Noten, letters, boeken

Ik kon eerder noten lezen dan mijn eigen naam schrijven. Ik weet niet zeker of het waar is, maar het klinkt goed. Feit is dat ik me een tijd kan herinneren dat ik niet kon lezen en anderen moest vragen mij dingen voor te lezen. (Tot mijn grote frustratie want ondanks een vol en druk huis waren er maar weinig voorlezers voorhandig.) En ik kan me geen tijd herinneren dat ik geen noten kon lezen. Vreemd genoeg kan ik me wel herinneren dat ik noten heb leren lezen en wanneer en aangezien ik dat van mijn eerste pianojuf leerde toen ik vijf was en niet eerder naar de eerste klas (tegenwoordig groep 3) ging dan op mijn zevende, is het plausibel.

Net zoals het gewoon was om muziek te maken, was het gewoon om te lezen. Bij ons thuis las iedereen. Mijn oudste broers lazen het liefst strips en SF en mijn moeder ging voor de grote literatuur. Mijn vader maakte het niet zoveel uit; hij las alles waar lettertjes in stonden en menigmaal vond ik een boek dat ik aan het lezen was en even had neergelegd, terug op mijn vaders nachtkastje. Lezen was en is een heerlijke manier om aan het dagelijks leven te ontsnappen. De fijnste manier om dingen te leren en vooral om te leren over zaken anders of dieper na te denken. Ik denk niet dat de kinderen in mijn klas ooit mijn gezicht hebben gezien; zodra ik zelf kon lezen, was mijn gezicht altijd verscholen achter een boek. Als ik niet piano aan het spelen was natuurlijk!

voor de open haard, februari 1981 (Foto: Leo Barnard)

Een jaar of wat geleden kreeg ik van Henk een e-reader voor mijn jarigheid. Als rechtgeaarde bibliofiel vond ik dat eerst maar niks. Ik wilde een echt boek in mijn handen houden. Ik wilde de geur van oud papier. Ik wilde blaadjes omvouwen en potloodstreepjes zetten en aantekeningen maken in de kantlijn. Ja, al die vreselijke dingen die een échte boekenliefhebber niet doet, maar die ik heb afgekeken van mijn vader en nooit heb afgeleerd.

Mijn vader had altijd een potloodstompje in zijn broekzak. Zijn laatste potloodstompje heb ik nog. Zelf heb ik ook altijd een potlood bij me 😉

Goed, een e-reader dus. Ik ging overstag omdat het minder belastend is voor het milieu. Want hoewel het produceren van een e-reader vervuilender is dan het produceren van een papieren boek, weegt dat toch op wanneer je veel leest. Onderzoek heeft uitgewezen dat een e-reader minder impact heeft op het milieu dan papieren boeken vanaf 30 tot 70 boeken. En ik lees gemiddeld 35 boeken per jaar dus voor mij is de e-reader milieutechnisch de juiste keuze; ik las al bijna 200 e-books op mijn e-reader. En dan alle bijkomende voordelen! Ik kan de letters net zo groot zetten als ik zelf handig vind. ’s Nachts kan ik lezen zonder licht (dus ook buiten in de hangmat) dankzij de ingebouwde verlichting. En de meeste e-books zijn een stuk goedkoper dan hun papieren tegenhangers. En dankzij de ingebouwde woordenboeken is een tikken op een onbekend woord genoeg om de betekenis te leren. (Dat heeft dan weer het nadeel dat ik mezelf betrap op het aanraken van een onbekend woord in een papieren boek, alleen om beschaamd te beseffen dat er geen betekenis oplicht.) In de e-reader zit ook een functie om aantekeningen te maken of tekst te markeren, precies zoals ik dat in een papieren boek met een potloodje placht te doen.

Ik lees eigenlijk alleen Engels. Ik heb gemerkt dat zolang de wereld om mij heen Nederlands spreekt, ik mij helemaal in mijn boek kan verschuilen zonder afgeleid te worden omdat daar een andere taal wordt gesproken. Soms lees ik een Nederlands, Duits of Frans boek, maar Engels heeft echt mijn voorkeur. Het grappige is dat ik eigenlijk alleen Nederlandse boeken lees in papieren vorm. Dat komt omdat ik eigenlijk alleen Engelse e-books koop en als ik eens een boek leen is dat meestal een Nederlands boek omdat de meeste mensen nu eenmaal in hun moerstaal lezen. Als ik een boek leen van mijn vriend Tom zegt hij er altijd bij: geen vouwtjes, geen aantekeningen, niet de rug breken! (Hij is duidelijk een échte boekenvriend) Laatst was ik bij mijn zus en zag daar een boek op tafel liggen met een intrigerende titel: “Mijn ex, de Dood en ik” van Thees Uhlman. Een Nederlandse vertaling van een Duits boek. Het verhaal is net zo bizar als de titel doet vermoeden. De Dood zit op een avond op de rand van het bad als de hoofdpersoon zijn tanden staat te poetsen. Hij krijgt drie minuten om afscheid te nemen en zal dan sterven, maar juist op dat moment belt zijn ex aan en in plaats van dood te gaan, gaan de drie samen op avontuur. Het verhaal is behalve bizar ook indrukwekkend en grappig en het heeft meerdere lagen. Uiteindelijk loopt het met de hoofdpersoon slecht af, maar het hele verhaal stemt tot nadenken.

Zo één of twee keer per jaar schrijf ik alle citaten die ik heb onderstreept in gelezen boeken over in een mooi schrift. Zo heb ik al een paar schriften vol met boekcitaten. Ik weet eigenlijk niet waarom ik dat doe. Het is niet dat ik het vaak teruglees of dat ik citaten zo makkelijker terug kan vinden. Het is wel zo dat ik de citaten beter onthoud wanneer ik ze een keer zelf heb opgeschreven. Het is een gewoonte die ik ben begonnen toen ik een jaar of 14 was en ik ben er nooit mee opgehouden. En soms als ik een stukje schrijf of een leerling iets moeilijks uit moet leggen, komen ze van pas. Zo raakt mijn passie voor muziek mijn liefde voor het geschreven woord.

Hoe kun je een hekel hebben aan muziek? Muziek is telefoon van God, waarmee Hij ons opbelt om te zeggen dat Hij aan ons denkt. uit: Mijn ex, de Dood en ik van: Thees Uhlman

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s