof in God en Jezus Christus. Meestal omdat ik ergens over heb lopen tobben en niet alleen wil ik dat dan delen, het opschrijven helpt me ook mijn gedachten te ordenen. Soms raakt een tekst me gewoon diep of ik snap het niet en moet dan heel diep graven voor een antwoord. Vaak is er ook helemaal geen antwoord. Soms is het gewoon fijn te schrijven en te hopen dat iemand het leest en er wellicht iets aan heeft. Het gevoel dat iemand luistert, dat ik er toe doe. Zoiets.

waarom lukt het toch niet???

Ik heb zelf een diep geloof in God en ik houd van lezen in de Bijbel. Ik houd van de verhalen en van de diepere betekenis die vaak niet makkelijk te vinden is. En ik houd ervan dat het er soms bovenop ligt. Ik houd het meeste van de psalmen. En van het boek Job, dat ik al meerdere keren van A tot Z heb gelezen in diverse vertalingen en waarover vele boeken zijn geschreven, waarvan ik er ook een paar gelezen heb. Ik ben gedoopt in de Rooms-Katholieke kerk maar als organist heb ik veel verschillende denominaties van binnenuit meegemaakt en gezien en hoewel ik nog steeds graag een mis bijwoon, zie ik op zich weinig verschil tussen de ene of de andere eredienst. Het verschil zit m, wat mij betreft, vooral in de kwaliteit van de geboden muziek (kan ook beroepsdeformatie zijn, als (kerk)musicus ben ik natuurlijk vrij kritisch op de kerkmuziek) en zeker ook de kwaliteit en lengte van de preek. Heb ik er iets aan? Komt het binnen, ga ik er over nadenken of maakt het dat ik een bepaalde lezing anders ga zien? Dat zijn allemaal belangrijke dingen en ik denk niet alleen voor mij. Sterker nog: ik denk dat de meeste religies eenzelfde fundament hebben. Vrijwel alle wetten en geboden kun je samenvatten in het aloude WAT GIJ NIET WILT DAT U GESCHIEDT, DOE DAT OOK EEN ANDER NIET.

Zo zie je maar weer, er is veel minder verschil dan we graag willen. Als we ons nou eens zouden concentreren op wat we gelijk hebben in plaats van waarin we verschillen. Zou dat helpen? Zou dat de wereld vrediger en vreugdevoller maken?

Vaak als ik een blogje heb geschreven, kom ik in gesprek met mensen die het gelezen hebben en erover door willen praten. Ik ben daar altijd voor want ik houd ervan over God te praten en ik scherp graag mijn kennis aan die van een ander. Het gebeurt dan regelmatig dat het gesprek na een korte tijd verwordt tot een bekering. Ik krijg dan te horen dat wat ik geloof niet het juiste geloof is en dat ik verward ben en teveel waarde aan het Woord hecht. Of te eenzijdig denk. Ik denk toch dat het niet waar is. Ik ben een Christen en ik behoor volgens mijn doop tot de Rooms-Katholieke kerk, maar ik ben vrij kritisch, bijzonder opmerkzaam en heb een goed stel hersens. Ik denk mijn eigen dingen en integreer alles wat mij aanstaat in mijn eigen geloof. Ik ben dan ook een groot fan van Charles Fillmore die in zijn Unity Church leden van elke denominatie aanvaard. Als je bij zijn kerk wilt horen, mag je gewoon in je eigen kerk blijven. Het is een soort naast de kerk kerk. Het belangrijkste voor de Unity is het gebed en dat wordt dan ook enorm gepromoot. Ik ben daar vóór! Ik denk ook dat bidden heel belangrijk is, om contact met God te maken en te houden maar ook om eigen gedachten te ordenen en duidelijkheid te verkrijgen in wat goed is en wat God van mij vraagt. In gebed dichtbij Hem komen, dat is het eigenlijk.

Een goed mens worden die weinig sporen achterlaat. Die door goede daden te doen laat zien wat Christen zijn betekend. Geloof heeft alleen waarde als het door daden gedragen wordt. En dan: wie weet nu zeker wat er gebeurd na de dood? Geloof is precies dat: niet zeker weten waarheen je gaat, en toch gaan!

Geloof is een stok om op te steunen en niet om mee te slaan!