Wanneer we moeten berispen of corrigeren, laten we dan met gewetensvolle zorg waakzaam zijn en ons deze vraag stellen: Hebben we niet ooit zelf deze fout gemaakt; zijn we daarvan genezen? Zelfs als we deze fout nooit hebben gemaakt, herinneren we ons dan dat we menselijk zijn en dat we haar hadden kunnen begaan. Als we haar in het verleden hebben begaan, herinneren we ons dan onze kwetsbaarheid opdat de waakzaamheid en niet de haat ons verwijten of beschuldigingen dicteert. Of de schuldige er beter of slechter van wordt – want het resultaat is onzeker- dan zijn we er tenminste van verzekerd dat onze blik zuiver is gebleven. Maar als wij, in ons zelfonderzoek, in ons dezelfde fout ontdekken, die we opnieuw willen begaan, laten we dan huilen met de schuldige in plaats van hem te berispen; laten we hem niet vragen om ons te gehoorzamen, maar om onze inspanningen te delen. Augustinus (354-430 bisschop van Hippo, kerkleraar)
Voor de strijd om de wereldorde losbarstte, vóór maart 2020 dus, had ik een druk en sociaal bestaan. Ik had een grote lespraktijk, diverse koren waar ik scepter zwaaide of waarin ik zong en elk weekend zeker twee en vaak drie keer in het openbaar muziek maken. Ik ging iedere week wel een keer uit eten. Mijn streven was elk veganistisch restaurant in Nederland te bezoeken. En daarover dan een recensie schrijven, een aanbeveling of juist niet. Ik had ook een enorm druk en vol leven op social media en verbeeldde me dat ik toch een klein beetje invloed kon uitoefenen. En ook bezocht ik elke week wel een kroeg. Of twee. Ik had legio mensen om me heen. De een riep nog harder dan de ander dat ze mijn allerbeste vriend in de hele wereld was of wilde zijn. Koorleden, leerlingen, collegae, vrienden, muziek, mijn leven was er vol mee. Als ik thuis bij Henk was, had ik werkelijk geen enkele behoefte aan aandacht van buitenaf.
Toen ik thuis kwam te zitten, werd dat allemaal heel anders. Eerst en vooral moest ik afkicken van het aanmaken van mijn eigen verruimende middelen; als uitvoerend musicus was ik gewend aan dagelijkse hersenladingen vol adrenaline en endorfine. Dat heeft enige tijd geduurd. Ongeveer een jaar. En nu ik daarvan af ben, heb ik ook niet zo erg veel behoefte die spiegel weer terug op te bouwen, merk ik. Ik ben momenteel best lekker bezig. Een paar leerlingen maar, wat voor de leerlingen fijn is, denk ik toch. Dirigent van de plaatselijke fanfare. Ik hoef slechts een half uurtje te fietsen en dan ben ik in het repetitielokaal. Het is een leuke groep mensen en er zit zeker (muzikale) potentie in. Ik heb het er naar mijn zin. Enige nadeel is dat fanfaremuziek vrij ernstig in mijn hoofd blijft zitten 😀 De meeste Zondagen zit ik wel ergens op een orgelbank; hetzij bij onze protestantse broeders en zusters hier op het eiland, hetzij op mijn oude stageplek in Den Helder. En soms heb ik een Zondag vrij, wat voor die tijd nooit (maar dan ook echt nooit) voor is gekomen. En omdat ik vaker op het eiland ben, heb ik kwantitatief én kwalitatief meer tijd, ruimte en aandacht voor Henk, Reinier en ook voor mijn zussen en mijn Moeder.
Het was een heel moeilijk proces om mijn zelf waar ik zo van hield los te laten. Ik vond mezelf leuk toen ik zoveel te doen had. Ik vond het leuk dat ik overal iedereen kende. Ik genoot van de ernstige en diepe gesprekken met de diverse paters, priesters, diakens en dominees die ik onderweg tegenkwam. Ik speelde graag samen met grote musici en even graag met enthousiaste amateurs. Ik vond het heerlijk vele uren in de trein te zitten lezen en ’s avonds meer dan uitgeput in mijn bed te rollen, of dat nu op het eiland of in de stad was. Zonder al die dingen ben ik niks. Dacht ik.
Maar wat bleek? Toen ik afgekickt was van mijn eigen verdovende middelen, was ik nog net zo leuk. 🙂 Ik ga nu eigenlijk nergens meer naar toe, heb social media achter me gelaten (behalve dan dit blogje en mijn soundcloud), ga nooit meer naar de kroeg en kan me niet eens meer herinneren wanneer ik voor het laatst uit eten ben geweest. Hoewel…Henk heeft vorige week Zondag wel patatjes gehaald. En mijn ego lijdt daar niet onder. Misschien zelfs wel integendeel en ben ik nu meer volwassen, meer aandachtig, devoter en vooral aardiger dan eerst.
Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind en redeneerde ik als een kind. Maar nu ik volwassen ben, heb ik het kinderlijke voorgoed achter mij gelaten. 1 Kor. 13, 11
Deze wereld is heel goed, zoals het gemaakt is en zoals wij het zien, omdat God het zo wil: niemand zou daar aan kunnen twijfelen. Als de schepping wanordelijk was, als het universum toevallig evolueerde, dan zou men deze stelling in twijfel kunnen trekken. Maar aangezien de wereld met wijsheid en wetenschap gemaakt is, op een beredeneerde en logische manier, aangezien de wereld versierd is met alle schoonheid, is het nodig dat degene die daar in voorgaat en die het heeft georganiseerd, niemand anders is dan het Woord van God, zijn Logos. … De kerk maakt in uw dagen barre tijden door. Dat is erg. Want de boodschap van de kerk biedt veel mensen houvast in het leven. Als nu de ambtsdragers onbetrouwbaar blijken, zouden goede gelovigen wellicht ook aan de betrouwbaarheid van de boodschap kunnen gaan twijfelen. … Daar kunnen mensen zich aan vasthouden. Jezus’ liefde was Gods liefde. Sindsdien mogen wij zeggen: onze liefde, mijn en uw liefde, is een afstraling van Gods liefde. Die staan niet los van elkaar, nee, ze zijn in wezen gelijk. Liefde is het geheim van het leven. Onze goedheid is een afstraling van Gods goedheid. Die zijn in wezen gelijk. Goedheid is het geheim van het leven. Dat is Jezus komen laten zien. Vertrouw daarop. Hou daar aan vast. Laat dat je niet afnemen. Ook niet, als ambtsdragers of hun aanklagers dat geheim verraden.
De wereld is heel goed zoals God geschapen heeft….alles is liefde. Alles in liefde.
Helaas denken mensen er soms (vaak) anders over….gunnen elkaar het licht niet in elkaars ogen, zijn jaloers, hebzuchtig of vol wrok. Oordelen over elkaar en veroordelen elkaar en verzinnen belachelijke regels om andere mensen te onderdrukken of zichzelf te overtuigen van hun superioriteit. Terwijl in Gods ogen ieder gelijk is; God houdt van ieder van ons evenveel en toch van ieder van ons op geheel eigen wijze. We hebben het over God, hè?! Voor Hem is niets onmogelijk!
Afgelopen Zondag had de dominee het over de lezing uit Genesis over de derde scheppingsdag. Hij had die lezing zelf uitgekozen, zo vertelde hij in zijn preek (die hij niet “preek” maar “luisteroefening” noemde…) en hij had daar ook een speciale bedoeling mee.
Daarna zei God: ‘Laat het water onder de hemel samenstromen in zeeën en het droge land zichtbaar worden.’ En dat gebeurde. God noemde het droge land ‘aarde’ en het samengestroomde water ‘zeeën’. God zag dat het goed was. En God zei: ‘Laten er allerlei gewassen, zaaddragende planten en vruchtbomen met zaad in hun vruchten op aarde groeien. De zaden zullen steeds weer planten en bomen voortbrengen.’ Dat gebeurde en ook nu was het goed, zag God. Het werd avond en weer morgen: de derde dag. Gen.1, 9-13
In deze lezing, op deze scheppingsdag zegt God maar liefst twee keer dat Hij zag dat het goed was. Hij had een topdag, zeg maar. Het scheiden van water en land en het scheppen van planten en bomen was blijkbaar te doen op één dag. De dag ervoor had Hij hemel en aarde gescheiden en de dag erna zou Hij sterren, maan en zon aan de hemel zetten. De derde scheppingsdag was zeker een rustig dagje tussendoor.
In de Joodse traditie wordt elke dinsdag de derde scheppingsdag herdacht, gevierd. De dominee spoorde ons aan hetzelfde te doen. Wanneer we elke dinsdag denken aan het wonder van de schepping en in dankbaarheid gedenken dat we mogen wonen in deze prachtige wereld dan maken we van de dinsdag ook een soort Zondag. Een halve rustdag, een dag om stil te staan bij de wonderen van de wereld en even te stoppen met rennen om om ons heen te kijken en niet alleen de wereld, maar ook elkaar te zien.
Natuurlijk is alleen het tonen van dankbaarheid niet genoeg! We kunnen niet altijd stil staan. Het is ook de bedoeling dat wij voor deze wereld zorgen; we hebben rentmeesterschap gekregen. Vele, vele jaren, misschien zelfs eeuwen, heeft de mens dit uitgelegd als zijnde de baas. De mens is de kroon van de schepping, de baas van de wereld en mag doen en laten wat hij wil. Dat dit geleidt heeft tot een bijna totale destructie van Gods wonderbaarlijke schepping is nu overal duidelijk zichtbaar. Het lijkt me tijd dat de mens zich realiseert dat hij niet God is en nederig en dankbaar zich inzet de wereld te maken tot het paradijs dat God voor ogen had. Hiervoor moeten we alle verschillen naast ons neer leggen en ieder levend wezen in onze armen en harten sluiten. Natuurlijk hoef je niet opeens superaardig te zijn tegen je schoonmoeder 😉 , als je haar maar de ruimte gunt en geeft zichzelf te zijn.
Tot slot ook liefde tonen voor de niet-menselijke dieren en dingen in de schepping. Alle dieren zijn onze broeders en zusters, onze medeschepselen. Ook zij zijn gewild en geliefd bij God. Het is niet aan ons om over hun leven en dood te beslissen, evenmin als het aan ons is te beslissen over leven en dood van onze medemens. Het is niet aan ons om te zeggen wie of wat beter is, de één houdt van het strand, de ander van de bossen. Het mag er allemaal zijn. Dus wees vandaag eens onverwacht aardig tegen een vreemde. Of doe onzichtbaar een goede daad. Het is dinsdag; laten we in herinnering aan de derde scheppingsdag de schoonheid van onze wereld en de liefde van God vieren en gedenken. Laten we van elke dinsdag een soort half-Zondag maken en de dag niet volproppen met gedoe en werk, maar even rustig te tijd nemen om te zijn. Dit kan helpen: https://youtu.be/BHACKCNDMW8
Whitehaven Beach
De reden waarom dit Woord van God tot bij de schepselen gekomen is, is werkelijk bewonderenswaardig. (…) De natuur van de geschapen wezens is voorbijgaand, zwak, sterfelijk; maar aangezien de God van het universum van nature goed en uitmuntend is, heeft Hij de mensen lief. (…) Ziende dat de geschapen natuur van zichzelf voorbijgaat en oplost, heeft God, om dat te voorkomen en opdat het universum niet terugkeert naar niets, haar niet overgelaten aan de bewegingen van haar eigen natuur. In zijn goedheid, door zijn Woord, heerst Hij en handhaaft Hij de hele schepping. (…) Ze ondergaat dus niet het lot dat het hare zou zijn als het Woord haar niet zou bewaren, dat wil zeggen, de vernieting. “Beeld van God, de onzichtbare, is Hij, eerstgeborene van heel de schepping: in Hem is alles geschapen, het zichtbare en onzichtbare. h. Athanasius (295-373) bisschop van Alexandrië en kerkleraar
Neem elke dag tien minuten de tijd voor gebed of meditatie. Tenzij je het heel druk hebt…… bid of mediteer dan een uur!
Afgelopen week was mijn petekind (die opnametechnicus is) met zijn gezin op het eiland en we hebben een aantal nieuwe opnames gemaakt. Gewoon thuis achter mijn eigen vleugel, speelt extra fijn 😉 en op het net gerenoveerde orgel in de Maartenskerk in Oosterend. https://www.maartenskerktexel.nl/projecten/orgelrestauratie/ Mijn vriend en collega kwam ook spelen, want die was toevallig ook die week op het eiland. Het heeft ook zo z’n voordelen op een geliefd vakantie-eiland te wonen.
Zoals jullie wel weten is bakken en koken mijn grote hobby. Dat is natuurlijk superhandig gezien het feit dat we een grote moestuin hebben. En Henk is er gewoon blij mee. De liefde van de man gaat door de maag, tenslotte. Wanneer er dus gasten zijn, ben ik er als de kippen bij om lekkere taart en koekjes te bakken en om in ieder geval één keer voor iedereen te koken. Zo gezegd, zo gedaan.
Ik ging dus koken voor de goegemeente. Ik maak altijd graag een buffet-achtige maaltijd zodat er voor elk wat wils is en er ook genoeg te kiezen en te verdelen valt. En natuurlijk met groente uit eigen tuin (UET) en 100% plantaardig. Ik had aardappelsalade gemaakt en er was gemengde sla (groene, rode en wonder van vierjaargetijde) met een heldere dressing, gekookte bietjes, cashewkaas, gado-gado met jackfruit, tzatziki en zelfgebakken focaccia’s met gedroogde tomatenvlokjes en zwart lavazout. Ook had ik van wat valappeltjes een beetje appelmoes gekookt. Er was een heleboel. Ik sta na te denken in de keuken en vraag aan Henk: moet er niet nog iets van fruit komen? Ik heb altijd het gevoel dat ik te kort schiet, dat is voor hem niks nieuws. Met stelligheid beweerde hij dat er écht echt echt genoeg te eten was en dat ik me geen zorgen hoefde maken om missend fruit…..maar dat deed ik natuurlijk tóch.
Een paar uur later kwam mijn petekind om op te nemen en na wat proefopnames en verzetten van microfoons en uitzetten van andere elektrische apparaten gingen we aan de slag, maar natuurlijk was ik vergeten de deurbel uit te zetten. Ik vraag me nu trouwens af of dat eigenlijk wel kan; we hebben een ouderwetse trekbel…..ik zou misschien het touwtje los kunnen maken. Anyways dat had ik dus NIET gedaan en midden in een stuk dat ik toch al drie keer opnieuw was begonnen, gaat de bel. Voor de deur staat mijn lievelingsleerling met een emmer vijgen uit de tuin van zijn broer, of ik die wil hebben.
Zo goed wordt er voor mij gezorgd.
Toeval is misschien het pseudoniem van God als Hij anoniem wil blijven. Je zou het woord ook anders kunnen uitleggen. Toeval niet als iets dat per ongeluk, zonder vooropgezet plan gebeurd, toeval als iets wat je toe valt. Iets waar je niet op hebt gerekend, maar waar je desondanks (een soort) recht op hebt. Of, zoals ik het graag geloof, iets waarvan God vindt dat je het nodig hebt en/of goed kunt gebruiken. Al is het alleen maar om te laten weten dat er op me wordt gepast. En dat de wereld (veel) groter en (veel) mooier is dan op het eerste gezicht te zien is.
Je mag het ook ‘karma’ noemen. Wie goed doet, goed ontmoet. Zoiets. Het doet in ieder geval wonderen voor mijn godsbesef, dit soort niet-toevalligheden.
P.S. Neem voor recepten van genoemde gerechten even contact op met me, dan stuur ik ze!
Mensen met arachnofobie kunnen dit verhaaltje misschien beter overslaan 😉
Gister tijdens het eten koken liep er een mini-spinnetje over het aanrecht. Ik dacht: wat is de wereld enorm groot als je zo klein bent! De reis over ons aanrecht (toch echt niet het grootste aanrecht) is voor deze spin een heuse wereldreis! Het was echt een superklein spinnetje, kleiner dan een speldenknopje, kleiner dan de fruitvliegjes die ze probeerde te vangen. Henk vroeg later: wat heb je ermee gedaan? Ik heb haar lekker laten lopen!
Veel mensen zijn bang voor spinnen. Ik denk dat het komt omdat spinnen vooral bestaan uit poten, althans voor onze ogen. Algemeen bekend dat pootjes eng en oogjes lief zijn. Daarom vinden de meeste mensen zeehonden ook zo schattig: geen pootjes en enorme ogen. Daarbij voorbijgaand aan het feit dat zeehonden gewoon jagers zijn en goed hard kunnen bijten. Spinnen daarentegen zijn zeer nuttig omdat ze insecten vangen en eten. En vooral natuurlijk muggen en fruitvliegjes want daar hebben wij mensen het meest last van 😉 In onze keuken woont al een paar weken een kruisspin op het plafond. Ze heeft een langwerpig web gebouwd langs de lamp en komt niet lager dan dat. Ze heeft door dat ze veilig is zolang ze op het plafond blijft. Ze smult van de fruitvliegjes en iedere dag is ze weer een stukje groter.
spinnetje; kijk, van dichtbij heeft ze enorme ogen en is ze opeens superschattig!
Zo zit de natuur in elkaar. Helaas willen mensen zich nog weleens proberen te onttrekken aan de natuurlijke orde van dingen. Ik zie al mijn mede-aardbewoners als schepsels van God en voor Hem zijn ze allemaal even lief of geliefd. Ik hoef gelukkig niet van iedereen te houden, maar het is echt makkelijker om positief naar elk levend wezen te kijken en pas negatief te kijken of te denken wanneer daar reden toe is. Een krokodil die allebei je benen afbijt, mag je gerust onaardig vinden, maar dat is geen reden om van tevoren alle krokodillen onaardig te vinden. Een mens die je onheus heeft bejegend mag je gerust een rotzak vinden en dat ook zeggen, maar dat is nog geen reden om alle mensen (ik typte eerst ‘mannen’…..een Freudiaanse vertyping?! Een interessante vergissing in ieder geval!) af te serveren. Dit is moeilijker dan ik denk of graag zou willen….
Een van hen, een bijbelgeleerde, nam het woord. ‘Meester, wat is het belangrijkste gebod in de wet van Mozes?’ Jezus antwoordde: ‘Heb de Here, uw God, lief met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit gebod is het eerste en het belangrijkste. Het tweede gebod komt op hetzelfde neer: “Heb uw naaste net zo lief als uzelf.” Deze twee geboden zijn de basis van de hele wet en de profeten.’ Mat.22, 35-40
Waarom zouden alleen mensen mijn naasten zijn? Alle levende wezens zijn door God geschapen en in die zin zijn zij allen mijn broeders en zusters. Of zoals Hans Bouma (dominee en mede-oprichter van de VeganChurch) ze noemt: medeschepselen. Meer over VeganChurch hier: https://veganchurch.nl/
Zoals de heilige Alfonsus Maria van Liguori (1696-1787) schreef: Om God veel te kunnen beminnen in de hemel, moet men Hem eerst veel beminnen op aarde. De graad van liefde voor God aan het einde van ons leven zal de maat van onze liefde voor God zijn in eeuwigheid. Willen wij de zekerheid verwerven om niet meer van dat hoogste Goed gescheiden te worden in het huidige leven? Laten we ons dan steeds sterker met de banden van onze liefde verbinden, door tegen Hem met de Bruid uit het Hooglied te zeggen: “Ik heb Hem die mijn hart liefheeft, gevonden: ik heb Hem vastgegrepen en ik laat Hem niet meer los” Maak dat ik U bemin en dat ik door U bemind word; ik verlang niets anders. *einde citaat Ik zou daaraan toe willen voegen: elke daad, elk woord van liefde voegt toe aan de liefde voor God omdat elk woord van liefde de graad van liefde in en voor Zijn schepping doet groeien.
Dus….als je weer eens een spin of een ander klein diertje tegenkomt in huis, onderdruk dan de eerste impuls en in plaats van plat te slaan vang het dier met een potje en een blaadje papier en zet ze weer buiten of ergens anders waar je er geen last van hebt. Het is een kleine daad van liefde die grote gevolgen kan hebben. Is het niet voor jezelf, dan toch zeker voor het diertje! Kijk maar naar dit korte tekenfilmpje (1:17): https://youtu.be/QQwpQLkQGPs
‘Als u volmaakt wilt zijn, ga dan naar huis en verkoop alles wat u hebt. Geef uw geld aan de armen en u zult rijk zijn in de hemel. Kom dan terug om Mij te volgen.’ Toen de jongeman dit hoorde, werd hij heel verdrietig en ging weg, want hij was erg rijk. Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Voor een rijke is het bijna onmogelijk om in het Koninkrijk van de hemelen te komen. Je kunt zeggen dat het voor een kameel gemakkelijker is om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het Koninkrijk van God binnen te gaan!’ Door die opmerking raakten de leerlingen erg in de war. ‘Wie kan dan gered worden?’ vroegen zij. Jezus keek hen ernstig aan en zei: ‘Menselijk gesproken, niemand. Maar bij God is alles mogelijk.’ Mat. 19, 21-26
Afgelopen Zondag speelde ik orgel bij de eucharistieviering. Er was een koor, voor het eerst weer sinds ik weet niet hoe lang, en dat is altijd fijn muziek maken. De viering duurde lang, de preek was niet kort en bij de mededelingen moest er een vrijwilliger in het zonnetje gezet. Al met al lang genoeg voor mij om de boot te missen. Nu vind ik dat niet zo erg; het is een lekkere wandeling van de kerk naar de haven en een goede gelegenheid voor mij te ontprikkelen en na te denken. Na verschillend aanbod van diverse koorleden mij een slinger naar de haven te geven afgeslagen te hebben, werd ik op het kerkplein door de kapelaan gesommeerd in te stappen. Hij ging zelf ook naar het eiland en nam me mee in zijn auto. En hoewel ik een forenzenkaart heb voor de boot en dus voor half geld overga, scheelt dat mij toch weer een knip (bij de TESO betaal je per auto, niet per inzittende)
Onderweg hadden we het natuurlijk over de viering en over mijn en het geloof. Op een gegeven moment uitte hij zijn zorgen over mijn langdurige werkloosheid en dan vooral over het financiële plaatje. Ik wind er geen doekjes om: makkelijk is het niet! We houden ons hoofd boven water, vooral dankzij onze moestuin. Maar, zeg ik devoot en absoluut niet bescheiden, we mogen dan arm zijn wat betreft geld, we zijn rijk in alle dingen die er werkelijk toe doen. En ik meen dat ook. We hebben meer dan genoeg te eten, we hebben elkaar, we hebben een dak boven ons hoofd, we leven niet in oorlogsgebied en kunnen ons (min of meer) veilig voelen.
Verder heb niet veel nodig. Ik heb niks met kleren of sieraden en ik loop vrijwel altijd op mijn blote voeten. Er zijn van die dingen die elke maand betaald moeten worden en dat is soms wel een beetje lastig of krap, maar andere dingen laat ik makkelijk los. Bladmuziek heb ik genoeg en ik ben een groot fan van https://imslp.org/wiki/Main_Page (waar zowat alle klassieke muziek als bladmuziek te vinden is) en e-books kosten bijna niks. En dan! Ik word zo gedwongen om te onthechten en te ontspullen. 😀 Geld maakt niet gelukkig.
Koester geen ander verlangen dan, om uit liefde voor Christus, de onthechting, de leegte en de armoede binnen te gaan, wat betreft alles wat op aarde bestaat. U zult geen andere behoeftes ondervinden dan die waaraan u uw hart hebt onderworpen; de arme van geest is nooit gelukkig als hij zich niet in de geestelijke armoede bevindt; wiens hart niets verlangt, is altijd ruim.
De armen in de Geest (Mt 5,3) geven alles wat ze bezitten met grote vrijgevigheid. Hun vreugde bestaat uit het ervan afzien, door het weg te geven uit liefde voor God en voor de naaste. Niet alleen de goederen, de vreugde en de pleziertjes van deze wereld hinderen ons en vertragen ons op onze weg naar God, maar de geestelijke vreugde en troost zijn ook een obstakel op onze weg als we ze ontvangen of zoeken met een geest van bezit. Johannes van ’t Kruis (1542-1591)
Vanochtend lag ik na te denken over grenzen van seksualiteit. Het kan me echt niet interesseren wie wat met wie doet achter de gesloten deuren van de slaapkamer. Zolang er maar geen sprake is van dwang of machtsongelijkheid. Maar de normalisering van seksualiteit buiten de normatieve één-op-één (liefdes)relatie lijkt mij een gevaarlijke ontwikkeling. Wanneer de grenzen van het toelaatbare worden uitgerekt, is het gevaar dat het ontoelaatbare geaccepteerd wordt. En dan lees ik de lezing van vandaag, kan toch geen toeval zijn?!
Er kwamen enkele Farizeeën naar Hem toe. Zij wilden proberen Hem op zijn woorden te vangen. ‘Mag een man zomaar van zijn vrouw scheiden?’ vroegen zij. ‘Leest u de boeken van Mozes dan niet?’ antwoordde Hij. ‘Daar staat toch in dat God de mens heeft gemaakt als man en vrouw. Een man zal zijn vader en moeder verlaten, zich bij zijn vrouw voegen en werkelijk één met haar worden. Zij zijn niet langer twee, maar één. En geen mens mag scheiden wat God heeft samengebracht.’ Zij vroegen daarop: ‘Maar waarom heeft Mozes dan gezegd dat een man van zijn vrouw mag scheiden? Als hij haar maar een brief geeft waarin staat dat zij niet langer zijn vrouw is.’ ‘Omdat uw hart van steen is,’ antwoordde Jezus. ‘Daarom heeft Mozes dat toegestaan. Maar het is niet Gods oorspronkelijke plan. 9Luister goed, Ik zeg u: iemand die zijn vrouw verlaat en daarna opnieuw trouwt, pleegt overspel. Tenzij zijn eerste vrouw gemeenschap met een andere man heeft gehad.’ Jezusʼ leerlingen zeiden: ‘Als de verhoudingen tussen man en vrouw zo liggen, kun je beter niet trouwen.’ ‘Niet iedereen zal begrijpen wat Ik nu ga zeggen,’ zei Jezus. ‘Het is alleen voor de mensen die God het inzicht geeft. Sommige mensen kunnen niet trouwen, omdat zij nu eenmaal zo geboren zijn. Anderen kunnen niet trouwen, omdat zij door mensen ongeschikt voor het huwelijk zijn gemaakt. Weer anderen trouwen niet, omdat zij daar ter wille van het Koninkrijk van de hemelen van afzien. Laat ieder die het begrijpt, dit aannemen.’ Mat.19, 3-12
Wanneer de grenzen van het toelaatbare worden uitgerekt, is het gevaar dat het ontoelaatbare geaccepteerd wordt. Ik denk dan vooral aan seks met dieren en seks met kinderen. Hier is per definitie sprake van machtsongelijkheid en voor mij is dit dan ook altijd en in elke omstandigheid ontoelaatbaar en laakbaar. En wat mij betreft ook strafbaar. Waar ligt dan de grens? Hoe oud moet een kind zijn voor er sprake mag of kan zijn van seksuele activiteiten? En dan is er nog een groot verschil tussen wat kinderen van min of meer dezelfde leeftijd met elkaar experimenteren en seksuele activiteit tussen een volwassene en een kind.
Als een puber van 14, 15 jaar oud gezien wordt door een volwassene als een volwaardige sekspartner en de puber gaat gewillig mee in de relatie, dan is er evengoed nog sprake van machtsongelijkheid. En naar mijn mening zou de volwassene dan zijn of haar hersens moeten gebruiken en de seks afwijzen. Is volwassen worden niet een leren wanneer wel of niet toegeven aan een lust? Iedere volwassenen draagt verantwoordelijkheid voor kinderen en andere zorgbehoevende die het pad kruist.
Ik ben mezelf kunnen worden dankzij mijn relatie met Henk en ik denk dat het andersom ook geldt. Nu wil ik absoluut niet zeggen dat iedereen zich maar moet conformeren en alle andere gevoelens ongeldig of onacceptabel zijn of dat een traditioneel huwelijk (man en vrouw zonder mogelijkheid tot scheiding) de enige juiste weg is, ik wil alleen mijn zorg uiten dat een verschuivende grens een gevaarlijk iets is dat goed in de gaten moet worden gehouden. Een seksuele relatie is iets prachtigs dat bestaande liefde kan doen groeien en afgezien van de spirituele verdieping die een seksuele relatie aan een verhouding kan geven, kan het ook gewoon prettig, plezierig, lekker zijn. Zelfs tussen onbekenden. Maar binnen een liefdevolle relatie biedt seks een mogelijkheid om te verdiepen. Er is meer groei te halen uit een betekenisvolle, liefdevolle relatie dan uit one-night-stands, hoe aantrekkelijk en ontspannend die ook mogen zijn.
Begrijp me niet verkeerd; ik ben absoluut geen heilig boontje en ik heb tijdens mijn huwelijk ook weleens buiten de deur gepist. Ik ben nooit vreemd gegaan want naast dat ik me altijd netjes voorstel, heb ik er nooit een geheim van gemaakt. En hoewel mijn liefhebbend echtgenoot het echt niet leuk vond, was het nooit reden om uit elkaar te gaan. Inmiddels is mijn seksleven als een sprookje: er was eens….maar Henk en ik gaan wel elke dag meer van elkaar houden. Dat heeft zeker ook te maken met het feit dat ik tegenwoordig vrijwel altijd thuis ben, waar ik vóór de crisis zeker vier dagen in de week van huis was voor mijn werk. We zijn meer en meer op elkaar aangewezen en omdat we 15 jaar geleden elkaar in het openbaar en voor het aanschijn van God beloofd hebben voor elkaar te zorgen, doen we dat ook. En we doen dat met en in liefde. En soms met een hoop geschreeuw 😛 omdat (of als) we elkaar niet goed begrijpen.
Seks en liefde zijn weliswaar niet synoniem maar hebben toch (veel) met elkaar te maken. Petrus Chrysologus (ca. 406-450, bisschop van Ravenna en kerkleraar) schrijft hierover met bovenstaande lezing uit Mattheus in gedachte: “In hun verbondenheid met de Heer is de vrouw niets zonder de man, en ook de man niets zonder de vrouw”, zegt de apostel Paulus (1Kor 11,11). (…) De man en de vrouw gaan samen op weg naar het Koninkrijk. Zonder ze te scheiden, roept Christus tegelijkertijd de man en de vrouw, die God verenigt en die de natuur samen verbindt, door hen dezelfde gebaren en dezelfde taken te geven om samen te delen, in een bewonderenswaardig verbond. Door de band van het huwelijk maakt God dat de twee wezens één worden en dat één enig wezen twee wordt, in die zin dat men er een ander zelf in ontdekt, zonder zijn eigenheid te verliezen of zich te verwarren in het echtpaar zijn.“
Deze parabels roepen een groter menselijk project op: de man en de vrouw beëindigden met het proces van de wereld, een proces dat zich al eeuwen voortsleept. Adam, de eerste man en Eva, de eerste vrouw worden van de Boom van kennis van goed en kwaad naar het vuur van het Evangelie geleid. (…) Deze monden die ziek werden van de vrucht van de giftige Boom zullen genezen worden door de heerlijke smaak van de Levensboom, van deze boom met de smaak van vuur die het ijzige geweten van de andere boom omhelst. De naaktheid heeft hier geen effect meer, ze schaamt zich niet meer: de man en de vrouw worden helemaal met vergiffenis bekleed.*einde citaat
In een exclusieve relatie wordt de relatie met God zichtbaar. Twee mensen in een diepgaande, liefdevolle, seksuele relatie kunnen hun spiritueel leven verdiepen en daardoor hun relatie met God. Nogmaals, ik probeer geen oordeel uit te spreken over welke vorm van seksualiteit dan ook. Ik probeer alleen te schrijven dat ik me zorgen maak over het vervagen van de grenzen van het toelaatbare. Er zijn grenzen die universeel, internationaal geaccepteerd zouden moeten worden. Idealiter zou er alleen sprake zijn van seks binnen een liefdevolle relatie. Seks is toch een wereldlijke vertaling van Gods onvoorwaardelijke liefde voor ons, zoals we kunnen lezen in het 13e hoofdstuk van Korintiërs:
De liefde van God Als ik wel de talen van mensen en engelen zou spreken, maar geen liefde heb, klink ik als een dreunende gong of een schelle cimbaal. Als ik Gods woord doorgeef, alle geheimen doorgrond, alles weet wat er te weten is en al het geloof heb, zodat ik bergen kan verzetten, maar geen liefde heb, ben ik niets. Als ik mijn bezittingen stuk voor stuk uitdeel en mijn lichaam geef om te worden verbrand, maar geen liefde heb, dan heb ik er niets aan. De liefde is geduldig, de liefde is vriendelijk, de liefde is niet jaloers. Zij doet niet gewichtig en is niet trots, zij kwetst niet, is niet egoïstisch en voelt zich nooit beledigd, zij neemt niemand iets kwalijk, zij is niet blij met onrecht, maar juist met de waarheid. De liefde beschermt altijd, heeft altijd vertrouwen, verwacht het altijd van God en houdt stand. Aan de liefde komt nooit een einde. Het spreken namens God zal eens niet meer nodig zijn, het spreken in klanktalen zal ophouden, kennis zal dan niet meer worden gevraagd. Want wat wij weten, is onvolledig, en wat wij namens God zeggen, is gebrekkig. Maar wanneer het blijvende en volmaakte komt, is dat het einde van het gebrekkige en onvolmaakte. Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind en redeneerde ik als een kind. Maar nu ik volwassen ben, heb ik het kinderlijke voorgoed achter mij gelaten. Nu hebben wij nog geen heldere kijk op Christus, maar later zullen wij oog in oog met Hem staan. Ik ken Hem nu nog niet volkomen, maar dan zal ik Hem volledig kennen, zoals Hij mij door en door kent. Kortom, er zijn drie dingen die blijven: geloof, hoop en liefde. Maar de liefde is het voornaamste.I Kor. 13
Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes, zijn broer, alleen met Zich mee, en bracht ze op een hoge berg. En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; zijn aanschijn schitterde als de zon, en zijn klederen werden wit als sneeuw. Zie, Moses en Elias verschenen hun, en spraken met Hem. Toen nam Petrus het woord, en zeide: Heer, het is ons goed, hier te zijn; zo Gij wilt, zal ik hier drie tenten opslaan: één voor U, één voor Moses, en één voor Elias. Terwijl hij nog sprak, zie, daar overschaduwde hen een lichtende wolk. En zie, een stem sprak uit de wolk: Deze is mijn geliefde Zoon, in wien Ik mijn welbehagen heb; luistert naar Hem. Toen de leerlingen dit hoorden, vielen ze op hun aangezicht neer, en werden zeer bevreesd. Maar Jezus kwam naar hen toe, raakte ze aan, en sprak: Staat op, en vreest niet. Toen ze nu de ogen opsloegen, zagen ze niemand dan Jezus alleen. Mat.17, 1-8
Vandaag staat de prachtige lezing van de transfiguratie, dat gedoe op die berg zoals Henk altijd zegt 😉 op het rooster. Jezus neemt drie apostelen mee de berg op om getuige te zijn van Zijn gedaanteverandering. Hij wil hen laten zien wie Hij werkelijk is; Zijn goddelijke natuur openbaren.
Eigenlijk best raar dat Jezus blijkbaar ook verschillende kanten van zichzelf liet zien. Ik ga er tenminste van uit dat déze Jezus, schitterend als de zon, de échte Jezus is. En misschien sla ik daarmee ook de plank volledig mis; want zijn niet alle gezichten die we laten zien onze échte gezichten? Ik weet dat ik heel veel verschillende kanten heb. Ik ken mezelf nauwelijks. Ik verbaas mezelf regelmatig. En even vaak weet ik niet precies hoe ik me voel of hoe ik ergens over denk….en vrees ik het oordeel van de ander. Ik houd vaak mijn eigen gedachte binnen omdat ik de ander niet voor het hoofd wil stoten. Ik sta vrij stevig in mijn eigen zijn, denk ik, en toch voel ik mij vaak geremd door wat de ander er van zou kunnen denken; pas in relatie tot de ander leren we onszelf kennen of durven we pas onszelf te zíen.
Petrus de Eerbiedwaardige, abt van Cluny (1092-1156) schreef hierover: Wat is er verwonderlijk aan dat het gelaat van Jezus als een zon werd, daar Hij Zelf de zon was? Hij was de zon, maar verborgen achter een wolk. Nu verwijdert de wolk zich en straalt Hij voor een ogenblik. Wat is deze wolk die verdwijnt? Het is niet het lichaam op zich, maar de zwakheid van het vlees dat voor een ogenblik verdwijnt. Oftewel, ik kan me wel verstoppen achter een masker, maar de werkelijkheid veranderd daardoor niet. Jezus laat zijn menselijk gezicht zien aan de mensen om hem heen en toch zien ze Zijn goddelijke natuur daar door heen. Zeker, het waren de drie leerlingen die de transfiguratie werkelijk hebben gezien maar zien niet alle volgelingen, alle discipelen, alle Christenen Zijn goddelijke natuur door Zijn mens-zijn heen schijnen?! Hoe kan het anders bestaan dat we ruim 2000 jaar na dato nog steeds over Hem praten? Hij is niet alleen gezien, Hij is ook herkend. Petrus de eerbiedwaardige noemt deze vermomming ‘door vlees gesluierd’ De door dit vlees gesluierde zon is niet “die opgaat over goede en slechte mensen” (Mt 5,45), maar “de Zon der gerechtigheid” (Mal 3, 20) die alleen opgaat voor hen die God vrezen. Gewoonlijk gesluierd door de wolk van het vlees, straalt dit “Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt” (Joh 1,9) vandaag volop. Vandaag verheerlijkt ze hetzelfde vlees; zij toont het vergoddelijkt aan de apostelen, opdat de apostelen het aan de wereld openbaren. *einde citaat*
icoon van de Gedaanteverandering van de Heer (Thaboricoon), Kerk van de H.Transfiguratie in Pereslavl door Theodoor de Griek, ca. 1403
Ik voel me vaak niet of over het hoofd gezien. Maar dat kan ook komen omdat ik veel positieve aandacht nodig heb 😀 En dat heeft dan weer te maken niet alleen met mijn bescheiden en introverte natuur, maar zeker ook met een zekere onzekerheid. Aan de andere kant ben ik dan wel weer zo dat ik mijn eigen plan trek, mijn eigen beslissingen neem en me niet of nauwelijks laat beïnvloeden. Ook hier meer dan één kant dus, alles en iedereen heeft meerdere gezichten… Er zijn maar weinig mensen in wiens buurt ik me volledig mezelf voel, maar de transfiguratie leert mij dat het ook niet belangrijk is dat iedereen je innerlijkste zelf ziet. Als er een paar mensen zijn die werkelijk open naar je kijken en je herkennen ook al straal je licht van binnen uit, dat is voldoende. De rest van de mensheid mag naar de buitenkant kijken en daarvan vinden wat ze willen. Misschien zijn er sommige die innerlijke schoonheid zien door de buitenkant heen, net als bij Jezus.
God ziet alles.
God ziet alles en is altijd overal. Dit wordt vaak geuit als dreigement. En natuurlijk als je iets doet wat niet door de beugel kan (en je weet dat zelf ook heus wel!) dan is het fijn te denken dat in ieder geval NIEMAND het heeft gezien. Dat God alles ziet gooit dan mooi roet in het eten. Ik heb het altijd al een enorme troost en opluchting ervaren dat God alles ziet. Er is tenminste Één die mij ziet zoals ik ben, voor wie ik me niet beter hoef voor te doen dan ik me voel, voor wie ik niks hoef te verbergen, wie ik niks hoef uit te leggen. En die ondanks alles gewoon van me houdt en mij bewaart in de palm van Zijn hand. Mijn geloof in God en Zijn voortdurende goedheid geeft mij iedere dag kracht weer iets te verzinnen en tegen de stroom in te zwemmen. Niet omdat ik per se tegendraads wil zijn, maar omdat ik nu eenmaal die kant op wil. Mensen vragen weleens waarom ik altijd de moeilijke weg kies. Ik vraag me dan altijd af waarom ze er van uit gaan dat ik meer dan één weg zie?
Het geloof, of beter gezegd MIJN geloof geeft me de kracht door te modderen in dit ondermaanse. Het lied voor vandaag: https://youtu.be/gGtvZ02KmSc
Geloof is een stok om op te leunen, niet om mee te slaan.
Jezus vertelde nog een gelijkenis. ‘U kunt zich het Koninkrijk van de hemelen ook zo voorstellen. Een boer zaaide goed graan op zijn land. Maar op een nacht, terwijl iedereen sliep, kwam zijn vijand en zaaide onkruid tussen het graan. Toen het graan begon te groeien, schoot ook het onkruid op. De knechten gingen naar de boer toe en zeiden: “Het veld waar u dat goede graan hebt gezaaid, staat vol onkruid!” “Dat heeft een vijand gedaan,” zei hij. “Zullen wij het onkruid ertussen uittrekken?” vroegen zij. “Nee,” antwoordde de boer. “Want dan trekken jullie het jonge graan ook mee. Laat ze maar samen opgroeien tot de oogst. Dan zal ik tegen de maaiers zeggen dat zij eerst het onkruid bijeen moeten halen en verbranden. Daarna kunnen zij het graan in de schuur brengen.” Matt. 13, 24-30
Jezus spreekt vaak in parabels. Soms is het net of Hij expres verhalen verteld die zó ingewikkeld zijn dat niemand ze meteen snapt, alsof Zijn verhalen alleen bedoeld zijn de mensen wakker te schudden en tot nadenken aanzetten. Bovenstaand verhaal was toch blijkbaar ook de leerlingen te gortig en ze vragen Jezus om uitleg:
Jezus stuurde de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij Hem zitten en vroegen wat Hij bedoelde met de gelijkenis over het onkruid tussen het graan. ‘Luister,’ zei Hij. ‘Ik, de Mensenzoon, ben de boer die het goede zaad zaait. Het land is de wereld. Het goede zaad zijn de mensen die bij het Koninkrijk horen. En het onkruid zijn de mensen die bij de duivel horen. De vijand die het onkruid heeft gezaaid, is de duivel. De oogst is het einde van deze tijd en de maaiers zijn de engelen. Zoals in dit verhaal het onkruid bijeengehaald en verbrand wordt, zo zal het ook gaan bij het einde van deze tijd. Ik, de Mensenzoon, zal mijn engelen eropuit sturen. Zij zullen alle verleidingen en alle slechte mensen uit mijn Koninkrijk bijeenhalen en in de oven gooien. Daar zal het een en al wroeging, tranen en verdriet zijn. Maar de goede en gelovige mensen zullen in het Koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Wie oren heeft, moet ook goed luisteren!Mat. 13, 35-43
Gelukkig maar dat de leerlingen meelopen en vragen stellen, anders zou het voor ons zoveel eeuwen later weleens onmogelijk blijken de boodschap te kunnen begrijpen. Dat is toch al vaak ingewikkeld aangezien de tijdgeest veranderd is en de geschriften niet mee veranderen. We moeten leren onderscheid te maken tussen de werkelijke boodschap en de verpakking. De verpakking was hoogstwaarschijnlijk ruim 2000 jaar geleden voor iedereen duidelijk. Zaken die algemeen bekend kunnen worden veronderstelt, hoeven niet uitgebreid beschreven. Ik kan nu kort iets roepen over iets opzoeken op het net en vrijwel iedereen zal direct begrijpen wat ik bedoel. Niet zo heel erg lang geleden was dat onbekend en een onmogelijkheid. Mensen veranderen nauwelijks, maar de omstandigheden in de wereld en wat er als algemeen bekend beschouwd kan worden, kan supersnel veranderen!
Wat er natuurlijk niet veranderd, onveranderlijk is, is het Koninkrijk Gods. In het zesde hoofdstuk van Mattheüs leert Jezus Zijn discipelen, en dus ook ons, bidden tot Zijn Vader die ook onze Vader is. Wanneer wij Hem aanvaarden als onze Heer en God mogen we voor altijd op Zijn genade vertrouwen. Dat geldt natuurlijk voor na onze dood wanneer we in de Heerlijkheid worden opgenomen, maar zeker ook voor de tijd die we in dit ondermaanse doorbrengen. Alles wat we hier doen, laten en denken wordt onderdeel van ons zijn, van onze ziel. Fysiek en lichamelijk kunnen we niks meenemen. Een doodshemd heeft geen zakken, hing er boven het bureau van mijn opa. (Ik hoorde laatst iemand zeggen: in een rouwstoet rijden geen vrachtwagens mee. Dat vond ik ook wel een mooie.) Niets van wat hier als waardevol wordt beschouwd, geld, bezit, status, heeft substantie of waarde aan de andere zijde. Het enige wat telt, wat we mee kunnen nemen en waarvan we zullen moeten leven is LIEFDE.
Liefde is het belangrijkste wat er bestaat. Hier, voor ons mensen en de rest van de schepping, maar zeker ook in het Koninkrijk. De heilige Teresa probeert ons te leren dat er veel minder onderscheid is tussen deze wereld en de volgende. Vooral voor Christenen zou er minder ruimte mogen zijn tussen hemel en aarde. Hier mogen we proberen, moeten we laten zien dat we een afspiegeling zijn van het Goede, van de Liefde. Licht verspreiden en het duister verjagen, dát is de taak die ons Christenen is toebedeeld. Wij zijn de voorafbeelding van wat ons te wachten staat……of we zouden dat moeten zijn. De liefde en het licht dat we hier uitstralen is een voorafbeelding van de hemel.
Er zijn geen twee werelden, de fysieke wereld en de geestelijke wereld; er is er slechts één: het Koninkrijk van God “op aarde zoals in de hemel”(vgl. Mt 6,10).Velen onder ons bidden het volgende: “Onze Vader die in de hemel zijt”. Zij denken dat God daarboven is, wat het idee van een scheiding tussen de twee werelden wortel doet schieten. Velen in het Westen houden ervan om de geest en de materie te onderscheiden. Maar de hele waarheid is één en de werkelijkheid ook. Vanaf het moment dat we de menswording van God erkennen, die voor de christenen zich verwerkelijkt in de persoon van Christus, beginnen we met het serieus nemen van de dingen. Teresa van Calcutta (1910-1997)
Ik probeer de dingen serieus nemen en liefde, licht en waarheid te verspreiden onder de mensheid.
Ze hebben heel veel verschillende namen: sperziebonen, herenbonen, prinsessenbonen, slabonen, Franse bonen…Wij zeggen meestal gewoon boontjes, maar we kweken de Tweelose dubbele witte zonder draad. 😉 Elke twee weken zet ik 16 plantjes (2 rijtjes van 8) vanaf eind mei tot begin augustus. Henk kweekt die plantjes op in het kweekkasje en op die manier hebben we maximale oogst. Elke plant geeft zo’n beetje een kilo bonen en niet alleen eten we er van tot we genoeg hebben; we vriezen meer dan de helft in voor de winter. Dat geldt voor de meeste groenten van de tuin: invriezen, wecken, fermenteren, in het donker bewaren. We doen er alles aan om zoveel mogelijk uit onze eigen tuin te eten. Het is even werk, maar dan heb je ook wat!
Sinds een jaar of vijf zetten we ook elk seizoen een paar rijtjes aardappels. Voor de prijs hoeft dat niet; ik koop bij de boer een zak van vijf kilo aardappels voor 2,50€, maar het is leuk om aardappels van eigen tuin te eten en bovendien hebben we in die jaren ook wat geëxperimenteerd met aardappelrassen. Aardappels zijn bijzonder gevoelig voor fytoftora; één van de redenen waarom we voorheen nooit aardappels hadden. Wij willen namelijk absoluut geen gif gebruiken. Helaas zijn niet alle moestuinders zo anti-gif en heb ik al een aantal keer onze moestuin met hand en tand moeten verdedigen tegen de gifspuit van een medetuinder.
Fytoftora is een schimmelziekte die alle nachtschadeplanten kan aantasten. Dus niet alleen aardappels, maar ook tomaten en paprika’s bijvoorbeeld. Bij de aardappels kun je de schade nog beperken wanneer je er vroeg genoeg bij bent, de ziekte op de bladeren herkent (aan roestige stipjes) en al het loof verwijdert. De aardappels onder de grond kunnen zich dan wel ontwikkelen, al worden ze minder groot dan als het blad er nog boven zou staan. Fytoftora is erg besmettelijk en reist door de lucht, dus als één tuinder het heeft is de kans groot dat alle tuinen aangetast zullen worden. Zeker wanneer er veel beweging is en mensen in elkaars tuin op bezoek komen. Als de tomaten of de paprika’s aangetast worden, heb je pech; de vruchten groeien helaas niet onder de grond en kunnen even makkelijk besmet raken als de bladeren. Tomaten worden zwart en oneetbaar 😦 Lees meer over deze ziekte hier: https://nl.wikipedia.org/wiki/Aardappelziekte
Dit seizoen is niet de fytoftora, maar de Coloradokever het grootste gevaar voor de aardappelplanten. Lees meer over deze exoot hier: https://nl.wikipedia.org/wiki/Coloradokever Het enige voordeel van deze kever is dat hij enkel en alleen de aardappels aantast. Veel van onze buurtuinders zijn al met de gifspuit in de weer geweest. Wij hebben niet één kever gevonden, maar toen ik gister aardappels ging rooien, vond ik toch een paar larven van de Coloradokever. Hoe verschrikkelijk ik het ook vind, deze larven worden doodgemaakt. Dat is de eerlijkste en zekerste manier om de Coloradokever terug te dringen. De enige manier om echt van de Coloradokever af te komen, is geen aardappels telen:
Opmerkelijk is dat de coloradokever in tegenstelling tot de meeste insecten niet gebonden is aan een bepaalde habitat. Ook het klimaat van een gebied speelt nauwelijks een rol voor de kever. Zowel in woestijnachtige gebieden in zuidelijk Noord-Amerika als in koele streken in Canada kan de soort worden aangetroffen. De larven en eieren van de coloradokever kunnen niet tegen vorst en in landen waar de bodem regelmatig bevriest zal de kever niet in staat zijn zich te handhaven. De enige voorwaarde waar een gebied daarnaast aan moet voldoen om coloradokevers te laten overleven is de aanwezigheid van aardappelplanten. *einde citaat*
Coloradokever
Dus volgend seizoen telen wij geen aardappels. Helaas zullen onze medetuinders het daar niet mee eens zijn en zetten zij niet alleen aardappels, ze zullen ook gif gaan spuiten tegen de kever én tegen fytoftora. Want de algemene gedachte is dat wat goed is voor één, ook goed is voor allen. Het is een lelijke gedachte, want het gif tegen de Coloradokever vermoordt ook andere kevers en alle andere vliegende insecten zoals bijen, hommels, vlinders . En er zijn er al zo weinig!
pruimenboom in onze moestuin
Ik zou graag willen zeggen dat mijn wantrouwen jegens de medische wereld is begonnen toen in 2010 Henk hartpatiënt werd door medisch falen. Maar voor die tijd had ik al zeker drie keer het ziekenhuis verlaten tegen medisch advies in. Ik ben ervan overtuigd dat ik zelf mijn lichaam het beste ken; ik woon er tenslotte al meer dan 50 jaar in. Ik weet dat mijn lijf slecht of niet reageert op chemische troep; van koortswerende middelen krijg ik meestal koorts en ook andere zogenaamde medicijnen doen veelal precies het tegenovergestelde van wat ze zouden moeten doen. Door de bank genomen willen artsen dit niet alleen niet horen, ze geloven het ook niet. Zij scheren iedereen over één kam. Deze symptomen, deze ziekte, dit medicijn. Ik ben het er vaak niet mee eens en verlaat dan de spreekkamer/ het ziekenhuis. Wat er in mijn lijf gaat, bepaal ik en niemand anders.
Wat goed is voor de één is niet per definitie ook goed voor een ander.
In mijn leven heb ik de wereld zien vermedicaliseren. Mensen gaan voor elk wissewasje naar de dokter. Vrouwen bevallen liever in het ziekenhuis dan thuis. Mensen worden getest op de meest vreselijke ziektes zonder dat ze zelfs maar symptomen hebben, komen vervolgens in een verschrikkelijk zware behandeling terecht en zijn zieker dan voor de diagnose. Ik probeer het echt te melden zonder waardeoordeel, maar ik kan me écht niet voorstellen dat je jezelf dat vrijwillig aandoet….Ik zeg altijd dat de enige keer dat een dokter mij nog mag zien is om te constateren dat ik dood ben. Natuurlijk ben ik verstandig genoeg om nooit nooit te zeggen. Ik bedoel ik zal maar een bot breken! maar het geeft wel aan hoe ik erover denk. Gezondheid is iets anders dan de afwezigheid van ziekte.
De laatste twee jaar (sinds maart 2020) is het natuurlijk helemaal uit de klauwen gelopen. Voor die tijd was (bijna) niemand bang om ziek te worden en werd er vrolijk op los geleefd. Sindsdien gaat het alleen nog maar over ziekte en wat daarbij komt. En de overheid spuit gif. Over alles en iedereen, zonder aanzien des persoons, zonder te kijken naar wat goed zou zijn, of beter zou kunnen. Ik verstop me al een tijdje door geen msm meer te kijken en zoveel mogelijk in mijn eigen leven te leven; muziek, schrijven, huishouden, lezen, moestuin.
Jezus vertelde nog een gelijkenis. ‘U kunt zich het Koninkrijk van de hemelen ook zo voorstellen. Een boer zaaide goed graan op zijn land. Maar op een nacht, terwijl iedereen sliep, kwam zijn vijand en zaaide onkruid tussen het graan. Toen het graan begon te groeien, schoot ook het onkruid op. De knechten gingen naar de boer toe en zeiden: “Het veld waar u dat goede graan hebt gezaaid, staat vol onkruid!” “Dat heeft een vijand gedaan,” zei hij. “Zullen wij het onkruid ertussen uittrekken?” vroegen zij. “Nee,” antwoordde de boer. “Want dan trekken jullie het jonge graan ook mee. Laat ze maar samen opgroeien tot de oogst. Dan zal ik tegen de maaiers zeggen dat zij eerst het onkruid bijeen moeten halen en verbranden. Daarna kunnen zij het graan in de schuur brengen.” Matt. 13, 24-30
Ik herken dat uit de moestuin. Vaak kun je onkruid pas wieden als het plantje wat je gezaaid hebt groot genoeg is gegroeid zodat je onderscheid kunt zien. Soms kan het inderdaad verstandiger zijn het onkruid gelijk op te laten groeien met het zaaigoed om wortelschade te voorkomen. Maar dat geldt lang niet voor alle plantjes! Sommige plantjes hebben veel last van onkruid, waar andere sterk genoeg zijn om zelf het onkruid te verdelgen wanneer ze daar aan toe zijn. Het is altijd eerlijker te kijken naar individuele behoeftes en verlangens, dan iedereen hetzelfde toe te bedélen en vinden dat iedereen maar tevreden moet zijn (met hetzelfde). Hebben we daarvoor duizenden jaren evolutie doorgemaakt? Om eenvormig en onbeduidend te worden? Ik denk daar toch anders over!
Wat goed is voor de één, is niet per definitie goed voor een ander. Of, zoals mijn Vader jaren geleden in mijn poesiealbum schreef: wees jezelf en word zo iemand, lukt dat niet dan ben je niemand
Eind mei stuurde een lieve vriend deze link https://www.uitzendinggemist.net/aflevering/552578/Kruispunt.html Een uitzending over de zalige Titus Brandsma. Het gerucht gaat dat hij binnen afzienbare tijd heilig verklaard gaat worden. Ik heb veel bewondering voor hem. Ik dus kijken (aanrader!) en toen ik de prachtige Bonifatiuskapel in Dokkum zag, wilde ik er meteen naartoe. Weet je wat ik doe, dacht ik bij mezelf? Ik ga erheen lopen!
Bonifatiuskapel Dokkum
Dat leek me nou een mooi project. En aangezien ik werkloos ben, dacht ik daar alle tijd voor te hebben. Helaas liep dat anders. De mens maakt plannen, God lacht. Ten eerste had ik nog een aantal vieringen staan die ik niet af wilde zeggen en kreeg ik een uitnodiging om de vrouwenschola te komen begeleiden in de Catharinakathedraal in Utrecht. Maar ondertussen kon ik natuurlijk wel plannen maken. En trainen.
Ik ben een route gaan maken. Er kwam een reishangmat (inclusief klamboe tegen de insecten en een tarp tegen de regen=1, 8 kilo), een lichtgewicht slaapzak en een reisbrevier. En natuurlijk een sint Christoffel die mijn zus voor me op mijn tuniek heeft genaaid. Ik ging lange afstanden lopen. Buiten slapen deed ik allang; dat hoefde ik niet te trainen 😀
De eerste keer dat ik om te oefenen twee dagen ging lopen, bleef ik dichtbij huis. In geval van calamiteiten zou ik snel weer thuis kunnen zijn. Er deden zich geen ongelukkige dingen voor. Ik heb heerlijk geslapen in het bos in slaap gewiegd door uil, nachtegaal en nachtzwaluw en wakker geschrokken van de boomkikkers.
De tweede keer dat ik ging lopen om te oefenen, koos ik voor een route íets verder van huis. Ik was van plan drie dagen weg te blijven, maar materiaalpech dwong me de tweede dag alweer huiswaarts te keren. (lees het hele verhaal hier: https://juniperpiarachel.com/2021/06/25/oefening-baart-kunst/
Nou had ik toch alle kinderziektes wel gehad, dacht ik en ik vertrok op een ochtend vol goede moed en in de verwachting na een dag of twaalf in Dokkum aan te komen. Ik had een geleende rugzak bij me, want mijn eigen rugzak bleek er toch ernstiger aan toe. Ik stapte lekker. Het was heerlijk wandelweer en de wind zat in mijn rug. Ik had nog geen 500 meter gelopen of ik struikel en ga over de kop, land op mijn rechterknie en stoot mijn hoofd onzacht tegen de grond. Au. Ik besluit toch door te lopen, al gaat het wat langzaam. Maar de volgende ochtend blijkt mijn knie dusdanig stijf, paars en pijnlijk dat ik toch maar weer naar huis ben gegaan. Nu, na een paar dagen rust, kan ik weer redelijk normaal lopen. En nu hoop ik dat ik nóg een keer onderweg kan. Maar het blijkt lastig twee, drie weken achter elkaar een lege agenda te hebben. De mens maakt plannen, God lacht.
Mijn jongste broer woont niet zo ver van Dokkum vandaan en ik was (ben) van plan na mijn bezoek aan Dokkum nog door te lopen en bij hem aan te kloppen. Zelf doet hij altijd lange afstanden fietsen en hij vond het helemaal geen vreemd idee. Integendeel! hij kwam meteen met het volgend citaat van Nietzsche (hij is wetenschapsfilosoof 😉 ) On ne peut pas penser et ecrir qu’assis(G. Flaubert)—Damit habe ich dich, Nihilist! Das sitzfleisch ist gerade die Sünde wider den heiligen Geist. Nur die ergangenen Gedanken haben Werth *einde citaat* Alleen gedachten die boven komen tijdens het lopen zijn de moeite waard, was de eenvoudige verklaring die mijn broer gaf.
Daar liep ik over na te denken. Mijn knie deed pijn en ik had inmiddels nog veel meer blauwe plekken en bulten ontdekt. Mijn water was op en ik werd steeds chagrijniger. Mmm, dacht ik, de bedoeling is dat ik me béter ga voelen! Niet nog slechter. Heb ik me zó goed voorbereid en dan gaat het nog mis! Waarom doe ik mezelf dit aan? Misschien wil God wel dat ik gewoon lekker thuis blijf zitten, voor Henk en Reinier zorgen en voor mijn Moeder en de moestuin. Want de eerste keer ging mijn rugzak stuk en nou deze val. Het kan toch niet anders dan een teken zijn dat ik niet op bedevaart moet??? En wat heb ik nou eigenlijk geleerd over mezelf in die dagen? Heeft het wel een doel gediend?
Ik wist al wel van mezelf dat ik houd van alleen zijn. En ook van stilte houd. Ik wist niet dat ik ook overprikkelt kan raken van natuurgeluiden, zoals de wind door de bomen of het ruisen van de zee. De volgende keer neem ik mijn nc-headphones mee. Ik ben niet erg aardig voor mezelf, dat heb ik ook geleerd. Misschien moet ik me daar eerst maar eens in gaan verdiepen. Aan de andere kant, misschien kan ik dat lopend wel heel goed oefenen! Meer en vooral langer rusten, minder vertrouwen hebben in mijn eigen richtinggevoel en gewoon de route volgen die ik van tevoren heb uitgestippeld en op tijd een punt zoeken waar ik water kan tappen.
Een paar dagen weer thuis en ik voel dat dit avontuur nog niet afgelopen is. Ik ga zeker nog een keer op weg en ik hoop dan echt langer dan twee dagen weg te (kunnen) blijven. Henk zegt: ze zijn heus niet met de eerste raket op de maan gekomen! Weet je hoeveel raketten ze daar voor nodig hebben gehad? Geen idee, maar hij heeft een punt. Opgeven komt niet in mijn woordenboek voor.
Mijn zus zei: je loopt sowieso al tien passen vooruit op iemand die het niet eens geprobeerd heeft. Ook waar. Ik hoop alleen dat ik snel weer goed kan lopen zodat ik weer kan gaan trainen