Sokken en Potjes

Iedereen kent wel het verschijnsel van de verdwijnende sokken. Je gooit vier paar sokken in de was en je hangt slechts zeven sokken aan de waslijn. Waar blijven toch al die sokken? Zelf draag ik geen sokken. Ik loop of op blote voeten of op fivefingershoes en het moet wel héél koud worden wil ik daar sokken in dragen. Ze bestaan wel, hoor, sokken met tenen maar ik heb gewoon niet zo gauw koude voeten. Henk koopt gewoon een hele stapel dezelfde sokken en behandelt ze alsof ze geen paar, maar eenlingen zijn. Hij gooit er rustig eentje weg als er gaten in zitten en bewaart dan de ander voor als er weer eens eentje kwijtraakt in de was. Zo heb ik altijd wel een of twee sokken op de balustrade hangen die geduldig hangen te wachten op een nieuwe partner. Ik houd van onconventionele oplossingen 🙂

Eenzelfde fenomeen doet zich voor bij potjes en dekseltjes. Groente en fruit van de moestuin wordt op diverse manieren bewaard. De vriezer is vooral voor bonen (spercie en tuin), courgette, spinazie, snijbiet en kruiden. Witlof, bieten, wortels en pastinaken bewaren we in een kuil op de tuin (Inkuilen, noemt men dat) Kool wordt gefermenteerd tot zuurkool. Aardappels, appels, pompoenen en uien bewaren we koel en donker op de overloop. Maar fruit (aardbei, braam, framboos, pruim) en sommige andere dingen die eigenlijk onder geen enkele noemer zijn te vangen (augurk, kappertjes) worden gekookt tot jam of ingemaakt. Voor dit werk heb ik heel veel potjes nodig en alleen potjes met een metalen deksel. Want een plastic deksel kan ik niet steriliseren en dat is wel nodig om een lange houdbaarheid te garanderen. (Hét kan waarschijnlijk wel, maar ík niet) Dus verzamel ik het hele jaar door potjes en flessen met een metalen deksel. En daar wordt dan het etiket afgeweekt en ze gaan daarna in de vaatwasser. Dan staat er een hele verzameling potjes en flessen op de keukentafel en dan begint het gepuzzel van welke deksel op welk potje past. Vanochtend had ik aan het eind van deze bezigheid een pot zonder deksel en drie deksels zonder potje. Die staan nu geduldig te wachten op een nieuwe partner. Hoe het kan, weet ik niet…maar ik accepteer het mysterie en probeer er mee te werken.

Het octaaf van Kerstmis, 1 januari, is toegewijd aan Maria, Moeder van God. Ik vind dat zo mooi. De eerste dag van het nieuwe jaar en daarmee het hele nieuwe jaar dat blanco voor ons ligt, geef ik nu alvast in handen van Moeder Maria.

Maria, onze heilige Moeder die wij Dochter van God de vader, Moeder van God de Zoon en Bruid van God de Geest noemen. Zij die met lichaam en ziel in de hemel werd opgenomen. Het menselijk, moederlijk hart dat daar voor ons, voor mij, klopt. Dat grote mysterie dat onbegrijpelijk, ongrijpbaar en onuitlegbaar is maar toch zoveel kracht en vreugde geeft.

Of in de woorden van paus Pius X in zijn encycliek Ad diem illum: Is Maria niet de Moeder van Christus? Welnu, dan is ze ook onze moeder. Want ziehier, wat ieder als beginsel moet vaststellen. Jezus, die het Vleesgeworden Woord is, is tegelijk de Verlosser van het menselijk geslacht. Welnu, als Godmens heeft Hij een stoffelijk lichaam aangenomen, zoals de overige mensen hebben. (…) Bijgevolg: in één en dezelfde schoot Zijner allerzuiverste Moeder heeft Christus én het vlees aangenomen én tegelijk een geestelijk lichaam met Zich verbonden, gevormd uit allen die in Hem zouden geloven. Men kan dus zeggen, dat Maria, terwijl ze de Verlosser in haar schoot droeg, er ook al degenen droeg, wier leven in het leven van de Verlosser lag opgesloten. Wij allen dus, zonder uitzondering, die met Christus verenigd zijn, en die, zoals de apostel zegt, “leden zijn van Zijn lichaam, uit Zijn vlees en uit Zijn gebeente” (Ef.5, 30), zijn uit de schoot van Maria voortgekomen, zoals een lichaam, dat met het hoofd verbonden is. Daarom worden wij in een geestelijke en mystieke zin kinderen van Maria genoemd. (einde citaat)

Toen dan Jezus Zijn moeder zag en de discipel die Hij liefhad, bij haar staande, zeide Hij tot Zijn moeder: Vrouw, zie uw zoon. Daarna zeide Hij tot de discipel: Zie, uw moeder. (Joh.19, 26) Met deze woorden is Maria ook onze Moeder geworden.

De atheïst geworden katholiek: God bestaat niet en Maria is Zijn Moeder. Laatst vertelde een vriendin dat men in Rusland zegt: Als God niet bestaat, hebben we altijd sint Nicolaas nog. Ik denk dat het achterliggend sentiment hetzelfde is: God, die te groots en ongrijpbaar is voor ons gewone stervelingen, maakt gebruik van mensen die dicht(er) bij ons kunnen staan, om ons zo toch het gevoel te geven dat we niet alleen staan. Ken je dat gevoel dat je hebt als je erachter komt dat een vriend van jou contact blijkt te hebben met een beroemd persoon? Dat je dan een klein beetje het gevoel hebt dat die beroemde persoon dichterbij is gekomen? Nu, datzelfde: omdat ik Maria ken, is God dichterbij. Zoiets. Het zijn maar wat bespiegelingen zo op de eerste ochtend van het nieuwe jaar…

Vrede en alle goeds voor 2021!

P.S. Er staan nieuwe opnames op Soundcloud! https://soundcloud.com/user-542842040/charles-tournemire-prelude-poeme-op58-7-union-licite-et-divine

Een gedachte over “Sokken en Potjes

  1. Ik heb nog een hele doos potjes (met deksels) voor je staan hier. Momenteel wordt de doos voornamelijk gebruikt als kattenbed, dus staat nog niet echt in de weg.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s