kijken of zien

Ik vind het altijd leuk om na te denken en te schrijven over de Bijbellezing van de dag. Vaak zoek en/of vind ik er preken of geschriften bij en over van grote of minder grote heiligen of mystici of denkers, soms schrijf ik ook alleen mijn eigen gedachten erover. Als ik achter een orgel zit, luister ik naar de overweging van de dominee of de priester en probeer ik dat te integreren in mijn stukje.

Bij onze protestantse broeders en zusters gaat soms een dominee voor die minstens 18 minuten (s)preekt….dat vind ik een beetje lang! (Ter vergelijking: in de rooms-katholieke kerk duurt een gemiddelde overweging 7 minuten.) De laatste twee keer dat ik daar orgel speelde en deze dominee voorging, ben ik stiekem naar beneden gegaan om een kopje koffie te drinken 😀

Aanstaande Zondag staat deze prachtige lezing uit Marcus op het rooster:

Daarna vertrok Jezus met zijn leerlingen naar Nazareth, de plaats waar Hij was opgegroeid. De volgende sabbat ging Hij naar de synagoge en nam daar het woord. Iedereen was hoogst verbaasd. ‘Waar heeft Hij dat allemaal vandaan?’ vroeg men elkaar. ‘Hoe komt Hij aan die wijsheid? En hebben jullie gezien wat voor wonderen Hij doet?’ Ze kwamen er niet over uitgepraat. ‘Dit is toch de timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Jozef en van Judas en Simon? En zijn zusters wonen ook hier in Nazareth. Wat verbeeldt Hij Zich wel?’ Het was duidelijk dat zij niets van Hem moesten hebben. Jezus zei: ‘Een profeet wordt door iedereen geëerd, maar niet door de mensen uit zijn eigen stad en ook niet door zijn familie.’ Omdat zij niet geloofden, kon Hij bij hen geen grote wonderen doen. Wel genas Hij een paar zieken door hun de handen op te leggen. Hij verbaasde Zich erover dat de meeste mensen Hem niet geloofden. Hij trok de omliggende dorpen langs en sprak daar over God. Marcus 6, 1- 6

Zeker in een kleine gemeenschap kan het zo gaan. Iedereen kent iedereen en iedereen heeft over iedereen een mening. Er is weinig of geen ruimte voor een open blik. Je kunt groeien wat je wilt, veranderen in wie je voor ogen hebt en jezelf verbeteren tot je een ons weegt; als de buren vastgeroest zitten in hun mening over jou, kan niets daar verandering in brengen. Helaas weet ik dat uit ervaring…Het enige wat je kunt doen is doorgaan met waarmee je bezig bent en hopen en bidden dat mensen ooit met nieuwe ogen zullen kijken. Of dat er nieuwe ogen (als in nieuwe buren) komen die wel open en oprecht kunnen kijken naar wie je werkelijk bent of probeert te zijn.

En soms kom ik dan een overweging tegen van een bevriende priester of dominee en dan durf ik zelf eigenlijk niks meer op te schrijven, omdat diegene zó duidelijk kan schrijven waar de lezing over gaat. Zo ook deze week. Mijn goede vriend pater Tom Buitendijk OCarm* schreef een prachtige preek over de lezing uit Marcus die ik hier graag (en met zijn toestemming) met u deel.

*OCarm wil zeggen dat hij pater is in de orde van de geschoeide Karmelieten. Voor meer informatie zie hier: https://nl.wikipedia.org/wiki/Karmelieten of hier: https://www.karmel.nl/

Preek van Thomas Buitendijk OCarm op de 14e Zondag TPA, 4 juli 2021 bij Marcus 6, 1-6: We vergelijken het menselijk oog wel eens met een camera.
Een zeer ingewikkelde dan. Toch is die vergelijking nooit juist.
Als je twee camera’s vanuit eenzelfde standpunt laat kijken, dan krijg je twee keer hetzelfde beeld.
Als je twee mensen vanuit eenzelfde standpunt laat kijken, dan krijg je twee keer een ander verhaal. De een ziet toch altijd iets anders dan een ander.


In een guerrillaoorlog gebeurde het volgende.
Een groepje van vier militairen is op jacht naar een groepje guerrillastrijders.
Gespannen en waakzaam lopen ze door het struikgewas en zien ineens een open stuk land. Een soldaat ziet plotseling een guerrillaleider lopen en daarachter lopen in gebogen houding een aantal strijders. De soldaat pakt zijn geweer en richt op de leider. “Wat doe je nou”, schreeuwt zijn collega. Daar loopt een herdersjongen met koeien achter zich aan.
Een schokkende ervaring. Je had zomaar een herdersjongen doodgeschoten.
Hoe komt dat nou dat twee mensen hetzelfde plaatje zien en toch iets anders zien? Dat komt omdat we voor we gaan kijken al een heleboel ervaringen hebben opgedaan of in ons hoofd alvast beelden hebben gevormd. Die soldaat was al gespannen en bang: in zijn hoofd zag hij al guerrillastrijder voor hij er echt een gezien had.


Soms moet je ineens van blik veranderen om de werkelijkheid anders te zien.
Meestal gaat dat via een schok. Maar soms willen we die schok niet ondergaan.
In Amerika zei een zwart meisje tegen de dominee: “Ik heb vannacht van God gedroomd?”. “O, mooi’, zei de dominee, “en hoe zag God eruit?”
“Zij is zwart”, zei het meisje. De hele klas was geschokt. Want God was toch een witte man op een troon in de wolken met een lange baard. God was toch een algoede Vader! En zeker geen zwarte!

Zo’n soort schokkende ervaring lezen we vandaag ook in het evangelie.
U moet zich even eerlijk afvragen: als ik toen in de synagoge gezeten had en in Jezus plotseling een buurjongen uit de straat herkende, had ik dan wel in Hem geloofd?

Jezus was timmerman in Nazareth. Als hij een jaar of dertig is vertrekt hij uit de stad. Hij komt bij Johannes de Doper terecht die hem doopt. Jezus die best geraakt is door de oproep tot bekering door Johannes, voelt zich geroepen die oproep tot bekering aan te vullen. Bekeert u, want het Rijk Gods breekt al door.
Die doorbraak van het Rijk Gods is te zien in de genezingswonderen, in de bevrijding van demonische machten, in het aanzeggen van vergeving en het bieden van nieuwe kansen. In Jezus is Gods kracht werkzaam en liefdevol nabij.


Wie God wil zien moet naar Jezus kijken!


Als Jezus dan een groep leerlingen verzameld heeft – vissers uit Kafarnaum – gaat Hij met hen terug naar zijn vaderstad. Blijkbaar wordt Hij er niet warm welkom geheten. Op sabbatdag gaat Jezus volgens zijn gewoonte naar de synagoge. Daar heeft Hij aan de hand van Jozef de Bijbelse boeken gelezen. In de synagoge mag iedere jood die lezen kan het woord vragen. Dat doet Jezus.
Wat Jezus gezegd heeft weten we niet. We mogen aannemen dat hij hetzelfde zegt als tegen de mensen die hij op zijn rondwandelingen ontmoet.
“Heb God lief als je naaste. Blijf vertrouwen op Gods zorg. Wees goed voor elkaar.
Neem de randfiguren zoals zieken, zondaars en vrouwen in nood, op in je gemeenschap. Zoek God niet alleen in het naleven van de geboden. Het geluk van de mensen gaat uit boven alle regels uit”.

Hij spreekt woorden van bevrijding. Niet de wet heeft het laatste woord maar de liefde van God die in mensen zichtbaar wordt. Hier spreekt een profeet!
De toehoorders zijn geschokt. Ze vinden het prachtig wat Jezus zegt.
Ze zouden er best voor willen klappen…. maar je klapt toch niet voor een timmerman. Het kan toch niet wààr zijn dat we Jezus wiens hele familie we kennen, een profeet is die namens God spreekt!?
Wat is Jezus voor hen? Ze zien en hóren een profeet maar ze brengen hem terug tot de vertrouwde timmerman. Niet meer dan dat! Dan hoef je je ook niets van hem aan te trekken. Kortom: ze weigeren de profeet te zien omdat ze beelden van de timmerman in hun hoofd hebben. Hoe kan een timmerman God in hun leven brengen?


Als wij daar in de synagoge gezeten hadden? Hadden wij in Hem een profeet gezien en zouden wij dan wel geluisterd hebben? Het is een menselijke manier van kijken: iemand die we maar al te goed kennen; iemand uit de familie; uit deze buurt; met die opleiding; met die sociale achtergrond. Ongemerkt kijken we vanuit een vóóronderstelling.

Jezus daagt ons uit onze vooronderstellingen los te laten en open te worden voor een nieuwe manier van kijken en luisteren. Zien wij in de prut die deze wereld is Gods Koninkrijk oplichten? Jezus zàg het en vraagt ons met hem mee te kijken.


Durven wij Gods aanwezigheid te zien in mensen die verlangen naar veiligheid en vrede, die bidden om genezing van geestelijke en lichamelijke kwalen?


Zien wij God in mensen die op onbeholpen wijze goed willen zijn voor elkaar en die ons vragen: wees zo goed als God voor mij?


Als wij ons van onze vooronderstellingen kunnen bevrijden dan is God ieder ogenblik nieuw voor ons. Hij komt ons in iedereen en in alles tegemoet. Soms hebben wij een schokkende ervaring nodig om dat te zien.
Als je met een zwart meisje durft te zeggen: “Zij is zwart” dan wordt je wereld heel anders.
Als je de schokkende ervaring kunt doorstaan: “God spreekt tot ons in de timmerman uit Nazareth”, dan zien we God niet meer als een God een machtig Iets of Iemand in een verre hemel. Dan is God in Jezus ons rakelings nabij. Verrassend nieuw.


Als mensen aan ons vragen: “ Wie is God voor jou?” , zouden wij dan durven zeggen: “Voor mij is God de timmerman uit Nazareth” ?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s