Goed zijn en het goede doen

Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet. Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dát doe ik. Indien ik nu datgene doe, wat ik niet wens, dan bewerk ík het niet meer, maar de zonde, die in mij woont. Zo vind ik dan deze regel: als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig; want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods, maar in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die in mijn leden is. Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? God zij dank door Jezus Christus, onze Here! Derhalve ben ik zelf met mijn verstand dienstbaar aan de wet Gods, maar met mijn vlees aan de wet der zonde. Romeinen 7, 18-26

Dit was de lezing van afgelopen vrijdag 22 oktober. Ik had die nacht helemaal niet geslapen; een heftige storm maakte dat ik binnen moest blijven en het blijkt dat ik onmogelijk nog binnen slapen kan. Ik heb werkelijk al mijn trucjes om in slaap te vallen uit de kast gehaald, maar zodra mijn ogen dichtvielen begonnen mijn hersenen als een idioot rondjes te draaien. Ik heb echt teveel aan mijn hoofd! En de dag erna (vrijdag dus) was ik superchagrijnig en moest Henk het weer ontgelden. Alsof het zijn schuld is dat het weer me binnenhoudt en ik niet slapen kan. Deze lezing kwam dus extra hard binnen: ik wil graag het goede doen (voor Henk) maar het lukt me niet (altijd).

De ellende van de sloop van ons buurhuis is nog lang niet voorbij. De hele week is er niks gebeurd. De muur is wel af maar nog niet aangesloten aan ons huis met het gevolg dat het twee dagen binnen heeft geregend. Na diverse klachten en telefoontjes aan het bouwbedrijf zijn ze vrijdag éindelijk het gat provisorisch komen afdekken. Ik heb even provisorisch een tuinhek geplaatst om te voorkomen dat men door onze voortuin heen banjert en alle toch al beschadigde planten nog verder beschadigen. Ik blijf maar vegen en poetsen, maar de bouwplaats blijft maar zand geven. Het is of we in een strandhuisje wonen 😦

En dan de narigheid rondom de zorg voor mijn Moeder. Ik wil echt het goede doen, zowel voor mijn Moeder als voor de rest van de familie en het liefst ook nog een beetje voor Henk en voor mezelf, maar vaak blijkt het onmogelijk rustig, kalm en nadenkend te blijven. Soms krijgt emotie de overhand. Soms kan mijn frustratie er alleen maar uit op dubbel forte (= heel hard)

Hen en ik op de voetveer over de Roggesloot

Er zijn echt dagen dat ik me afvraag of ik nou werkelijk zo verschrikkelijk naïef of zelfs dom ben. Het overkomt mij zó vaak dat ik opgelicht, belazerd en onrechtvaardig behandeld wordt dat ik me echt niet (meer) aan de indruk kan onttrekken dat het aan mij ligt. Waarschijnlijk ben ik té eerlijk en té makkelijk te lezen en kan iedereen op zeer eenvoudige manier een loopje met me nemen. Ik geloof ook altijd alles, ik weet het…je kunt mij alles wijs maken. Ik denk altijd dat het komt omdat ik zelf niet kan liegen. Omdat ik me niet kan voorstellen dat iemand gewoon staat te liegen, ga ik er altijd gemakshalve zonder nadenken vanuit dat wat ik hoor de waarheid is. Dit is al zo vaak verkeerd afgelopen dat ik mezelf wel voor de kop kan slaan dat ik dat nog steeds niet geleerd heb! Maar ik weet van mezelf: de volgende keer geloof ik gewoon weer alles. Ik zou echt willen dat ik niet zo naïef was en beter kon omgaan met mensen die niet het goede met mij voorhebben. Of in ieder geval dat ik sneller zou leren reageren en niet pas na dagen bedenk dat ik dit of dat had moeten zeggen of doen.

Ik weet dat ik door en door slecht ben, tenminste wat mijn oude natuur betreft. Ik kan het goede niet doen. Ik wil het wel, maar ik kan het niet. Hoewel ik het goede wil, doe ik het niet. In plaats daarvan doe ik het slechte en dat wil ik nu juist niet. Rom.7, 18-19 Ik wil het goede doen, maar het lukt me niet. Vaak omdat ik niet goed weet of begrijp wat precies het goede is, vaak ook omdat omstandigheden mij de andere kant op duwen. Wat ben ik er ellendig aan toe! Wie zal mij verlossen uit deze vreselijke macht van de dood? Ik dank God dat er een uitweg is door Jezus Christus, onze Here! Rom. 7, 24-25 Het enige is hopen op de genade van God. Het enige is bidden om leiding en uitzicht, hulp en kracht. Het enige is vertrouwen op God. En ga ik weer optimistisch verder met mijn pogingen het goede te doen … met Zijn krachtige hand om mij te ondersteunen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s