ontmoeting

Ik liep met de hond op straat.

Heel veel van mijn verhaaltjes beginnen met: ik liep met de hond op straat. Dat komt omdat ik vaak met de hond op straat loop. En daar mensen tegenkom. En elke ontmoeting is het begin van een verhaal.

Mooi woord trouwens: ontmoeting. Ontdaan van het moeten iemand begroeten. Anders dan een afspraak (afgesproken dus het moet) is een ontmoeting per definitie spontaan en geïmproviseerd.

Enfin ik liep met de hond op straat toen er een auto vlak voor me op de stoep stopte en een man uitstapte. Hij kwam naar me toe en vroeg: u bent zeker van hier? Het was minder een vraag dan een stelling. Jammer dat hij niet vroeg: bent u hier bekend? want dan geef ik altijd als antwoord zeg maar gerust wereldberoemd! En ga dan staan wachten tot het kwartje valt 😀 -Kunt u me de weg naar begraafplaats vertellen? -De katholieke of de algemene? -Tsja, dat weet ik niet hoor! Er staat een groot beeld bij de ingang. -Ah, dan weet ik welke u bedoelt. Hier naar rechts en dan bij het eerste verkeersplein is het aan uw rechterhand. -Ja, dan weet ik het wel weer. Ik ben er al eens geweest, maar alles is opgebroken en nu ben ik de weg kwijt. -Het is inderdaad nogal een bende hier met al die opengebroken wegen. -Ja, ik ga het graf van mijn vrouw bezoeken. ik ben er niet meer geweest sinds ik haar begraven heb. Ik gedenk haar wel elke dag, hoor! Dan ga ik de zee in en denk ik aan haar en voel ik me heel dichtbij. -Wat mooi! En wat droevig dat uw vrouw is overleden. -Nee hoor, ik mis haar heel erg maar ik ben er niet verdrietig onder. -Hoe lang is het geleden dat u uw vrouw kwijtraakte? -Goed een half jaar geleden. -Dat is echt zó kort geleden! Nogmaals wijs ik hem de weg, we wensen elkaar een fijne dag en hij stapt weer in. Ik geef Reinier een koekje voor het braaf en geduldig wachten. Hij stapt weer uit, kijkt me indringend aan en zegt: Het belangrijkste is dat je je gevoel voor humor niet kwijtraakt!

Wat een mooie ontmoeting. En ook zo precies op het juiste moment. Al mijn communicatieve vaardigheden was ik kwijt en ik wilde nooit meer met iemand praten. Maar een vreemde (een naaste) met een hulpvraag, en dan één die ik zo eenvoudig kan oplossen, daar kan ik niet aan voorbijgaan. Zulke dingen zijn geen toeval. Toeval is misschien het pseudoniem van God als Hij anoniem wil blijven.

zoek de kraai

nog even over naastenliefde

Als kind kon ik er al met mijn verstand en gevoel niet bij dat wij dieren geboren laten worden enkel en alleen om gedood, geslacht en gegeten te worden. Overtuigd als ik was (en ben!) dat dieren net zoveel recht op leven en de aarde hebben als wij mensen. Christenen zeggen dan vaak dat God de dieren schiep voor de mensen, maar volgens mij is het andersom. Tenslotte schiep Hij eerst de dieren en daarna pas de mens.

En God zeide: Dat de wateren wemelen van levende wezens, en dat het gevogelte over de aarde vliege langs het uitspansel des hemels. Toen schiep God de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens, waarvan de wateren wemelen, naar hun aard, en allerlei gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. En God zegende ze en zeide: Weest vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de wateren in de zeeën, en het gevogelte worde talrijk op de aarde. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vijfde dag. En God zeide: Dat de aarde voortbrenge levende wezens naar hun aard, vee en kruipend gedierte en wild gedierte naar hun aard; en het was alzo. En God maakte het wild gedierte naar zijn aard en het vee naar zijn aard en alles wat op de aardbodem kruipt naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.
Genesis 1:20‭-‬26 NBG51

Ja maar, er staat toch duidelijk dat de mens moet heersen over de dieren? Tsja, dat is misschien wel zo, maar betekent heersen dan onderdrukken, martelen en vermoorden? Of betekent heersen meer zoiets als zorgen voor? (In het Engels: dominion vs stewardship.) Bovendien staat er vervolgens:

En God zeide: Zie, Ik geef u al het zaaddragend gewas op de gehele aarde en al het geboomte, waaraan zaaddragende vruchten zijn; het zal u tot spijze dienen. Maar aan al het gedierte der aarde en al het gevogelte des hemels en al wat op de aarde kruipt, waarin leven is, (geef Ik) al het groene kruid tot spijze; en het was alzo.
Genesis 1:29‭-‬30 NBG51

Waaruit toch duidelijk blijkt dat God oorspronkelijk een veganistische wereld heeft geschapen. Tegenwoordig is het zeer eenvoudig om te leven en te eten zonder dierlijke producten, in ieder geval aan onze kant van de wereld. De schappen in de supermarkt liggen vol plantaardige melk en plantaardig vlees. Niemand hoeft zelfs maar iets te veranderen aan het dieet. Het enige is dat je in de supermarkt de plantaardige versie uit het schap haalt, dat is alles.

Helaas zijn de meeste mensen zich niet bewust van het leed dat wij onze medeschepselen aandoen, zeker in de bio-industrie maar ook daarbuiten. Alsof dieren dingen zijn, geen gevoel, geen emotie, geen bestaansrecht hebben. Alsof dieren hier zijn voor ons in plaats van met ons. Ik heb heel veel Christenen ontmoet die ik maar niet kon overtuigen van het feit dat God wil dat we goed voor de aarde en al haar bewoners zorgen en dat het fokken van dieren enkel en alleen voor ons eigen plezier zonder rekening te houden met de eigenheid van het dier NIET in Zijn plan thuishoort. Voor mij onbegrijpelijk. Mijn naaste is elk levend wezen. En zeker wanneer dat levend wezen mijn hulp of bescherming nodig heeft!

In deze Goede Week waarin wij lijden, sterven en opstanding vieren is het misschien een goed idee een stapje extra te zetten en eens te proberen zonder dierlijke producten te eten. Voor inspiratie verwijs ik u graag naar de VeganChurch. https://veganchurch.nl/

Een paar weken geleden kreeg ik van mijn zus een melkmaker.Een zeer eenvoudige keukenmachine bestaande uit drie onderdelen die alledrie in de vaatwasser kunnen. Een kan, een zeef en een stamper. In het fantastische veganistische kookboek ‘Dosia bakt vegan’ http://dosiabrewer.com/ staan diverse recepten voor het maken van plantaardige melk. Nu gebruik ik niet zoveel melk, behalve een scheutje in mijn thee en koffie ‘ morgens en soms bij het bakken, maar het scheelt toch gauw 10€ in de week nu ik geen plantaardige melk meer in de supermarkt koop. Voor iemand die veel melk gebruikt, kan het dus aardig in de papieren lopen! Om maar te zwijgen over al het dierenleed dat voorkomen wordt.

Natuurlijk wil ik graag dat zoveel mogelijk mensen (liefs alle mensen) ophouden met dieren te misbruiken, veganist worden. Als u vragen heeft, sta ik altijd tot uw dienst. Ook wil ik drie boeken van harte bij u aanbevelen.

De vrolijke veganist van Floris van den Berg Een atheïstische, filosofische kijk op veganisme. How to create a vegan world van Tobias Leenaert Een pragmatische benadering Dier & Evangelie van Andrew Linzey Een Christelijke visie

Er zijn vele, zeer overtuigende en goede redenen om veganist te zijn, maar voor mij is naastenliefde de meest waardevolle. En de belangrijkste!

O Lord our Lord, how excellent is thy name in all the earth! who hast set thy glory above the heavens. Out of the mouth of babes and sucklings hast thou ordained strength because of thine enemies, that thou mightest still the enemy and the avenger. When I consider thy heavens, the work of thy fingers, the moon and the stars, which thou hast ordained; What is man, that thou art mindful of him? and the son of man, that thou visitest him? For thou hast made him a little lower than the angels, and hast crowned him with glory and honour. Thou madest him to have dominion over the works of thy hands; thou hast put all things under his feet: All sheep and oxen, yea, and the beasts of the field; The fowl of the air, and the fish of the sea, and whatsoever passeth through the paths of the seas. O Lord our Lord, how excellent is thy name in all the earth!
Psalms 8:1‭-‬9 KJV

en de naaste als uzelf

Henk (mijn liefhebbend echtgenoot) is een doener, geen denker. Voor hij in 2010 door een medische fout voor 100% werd afgekeurd, werkte hij naast zijn biologisch-dynamische tuinderij drie dagen in de week als timmerman in de bouw en twee dagen als muziekdocent op de muziekschool. Hij is ook geen lezer. In zijn hele leven heeft hij drie boeken gelezen: Nader tot U van Gerard Reve, De Wandelaar van Adriaan van Dis en de biografie van Miles Davis. Dus toen ik vanochtend in de auto onderweg zat na te denken over doelen, had ik beter moeten weten dan hem vragen wat zijn doelen zijn. Hij schudde zijn hoofd. Ik zei: je hebt hersens gekregen van onze lieve Heer, om na te denken! Waarop hij onverstoorbaar vertelde dat hij wel degelijk aan het nadenken was en wel over hoe hij het aanstaande donderdag allemaal moest regelen. Zijn hoofd staat op probleemoplossend denken, waar de mijne meer filosofisch is. Bij zulke (kleine) botsingen tussen hem en mij denk ik altijd aan de liefdesgeschiedenis zoals Benoite Groult die beschrijft in haar boek ‘Zout op mijn huid’ over een schrijfster die een affaire heeft met een zeeman. Mooi boek, lees het maar!

Ik dacht na over doelen naar aanleiding van een blog dat mijn zus schreef. Je kunt het hier nalezen: https://wordpress.com/read/blogs/26400430/posts/948

Gisteren vierden we Palmzondag, de intocht van Jezus in Jeruzalem zes dagen voor Zijn lijden. Palmzondag is het begin van de Goede Week (of Stille Week of Heilige Week) Jezus komt Jeruzalem binnen op een ezel. De menigte is uitgelaten en zingt Hem Hosanna toe en wuiven hem toe met palmtakken (vandaar PALMzondag) Nauwelijks een week later schreeuwt diezelfde menigte: Kruisigt Hem!!! Wat dat betreft heeft de mensheid weinig geleerd….er is maar weinig voor nodig om een bevolking te manipuleren en wie het hardst schreeuwt krijgt gelijk.

Ik zelf was als een argeloos lam, dat ter slachting geleid wordt, en ik wist niet, dat zij zulke plannen tegen mij smeedden: „Laat ons de boom met zijn vrucht verderven, laat ons hem uit het land der levenden uitroeien, opdat aan zijn naam niet meer gedacht worde!” Maar, Here der heerscharen, rechtvaardige Rechter, die nieren en hart toetst, ik zal uw wraak aan hen zien, want op U heb ik mijn rechtszaak gewenteld!
Jeremia 11:19‭-‬20 NBG51

De hele Goede Week gaat over liefde, naastenliefde en wat je daar allemaal voor doet en laat. Maar ook over verraad en het maken van keuzes. Niet alleen persoonlijke keuzes maar zeker ook over keuzes die je maakt voor een ander of naar aanleiding van wat de ander zegt. Pilatus maakte de keuze Barrabas vrij te laten en Jezus te laten geselen.

En Pilatus besliste, dat aan hun eis moest worden voldaan. En hij liet de man los, die wegens oproer en doodslag was gevangengezet, die zij eisten, doch Jezus gaf hij over aan hun wil.
Lucas 23:24‭-‬25 NBG51

Als de menigte niet zo stellig was geweest, had hij dan wellicht een andere keuze gemaakt? Hoe zeker kun je zijn dat de keuze die je maakt je eigen keuze is? Onder normale omstandigheden kun je nog vrij zeker zijn van hoe de reactie zal zijn, maar onder extreme omstandigheden, in een crisissituatie…..hoe reageer ik dan? Ik heb al een aantal echte crisissituaties meegemaakt in mijn leven en tot nu toe heb ik steeds een actieve keuze gemaakt. Ik heb niet achterover geleund gewacht op de actie van een ander, maar ben zelf in het gat gesprongen en heb actie ondernomen. Toch durf ik ook na al die keren dat ik in actie kwam niet te zeggen dat ik in een soortgelijke situatie weer vrijwillig mijn hoofd op het blok zal leggen. Gelukkig hoef ik niet perfect te zijn. Niemand hoeft dat te zijn. Probeer alles te doen vanuit liefde.

De hoogste vorm van naastenliefde bestaat erin zijn vijanden lief te hebben. Dus moet de mens die de hoogste, zoetste vreugde van de naastenliefde smaken wil, ook zijn vijanden met oprechte liefde omarmen. Maar om te voorkomen dat dit goddelijke vuur van de liefde bekoelt wordt door de kilte van geleden onrecht moet hij de ogen van zijn hart altijd gericht houden op het serene geduld van onze Heer en Verlosser. *Aeldred, abt van Rievaulx (Lees meer over deze zalige abt: https://heiligen.net/heiligen/01/12/01-12-1166-aelred.php)

Oftewel het streven vijanden te vergeven is een bijzonder nobel streven. Niettemin is het een schier onmogelijke taak, zeker wanneer onrecht keer op keer op de deur klopt. Soms lijkt het alsof de hele wereld tegen me is. Ondanks dat is het belangrijk de liefde te laten winnen en fouten, ongerechtigheden, zonden te vergeven. Dit is slechts mogelijk met hulp van onze lieve Heer…wetend dat Hij voor onze zonden is gestorven aan het kruis.

Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open. Daarom zal Ik hem een deel geven onder velen en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat hij zijn leven heeft uitgegoten in de dood, en onder de overtreders werd geteld, terwijl hij toch veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden heeft.
Jesaja 53:7‭, ‬12 NBG51

Henk, mijn dichtstbijzijnde naaste, is heel anders dan ik. Soms begrijpen we elkaar niet, maar we vergeven elkaar alles en komen altijd voor elkaar op ook al zijn we het niet met elkaar eens. Mijn gepieker en getob en nadenkendheid geeft hem diepgang die zijn leven meer stabiliteit geeft. En zijn godsvertrouwen en standvastigheid in het geloof maken het voor mij mogelijk mijn vijanden te vergeven in plaats van alleen te vergeten. Ieder voor zich zijn we niet sterk, maar samen zijn we onoverwinnelijk! ❤

Dood en begraven

Mijn buurvrouw tante Wil is dood. In augustus zou ze 91 zijn geworden. Ze was noch mijn buurvrouw noch mijn tante, toch ben ik heel verdrietig. Tante Wil woonde twee huizen verderop en na mijn doop in 2004 waren we vaak samen. Ik ging zingen bij het dameskoor en stond daar naast haar. We kregen contact en ik kwam vaak even bij haar binnenwaaien. We bakten samen koekjes, wisselde recepten uit en ik hielp haar in haar moestuin. Later werd ik organist van het dameskoor en hebben we samen heel wat mensen uitgeleide gedaan. Ze noemde mij altijd haar katholieke dochter. Zelf had ze twee dochters en een zoon, maar die kwamen geen van allen in de kerk.

Toen ze in 2016 weduwe werd, nam Henk de moeite haar elke Zondag op te halen om samen naar de kerk te gaan. (Ik werkte toen in de stad en was de halve week niet thuis) Ik kan me herinneren dat Henk haar een keertje ophaalde. Ze waren al een beetje laat en tante Wil was geld voor de collecte vergeten. Geeft niks, zei Henk, er wordt voor ons gezorgd. Ze stapten het tuinhekje uit en vonden een twee-eurostuk op de grond. Dát is pas godsvertrouwen!

Tante Wil was niet meer helemaal helder. Ze begon steeds vaker aan te bellen omdat ze de weg naar huis kwijt was. Of de lucifers niet kon vinden. Of omdat de teevee het niet meer deed. Henk of ik gingen dan met haar mee en hielpen haar dan. Maar op een gegeven moment ging het echt niet meer en hebben haar kinderen haar in het verpleeghuis laten opnemen. En daar is ze dus overleden.

En nu wordt ze in besloten kring begraven. Wel op de katholieke begraafplaats, maar zonder viering, zonder wake, zonder condoleance….Daar ben ik nog het meest verdrietig om. Zij die zoveel mensen uitgeleide heeft gedaan, zo vaak het Requiem heeft gezongen; voor haar geen gezang, geen wake, geen wierook, geen wijwater, geen afscheid.

Het doet me denken….voor wie is eigenlijk een uitvaart? Voor de overledene? Voor de achterblijvers? Voor de familie? Natuurlijk is een afscheid vooral bedoeld voor de achterblijvers, of dat nou familie is of niet. Maar toch denk ik dat het de familie siert als de uitvaart is in de geest van de overledene.

Toen mijn vader overleed hadden we een zeer protestantse uitvaartdienst. Mijn moeder moet niks van de kerk/het geloof hebben en mijn broers en zussen staan er min of meer onverschillig tegenover, maar mijn vader was een gelovig mens. Hij speelde regelmatig orgel in kerkdiensten en was bevriend met diverse dominees en lekenpredikanten. In die geest hebben we zijn uitvaartdienst geregeld.

Wanneer mijn moeder komt te overlijden zal het anders zijn. Niet alleen heeft ze zelf al van alles op papier gezet hoe ze het wil, ook heeft ze nooit een geheim gemaakt van hoe ze over de kerk, God, geloof, religie denkt (en dat is niet al te positief) Haar uitvaart zal zijn zoals zij het graag wil.

Niemand weet natuurlijk hoe belangrijk het is hoe je uitgevaren wordt. In alle culturen zijn er tradities en gebruiken en gewoontes rondom overlijden en begraven. In de RK traditie is er de avond voor de uitvaart een avondwake. Meestal gecombineerd met een condoleance. Dit gebruik was een jaar of tien geleden nog heel gewoon, maar komt tegenwoordig nauwelijks meer voor. Een requiemmis heeft op zich zeer strakke regels, maar tegenwoordig wordt veel van wat door de bisschoppen verboden is/afgeraden wordt oogluikend toegestaan. Al is het alleen maar om de uitvaart toch nog vanuit de kerk te laten plaatsvinden. Wordt er muziek gedraaid in plaats van musici in te huren. Wordt er door een familielid gesproken in plaats van door de priester.

Niemand weet hoe belangrijk het is hoe je wordt uitgevaren. Toch hoop ik dat er een doodgewone requiemmis zal zijn wanneer mijn tijd gekomen is. Voor tante Wil kan ik niets meer doen dan een kaarsje branden, haar gedenken in mijn gebed en een speciale gebedsintentie voor haar aanvragen. Deze dingen zal ik ook zeker allemaal doen. En daarnaast zal ik er zorg voor dragen dat ik haar niet vergeet.

Requiem in pace, lieve tante Wil. Ik vertrouw erop dat u herenigd bent met ome Cor.

Zonder-vis-viskoekjes

Eén van de (weinige) voordelen van baanloos zijn, is dat ik vanochtend na mijn morgengebed lekker in de hangmat kon blijven liggen om mijn boek uit te lezen. Henk kwam een kopje koffie brengen. Reinier lag naast me te dromen en de zon scheen. Wat wil een mens nog meer?! Toen was mijn boek uit en ging ik ontbijten. Reinier bleef nog even in de hangmat liggen, maar toen hij eruit viel zijn we even met z’n drieën naar de moestuin gegaan. Daar was niet veel te doen, want alles wat vroeg gezaaid kan worden is gezaaid en nu is het wachten op de IJsheiligen (begin mei) dus we hebben even gekeken hoe de spinazie en de radijsjes groeien en ik heb witlof uit de kuil gehaald. Thuisgekomen heb ik humus en cashewkaas gemaakt en omdat ik toch bezig was in de keuken, heb ik ook pastasaus en witlofsalade gemaakt voor vanavond bij moeder. En een bosvruchtentaart gebakken. En miso-pompoensoep en wafelbeslag voor morgen. Als alle vijf pitten van mijn fornuis branden en minstens één van mijn drie ovens brandt en er diverse keukenmachines aan het draaien zijn, ben ik toch best een beetje gelukkig. Nu is het wel tijd voor een kleine pauze 🙂

Zondag had ik ook voor moeder gekookt: vooraf shi-takeroomsoep en als hoofdgerecht aardappelpuree met spruitjes en een zoals-kip-schnitzel (van de Jumbo dit keer, best lekker maar die van de Lidl vind ik echt lekkerder!) Ik had me een beetje verkeken op de grootte van de aardappels en/of de magen van de eters want er was heel veel puree over. Het feit dat ik het schillen van de aardappels had uitbesteed aan mijn lieve nichtje C. kan er ook iets mee te maken hebben 😉 Gister had ik dus al een bak aardappelpuree toen ik eten ging koken. Gelukkig had ik ook nog een pot jonge jackfruit in de kast en bedacht ik een nieuw recept voor zonder-vis-viskoekjes. Ze zijn erg goed gelukt! Daarom deel ik graag met jullie het recept. Ik was eigenlijk klaar met recepten delen, maar deze is wel erg goed. En hoewel jackfruit echt superlekker is en vrij makkelijk te verwerken, vind ik toch maar weinig (originele) recepten voor met jackfruit en voeg ik de mijne daar graag aan toe.

Ingrediënten voor (ongeveer) 15 zonder-vis-viskoekjes:

5 flinke aardappels

250 gram jong jackfruit (uitgelekt)

2 eetlepels mosterd

3 eetlepels plantaardige melk

1 theelepel zout

plantaardige margarine

3 eetlepels gistvlokken

1 liter bouillon

Ook nodig:

ovenschaal met deksel

aardappelpureepers

grote koekenpan

Maak de jackfruit klein (met je vingers of twee vorken) , doe in de ovenschaal en giet de bouillon eroverheen. Zet dit ongeveer 30-45 minuten met de bouillon in de oven op 180*C

Kook de aardappels gaar en maak een stijve puree met de gistvlokken, de plantaardige melk en een beetje van de plantaardige margarine. Zout naar smaak toevoegen.

Giet de jackfruit af. (Bewaar de bouillon, hier kun je weer soep van koken!) Meng de aardappelpuree, de mosterd en de jackfruit en draai er balletjes van. Druk de balletjes plat zodat er schijven ontstaan. Leg deze op een plank en laat een uur rusten in de koelkast.

Verhit een koekenpan en smelt een ruime hoeveelheid margarine. Bak de koekjes in de hete margarine tot ze een krokant laagje hebben. (ongeveer 3 minuten per kant) Eet smakelijk!

zonder-vis-viskoekjes in de pan

Noten, letters, boeken

Ik kon eerder noten lezen dan mijn eigen naam schrijven. Ik weet niet zeker of het waar is, maar het klinkt goed. Feit is dat ik me een tijd kan herinneren dat ik niet kon lezen en anderen moest vragen mij dingen voor te lezen. (Tot mijn grote frustratie want ondanks een vol en druk huis waren er maar weinig voorlezers voorhandig.) En ik kan me geen tijd herinneren dat ik geen noten kon lezen. Vreemd genoeg kan ik me wel herinneren dat ik noten heb leren lezen en wanneer en aangezien ik dat van mijn eerste pianojuf leerde toen ik vijf was en niet eerder naar de eerste klas (tegenwoordig groep 3) ging dan op mijn zevende, is het plausibel.

Net zoals het gewoon was om muziek te maken, was het gewoon om te lezen. Bij ons thuis las iedereen. Mijn oudste broers lazen het liefst strips en SF en mijn moeder ging voor de grote literatuur. Mijn vader maakte het niet zoveel uit; hij las alles waar lettertjes in stonden en menigmaal vond ik een boek dat ik aan het lezen was en even had neergelegd, terug op mijn vaders nachtkastje. Lezen was en is een heerlijke manier om aan het dagelijks leven te ontsnappen. De fijnste manier om dingen te leren en vooral om te leren over zaken anders of dieper na te denken. Ik denk niet dat de kinderen in mijn klas ooit mijn gezicht hebben gezien; zodra ik zelf kon lezen, was mijn gezicht altijd verscholen achter een boek. Als ik niet piano aan het spelen was natuurlijk!

voor de open haard, februari 1981 (Foto: Leo Barnard)

Een jaar of wat geleden kreeg ik van Henk een e-reader voor mijn jarigheid. Als rechtgeaarde bibliofiel vond ik dat eerst maar niks. Ik wilde een echt boek in mijn handen houden. Ik wilde de geur van oud papier. Ik wilde blaadjes omvouwen en potloodstreepjes zetten en aantekeningen maken in de kantlijn. Ja, al die vreselijke dingen die een échte boekenliefhebber niet doet, maar die ik heb afgekeken van mijn vader en nooit heb afgeleerd.

Mijn vader had altijd een potloodstompje in zijn broekzak. Zijn laatste potloodstompje heb ik nog. Zelf heb ik ook altijd een potlood bij me 😉

Goed, een e-reader dus. Ik ging overstag omdat het minder belastend is voor het milieu. Want hoewel het produceren van een e-reader vervuilender is dan het produceren van een papieren boek, weegt dat toch op wanneer je veel leest. Onderzoek heeft uitgewezen dat een e-reader minder impact heeft op het milieu dan papieren boeken vanaf 30 tot 70 boeken. En ik lees gemiddeld 35 boeken per jaar dus voor mij is de e-reader milieutechnisch de juiste keuze; ik las al bijna 200 e-books op mijn e-reader. En dan alle bijkomende voordelen! Ik kan de letters net zo groot zetten als ik zelf handig vind. ’s Nachts kan ik lezen zonder licht (dus ook buiten in de hangmat) dankzij de ingebouwde verlichting. En de meeste e-books zijn een stuk goedkoper dan hun papieren tegenhangers. En dankzij de ingebouwde woordenboeken is een tikken op een onbekend woord genoeg om de betekenis te leren. (Dat heeft dan weer het nadeel dat ik mezelf betrap op het aanraken van een onbekend woord in een papieren boek, alleen om beschaamd te beseffen dat er geen betekenis oplicht.) In de e-reader zit ook een functie om aantekeningen te maken of tekst te markeren, precies zoals ik dat in een papieren boek met een potloodje placht te doen.

Ik lees eigenlijk alleen Engels. Ik heb gemerkt dat zolang de wereld om mij heen Nederlands spreekt, ik mij helemaal in mijn boek kan verschuilen zonder afgeleid te worden omdat daar een andere taal wordt gesproken. Soms lees ik een Nederlands, Duits of Frans boek, maar Engels heeft echt mijn voorkeur. Het grappige is dat ik eigenlijk alleen Nederlandse boeken lees in papieren vorm. Dat komt omdat ik eigenlijk alleen Engelse e-books koop en als ik eens een boek leen is dat meestal een Nederlands boek omdat de meeste mensen nu eenmaal in hun moerstaal lezen. Als ik een boek leen van mijn vriend Tom zegt hij er altijd bij: geen vouwtjes, geen aantekeningen, niet de rug breken! (Hij is duidelijk een échte boekenvriend) Laatst was ik bij mijn zus en zag daar een boek op tafel liggen met een intrigerende titel: “Mijn ex, de Dood en ik” van Thees Uhlman. Een Nederlandse vertaling van een Duits boek. Het verhaal is net zo bizar als de titel doet vermoeden. De Dood zit op een avond op de rand van het bad als de hoofdpersoon zijn tanden staat te poetsen. Hij krijgt drie minuten om afscheid te nemen en zal dan sterven, maar juist op dat moment belt zijn ex aan en in plaats van dood te gaan, gaan de drie samen op avontuur. Het verhaal is behalve bizar ook indrukwekkend en grappig en het heeft meerdere lagen. Uiteindelijk loopt het met de hoofdpersoon slecht af, maar het hele verhaal stemt tot nadenken.

Zo één of twee keer per jaar schrijf ik alle citaten die ik heb onderstreept in gelezen boeken over in een mooi schrift. Zo heb ik al een paar schriften vol met boekcitaten. Ik weet eigenlijk niet waarom ik dat doe. Het is niet dat ik het vaak teruglees of dat ik citaten zo makkelijker terug kan vinden. Het is wel zo dat ik de citaten beter onthoud wanneer ik ze een keer zelf heb opgeschreven. Het is een gewoonte die ik ben begonnen toen ik een jaar of 14 was en ik ben er nooit mee opgehouden. En soms als ik een stukje schrijf of een leerling iets moeilijks uit moet leggen, komen ze van pas. Zo raakt mijn passie voor muziek mijn liefde voor het geschreven woord.

Hoe kun je een hekel hebben aan muziek? Muziek is telefoon van God, waarmee Hij ons opbelt om te zeggen dat Hij aan ons denkt. uit: Mijn ex, de Dood en ik van: Thees Uhlman

Jozef Voedstervader

Jezus gaat op bezoek bij Petrus die bij de hemelpoort op wacht staat. Petrus is heel moe en Jezus biedt aan een poosje op de poort te passen zodat Petrus een dutje kan gaan doen. Na een tijdje wordt er op de poort geklopt, Jezus doet open en er staat een oud mannetje op de stoep. Jezus vraagt hem: wat deed u op aarde? De man antwoord: op aarde was ik een beroemde timmerman. Waarop Jezus zijn armen opent en roept: Vader! Waarop de man hem in zijn armen sluit en antwoordt: Pinokkio! 🤣😆 (Een grap die mijn vader graag vertelde)

Vandaag vieren we het leven en werk van de aardse vader van Jezus, Jozef. We weten van hem vrijwel niets. In de bijbel wordt zijn naam slechts een paar keer genoemd.

Filippus ging naar Natanaël en zei tegen hem: ‘Wij hebben degene gevonden over wie Mozes en de profeten hebben geschreven. Hij heet Jezus en is de zoon van een zekere Jozef uit Nazareth.’
Johannes 1:45 HTB

Hij was al verloofd met Maria toen Maria zwanger werd en bleef bij haar omdat hem middels een droom duidelijk werd gemaakt dat zijn taak daar lag.

Terwijl hij hierover lag na te denken, verscheen hem een engel van de Here in een droom. ‘Jozef, zoon van David,’ zei de engel, ‘u kunt gerust uw vrouw Maria bij u in huis nemen. Zij is in verwachting door de Heilige Geest.
Mattheüs 1:20 HTB

Sta er eens even bij stil…..de vrouw met wie je verloofd bent, blijkt zwanger van een ander en toch stap je met geloof en vertrouwen in het huwelijksbootje. Dat vraagt toch heel wat van een mens. Maar zoals meestal wanneer iemand uitgedaagd wordt boven de werkelijkheid uit te stijgen, blijkt de mens tot veel meer in staat dan van tevoren gedacht.

Wil je meer lezen over Jozef klik dan hier: https://heiligen.net/heiligen/03/19/03-19-0030-jozef.php

Jozef Voedstervader van Jezus

En het is nou ook weer niet zo dat God Jozef en Maria de hele agenda heeft gegeven. Ze wisten wel dat Jezus een uitzonderlijk mens was met een bijzonder opdracht van God maar verder….hadden ze de gewone zorgen die ouders hebben, stel ik me zo voor. Zijn openbaar leven begon pas toen hij een jaar of 30 was. Tot die tijd heeft Hij toch een min of meer gewoon leven geleid en heeft Zijn voedstervader Jozef Hem ongetwijfeld opgeleid tot timmerman, want dat was hij zelf en in die tijd was het zeker gewoon dat vaders hun zonen opleiden tot hetzelfde beroep. Hij heeft ook als timmerman gewerkt, mogen we aannemen. En wat is er mis met een timmerman (ja, ik zeg natuurlijk Niks want ik ben met een timmerman getrouwd 😁) Ze hebben zeker zorgen om Hem gehad, om Zijn gezondheid, Zijn opleiding en wanneer gaat Hij trouwen en ons kleinkinderen schenken? De gewone zorgen van gewone ouders, zo stel ik me voor. En ondertussen die onderliggende zorg, dat innerlijk weten dat hun kind een bijzondere taak heeft gekregen maar wanneer….en wat….en hoe???

Jezus en Jozef als vader en zoon samen aan het werk in de timmermanswerkplaats.

Dat is wat geloof kan doen. Het kan je doen gaan waar je anders nooit gegaan was. Het kan je laten doen wat je anders niet eens gedroomd had. Geloof maakt het leven niet makkelijk(er), maar draaglijk toch…

Wat is geloof? Het is de zekerheid dat onze hoop werkelijkheid wordt en het is overtuigd zijn van het bestaan van dingen die je niet ziet. Vroeger hebben vele mensen vanuit dit geloof geleefd. Zij zijn ook door hun geloof bekend geworden. Door het geloof weten wij dat het heelal door een woord van God gemaakt is, dat het zichtbare uit het onzichtbare is voortgekomen. Omdat Abel op God vertrouwde, had zijn offer meer waarde dan dat van Kaïn. Door zijn offer aan te nemen, zei God dat Abel voor Hem rechtvaardig was. En hoewel hij allang dood is, spreekt Abel nog steeds door zijn voorbeeld. Henoch vertrouwde op God en daarom stierf hij niet, maar werd door God weggenomen. Ineens was hij er niet meer. Voordat dit gebeurde, had God gezegd dat Hij heel tevreden over Henoch was. Maar als iemand niet gelooft, kan God niet tevreden over hem zijn. Wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat en beloont wie Hem zoeken. Noach vertrouwde op God. Toen God hem voor de toekomst waarschuwde, geloofde Noach Hem, hoewel niets erop wees dat er een grote overstroming zou komen. Hij deed wat God hem opdroeg en bouwde een ark om zijn gezin te redden. Zijn vertrouwen maakte het ongeloof van de wereld zichtbaar en door dat vertrouwen werd Hij een van hen die voor God rechtvaardig zijn. Abraham vertrouwde op God. Toen God hem zei dat hij zijn vaderland moest verlaten en naar een land moest gaan dat God hem zou geven, gehoorzaamde hij. Maar hij wist niet eens waar hij naar toeging. En zelfs toen hij in het land kwam dat God hem beloofd had, woonde hij in tenten als een vreemdeling, evenals Isaak en Jakob, aan wie God dezelfde belofte deed. Abraham vertrouwde erop dat God hem zou brengen in de stad met de vaste fundering waarvan God Zelf de architect en bouwer is. Sara vertrouwde op God en kreeg daarom een zoon, toen zij daar eigenlijk al te oud voor was. God had het haar beloofd en zij erkende dat Hij te vertrouwen is. Zo werd uit Abraham, die ook al te oud was om nog een kind te kunnen verwekken, een heel volk geboren, een volk van zoveel mensen dat het niet te tellen is. Net zoals de sterren aan de hemel en de zandkorrels van het strand niet te tellen zijn. Al deze mensen zijn in het vertrouwen op God gestorven, zonder te krijgen wat hun beloofd was. Zij hebben het alleen uit de verte gezien en waren blij. Zij kwamen er openlijk voor uit dat zij hier op aarde alleen maar gasten en vreemdelingen waren. En wie dat zeggen, maken daarmee duidelijk dat zij uitkijken naar een vaderland. Als zij hadden gewild, zouden zij naar hun vroegere land hebben kunnen terugkeren. Maar nee, zij verlangden naar een beter, hemels vaderland. Daarom schaamt God Zich er ook niet voor hun God genoemd te worden, want Hij heeft een hemelse stad voor hen gebouwd.
Hebreeën 11:1-‬16 HTB

Geloof is niet zeker weten waarheen je gaat en toch gaan.

Naar aanleiding van dit schrijven stuurde mijn zus me het volgende plaatje. Zó schattig; ik wil u die niet onthouden:

Leerlingen, leerlingen, leerlingen

Ik heb weleens ergens gelezen dat 80% van de volwassenen spijt heeft in zijn/haar jeugd geen muziekles te hebben gevolgd, terwijl slechts 20% van de kinderen muziekles krijgt. Dit is natuurlijk heel erg scheef! Een groot deel van mijn lespraktijk bestaat uit volwassen spijtoptanten die alsnog willen leren spelen, dus hoewel ik de percentages niet wetenschappelijk kan onderbouwen, zegt mijn ervaring dat het klopt.

Gistermiddag lag ik lui een filmpje te kijken toen een volwassen leerling een berichtje stuurde: Ben je druk? Ik wil eigenlijk NU een les hebben! Het is een heel leuke leerling dus ik antwoordde: vooruit met de geit! Hij heeft geen geit, maar hij kwam toch een lesje halen. Heel intelligente en muzikale man die altijd heel leuke vragen stelt. Bijvoorbeeld stuurde ik hem laatst een opname van een stuk van Reger dat ik net heb ingestudeerd en toen vroeg hij of ik het nog eens wilde spelen waar hij bij was zodat hij de bladmuziek mee kon lezen. Overigens stuurde ik hem dat omdat ik vind dat ik hem een beetje moet opvoeden want zijn liefde voor muziek gaat niet verder dan de klassieke periode en daarna is ook nog zoveel prachtige muziek gecomponeerd.

Van de week had ik ook voor het eerst een onlineles met een leerling van 73. Ze was een beetje nerveus over deze nieuwe manier van les krijgen, maar het ging goed. Ik heb daar bewondering voor, nog zoveel nieuwe dingen leren en doen op die leeftijd. Het stuk wat ze speelde, klonk goed maar was een beetje te langzaam. Ze vraagt me hoe snel ze de metronoom moet zetten? (Voor degene onder ons die niet weten wat een metronoom is: een ding dat tikt en wat je in kunt stellen hoeveel tikken per minuut hij geeft. Musici gebruiken deze om een stuk in één tempo te (leren) spelen, tempo te verhogen of een maat te leren begrijpen.) Ik noem een getal, zij probeert het uit, we zijn tevreden en gaan naar een volgend stuk. Tijdens het spelen hoor ik nog steeds iets tikken, dus ik vraag of de metronoom soms nog aanstaat? Nee, het blijkt haar Friese staartklok. 😆

Vorige week nog had ik een volwassen beginner op les die totaal gefrustreerd was omdat de stukken die ik haar had opgegeven, niet lukte. Het probleem is puur motorisch. Vingers, handen en hoofd moeten allemaal nieuwe dingen doen en lopen in ontwikkeling niet gelijk op. En als dan je puberzoon thuiskomt uit school, achter jouw piano gaat zitten en met behulp van een YT-filmpje in no time een liedje naspeelt, dan begrijp ik de frustratie! Maar zo werkt het gewoon niet, helaas. Gaan andere leerprocessen geleidelijk en haast ongemerkt, muziek leren gaat schoksgewijs. Een hele tijd op hetzelfde niveau en dan ineens een sprong vooruit. Als leerlingen tegen die sprong aanzitten, wat meestal aangegeven wordt door verbaal geuite frustratie met het gebrek aan vooruitgang, is het mijn taak positieve energie te geven en de animo levend te houden. Ik vergelijk de hersens dan vaak met een snelweg waar gewerkt wordt aan nieuwe afslagen en nieuwe knooppunten. Het is heel vervelend en frustrerend als je elke ochtend in de file staat en het gevoel hebt niet vooruit te komen, maar zodra de neuronensnelwegen in je hersenpan klaar zijn en je vooruit schiet, denk je niet eens meer aan de voorgaande ellende!

Soms staat ook de staat van zijn vorderingen in de weg. Bijvoorbeeld als er een ingrijpende, levensveranderende gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Of omdat er een gedachte zich heeft vastgezet die averechts werkt. Dat hoeft niet eens per se een negatieve gedachte te zijn! Zo had ik een leerling van 14 met een behoorlijke dosis muzikaal talent. Pubers vind ik altijd een uitdaging. Ik vind het moeilijk om contact te leggen en nog moeilijker om te zien of de woorden die ik zeg, de aanwijzingen die ik geef op een juiste manier verwerkt en opgeslagen worden. Enfin, deze jongeman dus heeft nooit eerder muziekles gehad, maar zit al jaren op zijn keyboard liedjes na te spelen op zijn gehoor, niet gehinderd door welke kennis van muziek of muziektheorie dan ook maar. Waarschijnlijk wordt hij door zijn familie voortdurend geprezen en vertellen ze aan een ieder die het maar horen wil, hoe ontzettend muzikaal hij is en hoe verschrikkelijk goed hij piano kan spelen. Nu ben ik er altijd voor kinderen de hemel in te prijzen, zeker als er duidelijk een kern van waarheid in zit maar in dit geval heeft de gedachte dat hij ontzettend goed piano kan spelen wortel geschoten in zijn puberbrein en vindt hij les in iets wat hij al denkt te kunnen totaal overbodig. De eerste drie of vier lessen zat hij dan ook ongeïnteresseerd op de pianokruk en oefende niks van de stukken die ik hem opgaf. Ik werd er een beetje wanhopig van. Hoe kon ik deze jongeman bereiken? In de laatste les voor de herfstvakantie heb ik hem ernstig toegesproken. Ik bevestigde zijn talent en vertelde er direct bij dat als hij doorgaat zoals hij nu doet, hij best aardig piano zal kunnen leren spelen. Maar als hij serieus gaat oefenen en de saaie dingen doet die ik hem als huiswerk meegeef, dan ja dán zal hij fantastisch piano kunnen leren spelen. De keus is aan jou, zei ik. Na de herfstvakantie kwam hij op les en tot mijn stomme verbazing had hij niet alleen zeer ijverig gestudeerd, hij vertelde ook heel spontaan en open over wat hij die dag allemaal had meegemaakt. Hij luisterde aandachtig naar mijn aanwijzingen en maakte dankbaar gebruik van de vijf minuten die ik hem gaf om te spelen waar hij zin in had. Hij had duidelijk over mijn woorden nagedacht en een beslissing genomen. Nu hij bevrijd is van de gedachte die hem gevangen hield, kan hij verder groeien.

Ik denk ook dat er (aan onze kant van de wereld in ieder geval) een fleem van heiligheid om muziek heen hangt. Je mag alleen muziek maken als je het perfect kan. Dat komt natuurlijk ook door de enorme hoeveelheid schijnbaar perfecte opnames die overal te vinden en te horen zijn. Wat veel mensen zich niet realiseren is dat die opnames meestal zijn samengesteld uit verschillende opnames waar de beste stukjes uitgeknipt en aan elkaar geplakt worden. Er ontstaat zo een schijnbaar perfecte uitvoering van een stuk, terwijl het feitelijk een aantal minder perfecte maar ongetwijfeld veel interessantere uitvoeringen zijn geweest. Ik vind het heel zorgelijk dat er zo over muziek wordt gedacht. Ik kan me ook heel boos maken over (muziek)docenten die tegen leerlingen zeggen dat ze niet mee mogen doen aan de einduitvoering of schoolmusical omdat ze niet kunnen zingen of spelen of dat wat ze zingen of spelen niet voldoet aan de kwaliteitseisen. Ik denk dan dat er met die eisen iets niet in orde is. Muziek gaat niet over perfectie!

Muziek is ons door God gegeven, niet alleen om Zijn lof te zingen. Ook om ons op een hoger niveau te tillen. Zelf denk ik dat God veel van muziek houdt en ons daarom begiftigt heeft met verlangen naar harmonie en melodie. Hij heeft tenslotte alle levende wezens muziek geschonken. Niet alleen mensen en vogels. Bijvoorbeeld gibbons staan ook bekend om hun prachtige, melodieuze zang. Luister hier: https://youtu.be/JLOn8F0p96s

Van varkens weet ik dat ze voor hun biggen neuriën tijdens het zogen. https://youtu.be/pOea0VQD5Gs

En een bioloog heeft me weleens verteld dat zelfs vissen met elkaar communiceren middels geluid. Dit naar aanleiding van mijn geliefde uitspraak wanneer iemand roept niet te kunnen zingen: alleen vissen kunnen niet zingen! (dat blijkt dus niet waar te zijn 😉)

Muziek is één van de allereerste dingen die een mens leert. Reeds in de baarmoeder komen geluiden binnen en daar reageert de baby op. Niet voor niets dragen veel aanstaande moeders een zacht belletje. Van Mozart wordt gezegd dat hij zo jong begon met componeren dat zijn herinnering aan de geluiden in de baarmoeder nog volop in zijn geheugen aanwezig waren en dat hij daarom muziek componeerde die eigenlijk bij iedereen binnenkomt. Feit is dat muziek en zeker de muziek van Mozart! al bij zeer jonge kinderen rustgevend of juist opwekkend kan werken. En bij oude mensen is het helemaal overduidelijk! Mensen die al jaren zwaar dementeren en vaak niet eens meer praten, zingen vrolijk en uit volle borst de liedjes uit hun kinderjaren mee. Ik merk dat ook op bij mijn eigen moeder, die lijdt aan vasculaire dementie en steeds minder gaat praten. Zodra ik achter de piano ga zitten en oude kinderliedjes speel, zingt ze uit volle borst mee en zit te dansen in haar stoel.

Ik zou ervoor pleiten de heiligheid van de muziek af te poetsen, ieder kind muziekles te geven (zoals dat in mijn lagere school gewoon was: elke ochtend beginnen met een kwartier samen zingen en twee keer per week klassikaal muziekles) en vooral te stimuleren samen muziek te maken. Want muziek maken is leuk, maar samen is leuker! De heiligheid van muziek zit in ieder mens verborgen en heeft niets te maken met prestatie en alles met leven en liefde. Muziek is geen wedstrijd!


Alles wat adem heeft, love de Heer!
Psalm 150

Laetare

Het is vandaag Zondag Laetare, de een na laatste Zondag van de Vastentijd, ook wel Halfvasten genoemd. (Katholieken nemen het altijd ruim met tijd en ruimte 😉 ) De liturgische kleur is roze, een van de twee roze Zondagen in het kerkelijk jaar (de ander, Gaudete, is de 3e Zondag van de Advent) Roze als met wit aangelengd paars, de liturgische kleur van de Vasten en de Advent. Volgende week is het de laatste Zondag van de Vasten en de week erop is het Palmzondag. De dag waarop we de intocht van Jezus in Jeruzalem vieren, het begin van de Goede Week. Op naar Pasen dus!

In oktober 2019 viel ik voor de vierde keer in mijn volwassen leven in de diepe put van depressie. In 1998 gebeurde het voor het eerst, na het overlijden van mijn vader. Na een halfslachtige zelfmoordpoging kwam ik in de psychiatrie terecht. Ik kreeg medicatie. Antidepressiva, stemmingsstabilisatoren, slaapmiddelen, medicijnen tegen nachtmerries, medicijnen tegen de bijwerkingen van al die medicijnen….ik was in de jaren die volgden een wandelende apotheek. En toch konden al die medicijnen niet voorkomen dat ik 2003, na mijn masterexamen, opnieuw in een zwart gat viel. Dankzij alle medicijnen was het dit keer heel makkelijk om een suïcide te plannen en ik probeerde het dan ook twee keer in een half jaar tijd. De eerste keer was het bijna gelukt, maar laat ik er geen doekjes omwinden: ik ben er nog steeds. Vreemd genoeg is dat nooit een geruststelling. Het bevestigt alleen mijn gedachte “zie je wel dat ik niks kan?!?!??! Ik kan niet eens zelfmoord plegen!” Daarna heb ik alle medicijnen overboord gegooid; als ze niet konden voorkomen dat ik met alle macht een einde aan mijn leven wilde maken, wilde ik ze niet meer slikken. De laatste keer was mijn depressie heftig, kort en heel acuut over toen ik mijn droombaan kreeg aangeboden.

Dr eerste drie depressies werden gekenmerkt door activiteit. In plaats van treurig in een hoekje te gaan zitten, werd ik zeer ondernemend. Ik begon een nieuwe studie, ik nam een nieuwe baan aan, ik was ervan overtuigd dat het allemaal goed zou komen als ik maar gewoon door zou gaan. En dat is iedere keer gelukt! Ik nam wel wat extra tijd voor mezelf, maar bleef gewoon aan het werk, bleef gewoon sociaal actief en ging zo gewoon mogelijk door met mijn leven. Dat is steeds mijn redding geweest. Als je maar doorgaat, wordt het vanzelf normaal. Ik had ook altijd het gevoel dat ik er zelf iets aan kon en moest doen en dus deed ik dat. Een zelfmoord plannen is misschien niet een positieve activiteit, maar het is een doen desalniettemin.

Vanaf dag één voelde deze depressie anders. Definitief. Het komt nooit meer goed met mij, was (en is) mijn dominante gedachte. En nu is het maart 2021, anderhalf jaar later en het lijkt erop dat ik gelijk heb. Self-fulfilling prophecy? Ik ben nog steeds depressief. En zo depressief dat ik niet eens energie heb om over zelfmoord na te denken. Ik doe echt niks. Mijn grootste prestatie op een dag is als ik niet alleen ben opgestaan, maar ook gedoucht heb en aangekleed ben. Het komt zelden voor.

Zondag Laetare, het Licht van Pasen dat een beetje vooruit schijnt. Het Licht dat hoop moet geven. Op dit moment in mijn leven zou een heel klein beetje hoop al zoveel kunnen doen, maar ik voel het niet. Licht aan het eind van de tunnel is ongetwijfeld een tegenligger en zelfs het ontluikende groen van de nieuwe lente kan mijn hart niet raken. Er zijn zo verschrikkelijk veel dingen die ik mis, dat ik er niet eens over na kan denken. Ik probeer bij de dag te leven en sommige dagen lukt dat. Het eerste wat ik ’s morgens doe is het morgengebed bidden. Vaak lukt het me een paar uur muziek te studeren. Sommige dagen heb ik genoeg energie om een film te kijken of even bij mijn zus op bezoek te gaan.

Ik weet eigenlijk niet zo goed hoe ik dit bericht moet eindigen. Ik zou willen dat ik dat kon met een glimlach en een bemoedigend woord. Ik heb ze niet….misschien dat iemand anders bemoedigende woorden heeft?

Hij liet mij niet sterven. Ik zal voortaan leven en veel meer van het licht genieten.” tweemaal, zelfs driemaal zijn ziel terughalen uit de grafkuil, zodat hij het levenslicht kan blijven genieten.
Job 33:28‭, ‬30 HTB

Bidden, gebedsgroep, verhaaltje

Leven met hsp is een uitdaging. Ik heb vooral veel last van geluid. Het is me snel te hard of te overheersend en ik raak snel geïrriteerd of overprikkelt als geluiden om me heen langdurig te hard zijn. Voor het reizen heb ik noise-cancelling headphones, die ik ook vaak thuis gebruik als ik niet goed in mijn vel zit. Moet ik ook weer mee uitkijken want voor ik het weet ben ik er zó aan gewend dat ik helemaal niet meer zonder kan 🙈 Het klinkt misschien vreemd dat een musicus overgevoelig is voor geluid….of misschien ook wel juist niet.

Onlangs schraapte Henk de pan leeg waar rijst in gezeten had en men! maakt dat een herrie! Dus na ongeveer 12 seconden vroeg ik of hij alsjeblieft op kon houden. Hij ging onverdroten door en maande mij toch eindelijk eens iets te doen aan die overgevoeligheid voor geluid. Misschien kun jij gewoon ophouden met herrie maken?!?!? was mijn repliek. Lijkt me een stuk eenvoudiger!

Toen ik nog gewoon aan het werk was, verkeerde ik in de gelukkige omstandigheid dat ik wel drie of vier keer per week een viering mee kon vieren. Bidden helpt ontzettend goed met mijn balans bewaren. Natuurlijk bid ik elke dag, ook als er geen mogelijkheid is om samen te bidden, maar samen bidden geeft toch een enorme toegevoegde waarde. Misschien niet aan het gebed zelf maar zeker wel aan de intensie, de intensiviteit en de energie. Saamhorigheid is het woord dat mij in gedachte komt…

Sinds de Vastentijd 2020 bidden we regelmatig met een groepje middels whatsappvideocall. Ik heb een verschrikkelijk aversie tegen alles wat online gaat. Mijn overgevoeligheid maakt het heel moeilijk om te reageren op situaties en mensen als ik de energie niet kan voelen en energie kun je nu eenmaal niet sturen via het internet. Desalniettemin ben ik heel blij met de online gebedsgroep want het geeft me op dit moment de enige mogelijkheid om samen te bidden iets wat ik heel erg mis als dat niet kan. Het scheelt zeker dat het maar een beperkt groepje is en dat het interactief is (we bidden antifonaal zoals dat heet: omstebeurt een psalmvers, als vraag en antwoord.) Iemand leest de lezingen, iemand bidt de voorbeden en de twee initiatiefnemers nemen afwisselend de overweging op zich. Al met al duurt het een half uurtje, drie kwartier en dat is voor mij net te doen. En het geeft me enorm veel, al was het alleen maar het gevoel dat ik niet alleen sta, dat ik ergens bij hoor.

Sommige mensen kunnen nog wel begrijpen dat ik in God geloof, maar begrijpen niets van mijn keuze voor de Kerk. De rooms-katholieke kerk wordt door veel mensen toch gezien als iets archaïsch en zeer vrouwonvriendelijk. Misschien is het waar, maar ik heb die ervaring helemaal niet. Ik heb wel degelijk vraagtekens bij het onthouden van het priesterschap voor vrouwen en over het celibaat en het veroordelen van gescheiden mensen en mensen met een andere (seksuele) geaardheid. Maar voor mij heeft de katholieke kerk veel bewaard van het oorspronkelijke doel: Gods vertegenwoordiging op aarde. Vooral door de symboliek en het vertellen van Bijbelverhalen middels beeldende kunst, zoals glas-in-loodramen, schilderijen, iconen en beelden. En mijn verlangen naar de mystiek van het geloof vond ik nergens anders vervuld. (Ik realiseer me dat dit puur persoonlijk is.) De roomse kerk heeft een lange geschiedenis, een prachtige traditie en veel, heel veel muziek.

Natuurlijk is geloven in God niet hetzelfde als een (trouwe) kerkganger zijn of worden. En er zijn ongetwijfeld zeer gelovige, zeer Christelijke mensen die vrijwel nooit een kerk van binnen zien. Laat staan een viering bijwonen. Dat zegt allemaal niets over het geloof in het hart. Daar kan niemand dan God iets over zeggen! Een religieus mens is iemand die in de kerk zit en denkt aan kanovaren. Een spiritueel mens is iemand die aan het kanovaren is en aan God denkt.

Wat wel heel veel mensen doen, ook mensen die roepen niet in God te geloven, is een kaarsje aansteken in de kapel. Roomse kerken bieden eigenlijk allemaal gelegenheid even binnen te lopen, de stilte te ervaren en een kaarsje te branden. Ik hoorde eens op de radio een stoere trucker luidkeels verkondigen dat al die praat over God en Jezus allemaal onzin was en dat hij er niks van geloofde. Alleen Maria, daar had hij wel wat mee en hij bekende ook bijna elke dag in een kerk een kaarsje te branden voor Maria. Prachtig vind ik dat. De atheïst geworden katholiek zegt: God bestaat niet en Maria is Zijn Moeder.

Waarom samen vieren belangrijk is wordt mooi geïllustreerd in het volgende verhaal dat ik ooit las in een parochieblaadje. Geen idee wiens hand het schreef, wiens brein het bedacht, maar het verhaal zelf is me altijd bij gebleven.

Er was eens een trouwe kerkganger. Een man alleen op middelbare leeftijd. Hij woonde in het dorp en stond bekend als een vriendelijk mens. Altijd tijd voor een praatje. En ook elke Zondag na de mis bleef hij steevast koffie drinken en stond open voor een gesprek met een ieder. Op een gegeven moment besloot deze man niet meer naar de kerk te gaan. Geloven en God aanbidden kan ik ook zelf in mijn eigen huis, dus waarom zou ik elke keer die moeite doen naar de kerk te gaan? Zo was zijn gedachte. In plaats van op Zondagmorgen op tijd op te staan en de gang naar de kerk te ondernemen, bleef hij wat langer in bed liggen en maakte hij voor zichzelf een uitgebreid ontbijt klaar. Dan maakte hij dan een lange wandeling door de velden, als het weer het toeliet en genoot daarna van een glaasje wijn bij het openhaardvuur. Dit duurde zo enkele weken en het nieuwe ritme van de Zondag paste hem wel. Soms miste hij wel wat contact met andere mensen, maar een praatje met een andere wandelaar onderweg of met de buurman over de schutting vulde dat gat.
De pastoor van de parochie miste de trouwe kerkganger in de kerk. Natuurlijk informeerde hij eerst hier en daar of de man wellicht ziek of anderszins nooddruftig was, maar dat bleek niet het geval. Was hij dan toch van zijn geloof afgevallen? Meneer pastoor zag het een paar weken aan, maar toen de man zich niet liet zien, besloot hij zelf maar eens op onderzoek uit te gaan.
De man zit met zijn Zondagse glaasje wijn voor de open haard. Hij strekt zijn benen en peinst wat over het leven, de zin daarvan en over God. Plotseling gaat de bel. Wie kan dat zijn op deze regenachtige Zondagmiddag? mompelt hij tegen zichzelf terwijl hij in zijn sloffen schiet en zich naar de deur spoedt. Daar staat, geheel verregend, meneer pastoor.
Goedemiddag, meneer pastoor.
Goedemiddag, mag ik even binnenkomen?
De man en de pastoor gaan zwijgend bij de open haard zitten. Zonder woorden pakt de man nog een glas en schenkt meneer pastoor een wijntje in. Meneer pastoor vat het glas, neemt een slok en zet het glas op het bijzettafeltje. Vervolgens pakt hij de pook en pakt een brandend stukje hout uit de haard. Voorzichtig legt hij het stukje hout naast het vuur, waar het nog een tijdje blijft branden en vervolgens langzaam uitdooft.
Meneer pastoor drinkt vervolgens zijn glas leeg, staat op en laat zich door de man naar de deur begeleiden.
Bedankt voor de preek, zegt de man. Volgende week ziet u me weer in de kerk.

Want geloven en God aanbidden kan altijd en overal, maar een stukje hout buiten het vuur blijft maar een beperkte tijd branden. We hebben andere gelovigen, andere mensen en andere meningen nodig om de liefde voor God in ons brandend te houden.