traditie?

De liefde vergaat nimmermeer; maar profetieën, zij zullen afgedaan hebben; tongen, zij zullen verstommen; kennis, zij zal afgedaan hebben. Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren. Doch, als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben. Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was. Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben. Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde. 1 Kor.13, 8-13

Zoals elke koningsdag (en voorheen elke koninginnedag) stonden er vanochtend om 8.00 twee trompetters op de kerktoren het volkslied te blazen. Omdat ik buiten slaap, was het alsof ze op het balkon van de buren stonden. Ik ben heel vaak boven op die toren geweest. Het orgel in die kerk staat ongeveer ín het trappenhuis dus het is heel verleidelijk even verder te klimmen. Het is een hoge toren en ik begrijp dat ze die niet alleen voor het volkslied willen beklimmen. (Wil je meer lezen over deze kerk, klik dan hier: https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Burght_(Den_Burg) ) Maar echt serieus! Na het volkslied werd ik vergast op een aantal vaderlandsche liederen waarvan ik echt denk dat dat niet meer kan. De tekst van het volkslied zelf vind ik al vrij dubieus, eerlijk gezegd. We zingen eigenlijk alleen couplet één en zes, maar kijk eens naar couplet zeven, negen of elf (ter informatie: er zijn vijftien coupletten.)

7: Van al die mij bezwaren en mijn vervolgers zijn, mijn God, wil toch bewaren den trouwen dienaar dijn dat zij mij niet verrassen in hunnen bozen moed, hun handen niet en wassen in mijn onschuldig bloed! Oftewel God staat aan onze kant en zal de vijand wel even voor ons de kop afslaan, voordat zij ons de kop afslaan. Mmm, ten eerste denk ik dat God zich niet voor welk karretje dan ook maar laat spannen. En ten tweede is het helemaal niet gezegd dat de vijand, de vervolger, niet net zo hard tot God bidt om overwinning.

op de toren van De Burcht, Den Burg met mijn nichtje Cecilia (2013)

En dan die Nederlandse volksliederen, schaamteloos generaliserend. Ferme jongens, stoere knapen
Foei hoe suffend sta je daar
Zijt ge dan niet welgeschapen
Zijt ge niet van zessen klaar
Schaam je jongens en ga mee
Naar de zee, naar de zee
Schaam je jongens en ga mee
Naar de zee, naar de zee

Vroeger was er geen aandacht voor diversiteit. Jongens werden opgevoed tot mannen die niet huilen, hard werken en voor vrouw en kinderen te zorgen. Meisjes moesten met poppen spelen en helpen in de huishouding opdat ze later zelf een huishouden konden voeren, mits ze natuurlijk de geboorte van kind zes of zeven overleefde…Dit lijkt misschien achterhaald gedachtengoed, maar deze instelling van eeuwen speelt door tot in de kleinste details van onze samenleving. Plus het is nog helemaal niet zo lang geleden dat meisjes na de lagere school gewoon thuis bleven om te helpen met de huishouding totdat ze zelf gingen trouwen. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw was het gebruikelijk werkende vrouwen te ontslaan zodra ze gingen trouwen. En vrouwen kregen pas kiesrecht in 1917.

Traditie.

Ook zo een fraaie traditie in onze samenleving is het zwarte knechtje van Sint Nicolaas. Omwille van de traditie zijn veel mensen tegen de afschaffing, of het veranderen van de stereotiepe Zwarte Piet. Ze hebben het nooit als racistisch of discriminerend ervaren en ergeren zich aan het feit dat dat voor anderen anders voelt. Ze denken dat ze uitgemaakt worden voor racist en dat wil natuurlijk niemand! Maar niets is minder waar. Het is begrijpelijk dat mensen met mooie herinneringen aan het Sinterklaasfeest dit graag in ere willen houden, maar is het zo moeilijk te begrijpen dat onze traditie voor anderen wellicht aanstootgevend, pijnlijk zelfs kan zijn?

Pieterknecht die komt eraan, Pieterknecht de neger. Kijk eens, wat een Moriaan, ’t lijkt wel een schoorsteenveger! Mag ik je eens wassen, Pieterknecht? Het helpt niet, jongens, het zwart is echt.

Al is dit een onbekend sinterklaasliedje; het staat nog wel in het boek met sinterklaasliederen gedrukt in 1995! Ik hoop toch dat iedereen het met me eens is dat dit écht niet meer kan!

Zo gaat dat vaak met tradities. Iedereen is eraan gewend. Niemand kijkt of luistert meer kritisch. En als er dan iemand komt die zegt: mensheid, luister! Wat we doen, is niet goed. Het kwetst mensen onnodig en we kunnen er beter iets anders voor in de plaats doen, dan is het huis te klein en begint iedereen door elkaar te schreeuwen om de traditie te bewaren. En dan klinkt vaak de allergevaarlijkste zin die ik ken: we hebben het altijd zo gedaan. Het feit dat iets al lange tijd zo gedaan wordt, maakt het niet per definitie goed! Wellicht is het zelfs zo dat wanneer je een fout herhaalt en herhaalt, dit alleen nog maar fouter wordt…vooral als je er moedwillig mee doorgaat nadat iemand je gezegd heeft aanstoot te nemen aan je gedrag. Als je niet bereid ben gedrag te veranderen naar aanleiding van betere informatie, dan is er weinig hoop voor verandering. Wanneer je zegt: we hebben het altijd zo gedaan, sluit je je oren en hart voor kritiek die misschien pijnlijk is, maar zeker kan leiden tot verbetering. Dit is allemaal groei en bij groeien hoort nu eenmaal groeipijn.

When you know better, you do better.

uitzicht vanaf de toren van De Burcht; als je weet waar ik woon, kun je mijn huis zien 😀

Roepingenzondag

Het is vandaag Roepingenzondag. Deze speciale Zondag werd in 1963 door de kerk ingevoerd. Oorspronkelijk bedoelt om te bidden om oprechte roepingen tot het priesterschap, diakenschap en het religieus leven. En niet alleen dat. Meer en meer wordt gevraagd, geroepen, om oprecht Christelijk leven. Er is aan onze kant van de wereld een enorm tekort aan priesters dus het is niet vreemd dat er veel aandacht in de parochies wordt besteed aan deze Zondag. En ook niet dat de mensen aangespoord worden zelfstandige en oprechte Christenen te zijn. Er zijn immers steeds minder priesters en diakens hen daarbij te helpen.

Een zeer goede vriend van mij viert vandaag zijn 45 jarig priesterjubileum. Ik vind het nogal bijzonder dat hij dat juist vandaag, op Roepingenzondag viert. Nu ja, hij viert het niet met een groot feest ofzo, maar toch. Toen hij priester gewijd werd, was het Beloken Pasen. Dat is de Eerste Zondag na Pasen. Dat komt, het Paasblok is een beweeglijk blok. Anders dan Kerstmis, wat we elk jaar op 25 december vieren, heeft Pasen geen vaste datum. Er komen heel wat ingewikkelde berekeningen bij kijken, maar simpel gezegd vieren we Pasen op de eerste Zondag na de eerste volle maan in de lente.

Pasen is niet alleen het belangrijkste, het is ook het oudste feest voor Christenen. De Paastijd loopt tot en met Pinksteren. De tijd vóór Pasen begint met de Aswoensdag (of misschien zelfs met de drie dagen ervoor: Carnaval). Aswoensdag is het startsignaal voor veertig dagen vasten. Model voor deze veertig dagen staan natuurlijk de veertig dagen die Jezus in de woestijn doorbracht. En Hij was aldaar in de woestijn veertig dagen, verzocht van den satan; en was bij de wilde gedierten; en de engelen dienden Hem. Marc. 4, 13

De tijd in het kerkelijk jaar die niets met Pasen of Kerst te maken heeft, noemen we gewoon de Tijd door het Jaar. Het Kerstfeest is parallel getrokken aan het Paasfeest. Er zijn wel andere historische bronnen die het bestaan van Jezus bevestigen, maar daarmee hebben we nog niet zijn geboortedag te pakken. Vroeger was er geen aandacht voor data. De meeste mensen wisten niet eens precies hoe oud ze waren, in welk jaar ze geboren waren. Laat staan op welke dag…dus toen de mensheid de geboorte van Christus wilde gaan vieren, hebben ze gewoon maar een datum geprikt. Dat is natuurlijk niet helemaal waar…..op 25 december werd er al sinds mensenheugenis een feest gevierd ter ere van het terugkomende licht. Het was handig en verstandig dit oude, heidense feest om te dopen. De kerk heeft Kerst zoveel mogelijk gemodelleerd naar Pasen. Zo duurt de Advent (de tijd vóór Kerst) ook veertig dagen (meestal vier, soms vijf Adventszondagen) vieren we op driekwart van die tijd een lichter feest omdat “het bijna zo ver is”. In de tijd voor Pasen is dat Zondag Laetare en in de Advent Zondag Gaudete. Beide Zondagen zijn vernoemd naar het eerste woord in de gregoriaanse introïtus en hebben als liturgische kleur roze. Ook dat is niet toevallig: in de Vasten en de Advent is de liturgische kleur paars en op deze Zondagen wordt het paars verlicht met wit en iedereen heeft op de kleuterschool geleerd dat paars met wit roze wordt. En precies negen maanden voor Kerst vieren we Maria Boodschap (op 25 maart) De engel Gabriël kwam Maria vertellen dat ze een kindje zou krijgen en de menselijke natuur in aanmerking genomen, moest dat negen maanden duren.

Gabriël kwam bij haar binnen en zei: ‘Ik wens u vrede toe! U bent een gelukkige vrouw. De Here zij met u!’ Maria raakte daardoor in de war en werd bang. Zij vroeg zich af wat hij bedoelde. ‘Wees niet bang, Maria,’ zei de engel, ‘want God heeft besloten u heel bijzonder te zegenen. U zult zwanger worden en een zoon krijgen, die u de naam Jezus moet geven. Hij zal een groot man zijn en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. Luc.1, 28-32

Er staat eigenlijk nergens dat Gabriel Maria vráágt of ze Jezus wil dragen. Toch wordt uit de rest van de tekst duidelijk dat Maria gehoorzaamt. Of toestemming geeft. Of misschien slechts haar lot aanvaard…

En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging van haar heen. Luc.1, 38

Van de zeven kardinale deugden wordt gehoorzaamheid genoemd als de belangrijkste. Ik mis mijn dubbelleven. Jarenlang had ik het beste uit twee werelden. De ene helft van de week leefde ik op het platteland, liep ik vele kilometers per dag door polder, duin en langs het strand met of zonder hond, werkte ik in de moestuin en deelde ik mijn dag in zoals het mij uitkwam. De andere helft van de week leefde ik in de stad en stond mijn agenda vol met afspraken, lessen, vergaderen, repetities, concerten en opnames. Minstens twee keer per week (meestal vaker) was ik ergens in een kerk muziek aan het maken of aan het studeren en tussendoor las ik, reisde ik en onderhield ik sociale contacten. Nu probeer ik gehoorzaam te zijn aan langdurig op dezelfde plek vertoeven….het valt niet mee! 😉

Ik heb altijd gedacht dat mijn roeping tweeledig was. Aan de ene kant God eren met mooie muziek. Qui cantat, bis orat (wie zingt, bidt dubbel) en Ad maiorem Dei gloriam (Ter meerdere glorie van God) en dat soort dingen. En aan de andere kant mijn liefde voor de muziek doorgeven aan mijn leerlingen. Beide roepingen zijn onverminderd in mijn ziel aanwezig, maar het werken eraan is weggevallen en ik bleef achter als een leeg omhulsel…

Vandaag, op Roepingenzondag, ga ik toch maar eens nadenken over hoe ik gehoorzaam kan zijn aan mijn roepingen zonder mezelf te verliezen en mijn nieuw gevonden kijk op het leven te integreren. Ik ben bezig met een plan al deze dingen samen te voegen en als het lukt, wordt het een prachtige tweede helft! Een tweede roeping, zeg maar.

woestijn en oase

Mijn moeder is 89 jaar oud. 90, zegt ze zelf. Hoewel ze soms wat warrig is en veel dingen niet meer zelf kan, woont ze nog steeds thuis. Dat kan omdat we de mantelzorg verdelen en met hulp van de fantastische thuiszorgers hier in de buurt. Twee dagen in de week ben ik bij haar. De vorige keer dat ik er was, vertelde ze dat ze midden in de nacht wakker was geworden en niet wist waar ze was. Ze kon het écht niet bedenken! Toen is ze uit bed gegaan en heeft ze een poosje op de stoel gezeten. “En,” zei ze. “Toen zag ik de televisie en een halfvolle fles wijn en toen wist ik het weer. Ik heb toen de televisie aangezet en een glas wijn ingeschonken en leeggedronken.” Zo ken ik mijn moeder weer!

Ik kan het maar niet loslaten. Hoe bang moet ze zijn geweest! Als je niet meer weet waar of wie je bent en dat dan midden in de nacht als alles stil en donker is en nergens iemand is…..Haar leven moet wel aanvoelen als lopend in een woestijn. Gelukkig heeft ze meestentijds geen weet van haar warrigheid en geheugenverlies. Haar woestijn geeft mij gelegenheid mijn liefde en geduld te schaven en te doen groeien.

God snoeit ons niet om ons pijn te doen.

Dat ga ik even uitleggen. Ik snap het zelf ook maar pas en dat dankzij het boek The Journey. Understanding God’s plan with your life van Lee Young. Het is nou ook weer niet zo dat dit boek alles duidelijk maakt. Het is meer dat mijn hele wezen en zijn bezig was deze vraag te beantwoorden, deze kwestie te onderzoeken en dat dit boek orde heeft gebracht in mijn chaotische gedachten en warrige conclusies. Ik zal bij het begin beginnen. Altijd een goed begin 😀

Een bijbelgeleerde die stond te luisteren, hoorde hoe raak Jezus de Sadduceeën antwoordde. Hij kwam dichterbij en vroeg: ‘Wat is het belangrijkste gebod?’ Jezus antwoordde: ‘Dat is: “Luister Israël, de Here is onze God, de Here is één. Heb de Here, uw God, lief met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw verstand en met heel uw kracht.” En het gebod dat daarna komt, is dit: “Heb uw naaste net zo lief als uzelf.” Belangrijker geboden dan deze twee zijn er niet.’  Marc.12, 28-31

Ik heb me altijd bezig gehouden met het tweede deel van dit gebod. Weinig in mijn leven was zo belangrijk als van mijn naaste houden en ervoor zorgen dat de ander gelukkig was. Zelf hoefde ik niet zo nodig gelukkig te zijn; ik ben eraan gewend ongelukkig te zijn, zei ik dan altijd. Ik probeer altijd de andere kant van de zaak te zien. De mening en gevoelens van anderen in acht te nemen, geen overhaaste conclusies te trekken en niet te (ver)oordelen. Toen ik in oktober 2019 in mijn huidige woestijn terechtkwam, nam ik een pauze van al deze empathie en was ik vooral bezig met mezelf uit de misère te trekken. Het leek erop dat deze depressie nooit voorbij zou gaan…

In november 2020 besloot ik radicaal te stoppen met alle media. Dus niet alleen Facebook en LinkedIn verlaten, maar ook geen krant meer lezen, geen televisie meer kijken (lang leve Netflix!), geen radio meer te luisteren en geen discussies meer aan te gaan. Ik maakte van mijn gevangenschap in de woestijn een volkomen vrijheid van de maatschappij en al haar conventies. Ik omarmde mijn woestijn zo goed en zo kwaad als het ging. (Overigens is het opmerkelijk hoeveel van het nieuws ik nog meekrijg ondanks dat ik me er volledig van heb afgesloten! Zo appte een vriend dat hij “naar Engeland” zat te kijken en begreep ik onmiddellijk dat hij het had over de uitvaart van prins Philip.) Ik begreep niet waarom ik in de woestijn terecht was gekomen en dat maakte het moeilijk om eruit te komen. Maar dankzij bovengenoemd boek begin ik het nu te begrijpen en heb ik ook een heel voorzichtige hoop dat er toch nog een oase komt….in mijn leven.

Ik ga hier mijn talenten beschrijven. Dit doe ik niet om op te scheppen of om mezelf op de borst te kloppen. Ik doe dat om te laten zien dat elke zegening ook een valkuil betekent. Ik ben een ontzettend gezegend mens. Ik ben heel muzikaal. Ik heb genoeg geduld en ijver om dat muzikale talent tot volledige bloei te laten komen. En ik kan dat op papier bewijzen door de vier conservatoriumdiploma’s die ik aan de muur heb hangen (in de gang, niet pontificaal in de kamer 😉 ) Ik kan best aardig schrijven en waag me af en toe ook aan dichten. Ik kan heel goed lesgeven en enthousiasmeren. Mijn kookkunst is onovertroffen en mijn bakken wordt steeds beter. Ik ben heel intuïtief en ben niet bang om mijn leven daarnaar te richten. Ik trek me weinig tot niets aan wat anderen van mij vinden en sta heel sterk in mijn eigen energie. Helaas mankeer ik wat aan zelfvertrouwen, waardoor ik soms onzeker overkom maar ik ben onverschrokken en stap op alles af.

Mijn werk, muziek maken in de kerk, heb ik ervaren als een zegening, maar deze zegening werd voor mij belangrijker dan het eerste deel van dit gebod en dat is precies het gevaar van zegeningen. Ik was zó blij en verguld met deze zegening dat de zegening (het werk) zelf belangrijker werd dan God. Nu ik in deze woestijn waar ik momenteel vertoef geen van deze zegening als zodanig ervaar, kan ik mij volledig richten op mijn relatie met God. Het opmerkelijke is dat ik daarmee bezig ben sinds de eerste dag dat ik in deze woestijn terechtkwam, maar niet wist waarom. Het leek me de enige juiste weg: ik blijf God zoeken, ook al vind ik Hem niet. Waarom ben ik toch zo onrustig en terneergeslagen? Ik wil op God vertrouwen, eens zal ik Hem zeker weer loven, want Hij is mijn bevrijder en mijn God! psalm 42, 12

God snoeit ons niet om ons pijn te doen. Hij probeert ons te zuiveren van al onze verlangens, zonde en slechtheid. Zoals goud geraffineerd moet worden om zuiver te zijn, zo zuivert Hij onze ziel om eens bij Hem te kunnen zijn. Lee Young beschrijft dit proces heel mooi in zijn boek. Ik raad echt iedereen aan het te lezen.

Our journey in this life is not about the blessings, nor is it about the curses. It is about our faith being refined. Like gold our optimum state is purity. Any imperfections in our hearts keep us from the next great thing God has for us. -einde citaat-

Hij houdt ons als goud op een lepel dichtbij het vuur. Dichtbij genoeg om alle onzuiverheden weg te branden, maar veraf genoeg om niet te verbranden.

Throughout this cycle, God will sometimes take us through a season without blessing-to see how hard we seek after Him instead of seeking what He can do for us. -einde citaat-

In deze periode zit ik nu…..denk ik toch. En God weet dat ik af en toe niet meer verder kan, me geen raad meer weet, niets anders kan dan slapen. Hij vindt dat goed. Ik weet dat zelfs de grootste van alle profeten, Elia eens in de woestijn terechtkwam. Hij vroeg God hem te doden omdat zijn leven niets waard was. Hij voelde zich een enorme mislukkeling. Maar God weet dat wij stervelingen af en toe wat respijt nodig hebben. Rust. Slaap. Voedsel (voor lichaam en geest). Hij gunt ons dat ook. Hij snoeit ons niet om ons pijn te doen. Hij wil dat het ons, Hij wil dat het mij goed gaat. Hij gunt ons die rust en die slaap.

Toen vluchtte Elia weg om zijn leven te redden. Hij ging naar Berseba, een stad in Juda, en liet zijn dienaar daar achter. Daarna ging hij alleen de woestijn in. Hij trok de hele dag verder en ging toen onder een braamstruik zitten. Daar bad hij of hij mocht sterven. ‘Ik kan niet langer,’ zei hij tegen de Here. ‘Neem mijn leven, ik ben niet beter dan mijn voorouders.’ Hij ging liggen en viel onder de braamstruik in slaap. Maar terwijl hij daar lag te slapen, raakte een engel hem aan en zei hem op te staan en iets te eten. Hij keek om zich heen en zag hoe op enkele roodgloeiende stenen een brood werd gebakken. Daarnaast stond een kruik met water! Hij at en dronk en viel weer in slaap. De engel van de Here kwam voor de tweede keer naar hem toe, raakte hem aan en zei: ‘Sta op en eet nog wat, want u hebt nog een lange reis voor de boeg.’ Hij stond dus op, at en dronk. Dat voedsel gaf hem kracht genoeg om veertig dagen en nachten door te reizen naar de berg Horeb, de berg van God. Daar zocht hij onderdak in een grot. 1 Kon. 19, 3-9

Nu is het dus zaak die kennis te integreren in mijn leven en uit de woestijn te komen. Om dat te kunnen, richt ik mij voorlopig even op het eerste deel van dit gebod: heb God lief boven alles.

wordt vervolgd

lopen

Gister had ik met mijn vriendin afgesproken om samen een lange wandeling te gaan maken. En dat hebben we gedaan. Onderweg ergens gepicknickt; ik had misobroodjes en gevulde speculaas meegenomen (alles zelfgebakken natuurlijk) en zij fruit en sap. We hebben zeer diepe gesprekken gevoerd en kilometers in stilte gelopen, genietend van de natuur. We hoorden de veldleeuwerik zingen en zagen en hoorden een heleboel andere vogels. Onderweg kwamen we paarden tegen en Schotse hooglanders. En ook een paar andere wandelaars, maar die liepen gelukkig allemaal de andere kant op.

We hebben er allebei enorm van genoten en we gaan het zeker snel nog eens doen. Er zijn nog zoveel mooie wandelingen te maken, dichtbij huis en iets verder weg. Natuurlijk kon ik het weer niet laten een paar foto’s te maken. Enjoy! 😉

Als je op een foto klikt, kun je ze één voor één op een groot scherm bekijken.

registrant en organist

Als baanloze organist neem ik vrijwel alle vieringen/diensten aan waarvoor ik gevraagd wordt. Zo zat ik Witte Donderdag en Goede Vrijdag in de rooms-katholieke kerk Petrus-en-Paulus, maar Paasochtend zat ik bij onze protestantse broeders en zusters in een dorpje hier verderop. Omdat het Pasen was en in die kerk maar een heel klein orgeltje staat (voor de kenners: prestant 8′, viola da gamba 8′, holpijp 8′, fluit 4′, octaaf’ 4′ en een lieflijk cornetje. Eén manuaal en het pedaal ligt zo scheef dat pedaalspel vrijwel onmogelijk is; waar ik de C verwacht, ligt de F) was ik naarstig op zoek naar een manualiter stuk dat toch de glans van Pasen had. En ik bedacht dat het handig zou zijn als ik een registrant had. Het slaat natuurlijk nergens op, een registrant bij zo een klein orgel, maar soms is dat gewoon handig. Henk vragen was natuurlijk een optie en ik weet zeker dat hij het had gedaan, maar ik weet ook dat het zeker niet zijn hobby is. Dus ik appte mijn nichtje C van twaalf of zij mee wilde naar de kerk “omdat ik eigenlijk een registrant nodig heb”, waarmee ik aangaf dat zij dat dan maar moest zijn. In plaats van het appje “wat is een registrant?” kreeg ik een appje terug met: oké! Het maakt haar niet uit, bij tante zijn is altijd goed 😉

samen met mijn nichtje Cecilia achter het orgel

Twee dagen later kwam dan toch de vraag wat is een registrant? Het korte antwoord: een registrant is de assistent van de organist. Hij slaat blaadjes om en doet op de gezette tijden registerknoppen open en dicht. En hij haalt koffie voor de organist natuurlijk! Ook heel belangrijk. C. staat altijd klaar om te helpen en ze kan niet alleen heel goed noten lezen, ook van blad zingen gaat haar moeiteloos af. Zo togen wij op Paasmorgen naar de kerk om muziek te maken AMDG*. Het was leuk. C heeft knoppen uitgetrokken en ingeduwd. 99% van de keren precies op het juiste moment. En keihard meegezongen met alle liederen 😀

*AMDG= Ad Maiorem Dei Gloriam = ter meerdere glorie van God.

Gisterochtend liep ik met de hond op straat en kwam ik de dominee tegen. Hij herkende me niet, waarschijnlijk omdat ik niet achter het orgel zat 🙂

Gistermiddag kwam er een jochie van acht voor het eerst op muziekles. Ondanks dat zijn voeten nog (lang) niet bij de pedalen kunnen, wil hij per se orgel spelen! Als docent maak ik me dan ongerust over zijn motorische ontwikkeling en hoe ik er voor kan zorgen dat zijn enthousiasme niet omslaat in verveling als blijkt dat het langer duurt om te kunnen wat hij wil kunnen dan hij geduld heeft. Als organist en liefhebber van het orgel, als musicus en zeker ook als kerkgaand Christen sta ik inwendig te juichen dat een jong iemand de weg naar het orgel heeft gevonden. Hij lijkt muzikaal aangelegd en intelligent, dus ik heb goede hoop over een paar jaar een kersverse kerkorganist te kunnen afleveren.

In korte tijd een registrant én een kerkorganist in opleiding! Misschien is er toch nog hoop.

nacht en morgen

Dankzij de steeds van richting veranderende wind is het buiten slapen een kwestie geworden van per nacht bekijken. Als de wind west, zuid of iets daartussenin is, kan ik buiten slapen zolang het niet harder waait dan windkracht zes. Mijn tarp en ons huis en het huis van de buren houden dan de meeste wind tegen. Als de wind noord is, oost of iets daartussenin wordt het lastiger. Henk is van plan mijn hangmat naar beneden te verhuizen, maar dat is nog niet gebeurd. Als mijn hangmat beneden hangt dan ben ik veel minder afhankelijk van het weer, maar ja dan ben ik weer verder van de hemel vandaan….en een belangrijke reden om buiten te slapen is de vrijheid die ik voel als ik niets dan lucht boven me heb. Enfin, ik zal wel merken hoe het is beneden te slapen als het zo ver is.

Iedere keer als ik mijn hangmat inricht denk ik: er komt een nacht dat ik weer alleen mijn hangmat hoef op te hangen. Geen slaapzak, geen isolatiematje, geen extra vest onder mijn kussen voor als het koud wordt (meestal tussen 4 en 6 ’s nachts). En met een beetje geluk zelfs zonder tarp. Dat is het allerfijnste. Slapen onder de blote hemel. Ik kan haast niet wachten!

In de nacht als ik buiten ben, voel ik mij dichterbij God. Ik had het erover met Rob en die vertelde dat hij daar onlangs over gepreekt had. Hoe de nacht je dichterbij God kan brengen omdat er dan veel minder prikkels zijn dan overdag. Luister naar de preek hier: https://youtu.be/crHBliHmXO8 (van 19.00 tot 24.21; je kunt natuurlijk ook de hele eucharistieviering bekijken 😉 )

Gisteravond dacht ik dat ik best buiten kon slapen, maar na een uurtje werd ik door noordenwind en harde regen weer naar binnen gejaagd. Buiten slapen geeft ook meer inzicht in de elementen. Op het moment van schrijven is de hemel blauw en schijnt de zon. Het lijkt op lente vanachter glas en over de bomen ligt al zo een lichtgroene waas vol belofte, maar de wind is nog fris en onderweg naar de kerk zagen we veel lepelaars die in plaats van in de open wateren achter de dijk in de beschutte sloten langs de kant van de weg aan het vissen waren. Zij passen zich aan en richten hun dag in naar hoe de wind waait, letterlijk. Misschien zou ik daar een voorbeeld aan kunnen nemen. Niet alleen mijn nachten, maar ook mijn dagen inrichten naar hoe de wind waait…

Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren, en toch voedt uw hemelse Vader die; gaat gij ze niet verre te boven? Wie van u kan één el aan zijn lengte toevoegen? —Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. Matt. 6, 26-27, 34 NBG51

Wind, Zee, Zand

Vanochtend (woensdag) ging Henk douchen. Als hij midden in de week gaat douchen is er iets aan de hand; hij doucht eigenlijk alleen op Zondag voor hij naar de kerk gaat. Het bleek dat hij een afspraak had bij de kapper en nu heeft hij zijn grijze leeuwenmanen verruilt voor een gekortwiekt koppie. Best wel jammer, vind ik 😉 Toen hij terugkwam, had ik net Reinier zijn ontbijt gegeven en zei: zullen we even naar het strand? Zo gezegd, zo gedaan. Voor alle mensen die niet de luxe hebben om even naar het strand te gaan, heb ik een paar foto’s en filmpjes gemaakt die enige impressie geven hoe bar het op het moment is aan de kust. We zijn heerlijk uitgewaaid 😀


Voor levensechte ervaring: geluid aan!
op de achtergrond de hardwerkende mannen die onze zeewering in de gaten houden en indien nodig ophogen en/of repareren, de enige die we op het hele strand zijn tegengekomen

Thuisgekomen heb ik Reinier in bad gedaan. Hij heeft een huidaandoening die heel veel jeuk veroorzaakt en daarom moet hij twee keer per week in bad. Dit keer heb ik hem eerst maar even gespoeld; zijn dunne vacht zat onder het zand! Nu ligt hij lekker warm in een dekentje op de bank te slapen.

Raak me (niet) aan!

Jezus zeide tot haar: Vrouw, waarom weent gij? Wie zoekt gij? Zij meende, dat het de hovenier was, en zeide tot Hem: Heer, als gij Hem weggedragen hebt, zeg mij dan, waar gij Hem hebt neergelegd en ik zal Hem wegnemen. Jezus zeide tot haar: Maria! Zij keerde zich om en zeide tot Hem in het Hebreeuws: Rabboeni, dat wil zeggen: Meester! Jezus zeide tot haar: Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader; maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God. Maria van Magdala ging heen en boodschapte de discipelen, dat zij de Here had gezien en dat Hij haar dit gezegd had.
Johannes 20:15‭-‬18 NBG51

Houd me niet vast, zegt Jezus. De vraag rijst waarom Hij niet aangeraakt wil worden en waarom dat belangrijk is.

Augustinus, bisschop van Hippo (354-430) schreef erover: Raak me niet aan, want Ik moet nog opgaan naar mijn Vader.” Wat wil dat zeggen? Dat men Christus beter met het geloof dan via het vlees aan kan raken. Christus aanraken met het geloof, is Hem aanraken met de hele waarheid. Zo ook de vrouw die leed aan bloedverlies: ze naderde Christus vol met geloof en raakte zijn kleed aan. (…) En de Heer die samengedrukt werd in de menigte, werd alleen door deze vrouw aangeraakt (…) want zij geloofde.
En een vrouw, die twaalf jaar aan bloedvloeiingen geleden had, en veel doorstaan had van vele dokters en al het hare daaraan ten koste had gelegd en geen baat had gevonden, maar veeleer achteruit was gegaan, had gehoord, wat er van Jezus verteld werd, en zij kwam tussen de schare en raakte van achter zijn kleed aan. Want zij zeide: Indien ik slechts zijn klederen kan aanraken, zal ik behouden zijn. En terstond droogde de bron van haar bloed op en zij bemerkte aan haar lichaam, dat zij van haar kwaal genezen was.
Marcus 5:25‭-‬29 NBG51

Vandaag, mijn broeders en zusters, is Jezus in de hemel. Toen Hij tussen zijn leerlingen verbleef, toen Hij bekleed werd met een zichtbaar lichaam en toen Hij een sterfelijk lichaam bezat, zag men Hem, en raakte men Hem aan. Maar vandaag zetelt Hij aan de rechterzijde van de Vader, wie onder ons kan Hem nog aanraken? En toch, wee ons, als we Hem niet aanraken. Wij allen die geloven, raken Hem aan. Hij is in de hemel, Hij is ver weg, en de afstanden die Hem van ons scheiden zijn niet meetbaar. Maar geloof, en u raakt Hem aan. Wat zeg ik? Raakt u Hem aan? Als u gelooft hebt u Hem, in wie u gelooft, naast u. (…)
Wilt u weten hoe Maria Hem aan wilde raken? Ze zocht Hem als zijnde dood en geloofde niet dat Hij moest verrijzen: “Ze hebben de Heer uit het graf gehaald!” (Joh 20,2) Ze huilt om een mens. (…) “Raak me niet aan, want Ik moet nog opgaan naar mijn Vader.” Als je me aanraakt voordat Ik naar de Vader ben gegaan, zul je slechts een mens in mij zien. Wat zal dat geloof je brengen? Laat Mij naar de Vader gaan. Ik heb Hem nooit verlaten, maar Ik ga er voor jou naar toe, als je gelooft dat Ik aan de Vader gelijk ben.” Onze Heer, Jezus Christus heeft zijn Vader niet verlaten, toen Hij van nederdaalde van bij Hem vandaan. En toen Hij van bij ons vandaan weer opsteeg, heeft Hij ons ook niet verlaten. Want op het moment van opstijgen om aan de rechterhand de Vader te gaan zitten, zo ver weg, zei Hij tegen zijn leerlingen: “Ik zal bij u blijven tot aan het einde der tijden” (Mt 28,20) *einde citaat*

Jezus wilde niet aangeraakt worden omdat Hij ons moest leren geloven zonder aanraking, zegt Augustinus. Later gaat Hij zelfs nog verder wanneer de apostel Thomas Zijn wonden wil aanraken om tot geloof te kunnen komen. Hij zegt dan: zalig wie niet zien en toch geloven. (Joh. 20, 29) Dus niet alleen zonder tastbaar bewijs, zelfs zonder zichtbaar bewijs wordt ons geloof gevraagd. Dit vraagt heel wat van een mens. We zijn nu eenmaal van nature altijd op zoek naar bewijs, tastbaar bewijs waarmee we onszelf én anderen kunnen overtuigen. Thomas, die er niet bij was toen Jezus aan de apostelen verscheen na Zijn opstanding, vraagt voor ons allen om Zijn wonden te mogen zien, te mogen aanraken om bewijs te krijgen dat Hij waarlijk is opgestaan. Thomas is daarom een zeer belangrijke apostel, misschien wel de belangrijkste. Ik zal binnenkort een heel blog aan hem wijden. Beloofd!

Aanraken en aangeraakt worden is van levensbelang. Niet alleen voor mensen, maar in ieder geval voor alle levende wezens met een sociale structuur. Waarschijnlijk ook, misschien in mindere mate, voor levende wezens zonder dat. Ik heb het niet over seksuele aanraking, ik heb het over een troostrijke arm om een schouder, een liefdevolle hand in hand, een levensvreugde verhogende knuffel. In tijden van nood waar woorden tekort schieten, kan een liefdevolle aanraking zeer helend zijn.

Experimenten met baby’tjes om te kijken hoe de mens zich ontwikkelt zonder taal of fysiek contact zijn in de geschiedenis meer dan eens uitgevoerd. (Je kunt het zo gek niet bedenken of mensen hebben het anderen aangedaan. https://www.cracked.com/article_19993_the-6-cruelest-science-experiments-ever-were-done-kids.html ) De Romeinse keizer Frederik II (13e eeuw) liet kinderen opgroeien zonder taal om te kijken welke taal ze uit zichzelf gingen spreken. Zijn gedachte was dat die taal de taal van het paradijs zou zijn. https://en.wikipedia.org/wiki/Language_deprivation_experiments#

In 1944 was er in de USA een experiment waar baby’s (liefdevolle) aanraking ontzegd werd, om te zien hoe belangrijk aanraking en fysiek contact is voor de ontwikkeling van een mens. Na vier maanden werd dit experiment gestaakt; meer dan de helft van de baby’s was inmiddels overleden. Aanraking is van levensbelang. https://stpauls.vxcommunity.com/Issue/us-experiment-on-infants-withholding-affection/13213

Dit gaat dan alleen over kleine kinderen, maar ook volwassenen hebben behoefte aan aanraking. Huid op huid contact, een schouder om op uit te huilen, een troostende hand op de schouder, een levensbevestigende knuffel. https://het-ihc.nl/aanraking-verbinding-huidhonger/

en ook: https://www.happinez.nl/body-yoga/waarom-vaker-geliefden-moet-knuffelen/

Jezus vraagt ons Hem te geloven, in Hem te geloven zonder dat we Hem kunnen aanraken of zelfs maar kunnen zien. Door het geloof Hem raken, aanraken. Wat wil dat zeggen? Ik denk dat ik Hem kan aanraken door te zorgen voor mijn medemens. Als ik geloof dat ik Zijn handen ben, op deze wereld om van Hem te getuigen, dan moeten mijn acties dat reflecteren. Geen wrede experimenten met het onthouden van levensbelangrijke zaken, maar een ultiem geven van alles wat ik heb aan ieder die ik tegenkom. Want ieder die ik tegenkom, is mijn naaste. Ik heb het al vaker geschreven…

Ik wil echt niet zeggen dat je iedereen die je op straat tegenkomt een dikke knuffel moet gaan geven, sterker nog uit onderzoek blijkt dat een vreemde knuffelen geen positieve effecten heeft of in ieder geval (veel) minder dan knuffelen met iemand die je kent en vertrouwt, maar je zou er eens over kunnen denken of je de mensen in je directe omgeving wel vaak genoeg met liefde aanraakt. Ik knuffel Henk vaak langer dan hij wil en dan roept hij: daar hebben we een hond voor! En dan knuffel ik Reinier. Er schijnt weinig verschil te zijn of je nou een mens knuffelt of een (huis)dier. Het onderzoek ging alleen over het knuffelen van honden en katten, maar er is geen reden om aan te nemen dat het knuffelen met andere dieren (paard, alpaca, koe, varken) andere resultaten zou geven. Een knuffel van 20 seconden is voldoende om je bloeddruk te verlagen en zo stress te verminderen. De Amerikaanse psychotherapeute Virginia Satir, een van de grondleggers van de gezinstherapie, schijnt gezegd te hebben: “We need 4 hugs a day for survival. We need 8 hugs a day for maintenance. We need 12 hugs a day for growth.” Oftewel: “We hebben vier knuffels per dag nodig om te overleven, acht knuffels per dag voor onderhoud, en twaalf knuffels om te groeien.” Het aantal is toevallig – er is geen reden waarom het er precies zoveel zouden moeten zijn. Maar de bedoeling achter het citaat is duidelijk: naarmate je vaker knuffelt met mensen van wie je houdt, voel je je veiliger door de vrijkomende oxytocine (=gelukshormoon). En mensen die zich veiliger voelen, hebben meer psychische ruimte om zich te ontwikkelen. Het klinkt allemaal heel logisch en plausibel.

Door de naaste met liefde tegemoet te treden, door Jezus’ handen te zijn op aarde, door met beide handen te geven, getuigen we van Zijn liefde voor ons en worden we door Hem aangeraakt zonder daadwerkelijk Hém aan te raken.

Maria met Kind en Lam

Ik liep laatst met de hond op straat. 😀 Ik weet niet precies waarom, maar we liepen een andere route dan normaal. Ik heb drie of vier korte routes voor ’s morgens en twee of drie lange voor ’s middags. Reinier is geen puppy meer, (ik haalde hem in 2011 uit het asiel en toen was hij een maand of negen) en lange wandelingen zijn aan hem niet meer besteed. En soms laat ik hem de route kiezen. Zo ook dit keer. Hij slaat dan bij ons tuinhekje graag rechtsaf in plaats van rechtdoor, want dan komen we langs de dierenwinkel. En in de etalage van de dierenwinkel staat een nephond die Reinier als zijn allerbeste vriend beschouwt. Ofzo. Enfin, we liepen daar dus en toen kwamen we langs de antiquair. Niet zo lang geleden was dat nog gewoon een tweedehandswinkel. Ik kon het derhalve niet laten even in de etalage te kijken. En daar stond een heel bijzonder beeldje. Een afbeelding van Maria met in Haar ene arm het Kind en in haar andere arm een Lam. Ik had nog nooit zoiets gezien. Ik dacht aan beeldjes van Anna-te-drieën, waar de moeder Anna verbeeldt (de moeder van Maria) en het kind op haar schoot Maria en die heeft dan meestal een boek of een lam in haar armen dat Jezus verbeeld. Misschien was dit een versie daarvan? Ik had echt geen idee. Gelukkig heb ik diverse priesters in mijn kennissenkring aan wie ik dit soort vragen kan stellen. Dus ik maakte provisorisch een foto door de ruit heen en stuurde die naar een vriend met de vraag of hij me er iets over kon vertellen.

Thuis natuurlijk ook gezocht op het internet en hoewel er wel een aantal afbeeldingen van Maria, Jezus en Lam met of zonder Anna tevoorschijn kwamen, vond ik verder niet zoveel.

Ondertussen was ik natuurlijk verliefd geworden op dit beeldje. En ging ik er iedere dag even langs om te kijken. Niet bezorgd dat ze ondertussen verkocht zou worden, want de winkel was dicht. Nog steeds zonder werk en zonder inkomen was ik niet van plan zoveel geld uit te geven voor een beeldje en genoot ik er op afstand van.

Mijn vriend had ondertussen geantwoord dat hij ook nog nooit zo een beeldje had gezien en spoorde me aan de antiquair te bellen om te vragen wat zij ervan wist. Ik heb dat gedaan, maar ook daar kwam weinig uit. Het beeldje komt uit een nalatenschap en er zat verder niks bij aan informatie. Omdat ik het alleen door het glas had gezien en niet in mijn handen had gehouden, vroeg ik ook naar het materiaal en de ouderdom van het beeldje maar zelfs daarover kon ze me niets vertellen. Teleurgesteld over de gebrekkige informatie, maar nog steeds verkikkerd op het beeldje briefde ik de summiere informatie door aan mijn vriend. Deze stuurde me een schep geld zodat ik het beeldje kon gaan kopen. Lief hè?!?! ❤

Nu staat ze dus hier in de kamer en Henk heeft al een glazen stolp voor haar gekocht. Ze is ongeveer 15 cm hoog en van gegoten kunsthars. Hoewel de kleurtjes een beetje zijn vervaagd, is ze verder helemaal onbeschadigd. Ik ben blij met Haar.

Ubi Caritas

Ubi caritas et amor, Deus ibi est (Daar waar vriendschap is en liefde, daar is God)

meditazione sopra Ubi Caritas (2020) van Carlotta Ferrari (1970) Met excuses voor het geluid van mijn hometrainer. Ik probeer al jaren Henk ervan te overtuigen de vloer van studio twee (waar mijn hometrainer en mijn spinet staan) eruit te slopen zodat het plafond van studio één (waar mijn vleugel staat) hoog genoeg wordt voor een heus pijporgel 😀

Het is vandaag Witte Donderdag. Dat “wit” slaat op de liturgische kleur van deze dag. Elke dag, elke tijd in het kerkelijk jaar heeft een eigen kleur. Paars, rood, wit en groen zijn de liturgische kleuren. Roze is ook een liturgische kleur, maar die komt maar twee keer per jaar voor: Zondag Gaudete (=derde Zondag in de Advent) en Zondag Laetare (=vierde Zondag in de Vasten) En dan zijn er in de meeste parochies ook nog grijze en zwarte kazuifels voor uitvaarten. Paars is de kleur voor rouw. Ook de Advent en de Vasten zijn liturgisch paars. Rood is voor de martelaren, en ook voor Palmzondag. Wit is voor Hoogfeesten en groen voor alle andere gewone door-de-weekse Zondagen. Deze donderdag dus, de eerste dag van het Triduüm (=heilige drie dagen; Witte Donderdag tot en met Paaszondag) is liturgisch wit van kleur. Pasen is natuurlijk als hoogfeest ook wit van kleur. Goede Vrijdag heeft als enige dag in het kerkelijk jaar geen vaste kleur. Rood, paars, grijs mag allemaal en zelfs wit zou verdedigbaar zijn. Op Witte Donderdag gedenken we de instelling van de eucharistie en het priesterschap. Jezus viert met Zijn discipelen het Laatste Avondmaal en daarna wordt Hij door Judas verraden met een kus (vandaar komt de uitdrukking Judaskus) uitgeleverd aan de Romeinen en gearresteerd. Het is weer zo een viering die heel vrolijk en feestelijk begint en vervolgens een bijzonder emotioneel en pijnlijk einde heeft.

Iedereen kent wel het beroemde schilderij van het Laatste Avondmaal van Leonardo Da Vinci. Er zijn zoveel reproducties van.

Maar wist u dat er vlakbij een prachtige, originele reproductie te bewonderen is? In de abdij van Tongerlo (België) is een reproductie geschilderd in 1506, onder toeziend oog van de maestro zelf. Het is zeer zeker de moeite daar eens heen te gaan; het is ongelooflijk indrukwekkend. https://ciaotutti.nl/italie-dichtbij/leonardos-levensechte-laatste-avondmaal-in-tongerlo/

Het Ubi Caritas klinkt traditioneel in de viering van Witte Donderdag. Het laat ons weten dat God altijd aanwezig is, ook in lijden en dood. Soms voelen wij ons door God en iedereen verlaten. Witte Donderdag leert ons dat zelfs Jezus, onze Meester en onze Broeder, zich weleens verlaten en onzeker voelde. Alles mogen we aan Zijn voeten neerleggen en hoewel God ons niet altijd geeft waarom we vragen, Hij geeft ons altijd wat we nodig hebben!

Ubi caritas et amor, Deus ibi est.
Congregavit nos in unum Christi amor.
Exsultemus, et in ipso jucundemur.
Timeamus, et amemus Deum vivum.
Et ex corde diligamus nos sincero.

Ubi caritas et amor, Deus ibi est.
Simul ergo cum in unum congregamur:
Ne nos mente dividamur, caveamus.
Cessent iurgia maligna, cessent lites.
Et in medio nostri sit Christus Deus.

Ubi caritas et amor, Deus ibi est.
Simul quoque cum beatis videamus,
Glorianter vultum tuum, Christe Deus:
Gaudium quod est immensum, atque probum,
Saecula per infinita saeculorum. Amen.

Daar waar vriendschap is en liefde, daar is God Laat ons dus, nu wij hier tezamen zijn zorgen dat er geen verdeeldheid heerst! Geen wrok meer, geen onenigheid, moge Christus in ons midden zijn.

Daar waar vriendschap is en liefde, daar is God O Christus, God, toon ons Uw heerlijkheid met Uw heiligen die bij U zijn! Die vreugde zal zuiver zijn en zonder maat, en duren tot in eeuwigheid. Amen.