(Vreemde) Vogel(s)

Ik houd van vogels. Ik ben geen fanatieke of zelfs maar een matige ornitholoog; ik houd gewoon van vogels en omdat ik nu eenmaal op een eiland woon dat bekend staat om zijn vogels, weet ik er een beetje van af. Ik houd natuurlijk vooral van vogelgefluit, maar dat is inherent aan mijn vak. Denk ik toch.

Mijn wens was altijd een hop te zien. Hops vind ik leuke vogels, met zo een kuifje en zo lekker fel gekleurd. In Nederland moet je je best doen er één tegen te komen, dus het was een vrij veilige wens. Maar ik was in Egypte, al een hele tijd geleden overigens, en daar vliegen ze gewoon rond zoals hier mussen. Of kauwen. Toen had ik geen wensen meer over en ging ik maar naar de vogelclub, een cursus vogels kijken volgen, om een nieuwe wensvogel uit te zoeken.

We gingen ook op excursie en daarvoor moesten we vroeg op. Vogelaars zeggen dat je het beste vogels kunt gaan spotten vanaf een uur voor zonsopgang tot een uur erna, zo ongeveer dan. Sinds ik buiten slaap, weet ik wel beter. Inderdaad hoor je vanaf een uur of half zes vogels fluiten, maar dat zijn alleen maar huishoudelijke mededelingen als: ‘dit is mijn boom’, ‘ik heb een lekkere worm voor je’ of ‘ik heb een ideaal plekje voor een nest gevonden’ en gefluit van gelijke strekking. Vóór die tijd, vanaf een uur of vier, geven de vogels een concert. Het lijkt of ze dan alleen fluiten voor hun eigen plezier. Of ter meerdere glorie van God (AMDG)

Ik hoorde een vink (hooglaaghooglaaghoog of laaghooglaaghooglaag) en een andere vink verder weg antwoordde. Ik kon verder geen patroon ontdekken, behalve dat ze werkelijk om de beurt floten en als ze laag beginnen ook laag eindigen en als ze hoog beginnen ook hoog eindigen. Dat ging zo een half uurtje door. De volgende ochtend (ik spreek dus over echt heel vroeg in de ochtend, vier uur, half vijf, zoiets) hoorde ik de dichtstbijzijnde vink weer, maar er kwam geen antwoord. Hij of zij probeerde het twee keer, drie keer en gaf het toen op. Er kwam geen antwoord en hij of zij nam niet de moeite verder te gaan met fluiten. Vanochtend hoorde ik ze weer. Nu wel weer om de beurt en weer duurde het wel een half uur. Ik geniet van de muziek, maar vraag me stiekem ook af waar ze het over hebben. 🙂

Soms hoor ik ’s nachts een uil. Ik denk dat het een kerkuil is, want welke andere uil zou zich midden in het dorp laten horen? Ik hoor ook de klokken van twee kerktorens en het lijkt mij logisch dat een kerkuil in de kerk woont. Toch?!

Elke woensdagochtend in mei en oktober bid ik de rozenkrans. Er is één parochiaan die heel trouw mee komt bidden. Hij is een vreemde vogel. En dat wil heel wat zeggen als ik dat zeg! 😉 De meeste mensen laten hem links liggen en daardoor is hij veel alleen, wat hem natuurlijk niet socialer maakt. Afgelopen woensdag nodigde hij me uit om naar zijn tuin te komen kijken. Ik vond het heel bijzonder zo een uitnodiging te ontvangen en ik ben dol op tuinen, tuinieren en wandelen dus het paste precies in mijn straatje. Ik nam de uitnodiging dan ook met graagte aan.

Dan denk je dat je je eigen omgeving wel kent! Maar echt, dit was ongelooflijk. Vanaf de weg zie je er niks van. Er is een weiland en een laantje en je ziet wat bomen staan. Dat is het wel zo’n beetje. Nu mochten we door het hek en kregen we een rondleiding door één van de allermooiste siertuinen die ik ooit heb bezocht! Bomen, bloemen, paadjes, palmen, struiken. Er is een groot weiland met alleen een grote vijver (of kolk). De grond wordt bewust verarmd waardoor er heel veel wilde planten groeien en bloeien. Ik heb dotters gezien en zuring, klaver (minstens vier soorten), boterbloemen, pinksterbloemen, bloeiende grassoorten. En bomen! Sequoia, grove den, lariks, ceder, cipres, Douglas, kustmammoet, jeneverbes en taxus. Appelbomen, perenbomen, mispel, perzikbomen, abrikozenbomen, amandelbomen. En mijn lievelingsboom, de ginkgo. In het midden van het terrein is er een eiland gemaakt door een diepe gracht te graven. In het water wonen ook weer allerlei planten en bloemen. En die verscheidenheid trekt natuurlijk ook weer allerlei dieren aan, vogels, insecten, kleine zoogdieren.. Er woont een uil in dat bos. Er wonen spechten en kraaien en duiven. Insecten, muizen, konijnen. Het wemelt er van het leven.

Ik heb heel veel siertuinen en beroemde tuinen gezien in mijn leven, maar niets vergelijkbaar met dit. En deze medeparochiaan heeft dat allemaal met zijn eigen handen opgebouwd. Hij heeft echt een klein hof van Eden geschapen. Een geheime tuin waar hij alleen heer en meester is. Bij hoge uitzondering geeft hij weleens een rondleiding en ik ben echt dankbaar dat hij mij waardig heeft bevonden zijn heiligdom te aanschouwen. Deze vreemde vogel die door de meeste mensen genegeerd wordt, heeft zijn leven gewijd aan het een beetje mooier maken van de wereld. En dat is hem gelukt!

Elk mens heeft zo zijn eigen waarde en het is aan ons om die waarde te leren zien. Het is heel makkelijk om iemand af te serveren als die niet in je denkraam past of over meer of minder belangrijke zaken anders denkt dan jij. In een bubbel leven, noemen ze dat tegenwoordig; je ontmoet alleen mensen die over basiswaarden hetzelfde denkt als jij. Ik ontmoet niet zoveel mensen die hetzelfde denken als ik. Dat komt omdat ik een heel eigen en ander denkraam heb dan de meeste mensen. Ik heb dus echt moeten leren om buiten mijn bubbel, buiten mijn denkraam om ook dingen en meningen te kunnen zien en de waarde daarvan in te schatten, zelfs al ben ik het er niet mee eens. Daardoor kom ik vaak in de problemen, maar het geeft me ook een heleboel moois. Als ik mee was gegaan in de gedachte dat deze mens “raar” en “vreemd” is en dat je hem dus mag (of zelfs moet) negeren, had ik nooit deze prachtige tuin kunnen aanschouwen. En had ik nooit kunnen zien dat ook deze mens, deze medeparochiaan, deze trouwe rozenkransbidder misschien wel weinig boekenkennis en weinig sociale vaardigheden bezit, maar ongelooflijk rijk gezegend is met groene vingers en een ruw (als in niet gepolijst door educatie) talent voor landschapsarchitectuur.

Het gaat er mee als met een mens, die naar het buitenland vertrok, zijn dienaars riep, en hun zijn bezittingen overdroeg. En aan den één gaf hij vijf talenten, den ander twee, een derde één; ieder volgens zijn bekwaamheid. Toen ging hij op reis. Die nu de vijf talenten had ontvangen, ging aanstonds heen, dreef er handel mee. en won er vijf andere bij. Zo ook won hij, die er twee had ontvangen, er nog twee andere bij. Maar die er één had ontvangen, ging heen, maakte een kuil in de grond, en verborg het geld van zijn heer. Na lange tijd kwam de heer van die dienaars terug, en rekende met hen af. En hij, die de vijf talenten had ontvangen, trad naar voren, bracht nog vijf andere talenten, en zeide: Heer, vijf talenten hebt ge mij gegeven; zie, nog vijf heb ik er bijgewonnen. Zijn meester sprak tot hem: Heel best, goede en trouwe knecht; over weinig zijt ge getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga binnen in de vreugde uws heren. Ook hij, die de twee talenten had ontvangen, trad naar voren, en zeide: Heer, twee talenten hebt ge mij gegeven: zie, nog twee heb ik er bijgewonnen. Zijn meester sprak tot hem: Heel best, goede en trouwe knecht; over weinig zijt ge getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga binnen in de vreugde uws heren. Nu trad ook hij naar voren, die het éne talent had ontvangen. Hij zeide: Heer, ik weet, dat ge een streng man zijt; ge maait, waar ge niet hebt gezaaid, en oogst, waar ge niet hebt uitgestrooid. Ik was dus bang, en ben uw talent in de grond gaan begraven; zie, daar hebt ge het uwe terug. Maar zijn meester antwoordde hem: Gij slechte en luie knecht; ge wist dat ik maai, waar ik niet heb gezaaid, en dat ik oogst, waar ik niet heb uitgestrooid. Ge hadt dus mijn geld bij de wisselaars moeten beleggen; dan zou ik het bij mijn komst met rente hebben teruggekregen. Neemt dus het talent van hem af, en geeft het aan hem, die de tien talenten heeft. Want wie heeft, aan hem zal worden gegeven, en hij zal overvloed hebben; maar wie niet heeft, hem zal ook nog ontnomen worden wat hij bezit. Werpt den onbruikbaren knecht naar buiten de duisternis in; daar zal geween zijn, en gekners der tanden. Wanneer dan de Mensenzoon in zijn heerlijkheid komt, en alle engelen met Hem, zal Hij plaats nemen op de troon zijner majesteit. En alle volkeren zullen vóór Hem worden vergaderd: maar Hij zal ze van elkander scheiden, zoals een herder scheiding maakt tussen schapen en bokken. En de schapen zal Hij aan zijn rechterhand plaatsen, de bokken aan zijn linkerhand. Dan zal de Koning zeggen tot hen, die aan zijn rechterhand staan: Komt, gezegenden van mijn Vader; neemt bezit van het rijk, dat voor u is bereid van de grondvesting der wereld af. Want Ik was hongerig, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik was dorstig, en gij hebt Mij te drinken gegeven. Ik was vreemdeling, en gij naamt Mij op. Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; ziek, en gij hebt Mij bezocht: in de gevangenis, en gij zijt Mij komen bezoeken. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Heer, wanneer zagen we U hongerig, en spijsden we U: of dorstig, en gaven we U te drinken? Wanneer zagen we U als vreemdeling, en namen U op; of naakt, en hebben we U gekleed? Of wanneer zagen we U ziek of in de gevangenis, en zijn we tot U gekomen? Dan zal de Koning hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: Wat gij voor één van mijn geringste broeders gedaan hebt, dat hebt gij voor Mij gedaan. Maar dan zal Hij zeggen tot hen, die aan de linkerhand staan: Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat bereid is voor den duivel en zijn engelen. Want Ik was hongerig, en gij hebt Mij niet te eten gegeven; dorstig, en gij hebt Mij niet te drinken gegeven. Ik was vreemdeling, en gij naamt Mij niet op; naakt, en gij hebt Mij niet gekleed; ziek en in de gevangenis, en gij hebt Mij niet bezocht. Dan zullen ook zij antwoorden: Heer, wanneer zagen we U hongerig of dorstig, vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hielpen we U niet? Dan zal Hij hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u; wat gij niet hebt gedaan voor één van deze geringsten, dat hebt gij ook voor Mij niet gedaan. Dan zullen zij gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven. Mat. 25, 14-46

Van belang is dus niet alleen je eigen talent vinden en ontwikkelen, maar ook openstaan voor het talent van de ander. Oftewel openstaan voor de ander. En dan zijn we wederom aangeland bij het belangrijkste gebod: Heb God lief boven alles en de naaste als jezelf.

https://juniperpiarachel.com/2021/03/30/nog-even-over-naastenliefde/

https://juniperpiarachel.com/2021/03/29/en-de-naaste-als-uzelf/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s